3. Maandag 13 juli

 

7.35 uur

 

Zodra het parkeerdek van slot gaat, duw ik de ijzeren deur open. Met mijn tassen over mijn schouders wring ik me tussen de auto’s door. Waar stond dat ding nou toch in godsnaam ook alweer? Wanneer ik al begin te denken dat het personeel hem misschien helemaal weggesleept heeft, zie ik hem opeens. Rustig op zijn twee poten. Niets aan de hand. Nog geen krasje op de koffers of de kuip. Van dankbaarheid klop ik hem op zijn zadel en op de flanken van de tank. Mijn goeie ouwe K.

 

Wanneer ik bezig ben de tassen vast te binden, arriveren de Hell’s Angels. Blij vertel ik tegen degene die mij gisteren advies gaf dat het gelukkig goed is afgelopen. En dat ik geen oog dicht gedaan heb vanwege alle nare gedachten. ‘Had ik ook de eerste keer’, zegt hij en slaat me bemoedigend op mijn schouder. Dan trekt hij zijn rafeljackie met doodskop over zijn leren motorpak en begint zijn bagage op te laden. ‘Weet je de weg in Bergen?’ vraagt hij nog. ‘Niet echt’, zeg ik en laat hem op mijn kaart zien waar ik naartoe wil. Richting Førde en Ålesund. ‘Follow us’, biedt hij aan.

 

Zo rijd ik, wanneer de klep van de boot opengaat, in een peloton Hell’s Angels Noorwegen binnen. Tussen de doodshoofden, ‘very loud pipes’ en wapperende haren gaat het over gladde, natgeregende keien en hobbelig asfalt. Niet echt hard, maar met zoveel lawaai is het al gauw indrukwekkend. Soms zou ik altijd wel zo willen rijden. Met een doodshoofd op je rug, een uitlaat die pijn doet aan je oren. En schijt aan de wereld. Na een paar straten komt mijn adviseur naast me rijden, wijst op een bord met Førde en Ålesund en steekt zijn duim op. We zwaaien naar elkaar en ik neem de afslag. Vrijwel meteen daarna ben ik de stad uit. Gas. Bergen schijnt een prachtige stad te zijn, zeggen ze. Maar ik ben gekomen om te rijden.

 

10.04 uur

 

Voor ik het in de gaten had ben ik, zo’n honderd kilometer ten noorden van Bergen, een veerpont opgereden. Volgens een vriendelijke, geüniformeerde dame die vanuit een leren tas zoals onze melkboer vroeger had een kaartje verkoopt, varen we naar Lavik. De weg hier naartoe was precies wat je als motorrijder graag wilt hebben. Heerlijk deinende bochten die scherp genoeg zijn om je flink in actie te houden, maar die wel mooi zichtbaar voor je liggen. Flinke snelheden maken is geen enkel probleem, behalve dat de Noren daar anders over denken. Overal staan borden met ‘90’ en de schaarse weggebruiker die ik tegenkom houdt zich daar stipt aan. De enige keren dat ik snap waarom, is wanneer ik de eerste tunnel binnenrijd. Gelukkig ben ik gewaarschuwd. Ze zijn lang, koud, donker, glibberig van het vocht en om het allemaal nog lastiger te maken voorzien van gemene bochten. Bij voorkeur net na het binnenrijden, wanneer ik nog driftig met mijn ogen zit te knipperen om te begrijpen wat me overkomt.

 

Een kilometer of vijftig boven Bergen heb ik op een verlaten marktpleintje Noorse kronen uit een geldautomaat gehaald. De giromaatpas leverde vlot. Zo toegankelijk is de verlatenheid. Of dat zo blijft, weet ik niet, dus heb ik voor de zekerheid maar een flink bedrag ingetikt.

 

10.24 uur

 

Net voorbij Lavik koop ik voor de eerste keer benzine. Ik doe er lang over, uit enthousiasme. Dit is prachtig. Wij denken iets te begrijpen van full service-benzinestations, waar ijverige benzinepomphouders broodjes en blote blaadjes verkopen, hier lijkt de hele redenering omgedraaid. Alles is hier. Brood, frisdrank, sokken, wc papier, horloges, grasmaaimachines, kruiwagens. Benzine? Ja, natuurlijk, waarom niet. Ik zoek vergeefs naar koffie, maar geen punt. De mevrouw die dit centrum van het plaatselijk leven beheert, heeft het al begrepen. ‘Kaffe?’ ‘Tak’, zeg ik en knik heftig. Ze verdwijnt door van die plastic slierten die bij ons alleen nog wel eens voor de ingang van een caravan hangen en komt even later terug met een kop koffie. ‘Bulle?’ vraagt ze. Ik weet niet wat het is, maar neem de gok en zit even later buiten aan een houten tafel koffie te drinken en een soort zachte krentenbol te eten. Een paar meter verder gaat het land tientallen meters de diepte in. Daarbeneden kabbelt de zee en wiegen houten vissersbootjes zachtjes op het diepblauwe water. Misschien moeten ze me hier maar gewoon zo laten.

 

14.32 uur

 

Na Lavik wordt de weg beduidend steiler en smaller. Veel verkeer is er niet, maar evengoed moet ik denken aan het verhaal van mijn broer, die hier vorig jaar op zijn motor met zijspan reed. Mooi weer, prachtige wegen, tot zo’n avontuurlijke Noor in zijn 4 wheel-drive met rollend vakantiehuis erachter hem tegemoet kwam. Toen ze nog maar een meter of vijftig van elkaar verwijderd waren, begon het ding opeens heftig te slingeren, van de ene berm naar de andere. Afgelopen, dacht hij. Gelukkig, alleen de wind zoefde langs zijn helm en hij leeft. Maar toch.

 

Voor ik vertrok heb ik uitgerekend dat ik iedere dag na de oversteek met de boot een kilometer of zeshonderd moet doen, wil ik het halen. Maar hier in de bergen valt dat niet mee. En die veerponten telkens helpen ook niet echt.

 

19.58 uur

 

Het is begin van de avond geworden en ik zit te wachten op de zoveelste oversteek over zo’n onwerkelijk mooi fjord. Ik ben moe en wil niet meer. Het stomme ding vaart pas over een half uur, maar wat het ergste is: ik wil helemaal niet varen. Ik wil slapen. De afgelopen nacht is daar niets van gekomen en het laatste uur werd me dat opeens bijzonder duidelijk. Overal had ik wel willen stoppen, maar sinds dat verlangen acuut werd, heeft zich geen camping meer aangediend. Uiteindelijk ben ik om een uur of zeven maar iets gaan eten.

 

Waar ik ook stop, staan worstjes op het menu, dat maakt het makkelijk. De enige vraag die overblijft is of je je ‘pølse’ gekookt wilt hebben, gegrild of met een lapje spek er omheen. Tijdens het eten belde ik naar Arnoud. Het alleen thuis zijn schijnt hem in het geheel niet te deren. Voor hem is het ook een gewone maandagavond, besefte ik, of eerder een gewone maandag, zo net na het opstaan. Van Mirjam en Michiel nog geen teken van leven.

 

Toen ik met wat moeite weer op de motor klom, kwam een bemoedigend lachende Noor me vertellen dat hij ook BMW reed. Een boxer, ‘maar mijn broer heeft een K’, haastte hij te zeggen. Er was ook een camping niet al te ver weg, vertelde hij, toen ik vroeg waar ik hier kon slapen. Even verderop langs de weg stonden inderdaad bordjes, maar ze verwezen naar huisjes en een kampeergelegenheid zo’n vijf kilometer van de doorgaande route. Ik heb daar van tevoren geen plan over gemaakt, maar wist meteen dat ik dat niet wilde. Te ver. Ik ben hier om ergens te komen en slapen doe ik langs de weg, niet vijf kilometer verderop. Doorrijden dus, tot de volgende veerboot.

 

Tijdens het wachten daarop dreig ik de moed te verliezen. Toen ik hier een kwartier geleden kwam, moest ik diep nadenken om geen fouten te maken bij het parkeren van de motor en die boot wil ik helemaal niet meer op. Ik wil een bed. En een douche. En bier, wat het ook kost. Ik zit op de veranda van een ‘kiosk’, een houten winkeltje dat bij de meeste aanlegplaatsen van de ponten staat. Op een paar vierkante meter worden daar ijsjes, frisdrank, een halfje bruin, stripboeken, rijst, macaroni, ansichtkaarten, bevroren vlees, T-shirts, koffie en nog veel meer verkocht. En je kunt er ook naar de wc.

 

Overigens is het uitzicht overweldigend. Groenblauw water kabbelt tegen een flauw oplopende kade, meteen daarachter rijzen de bergen in ijle stilte de lucht in. Het is prachtig. Maar ik ben te uitgeput om er iets aan te vinden. Ik wil geen fjorden met ponten meer. Ik besluit mijn ellende in mijn notitieboekje te schrijven en die klote-, tyfus-, teringpont over dat stomme kutfjord verrot te schelden op papier.

 

Het helpt en wanneer ik klaar ben legt hij aan om me naar de overkant te brengen.

 

21.46 uur

 

Ruim anderhalf uur later zit ik prinsheerlijk voor mijn tentje met een grote pul bier. Kosten: ongeveer vijftien gulden, maar de campings kostte nog geen tientje dus ik doe er verder niet moeilijk over. Net aan de overkant van het water lag, zonder aankondiging, opeens de perfecte camping op me te wachten. Een soort achtertuin van het plaatselijke dorpscafé, met een heerlijke douche en een vriendelijke dame die zo’n beetje met haar handen wapperde op mijn vraag waar ik mijn tentje neer kon zetten. ‘Wherever.’

 

Een groepje Duitse motorrijders fluit bewonderend wanneer ze horen vanwaar ik vanmorgen vertrokken ben. Mijn gebaren worden meteen iets breder en een tweede biertje lust ik ook nog wel. Ondertussen beginnen de plaatselijke pubers op het terras op een gitaar te rammen en iets heel smartelijks te zingen. Maar wat zal het ook allemaal. Het is warm, het is licht en dat zal zo blijven. ‘Slapen doen we van de winter wel weer’, zegt de mevrouw achter de bar, terwijl ze me een lieve lach en ruim zicht in haar T-shirtje geeft.

 

Vrijen was het eerste dat afviel tussen ons. Zelfs nog voor ze met haar laconieke mededelingen kwam. We sliepen nog wel gewoon in hetzelfde bed. Een lichaam naast me waar ik de warmte van kon voelen. Ronde vormen onder het zachte dons. Maar het ijzig onthaal bij elke aanraking, liet slechts de muur over om naar te staren.

 

Ik slenter terug naar mijn tentje en kruip met mijn kleren aan in de slaapzak. Wel zo makkelijk voor morgenochtend.

Mooi motorverhalen
titlepage.xhtml
mooiemotorverhalen_split_000.htm
mooiemotorverhalen_split_001.htm
mooiemotorverhalen_split_002.htm
mooiemotorverhalen_split_003.htm
mooiemotorverhalen_split_004.htm
mooiemotorverhalen_split_005.htm
mooiemotorverhalen_split_006.htm
mooiemotorverhalen_split_007.htm
mooiemotorverhalen_split_008.htm
mooiemotorverhalen_split_009.htm
mooiemotorverhalen_split_010.htm
mooiemotorverhalen_split_011.htm
mooiemotorverhalen_split_012.htm
mooiemotorverhalen_split_013.htm
mooiemotorverhalen_split_014.htm
mooiemotorverhalen_split_015.htm
mooiemotorverhalen_split_016.htm
mooiemotorverhalen_split_017.htm
mooiemotorverhalen_split_018.htm
mooiemotorverhalen_split_019.htm
mooiemotorverhalen_split_020.htm
mooiemotorverhalen_split_021.htm
mooiemotorverhalen_split_022.htm
mooiemotorverhalen_split_023.htm
mooiemotorverhalen_split_024.htm
mooiemotorverhalen_split_025.htm
mooiemotorverhalen_split_026.htm
mooiemotorverhalen_split_027.htm
mooiemotorverhalen_split_028.htm
mooiemotorverhalen_split_029.htm
mooiemotorverhalen_split_030.htm
mooiemotorverhalen_split_031.htm
mooiemotorverhalen_split_032.htm
mooiemotorverhalen_split_033.htm
mooiemotorverhalen_split_034.htm
mooiemotorverhalen_split_035.htm
mooiemotorverhalen_split_036.htm
mooiemotorverhalen_split_037.htm
mooiemotorverhalen_split_038.htm
mooiemotorverhalen_split_039.htm
mooiemotorverhalen_split_040.htm
mooiemotorverhalen_split_041.htm
mooiemotorverhalen_split_042.htm
mooiemotorverhalen_split_043.htm
mooiemotorverhalen_split_044.htm
mooiemotorverhalen_split_045.htm
mooiemotorverhalen_split_046.htm
mooiemotorverhalen_split_047.htm
mooiemotorverhalen_split_048.htm
mooiemotorverhalen_split_049.htm
mooiemotorverhalen_split_050.htm
mooiemotorverhalen_split_051.htm
mooiemotorverhalen_split_052.htm
mooiemotorverhalen_split_053.htm
mooiemotorverhalen_split_054.htm
mooiemotorverhalen_split_055.htm
mooiemotorverhalen_split_056.htm
mooiemotorverhalen_split_057.htm
mooiemotorverhalen_split_058.htm
mooiemotorverhalen_split_059.htm
mooiemotorverhalen_split_060.htm
mooiemotorverhalen_split_061.htm
mooiemotorverhalen_split_062.htm
mooiemotorverhalen_split_063.htm
mooiemotorverhalen_split_064.htm
mooiemotorverhalen_split_065.htm
mooiemotorverhalen_split_066.htm