38
‘The Hollows is een klotegat,’ schreef Willow in haar schrift, terwijl meneer Vance hun opstellen over A Separate Peace aan het uitdelen was. Ze keurde het amper een blik waardig toen hij het op haar tafeltje legde. Een negen natuurlijk.
‘Goed werk, Miss Graves.’ Ze keek naar hem op en hij glimlachte naar haar, net als vroeger. En ze glimlachte terug. Hij boog zich voorover en zei fluisterend, terwijl hij een tikje op haar schrift gaf: ‘Zo erg is het nu ook weer niet.’
De rest van de les besteedden ze aan het bespreken van de opstelvraag. Willow zei niets tot op het laatst, toen meneer Vance in haar richting keek.
‘Willow heeft een bijzonder goed opstel geschreven,’ zei hij. ‘Zou je je gedachten over de roman met ons willen delen? Je bent vandaag zo stil, dat is niets voor jou.’
Alle blikken vestigden zich op haar, zoals de laatste dagen vaker gebeurde. Iedereen leek te weten dat ze was weggelopen, in de Black River was gevallen en dat ze er door de politie uit was gevist. Ze dachten dat ze door Michael Holt achterna was gezeten. Eigenlijk beweerde alleen Jolie dat ze hem had gezien, dat ze daarom aan het gillen was geweest. Willow waagde dat te betwijfelen. Wat een feit was, was dat zij Jolie in de regen achterna waren gegaan om haar over te halen om mee terug te gaan naar de auto.
Er gingen geruchten dat Michael Holt aan Willow had opgebiecht dat hij zijn moeder had vermoord. Maar zij had hem helemaal niet gezien. Tegen de tijd dat haar moeder en meneer Ivy met haar bij de auto waren, was hij allang afgevoerd. Ze wisten allemaal dat zij degene was geweest die hem in het bos had zien graven. Om de een of andere reden werd ze niet meer belachelijk gemaakt en uitgelachen. Iedereen wilde met haar praten om te horen wat er die avond in het bos was gebeurd. Willow deed haar verhaal met plezier. Eindelijk had ze iets te vertellen wat iedereen schokte, wat opzienbarend was en geen leugen.
‘Ik denk dat Gene Fin met opzet die boom uit werkte,’ zei Willow. ‘Hij liet die tak zwiepen.’
‘Maar ze waren vrienden, dikke vrienden,’ zei meneer Vance.
‘Dat klopt. Maar soms doen we degenen van wie we houden pijn en dat doen we omdat er binnen in onszelf een diepe pijn zit,’ zei ze. ‘Dat hoeft niet eens met die ander te maken te hebben. Soms komt het alleen voort uit die lelijke, holle plek diep vanbinnen. En alles wat slecht is – boosheid, jaloezie, verdriet – houdt zich daar op.’
Meneer Vance luisterde zo aandachtig dat ze bijna ophield met praten. En iedereen keek maar naar haar.
‘Ga door,’ zei meneer Vance.
‘En soms trek je je daar terug, daar op die plek. En van daaruit zeg en doe je verschrikkelijke dingen, omdat alles wat goed en gelukkig en mooi is, lelijk lijkt en pijn doet. Je gaat om je heen slaan. En je wilt dat andere mensen ook pijn voelen. Vandaar dat je ze pijn doet, ook al hou je van ze.’
‘Dat zie je heel goed, Willow,’ zei meneer Vance.
Ze schokschouderde. ‘Het is maar een boek.’ Naar hem opkijkend zag ze een glimlach op zijn gezicht, maar ook verdriet. Zij voelde zich ook verdrietig. Hij was een van de mensen die ze pijn had gedaan en nu konden ze geen vrienden meer zijn, niet meer zoals ervoor.
‘Verhalen zijn het leven, Miss Graves,’ zei hij. Ze had hem dat al tig keer horen zeggen. Nu pas begreep ze wat hij bedoelde.
Na de les stond Cole haar in de gang op te wachten. Hij nam haar rugzak over en liep met haar naar haar locker. ‘Hoe was de les?’ vroeg hij.
Ze hield haar opstel omhoog.
‘Bolleboos,’ zei hij. Hij boog zich naar haar toe om haar een kus op haar wang te geven. ‘Wil je een lift?’
‘Dat moet ik mijn moeder vragen,’ zei ze. Ze rolde met haar ogen.
‘Bel maar,’ zei hij. ‘Ik wacht wel.’
‘Hoe was het vandaag?’ vroeg ze hem.
Hij haalde zijn schouders op en keek naar zijn voeten. ‘Best, hoor.’ Hij was geen prater.
Het was zijn eerste dag op school sinds die avond in het bos. Zijn vader was gearresteerd voor verduistering of iets dergelijks. Cole was weer ver-enigd met zijn moeder. Ze waren bij zijn stiefmoeder en zijn halfbroertje en -zusje ingetrokken. Veel gekker kon het niet, vond Willow. Ze probeerde zich voor te stellen dat zij en haar moeder bij Brenda de stripper zouden gaan inwonen. Dat zou écht niet kunnen. Maar Cole leek er gelukkig mee. Zijn moeder moest toch ergens wonen en hij wilde in The Hollows blijven, in de buurt van Claire en Cameron – en van Willow. Voorlopig was het een goede oplossing. Als zijn moeder een goede baan vond, konden ze zelf iets zoeken.
‘Cole vraagt of hij me een lift naar huis mag geven,’ zei ze toen ze haar moeder had bereikt. De drukte in de gang nam af, want iedereen was op weg naar de bussen. Ze liepen zelf ook naar de deur, voor het geval haar moeder nee zou zeggen.
‘Willow.’
‘We komen rechtstreeks naar huis.’
Willow was ervan overtuigd geweest dat ze na de gebeurtenissen in het bos levenslang huisarrest zou krijgen. Maar ze waren de hele nacht opgebleven om te praten. Ze hadden het gehad over zaken waarover ze nog nooit hadden doorgepraat, zoals over de eerste keer dat Willow was weggelopen, in New York, over de leugens die ze had verzonnen waarmee ze haar vriendinnen van zich had vervreemd, over hoe alleen en hoe schuldig ze zich had gevoeld nadat Bethany van Richard was gescheiden. Ze had alleen maar willen verdwijnen, niet dood gewild, geen einde aan haar leven willen maken. Ze had in het niets willen oplossen, onzichtbaar willen worden. Het was moeilijk uit te leggen geweest, maar haar moeder had welwillend geluisterd en leek het te begrijpen.
Toen Willow Jolie in de regen achterna was gegaan, was ze uitgegleden en in het water gevallen. Na de schok van de kou was ze in paniek geraakt. Toen het water haar bij Cole en Jolie had weggesleurd, die haar tussen de bomen door rennend hadden gevolgd maar niet hadden kunnen bijhouden, had ze om haar moeder geroepen. In haar angst had ze geloofd dat haar moeder haar altijd kon horen als ze riep en altijd naar haar toe zou snellen; dat haar moeder net zo was als de moeder uit haar lievelingsverhaal. Ze besefte dat ze dat had geloofd omdat het ook altijd zo was geweest: haar moeder was er altijd voor haar, ook al vroeg ze meneer Ivy te eten. Maar ze geloofde ook dat ze in de buurt van haar moeder moest blijven, anders zou die haar niet horen. Willow was te ver van haar afgedwaald en haar moeder had haar hulpgeroep niet kunnen horen.
Toen was haar voet klem komen te zitten en was ze onder water getrokken. Ze herinnerde zich weinig van wat er daarna was gebeurd, alleen dat ze, toen ze haar ogen weer opendeed, op de oever had gelegen en Jolie en Cole vol ontzetting naar haar had zien kijken, alsof ze dood was.
Ze had het allemaal aan haar moeder verteld. Haar moeder, heel ongewoon, was niet gaan huilen. En daarom, omdat ze er sterk genoeg voor leek, had Willow haar over het duistere, lege gevoel in haar binnenste verteld. Het gevoel dat haar had geholpen A Separate Peace te begrijpen. Ze had het gehad toen ze zo gemeen tegen haar moeder was geweest toen meneer Ivy bij hen was komen eten. Ze had er nog nooit met iemand over gesproken.
De volgende dag waren ze samen naar dr. Cooper gegaan en hadden ze gepraat over wat er allemaal was gebeurd, over een betere manier om met elkaar om te gaan en over wat ze konden doen om elkaars vertrouwen terug te winnen. Huisarrest voor onbeperkte duur had niet op hun lijst van goede voornemens gestaan.
En nu probeerde ze meteen alweer onder een belofte uit te komen die ze haar moeder had gedaan: geen autoritjes met jongens.
‘Sorry,’ zei ze. ‘Ik neem de bus wel.’
‘Hij mag best hierheen komen,’ zei ze. ‘Dan gaan we koekjes bakken.’
Ze stond op het punt een bijdehante opmerking te maken over dat ze geen kleutertjes meer waren die niets leuker vonden dan koekjes bakken. Maar ze slikte haar woorden in, want ze was nog steeds dol op koekjes bakken.
‘Ik moet met de bus,’ zei ze tegen Cole. Ze stopte de telefoon terug in haar rugzak. ‘Maar je mag wel komen.’
Haar oude angst stak de kop op, dat hij haar maar een saaie piet zou vinden, dat hij liever bij Jolie zou willen zijn, die overal heen kon en alles kon doen wat ze wilde.
‘Cool,’ zei hij. ‘Dan zie ik je zo.’ Hij las iets in haar blik en glimlachte op zijn eigen, verlegen manier. ‘Deze keer kom ik echt. Beloofd.’
Toen was hij weg. Haar moeder vond hem te oud voor haar. Volgend jaar zat hij al in de bovenbouw, terwijl zij nog in de onderbouw zat. Haar moeder vond ook dat hij te veel problemen had: ‘Hij heeft veel te verstouwen. Zijn vader zit in de gevangenis. Zijn moeder is werkloos. Ik wil niet dat zijn problemen de jouwe worden.’ Wat bedoelde ze daar nou weer mee? En dan was er natuurlijk al dat moeilijke gedoe over seks. Dat Willow er nog niet aan toe was en dat het niet iets was wat je zomaar deed en dat ze nog te jong was om het te begrijpen en dat ze zichzelf nog niet op die manier moest geven. Ze had moeten beloven dat ze er met haar moeder over zou praten zodra ze erover dacht en dat ze niets zou doen voor ze erover had gesproken. Over dat soort dingen praat je toch niet met je moeder? Trouwens, Willow was daar zó nog niet mee bezig. Zelfs de gedachte eraan was al te veel.
‘En ga jij naar bed met meneer Ivy?’ had Willow gevraagd. Ze had zijn naam plagerig gerekt.
‘Willow!’ had Bethany gezegd. Schot in de roos. Willow kon weer vrij ademhalen. Haar moeder bloosde diep. ‘Alsjeblieft! Dat gaat je niets aan.’
‘Ga je nog een keer met hem afspreken?’ vroeg ze, want dat was wat ze eigenlijk wilde weten.
‘Op het ogenblik zijn we vrienden, meer niet.’
‘Maar je vind hem toch leuk? Meer dan gewoon leuk?’
Eerlijk zijn, dat stond ook op hun lijstje. Geen geheimen en halve waarheden. Geen leugens. Haar moeder keek weg. ‘Ja, ik vind hem heel erg leuk. Maar ik weet niet zeker of hij hetzelfde voelt. Ons eerste afspraakje verliep niet bepaald gladjes.’
‘Hij vindt je leuk,’ zei Willow. ‘Dat zie ik zo.’
‘Hoe dan ook,’ zei Bethany, ‘wat er ook van komt, ik doe geen overhaaste dingen, dus je hoeft je nergens zorgen over te maken. Het zal jouw leven niet veranderen.’
Willow stapte in de bus en ging achterin zitten. Ze deed haar oordopjes in en luisterde naar Lady Gaga terwijl de bus naar huis reed. Ze reden langs de zilvergrijze vijver omgeven door bomen die hun blad begonnen te verliezen. De hemel erboven was blauw met witte stapelwolken en het licht neigde naar een goudkleur. De dagen werden korter. Toen de bus bij hun oprit stopte, schrok er een zwerm vogels op, die met veel geklapwiek opvloog. Nadat ze was uitgestapt, reed de bus weg en restten alleen de stilte die ze had leren waarderen, en de geur van dennen en een houtvuur ergens in de verte. Misschien had meneer Vance wel gelijk en was The Hollows zo slecht nog niet.