14. Vrijdag 24 juli
10.34 uur
Ik rijd naar de BMW-garage om te vertellen dat ik er weer ben. Ik vraag of ze mijn kaartje hebben ontvangen, van de Noordkaap. ‘En dat met die koelvloeistof, dat is allemaal goed afgelopen’, zeg ik nog. ‘Gewoon, niks aan de hand.’ De monteur achter de balie knikt. ‘Dat is mooi’, zegt hij. Zijn collega van de verkoop mompelt nog iets van ‘flink eind, die Noordkaap’, en bladert wat in zijn papieren. Ze weten er geloof ik niet zo best raad mee. Ik ook niet, maar ik weet zo gauw niemand anders. Ik zou ze wel willen vertellen dat ik in mijn spiegels een zon heb gezien die gewoon weer omhoog ging. In plaats daarvan zeg ik gedag en stap weer op mijn motorfiets.
Thuis hang ik mijn slaapzak over het balkon te luchten. Elke ochtend meteen na het opstaan het dons in zijn hoes proppen heeft zo zijn gevolgen. Het ding stinkt als en oude dame op een zolderkamertje.
13.18 uur
Daarna loop ik door de stad. Een beetje verloren met mezelf. In de etalage van een juwelier zie ik een soort stationsklokje in horloge-uitvoering. Zilverkleurig, gemaakt van een matglanzend soort metaal. De band lijkt wel van geweven zilverdraad, als een maliënkolder. Maar het allermooiste is dat er een wekkertje in zit. Ik vind hem prachtig. Ik loop de winkel in en vraag of ik hem kan bekijken. Ik heb een prima horloge, dus is dit nergens voor nodig, maar ik kan het niet laten hem even vast te houden en te vragen om het wekkertje te demonstreren. De meneer van de winkel zet een dunne wijzer met een klein rood puntje op het juiste tijdstip, trekt een zilverkleurig knopje uit en door de winkel klinkt een vriendelijk piepje.
‘Ik heb eigenlijk geen horloge nodig’, probeer ik hem nog mijn dilemma te schetsen, maar de man haalt alleen maar even zijn schouders op. Alsof dat wat uit maakt. Hij heeft gelijk. ‘Ik doe het’, zeg ik. ‘En ik wil hem graag meteen om.’ Hij stelt het bandje op maat.
Voor ik hem om doe, laat ik mijn oude horloge in een papieren zakje glijden. Het was een dure. We hebben er ooit twee van gekocht, een damesmodel voor haar en een herenmodel voor mij. Om te laten zien dat we bij elkaar hoorden.
Ik doe het nieuwe horloge om mijn pols. De band sluit met een solide klik. Buiten kijk ik om de paar passen even hoe laat het is en hoe hij staat.
Prima.
Jos Lammers, 1998