Heilig brood

‘Dat kun je niet maken!’ Mohammad zei het op een toon die ik nog niet eerder van hem had gehoord. Was hij verbijsterd (vanwege mijn domheid), verbaasd (vanwege mijn roekeloosheid), of geschokt (vanwege mijn onverschilligheid)? Ik wist het echt niet. Het was duidelijk bedoeld als standje… maar ik had niets gedaan.

We zaten bij de Schatkamer het brood en de tomaten die ik als middagmaal had meegebracht te eten. Om zo veel mogelijk te genieten van de zon die in deze tijd van het jaar maar zo kort op het voorterrein scheen, hadden we zijn snuisterijen opzij geschoven en zaten we met bungelende benen boven op de houten tafel.

‘Dat is haraam!’ Mohammad sprong op en bukte zich om de korsten taaboon op te rapen die ik net had weggegooid. Ze waren te verbrand om te kunnen eten. ‘Dat kun je niet zomaar op de grond gooien!’

‘Waarom niet? Jullie gooien je troep altijd op de grond. Mijn korsten worden in ieder geval nog opgegeten door de geiten, dat kan ik niet zeggen van dat sardineblikje of die bananenschil.’ Die lagen naast de broodkorsten die ik daar net had neergegooid, maar hij maakte geen aanstalten dat afval ook op te ruimen.

‘Maar dit is brood!’

Hij liet een korte stilte vallen om te betekenis van die opmerking tot me door te laten dringen, maar toen dat niet gebeurde legde hij uit: ‘Brood is ne’ma min Allah, voorzienigheid van God, en dat vertrappen we niet.’ (Het was dus verbijstering over mijn domheid geweest.) Hij schoof de korsten onder de dichtstbijzijnde struik waar alleen een stropende geit erbij zou kunnen.

Ondanks gebrek aan koelmogelijkheden werd er maar weinig eten verspild. Als Umm Laafi fatteh gemaakt had en er bleef nog over, zelfs nadat Abdallah een flinke portie op de rots had gelegd voor zijn schurftige hond, legde ze het in een kom die ze voor ‘het giftige sterrenlicht’ afdekte met een deksel van een glazen pot of een suikerzak, en stuurde ze Laafi ermee door de vallei naar ons. Ik bewaarde het in het raam om de volgende ochtend te serveren als feestelijk ontbijt: bedoeïense gebakken aardappelen of bonen.