36
Ray zat haar op de oprit op te wachten. Ze zette haar auto naast de zijne en zag dat hij sliep. De motor draaide, de verwarming was aan en hij lag met zijn hoofd achterover en mond open. Hij had naar binnen kunnen gaan, want de deur zat niet op slot.
Ze stapte uit en liep naar zijn Cadillac. Ze tikte op het raampje, waar-door hij wakker schrok.
Hij keek haar aan en fronste. Hij draaide het raampje omlaag. ‘Waar was je? Stappen met Jones Cooper, je nieuwe beste vriend?’
‘Niet bepaald,’ zei ze. ‘Wil je binnenkomen?’
Hij zette de motor af en liep achter haar aan. Oliver stond bij de deur en begon meteen te spinnen en langs haar benen te strijken. Ze was vergeten hem eten te geven.
Terwijl ze een blikje kattenvoer openmaakte en zijn water ververste, vertelde Eloise Ray over haar avond.
Intussen zette Ray koffie, hoewel het daar eigenlijk veel te laat voor was. ‘Ik dacht dat je had besloten dat je het voor gezien hield,’ zei hij. Hij had haar nog niet één keer aangekeken. Hij morrelde aan een kastdeurtje dat steeds uit zijn scharnier viel. Hij had zijn Zwitserse zakmes uit zijn zak gehaald en probeerde het schroefje aan te draaien, rimpels van concentratie in zijn voorhoofd.
‘Vakantie is niet hetzelfde als stoppen,’ antwoordde ze. Ze controleerde het slot van de achterdeur en het raam boven de gootsteen. ‘Bovendien had ik weinig keuze. Ik kon hem moeilijk laten verdrinken.’
‘Ik dacht dat het je principe was om wel over je visioenen te spreken, maar er niet bij betrokken te raken. Je weet wel, na wat er in Kansas is gebeurd.’
Ze wilde niet aan Kansas denken. ‘Ik ben van mijn principe afgeweken. Voor deze ene keer.’
‘Vanwege Maggie Cooper?’
Heel lang geleden had Eloise iets voorspeld aan Elizabeth Monroe, Maggies moeder. Die voorspelling was wellicht levensreddend geweest voor Maggie – in dit soort zaken was dat nooit met zekerheid te zeggen. Andere onbedoelde mogelijke gevolgen van haar gesprek waren geweest dat een niet echt onschuldige man in de gevangenis zelfmoord had gepleegd en dat Jones Cooper al zijn leven lang een afschuwelijk geheim met zich mee torste. Na een tijdje in New York te hebben gewoond voor haar opleiding, was Maggie naar The Hollows teruggekeerd om met Jones te trouwen. Eloise had altijd geweten dat Maggie ooit met vragen zou komen, en vorig jaar was dat gebeurd. Sinds die tijd had Eloise zich op een vreemde manier verbonden gevoeld met Maggie. En toen had ze dat visioen over Jones gekregen. Ray wist er alles van. Hij wist eigenlijk alles van haar, besefte ze.
Eloise ging aan de keukentafel zitten en Oliver streek even langs haar benen voor hij naar zijn etensbak liep. ‘Dat zou kunnen,’ zei ze.
Ray kwam achter haar staan, legde zijn handen op haar schouders en begon haar gespannen spieren te masseren. Haar rug werd warm en ontspande zich.
‘Hoe is je bezoek aan Claudia Miller afgelopen?’ vroeg ze.
‘Ze wilde niet met me praten. En ik heb wat rondgesnuffeld in het huis van de Holts. Een absolute nachtmerrie. Ik wist niet hoe snel ik weer buiten moest komen.’
‘Sommige dozen blijven gesloten.’
Ze wist niet of hij al had gehoord dat Michael had bekend. Eigenlijk wilde zij niet degene zijn die het hem vertelde. Ze had Michael achter in de politiewagen zien zitten toen ze Hollows Wood verliet. Voor het eerst sinds ze hem had teruggezien had hij niet die gekwelde blik in zijn ogen gehad. Soms werkt een bekentenis even goed als een duiveluitdrijving.
‘Ik neem aan dat je het hebt gehoord,’ zei hij.
‘Van Michael?’ zei ze. Toen hij niet antwoordde, zei ze: ‘Ja, ik heb het gehoord.’
‘Je hebt het de hele tijd al geweten, hè?’
‘Ik vermoedde het.’
‘Ze heeft het je verteld.’ Hij bedoelde Marla. Hij was de enige die een onvoorwaardelijk geloof in haar had, en geen centje twijfel.
‘Ze suggereerde het.’
Zijn handen gleden langs haar armen omlaag en ze voelde dat haar lichaam zich ontspande. ‘Dit is een nare zaak, Eloise.’
Daar was ze het niet helemaal mee eens. Dood was leven. Misschien was het niet het einde, zoals de meeste mensen dachten. Misschien werd het nog erger. Mensen deden elkaar onbeschrijfelijk gruwelijke dingen aan. En er was zoveel pijn. Maar dat was maar één onderdeel van het prachtige, afschuwelijke, chaotische en heerlijke mozaïek dat ze ervoeren van hun eerste tot hun laatste ademtocht, en daarna. Het was op een bepaalde manier toch ook een geschenk om alle kleuren te zien, alle scherpe en gebroken stukjes waar anderen hun blik van afwendden. Volgens de kabbala is elke menselijke ziel slechts een deeltje van de wereldziel, een piepklein stukje kosmos dat met alle andere stukjes in verbinding staat. Dat idee sprak Eloise aan, het zou best waar kunnen zijn. Maar veel verder dan dat ging ze niet, wars van godsdienst als ze was.
‘Goed,’ zei Ray, toen ze geen antwoord gaf. ‘Ik ben nog nooit in Seattle geweest.’ Hij schraapte zijn keel. ‘Ik heb gehoord dat het er mooi is. Veel regen, maar goede koffie.’
En Eloise glimlachte, voor het eerst in jaren.