9
Willow had heus wel door dat haar moeder rector Ivy aardig vond. Bethany leek de laatste tijd iets te hebben met sukkelige types.
Ik heb het helemaal gehad met cool, Willow. Vriendelijk, eerlijk, stabiel, dat zijn eigenschappen waarvan ik tegenwoordig onder de indruk raak.
Oftewel: saai, lacht-met-snurkgeluid, té sneu. Niet dat haar moeder ooit een date had. Ze kwam nooit ergens, tenzij het met haar werk te maken had. Ze leek zelfs helemaal geen vrienden meer te hebben, op haar literair agent na, en dat was zo’n irritant figuur dat Willow zich niet kon voorstellen dat iemand het met hem kon uithouden.
Meneer Ivy was niet echt een nerd. Maar die trui kon echt niet. Een Schotse ruit... Ja hoor! En hij moest iets aan zijn haar doen. Misschien een keer met zijn handen erdoorheen raggen. Zo’n braaf kapsel – zijscheiding en haren uit het gezicht gekamd – stond hem voor geen meter.
‘Ik weet dat het best ingrijpend is, een verhuizing en een nieuwe school. Dat zal ik als verzachtende omstandigheden aanmerken. Je vriendin Jolie werd vorige week geschorst vanwege spijbelen. Logisch, want dat was de derde keer dat ze zich niet aan de regels hield. Zover willen we het toch niet laten komen, wel?’
Willow schudde verwoed haar hoofd in een poging berouwvol te lijken. Ze zou het niet echt erg vinden als ze een week thuis moest blijven; lekker tv kijken en lang uitslapen. Hoewel... Haar moeder zou haar de hele tijd met haar schoolboeken achter de vodden zitten. Dan kon ze net zo goed hier zijn.
‘We stellen uw begrip zeer op prijs, meneer Ivy,’ zei haar moeder. Bethany zat in haar rol van degelijke ouderwetse moeder. Ze had zelfs een rok aangetrokken.
‘Noem me alsjeblieft Henry.’
O néé. Hij glimlachte net zo mallotig naar haar moeder als ze andere mannen wel eens zag doen.
Willow liet haar blik door het kantoor van meneer Ivy dwalen om niet te hoeven luisteren naar het geleuter over koetjes en kalfjes dat nu volgde. Een van de wanden hing vol foto’s: meneer Ivy met verschillende leerlingen, meneer Ivy die een onderscheiding in ontvangst nam, meneer Ivy verkleed als schoolmascotte, de lynxkop onder zijn arm. Er stond ook een prijzenkast, niet met sportprijzen, maar met prijzen van de schaakclub, het debatteam en meer van dat soort duffe zaken.
‘Ze kan goed leren, meneer Ivy... Henry, bedoel ik,’ zei haar moeder. Kon het nog gretiger? ‘En ze is erg intelligent. Maar ze heeft het moeilijk.’
‘Ik weet het. Ik heb haar leerlingendossier bekeken. Haar leraren zien dat ze veel in huis heeft. Meneer Vance is erg enthousiast over haar, omdat ze snel van begrip is en goed kan schrijven. Als we allemaal samenwerken, kunnen we haar op het goede spoor houden.’
Dus meneer Vance had niets gezegd over haar brutale gedrag, hij had haar niet laten afgaan. Om de een of andere reden gaf dat haar een nog schuldiger gevoel.
‘Ik ben blij dat je er zo over denkt,’ zei Bethany. Ze leek zich een beetje te ontspannen. ‘En ik ben het er helemaal mee eens.’
Terwijl Willow daar zat en uit het raam keek naar een groep leerlingen op weg naar het sportveld voor die banale ellende die ze lichamelijke opvoeding noemden, hoewel iedereen wist dat het niets meer of minder was dan een door school gesanctioneerde marteling voor iedereen die niet van nature dun en atletisch was, voelde ze het. Ze hoorde haar moeder en meneer Ivy praten over háár gedrag, háár schoolwerk, hún verwachtingen, en ze voelde haar woede weer opvlammen. Hij liet iets kouds en donkers achter vanbinnen, waarin ze zich liet wegzakken.
Ze had het voor het eerst gevoeld toen ze had beseft dat haar vader weg was en nooit meer terug zou komen; dat hij de obligate telefoontjes zou plegen en op de juiste momenten aanwezig zou zijn, geld en cadeautjes zou sturen. Intussen had hij wel voor een nieuw leven gekozen, terwijl vaders toch bij hun kinderen behoren te blijven. Toen pas drong het tot haar door: ze hadden haar verteld dat hij niet haar echte vader was, haar biologische vader. In de loop van de tijd hadden ze haar omzichtig uitgelegd dat hij haar stiefvader was, maar dat dat niet uitmaakte, want als hij haar echte vader was geweest, had hij niet méér van haar kunnen houden. Dat was dus niet waar. Zijn liefde voor haar was nauw verbonden met zijn liefde voor haar moeder. En toen zijn liefde voor haar moeder over was, was zijn liefde voor Willow ook over. En wilde hij haar vader niet meer zijn.
Op de dag dat dat uiteindelijk bij haar daagde, voelde ze dat ding binnen in haar ontstaan, hoewel het niet echt een ding was, maar een vreselijk lelijke afwezigheid, iets hols. En ze vocht er niet tegen, hoewel iets in haar zei dat ze dat wel zou moeten doen, dat ze zich er met alle kracht tegen zou moeten verzetten. Maar dat deed ze niet. Ze kon het niet. Het was alsof je iets dronk waarvan je misselijk werd, maar tegelijkertijd de misselijkheid wel prettig vond.
Willow had Jolie meteen op de eerste schooldag gespot. Ze hing tegen haar locker en keek Willow met een geraffineerde glimlach aan. Een glimlach die leek te vragen: Zin om high worden, girl? En of Willow dat wilde. Ze wilde high worden, zo high dat haar hele wereld niet meer dan een stipje was op miljoenen kilometers afstand. Willow kon die glimlach van Jolie niet weerstaan. Er lagen zoveel beloften in verscholen.
‘Luister je, Willow?’
‘Ja, ik luister.’ Maar omdat ze uit haar gedachten opschrok, zei ze het op die bitse manier waar haar moeder zo’n hekel aan had. Ze had het nog niet gezegd of haar moeders gezicht betrok, van open en hoopvol naar moe en teleurgesteld. Waarschijnlijk zou niemand behalve zijzelf het opmerken. Ze kende die gezichtsuitdrukking maar al te goed. Ze dacht zelfs dat haar moeder zich er niet bewust van was. Het was niet zo’n gezicht dat ze trok als ze bijvoorbeeld streng wilde kijken of geduld voorwendde. Dit was het gezicht dat ze kreeg als de andere maskers die ze tot haar beschikking had, haar in de steek lieten.
‘Geen gespijbel meer, Willow,’ zei meneer Ivy. ‘Als je ergens moeite mee hebt, een lastige dag hebt, problemen met leerlingen, docenten, wat dan ook: kom naar me toe. Ik zal altijd tijd vrijmaken om erover te praten.’
Hij meende het, ze zag het aan zijn ogen. Hij was geen bedrieger, zoals haar stiefvader Richard met al zijn dure cadeautjes en ‘oprechte’ excuses. Meneer Ivy hoefde er niets voor terug, hij had geen bezwaard geweten dat gesust moest worden of een wispelturig ego dat gevleid moest worden.
‘Oké,’ zei ze. ‘Dat beloof ik, meneer Ivy.’
Ze schonk hem een bedeesd glimlachje. ‘Bedremmeld maar vol goede wil’ was wat ze wilde uitstralen. Meneer Ivy leek erin te tuinen, want hij glimlachte warm en knikte goedkeurend. Hij leunde achterover in zijn stoel. Bethany haalde opgelucht adem.
‘Mooi zo. Geweldig,’ zei meneer Ivy.
‘Nou,’ zei Bethany en ze sloeg zachtjes met haar handen op haar dijen. ‘Ik heb het idee dat we iets bereikt hebben.’
Bij liegen, goed liegen, kwam meer kijken dan alleen woorden. Toon, gezichtsuitdrukking en lichaamstaal speelden ook een rol. De beste leugens bevatten ook een sprankje waarheid. Ietsiepietsie maar, niet te veel. Maar bovenal moest je zelf in je leugen geloven. Je moest de leugen zijn.
Ze had voor het eerst gelogen over een concert van Britney Spears. Haar vader – zo zag ze hem toen, omdat ze nog niet beter wist – zou haar voor haar dertiende verjaardag meenemen naar het concert. Stoelen op de eerste rij, had hij gezegd. Hij zou proberen van een van zijn cliënten een backstagepasje los te krijgen voor na de voorstelling, maar hij kon het niet beloven.
Ze had het aan iedereen verteld. Haar vriendinnen waren stikjaloers geweest en hadden gesmeekt of ze mee mochten. En eerlijk is eerlijk, ze had veel liever een van hen mee gehad dan haar vader. Maar hij had maar twee kaartjes en er was geen sprake van dat Willow alleen met een vriendin zou gaan. Haar moeder nam haar mee naar Betsey Johnson voor een nieuw topje en naar Lucky Brand voor nieuwe jeans. Ze voelde zich heel erg volwassen, bovendien deed ze zelden iets samen met haar vader. Dus misschien was het niet zó suf om samen met hem te gaan.
Op de avond van het concert aten Willow en Bethany pizza, in afwachting van haar vader. Ze rockten op de nieuwe cd en dansten door de keuken, waarbij ze spatels als microfoon gebruikten. Hij zou om zeven uur thuis zijn, maar om kwart over zeven was hij er nog niet. Bethany belde zijn kantoor en liet daarna een bericht achter op zijn mobieltje.
‘Laat het ons even weten als je niet weg kunt op je werk. Dan kom ik de kaartjes halen en ga ik met haar,’ hoorde ze haar moeder zeggen. Hij belde niet terug en kwam ook niet thuis. Haar stress maakte al snel plaats voor een verpletterend gevoel van teleurstelling.
Het werd acht uur, halfnegen, en toen het negen uur was, lag Willow te huilen op haar moeders schoot. Het was niet voor het eerst dat hij niet thuiskwam terwijl dat wel de bedoeling was. Hij had zich vaker niet aan een afspraak of belofte gehouden. Maar dit was de eerste keer dat Willow de dupe was. Gewoonlijk was het Bethany, die opgetut zat te wachten en uiteindelijk op de bank in slaap viel nadat ze de oppas naar huis had gestuurd. Over hem hadden ze zich niet ongerust gemaakt, dat herinnerde Willow zich nog goed; ze waren niet bang geweest dat hem iets vreselijks was overkomen.
Op haar kamer vond ze een hele rits sms’jes van haar vriendinnen op haar mobieltje. hoe is het??? omg, ik ben zóóó jaloers!!! wat heb je aan? stuur ff een foto!!! Ze had een van hen kunnen bellen om bij uit te huilen. Geen van haar vriendinnen zou met een mening klaarstaan, want er was er niet een die nog bij allebei haar echte ouders woonde. Ze waren allemaal gewend aan het verdriet en de teleurstelling van scheidingen, aan de grimmige strijd om de voogdij, aan gezinnen die in elkaar werden geschoven. Maar ze belde niet. Ergens had ze het gevoel dat ze verschrikkelijk zou afgaan, want zij was degene die uit het perfecte gezinnetje kwam, met een beroemde moeder en een vader die een succesvol plastisch chirurg was. Ze stuurde een groeps-sms: waanzinnig!!! waren jullie er maar bij!!! morgen foto’s!!!
Net toen ze het bericht verstuurde, verscheen haar moeder in de deur.
‘Ik vind het zo rot voor je, Willow.’
‘Jij kunt er niets aan doen, mam.’
Maar aan de uitdrukking op haar moeders gezicht kon ze zien dat ze het zich aantrok, zoals ze zich alles aantrok. En op de een of andere manier maakte dat het nog erger. Ze kon zich alles herinneren van die avond. Maar vooral herinnerde ze zich het vreselijk pijnlijke, verdrietige gevoel toen ze in bed lag.
Rond middernacht hoorde ze haar vader thuiskomen.
‘O nee, Beth, helemaal vergeten. Het operatieschema liep uit.’
‘Ach kom, Richard. Had je wel kaartjes?’
Willow stopte haar hoofd onder haar kussen tegen het aanzwellende geluid van hun stemmen. Even werd het stil. Net toen ze in slaap sukkelde, hoorde ze de voordeur dichtslaan en begon haar moeder te huilen.
De volgende dag vertelde Willow al haar vriendinnen over het concert met behulp van gedetailleerde informatie, bij elkaar gesprokkeld van blogs en geposte filmpjes. Nee, haar vader had die backstagepasjes niet kunnen krijgen. Maar ze vertelde hun wel over die superleuke jongen die ze was tegengekomen toen haar vader even naar het toilet moest. Ze had hem haar e-mailadres gegeven, want een telefoonnummer vond ze een beetje te ver gaan. Hij heette Rainer en hij had haar geloofd toen ze had gezegd dat ze zestien was. Daarna had haar vader haar nog meegenomen voor een burger en een shake, dus ze was pas na middernacht thuisgekomen. Het was supergaaf geweest.
En het was allemaal waar. Ze had er ook moeten zijn; ze zag elk detail voor zich, ze kon de muziek horen, de opwinding voelen. Ze was er gewoon. Haar leugen sprak de waarheid, zoals die had moeten zijn. En niemand had ook maar een seconde aan haar verhaal getwijfeld. Waarom ook?
Door deze actie voelde Willow zich iets minder wanhopig en verdrietig, alsof ze iets teruggepakt had dat haar was afgenomen. De echte waarheid was te sneu. Haar gelieg van die dag had haar een zeker gevoel van macht gegeven. Over haar leven, over haar vaders steeds voortdurende en steeds frequenter wordende afwezigheid en over het doodlopende huwelijk van haar ouders had ze geen enkele controle. Maar ze had wel controle over hoe ze het naar buiten wilde brengen.
En het gaf haar niet eens een slecht gevoel, ondanks de afgunst die ze zag op de gezichten van haar vriendinnen, ondanks het feit dat ze steeds meer leugens moest verzinnen om de illusie overeind te houden. De niet-bestaande jongen die ze had ontmoet bij het concert dat ze nooit had bijgewoond? De volgende dag vroegen ze naar hem. Had hij haar nog een mailtje gestuurd? Natuurlijk.
Ze had niet geweten, had niet kunnen weten, dat dat eerste leugentje zou groeien en groeien. Ze had niet kunnen weten wat voor gevolgen het zou hebben.
‘Willow? Luister je?’
‘Natuurlijk,’ zei ze. ‘Ik luister.’
Ze zaten haar allebei aan te kijken. Ze ging overeind zitten, want ze was onbewust onderuit gezakt in haar stoel.
‘Ik beloof het. Ik doe mee. Ik wil mijn leven beteren.’
Ze wilde het echt. Echt waar. Op dat moment tenminste wilde ze iemand zijn op wie ze allebei trots konden zijn. Bij het verlaten van meneer Ivy’s kamer voelde ze zich goed, optimistisch. Toen ze haar moeder een afscheidsknuffel gaf en naar de wiskundeles ging, was ze er zeker van dat ze elk woord had gemeend.
..
Tegen het einde van de dag zat ze weer zwaar in een dip. Tijdens de sportles was ze uitgescholden omdat ze bij een spelletje softbal was gestruikeld en drie punten voor haar team had verknald. Bij de lunch was ze apart gaan zitten om te lezen, maar had ze de blikken van de giechelende en fluisterende designer bitches moeten doorstaan. Jolie en zij hadden altijd dezelfde lunchpauze gehad, maar die van Jolie was blijkbaar verzet na haar schorsing. Willow durfde te wedden dat meneer Ivy daarachter zat, om zo de invloed van Jolie te beperken. Als Jolie erbij was, kon ze die feeksen beter aan; ze waren bijna grappig als Jolie hun tekortkomingen opsomde: Lola had een dikke reet, Stacey was zo plat als een dubbeltje en Emma had een puistenkop. Maar niet heus. Dat zei Jolie alleen maar om grappig te zijn. Nu er geen Jolie was om de spot met hen te drijven, moest Willow wel kijken. Hoe kon het toch? Lag het aan hun genen? Hoe kregen ze zulk zijdezacht haar, zo’n roomblanke huid, zo’n volmaakt lichaam? En waarom waren ze dan toch zo naar? Zo gemeen? Werkte hun schoonheid als een soort harnas, zodat zij anderen konden kwetsen, maar niemand hen kon raken? De tekortkomingen die zij hadden, zaten vanbinnen; daar kon je geen rotopmerking over maken, zodat ook zij eens de tranen zouden voelen prikken..
In de kantlijn van haar schrift krabbelde ze: Schelden doet wel degelijk zeer.
Bij het practicum natuurkunde was ze met haar gedachten elders geweest, ze had de opgegeven stof sowieso niet gelezen. De leraar gaf haar een één, die ze alleen met extra opdrachten zou kunnen wegwerken.
Tegen de tijd dat ze haar spullen uit haar locker haalde om naar huis te gaan, was ze zo boos en gefrustreerd dat ze ternauwernood haar tranen kon inhouden.
‘Rotdag?’ De stem achter haar klonk hees en ondeugend, erg uitnodigend.
‘Niet erger dan anders,’ jokte ze. Grijnzend draaide ze zich om naar Jolie.
‘Ik zag je binnenkomen met je ma. Je zag er ellendig uit. Nog steeds, trouwens. Laat ze je niet te grazen nemen, girl. Laat ze je er niet onder krijgen.’
Willow haalde haar schouders op. Jolie beet op haar nagelriem en keek haar met haar glinsterende groene ogen door dik in de mascara gezette wimpers aan. Willow zag dat er van Jolies zwarte nagellak niet veel meer over was dan een eilandje midden in elke nagel.
‘Mooie jas,’ zei Willow. Het was een klassieke zwartwollen A-lijn jas met enorme knopen.
‘Leger des Heils,’ zei Jolie. Ze tolde in de rondte. ‘Twaalf dollar. Toppie, toch?’
Hij zou toppie geweest zijn als hij niet onder de vlekken en witte kattenharen had gezeten. Hetzelfde kon je zeggen van Jolie. Ze was best mooi, maar ze had iets smoezeligs. Haar huid was lelieblank, maar haar kin zat onder de acne. Haar gitzwarte haren leken altijd te snakken naar shampoo. Ze had iets waar Willow jeuk van kreeg.
‘Zullen we een stukje lopen?’ vroeg Jolie.
‘Ik moet naar huis. Ik heb mijn moeder en meneer Ivy beloofd dat ik harder zou werken.’
‘Bel je moeder dan en zeg dat je in de bibliotheek blijft studeren. Pak de laatste bus.’
Weer die glimlach. Willow vond Jolie leuk. Met haar in de buurt voelde ze zich ontspannen en op haar gemak, en hoefde ze niet van alles te verzinnen om haar eigendunk op te vijzelen.
‘Kom op,’ zei Jolie. Ze gaf Willow een zacht schouderduwtje. ‘Je kunt straks ook nog studeren. Ik wil je aan iemand voorstellen.’
Dus belde Willow haar moeder, die sceptisch klonk, maar ook zo moe dat ze het maar liet gaan. Jolie en Willow bleven nog even in de bibliotheek. Ze deden alsof ze studeerden en gaven elkaar briefjes door, wachtend tot Bethany ter controle zou bellen, wat ze, heel voorspelbaar, na een kwartiertje deed.
‘Ze zit hier, mevrouw Graves,’ hoorde Willow mevrouw Teaford, de bibliothecaresse, zeggen. ‘Ze is hard aan het werk.’
Jolie verborg haar gezicht in haar armen zodat niemand haar zou zien lachen. Toen mevrouw Teaford in beslag werd genomen door een stroom leerlingen, die boeken terug kwamen brengen en vragen stelden (wat een stelletje nerds!), glipten Jolie en Willow weg. Ze holden lachend de lange, grijze gang door tot de zijuitgang, waar ze de koude lucht in stormden en hun lach lieten schallen. Willow wist niet precies waarom ze lachte, maar voor het eerst die dag voelde ze zich goed. Nog anderhalf uur voor de laatste bus kwam, zo lang had ze om zichzelf te zijn. Dan zou ze naar huis gaan en proberen te zijn wie verder iedereen wilde dat ze was.