Picos de Europa
Na een simpel tochtje van Santander naar Llanes laten we onszelf daar, aan een strandje in het dorp, rood verbranden en bekronen deze kennismaking met Asturië met een fles troebel ogende cider. Drank én manier van serveren behoren tot de specialiteit van de streek. De drank is van appelen en gist nog een beetje na terwijl hij in de fles zit. Serveren is voorbehouden aan de ober. Als klant wacht je af tot hij komt, de fles hoog boven zijn hoofd houdt, het glas vrijwel horizontaal op kruishoogte en dan kletteren maar. Kleren, grond, handen, alles geniet mee. Het resultaat is een schuimend laagje appelwijn, dat je in één teug leeg moet drinken. Wat blijft staan, wordt bij de volgende ronde met een achteloos gebaar op de grond gesmeten. ‘Wat doet hij nou?’ kermde Janny toen het haar na enkele voorzichtige nipjes overkwam. Maar daarna viel het muntje en smeten we als echte Asturiërs onze restjes cider voor elkaars voeten.
De volgende dag maken we een tocht door de Picos de Europa. Minder steil dan de Alpen of de Pyreneën, maar juist daardoor met wegen die uit een eindeloze serie korte bochtjes bestaan. Soms zo kort en zo dicht op elkaar, dat ik mezelf echt moet toeroepen om de boel in hoog tempo om te blijven gooien. Hup, hup. De racemonsters die we in Llanes de dag ervoor hun rondjes zagen grommen, komen we in de bergen niet meer tegen. Net zomin trouwens als veel andere weggebruikers, zodat mijn sluimerende oorlogsneiging richting donkerharige chauffeurs met witte nummerborden omslaat in een milde stemming voor alles wat Spaans is. Voor parkeerwachters in San Sebastian blijf ik een uitzondering maken.