13
De baby sliep en ze had nog exact anderhalf uur voor ze weg moest om Cammy van de naschoolse opvang op te halen. Paula Carr maakte een kop thee voor zichzelf in de magnetron en bleef staan wachten om het belletje voor te zijn. Ze nam haar kop mee naar de bank, waarbij ze over een speelgoedvrachtwagen moest stappen dat ze de hele dag al had willen opruimen, ging zitten en slaakte een diepe zucht.
Dit was het enige moment om na te kunnen denken, om tot rust te komen en te bedenken wat ze zou gaan doen. De rest van de dag vloog voorbij met moederen en redderen: ontbijt klaarmaken, voeden, de kinderen wegbrengen, boodschappen doen, voeden, kiekeboe spelen, poetsen, voeden, avondeten voorbereiden, Cameron ophalen, hapje, kinderen in bad doen, voorlezen en ga zo maar door. Het was hollen, vliegen, draven van zes uur ’s ochtends tot halfacht ’s avonds. Ze hield zich strak aan die bedtijd voor de kleintjes, anders was ze zelf geen mens meer. Ze vroeg zich af of ze zonder zo’n moment voor zichzelf nog wel Paula was – niet alleen de moeder van Claire en Cameron, de vrouw van Kevin, de stiefmoeder van Cole.
Kevin wist niet eens dat ze voor Cameron af en toe van de naschoolse opvang gebruikmaakte. Ze betaalde het van een rekening waar hij ook niets van wist. Terwijl ze door het raam naar de achtertuin keek, voelde ze haar geweten knagen en werd ze overstelpt door een paniekerig angstgevoel. Stel je voor dat hij erachter zou komen. De bladeren vielen van de bomen en de hemel was dofgrijs.
Toen ze trouwden had ze om de een of andere reden niet meteen haar spaarrekening opgezegd. Er stond toen nog maar weinig op, niet eens duizend dollar. Ze nam zich telkens voor het te regelen, maar was het uiteindelijk helemaal vergeten. Vergeten? Had een klein stemmetje haar soms ingefluisterd dat het misschien wel een goed idee was om een stukje, hoe klein ook, voor zichzelf te houden, iets waar hij niets van wist?
Na een jaar of anderhalf was ze er geld op gaan storten, geld dat ze van haar moeder kreeg met verjaardagen en kerst en geld dat ze van het huishoudgeld kon afromen. Toen was haar tante Janie een paar maanden geleden overleden. Janie had het doorgehad. Janie was de enige die doorhad dat het niet goed ging met Paula.
‘Gaat het wel goed met je, lieverd?’ vroeg ze steevast aan het eind van hun wekelijkse telefoongesprek. ‘Is alles wel goed?’
‘Natuurlijk, Janie. Doe niet zo mal,’ antwoordde Paula dan. Want ze wilde dat alles goed was. Sterker nog, ze wilde vooral dat anderen dachten dat alles goed was. En niet alleen goed, maar perfect. Een perfect huwelijk. Perfecte kinderen. Perfecte Paula. Iets anders kon ze niet aan. Ze moest er niet aan denken dat mensen haar met medelijden zouden bekijken of zouden denken dat ze het niet kon bolwerken. Vaak gaf dat mensen toch wel een beetje een kick als het met een ander minder goed ging, dan voelden ze zich wat beter over hun eigen leven.
Tot haar verrassing had Kevin er geen bezwaar tegen gehad dat ze met Claire en Cammy naar Janies begrafenis was gegaan. Ze had verwacht dat hij erop zou staan mee te gaan, of dat hij zou eisen dat ze alleen ging en meteen terug zou komen. Maar hij had bijna aangemoedigd dat ze zonder hem ging, de kinderen meenam en het hele weekend wegbleef, mocht ze dat willen. Pas later had ze begrepen waarom. Hij had hen op de oprit lachend uit staan zwaaien en ze had hem almaar kleiner zien worden in de achteruitkijkspiegel. Claire was gaan huilen.
‘Waarom huilt ze altijd?’ wilde Cameron weten. Hij keek vol belangstelling naar zijn zusje.
‘Ze is nog maar een baby,’ zei Paula. ‘Ze kan nog niet praten. Ze zal zo wel in slaap vallen.’
‘Waarom gaat papa niet mee?’ Hij zei het met het dreinerige bibberstemmetje dat hij altijd had voor hij een huilbui kreeg. Cammy wilde zijn vader er altijd bij hebben, ook al was Kevin meestal afwezig en niet geïnteresseerd in de kinderen, vooral niet in de jongste. Ze vroeg zich af waarom er het meest werd verlangd naar de ouder die het minste gaf.
‘Hij heeft het druk dit weekend,’ zei ze op een geforceerd luchtige en vrolijke toon. ‘Maar straks kun je met opie spelen.’
‘Waarom heeft papa het altijd druk?’ Hij staarde uit het raam. Als hij zo boos keek, vlak voordat hij ging huilen, was hij precies zijn vader.
De autorit naar haar geboorteplaats duurde twee uur. Het was voor het eerst in jaren dat ze weer bij haar ouders logeerde. Kevin mocht Paula’s ouders niet, dus waren hun bezoekjes altijd kort en plichtmatig. Ze spraken meestal halverwege af voor een gezamenlijke lunch. Kevin wilde niet dat ze hen vaak zag en werd al kwaad als hij vond dat ze te lang met haar moeder aan de telefoon hing.
Als ze bij haar ouders was, zonder Kevin, snapte ze waarom. Bij haar ouders herinnerde ze zich hoe het voelde om liefde en respect te ontvangen, hoe het voelde om niet op alles wat je deed kritiek en commentaar te krijgen, herinnerde ze zich dat er zoiets bestond als tederheid en intimiteit. Ze herinnerde zich Paula weer. Ze kreeg weer lucht, ze kreeg weer bewegingsruimte. Ze kon weer ademhalen.
Bij de begrafenis van Janie had ze gehuild; ze had haar verdriet niet kunnen verbergen, ook al had Cameron met zijn hoofd op haar schoot gelegen en had Claire tegen haar schouder liggen slapen. De kinderen hadden het niet raar gevonden, ze leken zelfs te begrijpen dat het natuurlijk en normaal was om droevig te zijn om iemands dood. Ze hadden niet gejengeld of gezeurd. Cameron had haar been geaaid en Claire had kirrende geluidjes gemaakt. Haar vader en moeder hadden naast hen gestaan. Huilend om haar tante die zo veel had geleden, huilend om wat er van haar eigen leven was geworden, voelde ze zich voor het eerst in jaren weer eerlijk. Ze voelde zich veilig.
Toen de kinderen in bed lagen en haar vader zich voor de televisie had genesteld, vertelde Paula’s moeder haar van het geld.
‘Janie wilde dat datgene wat ze had, naar jou en de kinderen zou gaan. Het gaat om een behoorlijk bedrag, iets meer dan honderdduizend dollar. Het is niet de bedoeling dat Kevin erbij kan. Ze maakte zich zorgen over je, Paula. En wij ook.’
Ze wilde tegen haar moeder zeggen dat alles goed was, dat ze zich voor niets zorgen maakte, dat Kevin zijn eigenaardigheden had, maar dat hij goed voor hen was en dat het goed met hen ging. Maar ze kreeg het niet over haar lippen. Er moest maar eens een eind komen aan haar leugens. Ze vertelde haar moeder echter niet de waarheid, althans niet de hele waarheid. Ze wilde haar moeder niet bang maken. Paula zei alleen dat ze ongelukkig was en niet wist wat ze moest doen, maar dat het geld haar zou helpen een besluit te nemen. Ze vertelde haar moeder over de rekening op haar meisjesnaam en bezwoer haar dat hij er nooit achter zou komen.
‘Niemand hoeft tegenwoordig meer ongelukkig te zijn, Paula,’ zei haar moeder met gedempte stem, met haar ogen gericht op het tafelblad tussen hen in. Ze zag er verdrietiger, ouder en vermoeider uit dan Paula haar altijd voor zich zag.
‘Wat bedoel je, mam?’
‘Ik bedoel alleen maar dat je er recht op hebt om gelukkig te zijn. En als iemand je ongelukkig maakt, heb je het recht weg te gaan. Het idee dat we in een ongelukkig huwelijk blijven hangen dat ons leven verwoest, is achterhaald. Daarvoor is het leven te kort.’
Daar keek Paula van op. Ze had verwacht dat haar moeder zou zeggen dat ze in relatietherapie moesten gaan, dat ze bij elkaar moesten blijven voor de kinderen of iets dergelijks.
‘Jij bent toch wel gelukkig met pa, hè mam?’ Ze had altijd gedacht dat haar ouders bij elkaar pasten en een goed huwelijk hadden. Nu ineens leek het van het hoogste belang te weten of ze wat dit betreft ook de schijn voor zichzelf had opgehouden. ‘Je bent toch wel gelukkig?’
Haar moeder klopte geruststellend op haar hand. ‘Gelukkig genoeg, lieverd.’
Gelukkig genoeg.
Paula hoorde geluidjes over de babyfoon. Ze hield haar adem in en wachtte op de krijs die het voortijdige einde van Claires middagdutje zou aankondigen. Maar ze hoorde haar dochtertje zuchten; haar ademhaling kreeg weer het ritme van diepe slaap. Paula voelde de spanning uit haar schouders wegtrekken. Het moederschap was een eigenaardige, onmogelijke valstrik van de natuur. Een die met vloedgolven van hormonen en slaaptekort je geest vertroebelt, die je voortdurend bezighoudt met het voorzien in talloze behoeften en je alleen nog maar laat denken aan de zorg voor anderen. Je kunt je in het moederschap verliezen en totaal vergeten dat je ooit atlete was, studeerde aan een universiteit, dat je de ambitie had de politiek in te gaan en de wereld te veranderen. Dat je ooit had willen schrijven. Maar al veegt het moederschap als een soort kosmische bordenwisser het schoolbord van je leven schoon, het brengt je ook iets nieuws: deze waanzinnige, zalige, aanbiddende verliefdheid die je opensplijt en van binnenuit herdefinieert. Meestal lijkt het, in je door het moederschap benevelde brein, een eerlijke ruil. Onder normale omstandigheden is dat misschien ook wel zo, als je gelukkig getrouwd bent en je je geborgen voelt thuis. Kinderen blijven niet altijd klein. Als ze straks allebei op school zitten, is er tijd genoeg om te gaan werken. En wat is nou belangrijker of geeft meer voldoening dan je kinderen een goede opvoeding geven?
Dat was natuurlijk het probleem niet. Paula wilde de wereld allang niet meer verbeteren. Haar studie leek eerder een verspilling van tijd en geld, iets wat ze had gedaan omdat ze het gevoel had zichzelf te moeten bewijzen. Kevin had haar ertoe aangezet toen ze elkaar net kenden. Omdat hij tevens haar baas was, leek het een goed idee. Hij had gesuggereerd dat het zou helpen als hij zou proberen haar partner te maken in het adviesbureau dat hij met een paar van zijn vrienden van de universiteit had opgezet. Ze hadden goede zaken gedaan in die tijd. Maar nu waren enkele partners verwikkeld in een persoonlijk faillissement en hadden belangrijke klanten hun werk naar India overgeheveld. Het waren zware tijden. Paula had niet eens voorgegeven te werken sinds de geboorte van Claire, hoewel ze zo als personeelsmanager aan de slag had gekund als ze had gewild. Af en toe deed ze wat administratief werk voor Kevin of pleegde ze wat telefoontjes (als Claire sliep) met betrekking tot openstaande schuldposten. Al het personeel was ontslagen, alleen de partners waren overgebleven. Ze zat er niet mee, met de zaak of het feit dat ze niets met haar studie had gedaan. Dat waren luxeproblemen. Waar ze zich druk om maakte, was het feit dat er iets mis was met Kevin. Iets heel, heel erg mis.
Ze vroeg zich af wanneer het was begonnen. Ze wilde een moment kunnen aanwijzen, een reden hebben. Maar eerlijk gezegd wist ze dat de signalen er al waren vóór ze trouwden. Ze waren heel subtiel geweest, heel makkelijk weg te redeneren in de roes van haar verliefdheid. Dat hield ze zichzelf tenminste voor. Dat hij altijd alles wilde regelen, om te beginnen hun afspraken en vakanties. Dat was heel romantisch, toch? Tot ze besefte dat ze nergens iets over te zeggen had, zelfs niet over de film die ze gingen zien. Daarna begon hij kleding voor haar te kopen, schitterend mooie, dure kleding. Ze vond het prachtig, tot ze besefte dat hij niet wilde dat ze haar oude kleren nog droeg. Tot hij haar aanraadde geen brood meer te eten, zodat ze maatje 34 in plaats van 36 zou kunnen dragen. Je bent mooi. Ik hou van je. Ik wil je alleen maar helpen om volmaakt te zijn. Zelfs toen haar vriendinnen zich geschokt en verbijsterd toonden over zo’n houding, wuifde ze het weg. Het zou echt fijn zijn als ze op haar trouwdag in maat 34 paste. En zonder brood viel toch best te leven?
Vervolgens waren haar vriendinnen niet goed genoeg meer. Als ze hem had overgehaald met haar bij haar vriendinnen op bezoek te gaan, dronk hij te veel en zei hij de afschuwelijkste dingen tegen hen: ‘Als je niet zo dik was, zou je best mooi zijn, Katie. Ooit overwogen aan sport te doen?’ En: ‘Je kunt best trots zijn op je prestaties, Judy. Jammer alleen dat iemand anders je kinderen grootbrengt.’ Als ze in haar eentje bij hen langsging, kregen ze knallende ruzie als ze thuiskwam. Langzaam begonnen haar vriendschappen haar te ontglippen. Toen was haar familie ineens asociaal en moesten ze het contact tot een minimum terugbrengen. ‘Godallemachtig, je hebt een neef die in de bak zit. Wil jij kinderen die voor galg en rad opgroeien?’
Pas toen ze een poosje getrouwd waren en nadat ze de twee kinderen hadden gekregen die hij had geëist (twee was het volmaakte aantal), en ze de sloof van haar huis was geworden, en van haar kinderen, van wie ze meer hield dan van haar eigen leven, begon het grotere vormen aan te nemen. Toen ze eenmaal goed in de val zat, begon het beangstigend te worden.
Ze had al vijf jaar niet meer buitenshuis gewerkt. Kevin had geweigerd haar naar klanten te sturen toen ze zwanger was en haar alleen nog maar administratieve klusjes voor de zaak laten doen. ‘Je hebt je rust nodig.’ Ze kreeg nog steeds salaris van de zaak, dat rechtstreeks op een rekening werd gestort waarvan ze geen cheques of pinpas had. Hij gaf haar geld voor het huishouden en de kinderen.
Pas na de dood van Janie vorig jaar had ze zichzelf gedwongen onder ogen te zien wat ze had laten gebeuren. Van een goed opgeleide, deskundige vrouw die meer dan een ton verdiende voor ze voor Kevin ging werken, was ze verworden tot een huisvrouw die niet eens toegang had tot hun bankrekening, die niet met haar moeder kon bellen zonder commentaar van haar man te krijgen. Ze was een vrouw die verstijfde van angst als ze ’s avonds de garagedeur hoorde. Ze was bang voor zijn woorden, voor de manier waarop hij haar strafte. En het eigenaardige was dat hij zelden zijn stem verhief en bijna nooit geweld tegen haar gebruikte. Bijna nooit.
Ze was een keer tegen hem in gegaan. Echt waar. Dat was toen hij had gezegd dat hij niet wilde dat ze meer dan één keer per week met haar moeder belde. Ze had hem naar de mond gepraat om geen ruzie te krijgen waar de kinderen bij waren, maar zich niets aangetrokken van zijn gecommandeer en alleen maar nog meer met haar moeder gebeld. Totdat hij de telefoonrekening had gekregen. Hij was ’s avonds thuisgekomen toen de kinderen al op bed lagen, heel rustig binnengekomen en had de rekening op de keukenbar gelegd. Hij had haar er fijntjes op gewezen dat ze op de universiteit last had gehad van depressies. Dat ze in therapie was geweest en medicijnen had geslikt. In het begin van hun relatie had ze hem toevertrouwd dat de druk zo groot was geweest dat ze een korte tijd zelfmoordneigingen had gehad.
‘Een dergelijke psychische instabiliteit verdwijnt niet zomaar, Paula. Het kan terugkomen. Je kunt een gevaar vormen voor jezelf. En voor de kinderen.’
Wat bedoelde hij? Dat hij haar verleden zou gebruiken om de kinderen bij haar weg te halen? Of nog iets ergers? Dreigde hij haar iets aan te doen? Of Claire en Cameron? Het was zo’n verbijsterende gebeurtenis dat ze sprakeloos was geweest van angst en verwarring. Die nacht sliep hij in zijn werkkamer en de volgende ochtend ging hij zonder een woord te zeggen naar zijn werk. Waarom was ze die dag niet weggegaan? Daar had ze geen antwoord op. Angst, ontkenning, gebrek aan daadkracht – een verraderlijke combinatie van die drie zaken.
Ze vroeg haar moeder haar voortaan elke dag te bellen. Haar moeder gaf gehoor aan haar verzoek zonder te vragen waarom.
Het schijnt dat een kikker die je in een pan met kokend water laat vallen, er meteen uit springt. Maar stop je hem in een pan met koud water, dat je geleidelijk aan verhit, dan laat hij zichzelf langzaam dood koken. Maar zij was nog niet dood. Op de een of andere manier zou ze hen allemaal de pan uit krijgen.
Voor Cole ten tonele verscheen, had ze het al helemaal uitgekiend. Eens per jaar had Kevin een bijeenkomst met zijn partners in een golfresort in Florida. Hij bleef vier dagen weg en kwam dan ofwel opgetogen thuis, of bloedchagrijnig, afhankelijk van hoe het was geweest, wat de verwachtingen voor het komend jaar waren en of ze een bonus zouden krijgen. Haar plan was om, zodra Kevin was vertrokken, de kinderen mee naar haar ouders te nemen. Ze zou hun alles vertellen, openheid van zaken geven over de man met wie ze was getrouwd. Dan zou ze met de kinderen naar een plek ergens ver weg gaan. Ze zou een nieuwe start maken en bidden dat hij hen nooit zou vinden. Ze kon niet gewoon naar haar ouders gaan en bij hen blijven. Dat zou niet werken, hij zou haar weten te vinden. In het beste geval zou er een bittere strijd om de kinderen geleverd worden. Maar nog erger was dat ze niet wist hoever hij zou gaan, of hij haar, de kinderen of zelfs haar ouders iets aan zou kunnen doen. Ze wist helemaal niets meer.
Het uitstapje was over drie weken. Wat moest ze doen als ze de moeder van Cole niet kon vinden? Ze kon Cole niet alleen bij Kevin achterlaten, want dan zou hij de klap van hun vertrek moeten opvangen. Hem meenemen kon ook niet. Ten eerste was hij haar zoon niet en ten tweede was Kevin een soort god voor hem.
Vandaar dat ze contact had gezocht met Jones Cooper. Misschien kon hij Coles moeder opsporen, zodat Paula haar kon bellen om haar te smeken Cole te komen halen. Als iemand wist hoe Kevin was, was zij het wel.
Het liefst had ze haar gemoed gelucht, haar hart bij Jones Cooper uitgestort en zijn hulp gevraagd. Hij leek zo sterk en betrouwbaar, en goed. Maar dat was geen optie. Overal wordt gepraat; ze kon het risico niet lopen dat het bekend werd, dat Kevin er misschien achter zou komen. In een stadje als The Hollows bleef niets geheim. Roddel is een besmettelijk virus dat razendsnel om zich heen grijpt.
De tijd drong, dat wist ze. Ze wist dat de zaak op een faillissement afstevende. Ze wist dat de stemmingen van haar man steeds onheilspellender werden. Ze had weten in te loggen op zijn thuiscomputer en was geschokt door de dingen die ze had gevonden. Kevin was niet de man die ze dacht dat hij was. Misschien was hij dat nooit geweest. Hij had walgelijk harde pornosites bezocht, en sites met wapens en munitie. Hij had sites bekeken over kraambedpsychose. Ze was erachter gekomen dat ze diep in de schulden zaten. En toen had ze ontdekt dat hij met een andere vrouw e-mailde. Hij had een affaire. De mailtjes stonden bol van de leugens over Paula; ze zou niet voor de kinderen zorgen, met een ander scharrelen, labiel zijn en aan de drank. Dat plaatste alles wat hij haar had verteld over Coles moeder en de vrouwen met wie hij vóór haar een relatie had gehad, in een ander daglicht.
Vorige week was ze in zijn auto naar de wasstraat gegaan. Terwijl ze in de rij op haar beurt wachtte, begon ze de rommel bij elkaar te rapen die hij altijd gewoon op de vloer van de auto mieterde. Ze wilde niet dat de mensen die de auto gingen wassen, haar zouden aanzien voor een fastfood etende slons die achteloos verpakkingen en lege bekers om zich heen strooide. Ze voelde iets onder de passagiersstoel en trok een zwarte canvas tas tevoorschijn. Ze ritste hem open en zag dat er een plastic doos in zat. Eigenlijk wist ze voor ze hem openmaakte al wat het was. Ze lichtte het deksel op en zag het pistool. Het voelde alsof iemand alle lucht uit de auto zoog.
Toen de wasstraatmedewerker op de ruit tikte, sloeg ze geschrokken het deksel dicht. Ze glimlachte hem toe, zei dat ze de Super Wash wilde en vroeg hoelang het zou duren. Met de tas in haar hand stapte ze uit. Nog steeds glimlachend liep ze naar binnen en betaalde bij de kassa. Voor het raam keek ze toe hoe de auto werd geshampood en afgespoten, met was werd gesprayd en opgepoetst. Bestond er maar een wasinstallatie voor haar leven, kon ze maar op een lopende band gaan staan en alles wat naar en akelig was, van zich laten afspoelen. Waar had hij dat pistool vandaan? Waarom lag het in zijn auto? Moest ze het terugleggen? Moest ze het ergens dumpen? Wat zou hij doen als hij erachter kwam dat ze het had gevonden en had weggegooid? Ze zat in de val, het was een situatie waarin ze alleen maar kon verliezen. Ze legde het wapen terug waar ze het had gevonden en reed naar huis. Waarom was ze die maandag niet weggegaan?
Het bizarre van alles was dat ze voor de buitenwereld vast heel normaal leken. Ze kletste met mensen op school als ze Cameron afzette of ophaalde. Ze postte dagelijks berichtjes op Facebook met foto’s van het gezin en al hun activiteiten. Cammy op zijn scooter, Claire die met veel geknoei zoete-aardappelpuree at. Fake-book: een plek waar mensen zichzelf konden projecteren zoals ze wilden, waar je alleen dat liet zien wat iedereen mocht zien. De schaduwzijde van je gedachten en je leven bleven verborgen. Of was zij de enige die dat deed?
De buren zagen haar knappe echtgenoot elke morgen naar zijn werk gaan en ’s avonds thuiskomen met boodschappen of een afhaalmaaltijd. Ze zagen hem de post uit de brievenbus halen. Op zaterdagavond gingen ze uit. Ze dosten zich mooi uit en gingen naar de beste restaurants, feestjes in de buurt of zelfs New York in. Maar soms kwam er geen woord over Kevins lippen op zo’n avond en checkte hij voortdurend zijn Blackberry, terwijl zij de hele maaltijd door als een idioot zat te ratelen. Maar het gebeurde ook dat hij verliefd om haar heen draaide als ze op een feestje waren, om op de terugweg tegen haar uit te varen omdat ze te veel had gegeten en te hard had gelachen, omdat haar jurk te strak zat, en was ze nog van plan die zwangerschapskilo’s eraf te lijnen?
Het was beangstigend hoe weinig mensen van elkaar wisten. Niemand wist of vermoedde bijvoorbeeld dat Paula en haar kinderen een last, een sta-in-de-weg waren geworden voor Kevin en zijn fantasietjes die hij had met betrekking tot zijn nieuwe vriendin. En dat Paula met haar kinderen maar beter ver, heel ver van hem vandaan moest zien te komen, en snel ook. Want anders... Ze wist niet waar haar man toe in staat was. Ze wist het gewoon niet.
Paula hoorde leven aan de andere kant van de babyfoon. Ze keek op de klok en zag dat er een uur verstreken was. Het was alweer tijd om de baby te voeden, goed in te pakken en Cammy te gaan halen. Hoe kwam het dat de uren, de dagen, zo snel verstreken? Het leek wel een soort toverkunstje. Ze barstte altijd van de plannen voor de tijd dat Claire haar middagdutje hield. Maar meestal stortte ze in en zat ze maar een beetje voor zich uit te staren.
Toen ze zich omdraaide om naar boven te gaan, zag ze hem staan. Hoe lang stond hij daar al?
‘Kevin,’ zei ze. ‘Je maakt me aan het schrikken.’
‘Waar zijn de kinderen?’
Plotseling begonnen haar handen te trillen, dus stak ze ze maar in haar zakken. Grappig hoe je lichaam de signalen opvangt die je met je verstand blokkeert. Ze kon het niet uitstaan dat ze zich zo bang voelde.
‘Cole is weg met vrienden.’ Vreselijk, die quasiluchtige toon van haar, en haar glimlach die zo gemaakt was dat het pijn deed. ‘Claire is boven, ze wordt net wakker van haar middagdutje. En Cammy is nog op school.’
Kevin wierp een blik op de klok. ‘Het is bijna vier uur.’
‘Hij vroeg of hij vandaag op de naschoolse opvang mocht blijven,’ zei ze. Het antwoord kwam te snel, je kon horen dat ze loog. ‘Hij wilde nog even met Nick spelen. Ik stond op het punt hem op te gaan halen.’
‘Echt waar? Volgens mij zat je gewoon op je luie reet. Me dunkt dat je je vrije tijd beter kunt besteden aan sporten.’
Paula zei niets en slikte de golf pure haat weg die oprispte en zuur in haar keel bleef branden. Ooit, lang geleden, voor ze getrouwd waren, had ze naar hem gekeken en zichzelf maar een bofkont gevonden. Hij was zo succesvol, knap en charmant. Ze had gedacht dat ze van hem hield, maar misschien was dat nooit het geval geweest. Ze wist niet wie hij was, hij had een vals beeld van zichzelf gegeven en daar was ze voor gevallen. Ze had nooit kunnen vermoeden hoe koud zijn hart was.
Ze probeerde langs hem heen te lopen, maar hij stak een arm uit om te verhinderen dat ze de trap op liep. Ze hoorde dat Claire begon te huilen. Haar gejengel kwam met haperingen en ruis door op de babyfoon, die op het verste punt van zijn bereik stond
‘Ze huilt,’ zei Paula.
‘Denk je dat ik dat niet hoor? Zet dat ding uit.’
Haar hart bonkte en de adrenaline joeg door haar lijf. Maar ze deed wat hij zei. Ze kon Claire nog steeds horen huilen boven, heel in de verte. Haar lichaam begon te tintelen, zoals altijd wanneer een van de kinderen huilde. Haar borsten schoten vol en begonnen te lekken. Ze moest gaan voeden. Gelukkig had ze eraan gedacht pads in haar bh te stoppen zodat ze geen natte plekken op haar shirt kreeg waar Kevin bij was.
‘Wat doe je nu al thuis?’ vroeg Paula.
Ze wilde naar Claire, maar bleef waar ze was. Op de bar die de woonkamer van de keuken scheidde, lag een hamer. Ze had een paar ingelijste foto’s van de kinderen op willen hangen – nergens hingen foto’s. Het was er nooit van gekomen. Nee, dat was niet de ware reden. Toen ze dit grote huis dat ze zich niet konden veroorloven, hadden betrokken, wist ze eigenlijk al dat ze geen echt gezin vormden. Ze kon de gedachte niet verdragen foto’s op te hangen die zo nep waren dat het lachwekkend was. Een van haar vriendinnen, een van de moeders op school, had er iets over gezegd: ‘Helemaal geen gek idee om je muren leeg te houden. Ik kan geen stap zetten thuis zonder een van hun gezichten te zien!’ Wat eigenlijk een verkapte manier was om te zeggen dat ze het vreemd vond.
‘Ik heb vandaag een interessant telefoontje gekregen,’ zei Kevin.
‘Van wie?’
Vanwaar hij stond, bij de kamerdeur, kon hij de bar niet zien. Ze legde haar hand op de rand.
‘De bank. Je vroegere bank.’
Ze trok haar wenkbrauwen op. ‘Echt waar?’ Maar ze voelde zich hol worden vanbinnen.
‘Er schijnt nog wat geld te zijn waarvan je nooit iets hebt verteld.’
Ze overwoog te liegen, er een of andere draai aan te geven, maar zag er toch maar vanaf. Ze zei niets en haalde kort haar schouders op. Boven had Claire het op een krijsen gezet. Ze was niet gewend dat ze op haar moeder moest wachten.
Toen werd zijn gezichtsuitdrukking milder. ‘Ik weet dat het de laatste tijd niet geweldig tussen ons gaat, Paula. Maar hoe kon je dit nu voor me achterhouden?’ Hij liet zijn stem lief en smekend klinken. Ze kon zien dat het huilen hem nader stond dan het lachen. Maar zijn ogen stonden doods. Het spel was uit, dat wist ze zeker.
Ze had wat studie verricht. Een sociopaat heeft geen echte gevoelens. Hij kent geen schuldgevoel of berouw, liefde of inlevingsvermogen. Hij kent slechts zijn eigen behoeften en doelstellingen. Maar hij kan uitstekend doen alsof, hij is een briljant toneelspeler. Sociopaten zijn moeilijk te herkennen, maar ze hebben één ding gemeen: ze proberen medelijden op te wekken. Als ze in een hoek gedreven worden of als je ze doorhebt, zullen ze altijd proberen op je gemoed te werken, zodat ze je kunnen manipuleren. Paula had er van alles over gelezen. Ze was er redelijk zeker van dat haar man zo iemand was. Maar pas nu durfde ze het te erkennen.
‘Ik heb je alles gegeven,’ zei hij. Hij deed een stap naar voren, zij een naar achteren. ‘Ik heb keihard voor ons gewerkt. Maar het was niet genoeg. Ik heb gefaald. De zaak gaat eraan. We staan op de rand van een persoonlijk faillissement.’
Dat wist ze allemaal al. Ze bleef zwijgen.
‘Om je de waarheid te zeggen, schat, we hebben dat geld nodig. Het kan onze redding zijn.’
Zonder haar kon hij er niet bij, zoveel wist ze zeker. Echtgenoot of niet, zijn naam stond nergens vermeld en hij had geen toegang tot dat geld. Anders had hij niet zo’n show opgevoerd, dan had hij het gewoon opgenomen. Tenzij ze dat geld naar hem overmaakte, was er maar één andere manier voor hem om het te krijgen. Ze verplaatste haar hand zodat hij op de hamer kwam te rusten.
‘Het spijt me, Kevin,’ zei ze. ‘Het geld was van Janie en ze wilde het aan mij en de kinderen nalaten. Dat geld is van mijn familie.’
Hij lachte kort en triest. ‘Maar ik bén je familie.’
Een paar maanden geleden zou ze zich op die manier door hem hebben laten inpakken. Maar nu niet meer.
‘Ik ben op de hoogte van de schulden,’ zei ze. ‘En ook van je affaire. En van de leugens die je haar over mij hebt verteld.’
Ze zag iets over zijn gezicht flitsen. Razernij. Ook typisch voor sociopaten. Er wordt geadviseerd hun fantasieën niet aan de kaak te stellen, want sociopaten zullen alles doen om hun eigen verhaal in stand te houden. Alle deskundigen zeggen dat je zo ver weg moet gaan als mogelijk is, dat je alle contact moet verbreken en jezelf ten koste van alles moet beschermen. Claire was een beetje bedaard, Paula kon haar nog verdrietig horen klagen. Haar luier was nat en ze had honger. Paula moest Cameron van school halen. Nog even en ze zou te laat zijn en ze had haar zoon nog nooit te laat opgehaald. Ze werd misselijk bij de gedachte dat hij op haar stond te wachten.
‘Ik weet niet waarover je het hebt,’ zei Kevin. Hij fluisterde, zijn stem klonk weeïg. ‘Gaat het, schatje? Wat is er aan de hand?’
Hij kwam op haar af. Ze greep de hamer nog steviger vast. Toen zag ze hem het pistool uit zijn broekband trekken. De tijd leek stil te staan. Ze was zich bewust van haar ademhaling, van het bonken van haar hart. Even dacht ze aan dat spelletje: steen, schaar, papier. Zij speelden nu een andere versie: pistool, hamer, speelgoedauto.
De hele dag al was ze over die kleine blauwe vrachtwagen heen gestapt; hij was bij de mentale plattegrond van de kamer gaan horen. Ze was er-overheen gestapt met de wasmand en met haar kop thee. En elke keer had ze gedacht: ik moet dat ding opruimen. Straks stapt er iemand op en breekt zijn nek. Maar het was er niet van gekomen.