VLIEGTUIGEN ALS RIBBENKASTEN

Toen ze bij pagina drie was aangekomen, begon haar hand pijn te doen.

Wat zijn woorden zwaar, dacht ze, maar in de loop van de nacht slaagde ze erin elf pagina’s te voltooien.

PAGINA 1
Ik probeer er niet aan te denken,
maar ik weet dat dit allemaal is begonnen

met de trein en de sneeuw en mijn hoestende

broertje. Die dag stal ik mijn eerste boek.

Het was een handboek voor het delven van

graven en ik stal het toen ik op weg was

naar de Himmelstraat…

Ze viel daar beneden in slaap, op een bed van afdeklakens, terwijl het papier op het grote verfblik omkrulde aan de randen. ’s Ochtends stond Mama boven haar, met een vragende blik in haar lichte ogen.

‘Liesel,’ zei ze, ‘wat doe jij hier in vredesnaam?’

‘Ik schrijf, Mama.’

‘Jezus, Maria en Jozef.’ Rosa stommelde de trap weer op. ‘Zorg dat je binnen vijf minuten boven bent, anders krijg je de emmerbehandeling. Verstehst?’

‘Ja, Mama.’

Elke nacht sloop Liesel weer naar de kelder. Het boekje hield ze te allen tijde bij zich. Ze zat uren te schrijven en probeerde elke nacht tien pagina’s van haar leven af te krijgen. Ze moest aan zoveel denken en er waren zoveel dingen die het gevaar liepen over het hoofd te worden gezien. Geduldig blijven, hield ze zichzelf voor, en met het groeiende aantal pagina’s werd ook haar schrijfhand steeds sterker. Ze kopieerde zelfs De Woordschudder en De Staande Man, waarbij ze de tekeningen overtrok en de woorden overschreef. Ze gaf zelfs de plekken aan waar Mein Kampf door de tekst heen kwam. De eerste schetsen die ze ooit in Max’ boek had gezien kwamen ook voorbij – omdat ze het verhaal precies zo wilde vertellen als zij het zich herinnerde.

Soms schreef ze over wat er in de kelder gebeurde terwijl ze zat te schrijven. Ze was net klaar met het moment waarop Papa haar op de kerktrappen een klap had gegeven en hoe zij samen hadden ‘ge-Heil Hitlerd’. Toen zij opkeek, was Hans Hubermann bezig zijn accordeon op te bergen. Hij had net een halfuur zitten spelen terwijl Liesel schreef.

PAGINA 42
Papa heeft vanavond bij me gezeten. Hij bracht
de accordeon mee en ging vlak bij de plek zitten waar

Max altijd zat. Ik kijk vaak naar zijn vingers en gezicht
wanneer hij speelt. De accordeon ademt. Er lopen lijnen
over zijn wangen. Ze lijken erop getekend en ik weet
niet waarom, maar wanneer ik ze zie heb ik zin om

te huilen. Niet van verdriet of trots. Ik houd gewoon

van de manier waarop ze bewegen en veranderen.

Soms heb ik het idee dat mijn Papa een accordeon is.

Wanneer hij naar me kijkt en glimlacht en ademt,
dan hoor ik de noten.

Na tien nachten van schrijven werd München weer gebombardeerd. Liesel was tot pagina 102 gekomen en lag in de kelder te slapen. Ze hoorde de koekoek en de sirenes niet en hield in haar slaap het boek tegen zich aan toen Papa haar wakker kwam maken. ‘Kom, Liesel.’ Ze nam De Boekendief en al haar andere boeken mee en daarna gingen ze Frau Holtzapfel halen.

PAGINA 175
Er dreef een boek in de rivier de Amper.
Een jongen sprong in het water, waadde er

achteraan en pakte het in zijn rechterhand.

Hij lachte. Hij stond tot aan zijn middel

in het ijskoude, decemberachtige water.

‘Wat dacht je van een kus, Saumensch?’ zei hij.

Toen op 2 oktober de volgende luchtaanval plaatsvond, was ze klaar. Er resteerden nog maar enkele tientallen blanco pagina’s en de boekendief was al begonnen met het doorlezen van wat zij had geschreven. Het boek bestond uit tien delen, die stuk voor stuk de titel hadden gekregen van boeken of verhalen en waarin werd beschreven hoe die haar leven hadden beïnvloed.

Ik vraag me vaak af op welke pagina ze was toen ik vijf nachten later in de druipregen door de Himmelstraat liep. Ik vraag me af wat ze zat te lezen toen de eerste bom uit de ribbenkast van een vliegtuig viel.

Persoonlijk stel ik me graag voor hoe zij even naar de muur kijkt, naar Max Vandenburgs touw van wolken, zijn druipende zon en de figuren die er naartoe lopen. Dan kijkt ze naar de moeizame pogingen van haar in verf geschreven spelling. Ik zie de Führer de keldertrap afkomen met zijn aan elkaar geknoopte bokshandschoenen nonchalant om zijn nek gehangen. En de boekendief leest, en leest nogmaals en nogmaals haar laatste zin, uren achtereen.

DE BOEKENDIEF – LAATSTE REGEL
Ik heb de woorden gehaat en
ik heb van ze gehouden, en ik
hoop dat ik ze recht heb gedaan.

Buiten gierde de wereld. De regen was bezoedeld.