Léon
Het is zo’n dag dat ’s avonds de sokken stijf staan van het zweet en de motorlaarzen verplicht het balkon op moeten. Wat we hier in Léon ook hebben. Met rode tegeltjes op de vloer, krullen van gietijzer bij wijze van hek en verder voornamelijk touwtjes om het geheel bij elkaar te houden. We wonen aan het mooiste pleintje van deze schilderachtige, oude stad in wat ongetwijfeld het meest vervallen pensionnetje van Spanje is.
Vanochtend verlieten we Portugal en sindsdien volgen we opnieuw de pelgrimsroute die naar Santiago leidt, maar nu in omgekeerde richting en een wat zuidelijkere variant dan op de heenweg. De route voert ons door een verlaten land, met bochten die precies goed zijn en een lauwwarme wind die over de vlakte van rode aarde blaast.
Wanneer we eind van de middag Léon bereiken en zien hoe mooi het is, besluiten we een dag rust te nemen om onze kleren te wassen en de stad te bekijken. We kiezen een pensionnetje dat de planet zowel aanbeveelt vanwege zijn sfeer en locatie, als voor waarschuwt vanwege zijn onderkomen staat. Beide blijken te kloppen. Ons Romeo en Julia balkonnetje hangt boven een plein dat vroeger wellicht dienst deed voor stierengevechten. De ruimte is er nog steeds, omzoomd door pastelkleurige panden die vol hangen met bloemen en net zulke balkonnetjes als wij hebben. De grote open ruimte, belegd met gladde, grijze stenen, is nu om te wandelen onder de schaduwrijke galerij of te eten en drinken op de terrasjes die alle randen van het plein vullen.
Ondanks een duidelijk adres in de planet is het, zelfs eenmaal op het plein, nog even flink zoeken. De meeste huisnummers ontbreken. We zien nergens een bord. Ik blijf bij de motoren en de bagage en Janny loopt net zolang langs de gevels tot ze uiteindelijk naast een lange serie bellen een klein vodje papier, vastgeprikt met een roestige punaise, ontdekt. ‘Pensionata’ staat erop. Gevonden. De buitendeur staat zo te zien permanent aan, dus lopen we drie scheve trappen naar boven. De treden zijn allemaal verschillend van hoogte, stevigheid en oriëntatie ten opzichte van de aarde. Zowel de trap als de lambrisering die ernaast is aangebracht, zijn uitgevoerd in versleten vinyl met een houtpatroon. Op de vele gaten na dan. Aan de geur te oordelen, heeft de riolering zijn beste tijd gehad. Op de derde verdieping is dat anders. Daar ruikt alles indringend naar chloor en schoonmaken. De moeder en dochter die het pension runnen, blijken ook vrijwel de hele dag niets anders te doen. De bol staande planken van de houten vloer. Het gebarsten vinyl. De wastafel en de douchebak die met dikke lagen kit op hun plaats worden gehouden. Alles wordt gesopt en nog eens gesopt en na elke sopbeurt gaan er frisse schone kranten op om de boel te laten drogen. En alles vergezeld van een blijde lach.
De vrouwen bewonen zo te zien zelf één kamer en verhuren de andere vijf van het appartement. De deur van die van ons is bijna zacht van ouderdom. Uit respect durven we hem alleen heel voorzichtig open en dicht te doen. De deur naar het balkonnetje is nog een slagje verder heen, dus die laten we liever maar gewoon open staan. Voor het balkon hangt bij wijze van zonwering een houten rolluik, dat je aan een paar wankele touwtjes over het gietijzeren hekje kunt werpen als het te heet dreigt te worden. Binnen worden de muren bij elkaar gehouden door het behang, dat bol staat van de vele verflagen. Aan het plafond bengelt een kaal peertje. De spijker die hem steun verleent, steekt dwars door de stroomdraad, die vandaar in vrije val naar het hoofdeinde van het bed gaat, met een bungelde schakelaar als bekroning. Aan wil de lamp daar overigens niet mee. ‘Ah muchos años’ roept de moeder, begeleid door een lach die je overal genoegen mee laat nemen, wanneer we ernaar vragen. Overigens krijgt ze hem evengoed aan de praat. Na lang heen en weer klikken tussen deze en een andere schakelaar naast de deur, vindt ze zowaar de mysterieuze combinatie. ‘Muchos años’, zegt ze nogmaals in het algemeen en om verdere onvolkomenheden vast in de juiste context te zetten. We knikken. ‘Muchos años’, antwoorden we op dezelfde vrolijke en tegelijk berustende toon die de vrouwen zo te zien als leidraad in het hotelierbestaan hebben genomen. En het is hier allemaal hartstikke schoon, constateren we, zeer tevreden.