Vilinius – Klaipéda: toch maar blijven
Litouwen blijkt zo mooi en de sfeer is zo vredig, dat we ons voornemen laten varen om er zo snel mogelijk doorheen te rijden naar Letland, waar onze verzekeringen weer gelden. In plaats daarvan steken we dwars over naar Klaipéda, een havenstadje aan de Oostzee, grenzend aan een landtong die vandaar doorloopt naar het Russische Kaliningrad en een grote lagune voor de kust vormt. Voor de ruim driehonderd kilometer daarheen, nemen we één van de weinige snelwegen die de Baltische Staten rijk zijn. Uit nieuwsgierigheid en om een beetje op te schieten. De snelweg is vrijwel volmaakt. Een stevig en bijna overal nieuw asfalttapijt, zoveel benzinestations, koffiehuizen en wegrestaurants als je maar wensen kunt en alles met zoveel enthousiasme aangelegd en bemand, dat je hier altijd wel rondjes zou willen rijden. Het lijkt of de Litouwers aan de bevrijding van de Russen na vijftig jaar overheersing, onderdrukking, moorden en deportaties, een energie ontlenen die ze in staat stelt tot een wederopbouw waar je zelfs als bezoeker enthousiast van wordt. Wat een mooi land. Glooiend, groen, stil en uiterst relaxed. Zo ook op en langs de snelweg. Eén van de vele lifters oppakken doe je door gewoon midden op de weg te stoppen en je deuren uitnodigend open te zwaaien. En wat is nou een mooiere locatie voor een wielertraining dan de vluchtstrook?
Klaipéda is een mooi stadje, maar we komen vooral voor de lagune en de landtong. Vanaf de parkeerplaats voor ons hotel, waar onze motorfietsen strak tegen het huisje van de hoogblonde beheerster aan staan, vertrekt een pont naar de overkant. Je kunt op de landtong, die aan de Litouwse kant zo’n veertig kilometer lang is, met de motor rijden, maar wij besluiten fietsen te huren, in het warme zand van de Oostzee te liggen en langs de weg gerookte vis te eten. Die avond blijkt geen laken zacht genoeg om onze rode ruggen te ontvangen.