BLADZIJDEN UIT DE KELDER
Een week lang werd Liesel met vereende krachten uit de kelder weggehouden. Het waren Papa en Mama die ervoor zorgden dat Max zijn eten kreeg.
‘Nee, Saumensch,’ zei Mama elke keer dat zij aanbood het te doen. Ze had telkens weer een nieuw excuus. ‘Waarom laat je voor de verandering hier je handen niet eens wapperen? Je kunt de strijk voor me afmaken. Denk je dat het zo bijzonder is om ermee door de stad te wandelen? Probeer het maar eens te strijken!’ Met zo’n sarcastische reputatie als de hare kon zij zich allerlei leuke achterbakse dingetjes veroorloven. Het werkte.
Gedurende die week had Max een aantal bladzijden uit Mein Kampf gesneden en overgeschilderd met witte verf. Vervolgens had hij ze met knijpers aan een eindje touw gehangen, van de ene kant van de kelder naar de andere. Toen ze allemaal droog waren, begon het moeilijke werk. Hij had behoorlijk onderwijs genoten, maar hij was bepaald geen schrijver en ook geen kunstenaar. Desondanks formuleerde hij de woorden net zo lang in zijn hoofd tot hij ze foutloos kon opzeggen. Pas toen begon hij, op het papier dat onder de spanning van de opdrogende verf helemaal bobbelig was geworden, het verhaal op te schrijven. Dat deed hij met een klein, zwart penseel.
De Staande Man
Hij had uitgerekend dat hij dertien pagina’s nodig zou hebben, dus verfde hij er veertig, omdat hij op z’n minst twee keer zoveel mislukkingen als successen verwachtte. Oefenen deed hij op de pagina’s van de Molchinger Zeitung, waarop hij zijn primitieve, stuntelige tekeningen verbeterde tot een niveau dat hij acceptabel vond. Tijdens het werken hoorde hij de gefluisterde woorden van een meisje. ‘Het lijkt wel,’ zei ze keer op keer tegen hem, ‘alsof hij veren heeft.’
Toen hij klaar was, gebruikte hij een mes om gaatjes in de bladzijden te prikken en ze met een touwtje aan elkaar te binden. Het resultaat was een dertien pagina’s lang boekje en dat ging als volgt:













Toen Liesel eind februari een keer ’s ochtends in alle vroegte wakker werd, zag zij een gestalte haar slaapkamer binnenkomen. Het was net iets voor Max dat het een zo goed als geruisloze schaduw was.
Liesel tuurde in de duisternis en kon slechts heel vaag de man onderscheiden die naar haar toe kwam.
‘Hallo?’
Er kwam geen antwoord.
Ze hoorde niets dan de bijna-stilte van zijn voeten toen hij naar het bed toe kwam en de pagina’s op de grond legde, naast haar sokken. Het papier ritselde. Heel zachtjes. Een van de randjes krulde tegen de vloer.
‘Hallo?’
Ditmaal kwam er wel een reactie.
Ze kon niet precies bepalen waar de woorden vandaan kwamen. Het enige wat telde was dat ze haar bereikten. Ze kwamen aan en knielden naast haar bed.
‘Een laat verjaardagscadeau. Kijk morgenochtend maar. Welterusten.’
Ze lag nog een poosje zachtjes te doezelen en wist niet meer zeker of ze gedroomd had dat Max bij haar was geweest of niet.
Toen ze ’s ochtends wakker werd en zich omdraaide, zag ze de bladzijden op de grond liggen. Ze raapte ze op en luisterde naar het papier dat ruiste in haar vroege-ochtendhanden.
Mijn hele leven ben ik al bang voor mannen die dreigend boven mij staan…
Bij het omslaan maakten de pagina’s veel lawaai, een soort statisch geruis rond het geschreven verhaal.
Drie dagen, vertelden ze me… en wat zag ik toen ik wakker werd?
De uitgewiste pagina’s van Mein Kampf kokhalsden en stikten bijna onder de verf toen zij ze omsloeg.
Daardoor begrijp ik dat de beste staande man die ik ooit gekend heb…
Liesel las en bekeek Max Vandenburgs geschenk drie keer, en elke keer zag ze weer een andere penseelstreek of een ander woord. Toen ze het voor de derde keer had gelezen, klom ze zo zachtjes mogelijk uit haar bed en liep naar de kamer van Mama en Papa. Het plekje naast de haard was leeg.
Toen ze erover nadacht, realiseerde ze zich dat het eigenlijk wel heel passend was, of misschien zelfs beter – perfect – om hem te bedanken waar de pagina’s waren gemaakt.
Ze liep het trapje af naar de kelder. Ze zag een denkbeeldige ingelijste foto in de muur verdwijnen – een stilletjes glimlachend geheim.
Ook al was het maar een paar meter, het was een heel eind lopen naar de afdeklakens en de verzameling verfblikken die Max Vandenburg aan het zicht onttrokken. Ze haalde de lakens die het dichtst bij de muur lagen weg totdat er een kleine opening ontstond om naar binnen te kijken.
Het eerste wat ze van hem zag was zijn schouder en door de smalle opening schoof ze langzaam en pijnlijk haar hand naar binnen tot hij daar rustte. Zijn kleren voelden koel aan. Hij werd niet wakker.
Ze voelde zijn ademhaling en hoe zijn schouder nauwelijks merkbaar op en neer ging. Ze bleef even naar hem kijken. Toen ging ze zitten en leunde met haar rug tegen de muur.
Slaperige lucht leek haar te hebben gevolgd.
De geschilderde oefenwoorden stonden prachtig op de muur bij de trap, houterig en kinderlijk en lief. Ze keken toe hoe de verborgen jood en het meisje sliepen, hand op schouder.
Ze ademden.
Duitse en joodse longen.
Bij de muur lag De Staande Man verstomd en tevreden, als een prachtige kriebeling aan Liesel Memingers voeten.