HET JESSE OWENS-INCIDENT
In Liesels herinnering leek het alsof ze zelf getuige was geweest van Rudy’s kinderlijke schanddaad. op de een of andere manier zag ze zichzelf altijd tussen zijn denkbeeldige publiek zitten. Misschien vond ze het gewoon een leuk idee: een zwartgeverfde jongen die over het gras rende.
Het was 1936. De Olympische Spelen. Hitlers spelen.
Jesse Owens had zojuist de 4x100 meter estafette afgelegd en zijn vierde gouden medaille gewonnen. Beweringen dat hij geen mens was omdat hij zwart was en Hitlers weigering hem een hand te geven gingen de hele wereld over. Zelfs de meest racistische Duitsers stonden versteld van de prestaties van Owens en berichten over zijn wapenfeiten glipten tussen de mazen door. Niemand was echter meer onder de indruk dan Rudy Steiner.
Zijn hele familie zat bij elkaar in de woonkamer toen hij naar de keuken glipte. Hij haalde wat houtskool uit het fornuis en klemde het in zijn kleine handen. ‘Zo,’ zei hij glimlachend. Hij was er klaar voor.
Hij smeerde de houtskool er lekker dik op, net zolang totdat hij helemaal zwart was. Zelfs zijn haar kreeg een beurt.
De jongen grijnsde bijna maniakaal naar zijn weerspiegeling in het raam en in zijn korte broek en hemdje, pikte hij stilletjes de fiets van zijn oudere broer en fietste de straat uit, op weg naar de Hubertbaan. In een van zijn zakken had hij een paar extra stukjes houtskool gestopt, voor het geval hij zijn kleur later nog wat moest bijwerken.
In Liesels gedachten was de maan die avond in de hemel genaaid. De wolken waren er omheen gestikt.
De roestige fiets kwam krakend tot stilstand bij de afrastering van de Hubertbaan en Rudy klom er overheen. Hij belandde aan de andere kant op de grond en draafde met slungelige benen naar het begin van de honderd meter. Enthousiast voerde hij een onhandige serie rek- en strekoefeningen uit. Hij groef startkuilen in de aarde.
In afwachting van zijn moment, liep hij wat rond en concentreerde zich onder de duisternishemel, terwijl de maan en de wolken gespannen toekeken.
‘Owens ziet er goed uit,’ begon hij zijn commentaar. ‘Dit zou wel eens zijn grootste overwinning aller tijden kunnen worden…’
Hij schudde de denkbeeldige handen van de andere atleten en wenste hun succes, ook al wist hij het al. Zij maakten geen schijn van kans.
De starter gaf hun een teken naar voren te komen. Een menigte verzamelde zich rond elke vierkante centimeter van de Hubertbaan. Ze riepen allemaal hetzelfde. Ze scandeerden Rudy Steiners naam – en zijn naam was Jesse Owens.
Toen werd het stil.
Zijn blote voeten groeven zich vast in de aarde. Hij voelde het tussen zijn tenen.
Op verzoek van de starter kwam hij omhoog vanuit zijn knielende houding – en het pistool knalde een gat in de nacht.
Het eerste deel van de wedstrijd ging het behoorlijk gelijk op, maar het was slechts een kwestie van tijd voordat de roetzwarte Jesse Owens zich losmaakte van de rest en er als een speer vandoor ging.
‘Owens op kop,’ riep de schelle jongensstem terwijl hij over het lege rechte stuk rende, regelrecht op het daverende applaus van Olympische glorie af. Hij voelde zelfs het lint tegen zijn borst in tweeën breken toen hij er als eerste doorheen stormde. De snelste man ter wereld.
Het ging pas mis tijdens zijn overwinningsrondje. Aan de finishlijn stond, tussen de menigte zijn vader, als een soort boeman. Dat wil zeggen, een boeman in een pak. (Zoals gezegd, was Rudy’s vader kleermaker. Hij werd slechts zelden zonder pak en stropdas in het openbaar gezien. Bij deze gelegenheid was het alleen maar een pak en een gekreukt overhemd.)
‘Was ist los?’ zei hij tegen zijn zoon toen die in al zijn houtskoolglorie voor hem stond. ‘Wat is hier verdomme aan de hand?’ De menigte verdween. Er stak een briesje op. ‘Ik zat in mijn stoel te slapen toen Kurt opeens merkte dat jij weg was. Iedereen loopt je te zoeken.’
Onder normale omstandigheden was meneer Steiner een opmerkelijk beleefd man. Op een zomeravond een van zijn kinderen pikzwart ingesmeerd met houtskool aantreffen was echter niet iets wat hij tot normale omstandigheden rekende. ‘Die jongen is gek,’ mompelde hij, hoewel hij moest toegeven dat je zoiets met zes kinderen ergens wel kon verwachten. Daar moest toch minstens één rotte appel bij zitten. Op dit moment stond hij er, in afwachting van een verklaring, naar te kijken. ‘Nou?’
Rudy hijgde, bukte zich en zette zijn handen op zijn knieën. ‘Ik was Jesse Owens,’ antwoordde hij, alsof het de normaalste zaak van de wereld was om dat te zijn. Er klonk zelfs iets onuitgesprokens in zijn toon dat zei: ‘Dat zie je toch?’ Die toon verdween echter toen hij het gebrek aan slaap zag dat onder zijn vaders ogen was uitgekerfd.
‘Jesse Owens?’ Meneer Steiner was het type man dat van hout leek. Zijn stem was kantig en ruw. Zijn lichaam was groot en zwaar, als een eik. Zijn haar leek op splinters. ‘Wat bedoel je?’
‘U weet wel, Papa, Zwarte Magie.’
‘Ik zal jou eens wat zwarte magie geven.’ Hij greep het oor van zijn zoon tussen duim en wijsvinger.
Rudy’s gezicht vertrok. ‘Au, dat doet echt pijn.’
‘O ja?’ Zijn vader maakte zich meer zorgen om het vochtige gevoel van houtskool aan zijn vingers. Hij heeft alles ingesmeerd, dacht hij. Allemachtig, het zit zelfs in zijn oorschelpen. ‘Kom op.’
Op weg naar huis besloot meneer Steiner toch maar eens met de jongen over politiek te praten, voor zover dat mogelijk was. Pas in de jaren die hierop volgden zou Rudy alles gaan begrijpen – wanneer het te laat was om nog de moeite te nemen er ook maar iets van te begrijpen.
DE TEGENSTRIJDIGE
POLITIEKE IDEEËN
VAN ALEX STEINER
Punt Een: Hij was lid van de
nazipartij, maar hij was
geen jodenhater – hij haatte helemaal niemand.
Punt Twee: Stiekem echter, kon hij een gevoel
van
opluchting (of nog erger – blijdschap!) niet
onderdrukken
wanneer joodse winkeliers hun winkels moesten sluiten
– volgens de propaganda was het namelijk slechts
een kwestie van tijd voordat een plaag van joodse
kleermakers al zijn klanten zou stelen.
Punt Drie: Maar betekende dit dat zij helemaal
verdreven moesten worden?
Punt Vier: Zijn gezin. Vanzelfsprekend moest hij
alles
doen wat in zijn vermogen lag om voor hen te zorgen.
Als dat betekende dat hij lid moest zijn van de Partij, dan
betekende dat dat hij lid moest zijn van de Partij.
Punt Vijf: Ergens, heel diep in zijn hart, voelde
hij wel
iets kriebelen, maar hij waakte ervoor eraan te krabbelen.
Hij was veel te bang voor wat er misschien uit zou
komen.
Ze liepen een paar hoeken om en de Himmelstraat in, en Alex zei: ‘Jongen, je kunt jezelf niet zomaar zwart gaan lopen verven, begrepen?’
Rudy luisterde aandachtig en begreep er niets van. De maan was nu helemaal los, vrij om te bewegen en te stijgen en te vallen en op het gezicht van de jongen te druipen, zodat hij er mooi donker uitzag, net als zijn gedachten. ‘Waarom niet, Papa?’
‘Omdat ze je dan meenemen.’
‘Waarom dan?’
‘Omdat je niet zoals zwarte of joodse mensen moet willen zijn, of wie dan ook die… anders is dan wij.’
‘Wie zijn joodse mensen?’
‘Je kent toch mijn oudste klant, meneer Kaufmann? Bij wie we jouw schoenen hebben gekocht?’
‘Ja.’
‘Nou, hij is joods.’
‘Dat wist ik niet. Moet je betalen om joods te zijn? Heb je er een vergunning voor nodig?’
‘Nee, Rudy.’ Met één hand stuurde meneer Steiner de fiets en met de andere Rudy. Het kostte hem moeite het gesprek te sturen. Hij hield nog steeds het oorlelletje van zijn zoon tussen zijn vingers. Hij was het helemaal vergeten. ‘Het is net als Duits zijn, of katholiek.’
‘O. Is Jesse Owens katholiek?’
‘Dat weet ik niet!’ Op dat moment struikelde hij over een fietspedaal en liet het oor los.
Ze liepen een tijdje zwijgend verder, totdat Rudy zei: ‘Ik zou alleen zo graag op Jesse Owens willen lijken, Papa.’
Ditmaal legde meneer Steiner zijn hand op Rudy’s hoofd en legde uit: ‘Ik weet het, jongen – maar jij hebt prachtig blond haar en grote, veilige blauwe ogen. Daar moet je juist blij mee zijn, is dat duidelijk?’
Maar er was helemaal niets duidelijk.
Rudy begreep er niets van en die avond was nog maar het begin van wat er komen ging. Tweeëneenhalf jaar later werd de Kaufmann Schoenenwinkel verpulverd tot gebroken glas en werden alle schoenen in hun dozen in een vrachtwagen gegooid.