11
Ongeveer anderhalve kilometer van school, aan het einde van een kronkelig landweggetje, bevond zich een oude begraafplaats, omgeven door een laag, brokkelig stenen muurtje. Jolie had Willow er al eens eerder mee naartoe genomen en toen hadden ze een verfrommelde halve joint gerookt die Jolie uit het jack van haar broer had gejat. Ze hadden wazig en giebelig tussen de scheef gezakte zerken door gelopen en de vervaagde namen en verdrietige inscripties gelezen:
..
Annabelle Lenik, onze dierbare dochter
geboren 1912, gestorven 1914
zij zingt nu in het engelenkoor
..
Samuel Abrams, toegewijd echtgenoot, vader en zoon
geboren 1918, gestorven 1948
hij heeft zijn plicht eervol en liefdevol vervuld
..
En zo ging het maar door, met grafschriften die zo verweerd waren dat ze onleesbaar waren geworden, en graven waar het onkruid vrij spel had. Willow vond het eerder droevig dan eng, want op die eerste dag was het zonnig en heet geweest. Aan de noordkant stond een oud, gepotdekseld huis, helemaal scheef gezakt, met dichtgetimmerde ramen en een hangslot op de deur. Een bord waarschuwde dat het onbewoonbaar was verklaard.
‘Het is een spookhuis,’ had Jolie haar bij hun laatste bezoek verteld.
‘Natuurlijk,’ had Willow gereageerd.
‘Nee, echt waar. De nachtwaker heeft hier zelfmoord gepleegd.’
‘Oké...’
‘Twee jaar geleden,’ had Jolie gezegd. Willow wachtte op haar ondeugende grijns, maar die kwam niet. ‘Ze hebben nooit meer iemand gevonden voor dit werk. Daarom is het hier zo’n zooi.’
Jolie had een bierblikje weggeschopt dat tegen een van de overhellende grafstenen was gekletterd. Dat was het moment geweest dat Willow een koude rilling over haar rug had voelen lopen.
‘Hij heeft zich voor zijn kop geschoten. Degenen die zich meldden voor de baan, zagen hem steeds over de begraafplaats lopen, zoekend naar stukjes hersenen.’ Ze bracht het met lugubere ernst.
‘Kom op, zeg,’ zei Willow. Maar het beeld beklijfde en Jolie had als een waanzinnige staan grijnzen. Willow had een ongemakkelijk lachje laten horen.
‘Kom op, zeg,’ had Willow opnieuw gezegd. Ze had meteen weg willen gaan, al haar lef was verdwenen.
‘Krankzinnig verhaal, hè?’
Later bleek dat Jolie haar niet de stuipen op het lijf had willen jagen. Willow had het verhaal ’s avonds op Google opgezocht en alles wat Jolie verteld had was waar, zelfs het feit dat niemand er wilde werken en dat de historische plek in verval was geraakt door nachtelijk vandalisme. Telkens als Willow nu met haar moeder langs de begraafplaats reed, hield ze haar adem in. De doden willen de lucht uit je longen stelen. Had ze dat niet iemand een keer horen zeggen?
Willow stond niet te popelen om er een tweede keer naartoe te gaan. De eerste keer had het al niet goed gevoeld, ruim vóór Jolies lugubere verhaal. Al die levens, teruggebracht tot stukjes gras waar tieners stoned en giechelend overheen struikelden. Het was oneerbiedig, aanmatigend, haar moeder zou het afkeuren. Alsof hún leven zoveel meer voorstelde.
Maar Jolie kwam er graag. Dus toen Jolie zich op de trap van het oude huis liet neerzakken, kwam Willow naast haar zitten. Ze wilde niet dat Jolie dacht dat ze een truttige angsthaas was. Jolie oordeelde bikkelhard: Jayne was een slettebak, Chloe een leeghoofd, Ashley een bitch. Tot nu toe leek Jolie te denken dat Willow behoorlijk cool was. Dat wilde Willow graag zo houden.
Jolie haalde een aansteker en een joint met aan het uiteinde een roachclip bevestigd uit haar zak. De lucht was net koud genoeg om hem te voelen, in je wangen, je neus en je vingertoppen.
Julie haalde haar schouders verontschuldigend op. ‘Dit is alles wat ik hem kon ontfutselen.’ Ze bedoelde haar broer.
Het maakte Willow niet uit. Ze werd van een klein beetje al high. Jolie stak hem aan en inhaleerde diep, waarna ze de joint doorgaf aan Willow. Ze proefde alleen het brandende papier, de warmte ervan, op haar lippen. Ze hield de rook braaf binnen, want alleen een kneus kon dat niet. Ze voelde het achter in haar keel branden. In plaats van het warme gevoel waarop ze hoopte, voelde ze zich misselijk worden en ze bedacht dat ze amper had geluncht. Jolie en zij hingen tegen elkaar aan en door de rook zag ze een donkere gestalte over de weg hun kant op komen.
‘Daar heb je hem,’ zei Jolie.
‘Wie?’
‘De jongen aan wie ik je wilde voorstellen. Cole. Hij is een vriend van mijn broer.’
Willow zag hem langzaam, met soepele tred, dichterbij komen. Het deed haar denken aan de manier waarop wolven zich bewogen, met lange, lenige passen, maar heel doelgericht. Intussen luisterde ze naar een meesje dat ergens in de bomen boven haar aan het zingen was. Tussen het gekwetter en onduidelijke gekrijs van andere vogels klonk het gezang bijna menselijk, alsof het om aandacht vroeg.
‘Vind je hem leuk?’ vroeg Willow.
‘Niet op die manier. Te jong voor mij.’
Willow wist dat Jolie met oudere jongens uitging, soms van buiten The Hollows. Dat zei ze, tenminste. Ze had een blik die leek te zeggen dat ze van alles wist wat ze nog lang niet zou moeten weten. Willow vond dat een beetje triest, ook al gaf het Jolie iets cools en wereldwijs. ‘Haar ogen zijn oud,’ had Willows moeder gezegd. Hoewel Willow niet precies wist wat dat betekende, voelde ze het wel aan.
‘Ik dacht dat jij hem misschien wel leuk zou vinden,’ zei Jolie. Haar stem klonk weemoedig, een beetje aarzelend, alsof ze iets weggaf waarvan ze niet zeker wist of ze het wel wilde weggeven.
‘Waarom?’
Jolie antwoordde niet onmiddellijk en keek naar haar slanke kuiten, die ze voor zich uit strekte. Er zat een lange ladder in de zijkant van haar zwarte panty. Toen zei ze: ‘Gewoon, dat dacht ik.’
Willow keek Jolie in de ogen, die groener dan groen waren in de middagzon. Ze barstten in lachen uit, zonder te weten waarom.
‘Hij is echt leuk,’ wist Jolie eruit te persen tussen twee gierende uithalen door. ‘Net zo leuk als jij.’ Het ‘jij’ klonk als een gesmoorde kreet.
Willow klapte dubbel en moest haar benen over elkaar slaan om niet in haar broek te plassen. Was het wel oké om leuk te zijn? vroeg Willow zich hysterisch lachend af. Was dat goed? En was ze eigenlijk wel leuk?
‘Wat valt er te lachen?’
Hij was een donkere vlek tegen de zon, een schaduw. Willow hief haar hand tegen het licht. Ze voelde iets knijpen vanbinnen. Als zij een jongen zou moeten verzinnen, een jongen voor wie ze als een blok zou vallen – en dat had ze gedaan, dus ze kon het weten – zou Willow niemand hebben kunnen verzinnen die mooier was dan Cole. Ze voelde haar gelach wegsterven en staarde hem aan.
Hij keek terug, met een verlegen glimlach. ‘Zijn jullie stoned?’ vroeg hij.
Jolie wist genoeg zelfbeheersing op te brengen om verontwaardigd te klinken. ‘Nee,’ zei ze. ‘Natuurlijk niet.’ En ze begon weer te lachen.
Cole keek omhoog naar de lucht. ‘Ik ga je broer vertellen dat je zijn wiet jat.’
‘Echt niet.’
Uit de manier waarop Jolie naar hem grijnsde en hij teruglachte, maakte Willow op dat hij al in haar ban was, verblind door haar geheel eigen betovering. Toen zijn bruine ogen terugdwaalden naar Willow, wenste ze dat ze mooier en cooler was, een stoere meid zoals Jolie. Maar ze was gewoon Willow.
‘Hé,’ zei hij. Hij stak zijn hand uit wat ze eigenlijk suf vond, maar ook lief. Goede manieren, zou haar moeder zeggen. ‘Ik ben Cole.’
Ze gaf hem een hand en zag alles – de zilveren lucht, het goud-oranje van de vallende bladeren, de grond, die er al dood en hard uitzag, hoewel het nog niet eens winter was – behalve zijn gezicht.
‘Ik ben Willow.’
‘Leuke naam.’
Ze wilde zeggen dat ze vernoemd was, naar haar grootmoeder of zo, die in de jaren veertig een beroemd danseres was geweest. Maar dat was niet waar, dus ze slikte de leugen in. Van dr. Cooper, de psychotherapeute bij wie ze kwam sinds ze in The Hollows woonde, had ze een goede tip gekregen: ‘Als je de aandrang voelt iets te zeggen wat niet waar is, probeer dan je mond te houden en probeer de gevoelens te doorgronden die je ertoe aanzetten. Onthoud dat je niet iemand anders hoeft te zijn dan wie je bent. Dat is genoeg.’
‘Dank je.’ De stilte die volgde, voelde ongemakkelijk. Ze wilde hem opvullen. ‘Mijn moeder heeft me vernoemd naar een personage uit een film die ze mooi vond.’ Dat was waar, maar zó afgezaagd.
Hij knikte aandachtig. ‘Cool.’ Hij stopte zijn handen in zijn zakken en trok zijn schouders op. ‘Wat is het plan?’
‘Ik weet het niet,’ zei Jolie. ‘Willow heeft niet veel tijd.’
Als Willow niet beter wist, had ze kunnen denken dat Jolie haar weg wilde hebben. Ze diepte haar mobieltje op om te zien hoe laat het was. Ze had nog een uur.
‘Toen ik gisteren spijbelde,’ zei Willow, ‘ben ik door het bos naar huis gegaan. Daar was iemand een gat aan het graven.’
‘Echt waar?’ zei Jolie. Ze keek Willow met samengeknepen ogen aan en gaf haar een duwtje. ‘Waarom heb je me dat niet verteld?’
‘Ik vertel het nu toch?’ Ze genoot van de manier waarop ze haar met ongeveinsde belangstelling aankeken, terwijl ze haar verhaal ontvouwde. ‘Mijn moeder zei dat hij grotonderzoeker was,’ zei ze. ‘Er is nog een ander woord voor.’
‘Speleoloog,’ zei Cole.
‘Klopt,’ zei Willow. ‘Dat is het. Hij vertelde mijn moeder dat er een verlaten mijnschacht is, waar nog een lijk in zou liggen. Daar was hij naar op zoek.’
‘Ik heb je toch over die mijnen verteld?’ zei Jolie. Ze klonk zowel triomfantelijk als beledigd.
‘Waar was hij aan het graven?’ vroeg Cole. ‘Weet je dat nog?’
Ze wilde ze meenemen en iets laten zien waarvan ze zouden staan te kijken. Maar ze wist niet of ze dan wel op tijd terug zou zijn voor de laatste bus. Als ze te laat thuis zou komen of haar moeder moest bellen, dan zwaaide er wat. ‘Ik moet mijn bus echt halen,’ zei ze, hoe verschrikkelijk ze het ook vond. ‘Laten we morgen gaan.’
‘Ik breng je thuis, vóór je moeder je mist,’ zei Cole. ‘Ik beloof het.’
‘Hij heeft een auto,’ zei Jolie. Ze knikte pragmatisch in de richting van Cole.
Willow snapte niet wat haar vriendin wilde. Wilde ze nu dat ze wegging of bleef?
‘Een Beemer,’ ging Jolie verder. ‘Rijke pa.’
Er verscheen een blos op Coles bleke huid. ‘Het is een oude auto. Ik mag hem gebruiken tot mijn moeder terugkomt. Ik woon alleen maar bij hem tot ze er weer is.’
Hij zei dit op een beladen manier; zijn blos werd dieper en verspreidde zich.
Willow merkte het meteen. Dat zat niet goed. ‘Waar is ze?’ vroeg ze. Ze had onmiddellijk spijt van haar vraag. Ze had haar mond moeten houden.
Hij schraapte zijn keel en keek naar zijn schoenen. ‘Mijn moeder zit in Irak. Ze is bij het leger.’
Jolie kneep haar ogen opnieuw samen en trok haar hoofd wat naar achteren. ‘Dat wist ik niet. Waarom vertelt niemand mij ooit iets?’
‘Ik vertel het nu toch?’ zei hij, in navolging van Willow. Hij glimlachte naar Willow; ze wist dat die lach alleen voor haar was. Jolie raakte ervan uit haar hum. Vanuit haar ooghoek zag Willow haar een beetje voor zich uit mokken.
‘Wow,’ zei Willow. ‘Dat is vast moeilijk zijn. En heel beangstigend.’ Ze kon zich niet voorstellen dat háár moeder zoiets zou doen, naar een ver, gevaarlijk en eng gebied gaan, een gebied waarvandaan ze misschien niet terug zou keren. Dat deed haar eraan denken dat ze terug moest om de bus te halen.
Cole haalde zijn schouders op. ‘Mijn moeder is een bikkel. Commando’s.’
Op dat moment wist ze, door de manier waarop hij het zei, de manier waarop zijn ogen heen en weer schoten, dat hij loog. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Ze had met hem te doen en ze bedacht dat waar zijn moeder ook was, die plek vast niet onderdeed voor een oorlogsgebied.
‘Dat is cool,’ zei ze. ‘Wanneer komt ze weer thuis?’
Hij schudde het hoofd. ‘Dat weet ik niet.’
De wind wakkerde aan. Ze dacht weer aan haar moeder en de beloften die ze had gedaan. Ze stond op en deed haar rugzak om. Jolie en Cole keken haar allebei aan. Ze waren anders dan zij. Willow was oud genoeg om dat door te hebben. Niemand zou het merken als Jolie of Cole te laat thuiskwamen, niemand hield hen in de gaten of belde de bibliothecaresse van school om te controleren of ze waren waar ze zeiden dat ze waren. Was zij maar zoals zij.
‘Kom mee,’ zei ze. ‘Ik denk dat ik nog wel weet waar hij aan het graven was.’
‘Zeker weten?’ vroeg Jolie, een blik in de richting van de school werpend. ‘Het wordt al laat.’
‘Maak je geen zorgen,’ zei Cole. ‘Ik lever haar op tijd thuis af.’
Willow zag dat Jolie een vreemde blik op Cole wierp, terwijl Cole haar bleef aankijken. Dit was het moment waarop ze had kunnen zeggen: Ik laat het jullie morgen zien. Maar nu moet ik weg. En dan had ze kunnen gaan en geen van beiden zou haar hebben tegengehouden. Jolie en Cole zouden de middag verder samen doorgebracht hebben, want Willow zag heus wel dat Jolie Cole leuker vond dan ze wilde toegeven en dat ze spijt had dat ze Willow had uitgenodigd. Willow kon beter naar huis gaan, zo was het. Zij hoorde bij haar moeder, die van haar hield. En Jolie en Cole hoorden bij zichzelf, om wat voor reden dan ook.
Maar het moment ging voorbij. Willow keek omhoog naar de donker wordende lucht en naar de leuke jongen die haar vol belangstelling gadesloeg. In plaats van te zeggen wat ze had moeten zeggen, zei ze: ‘Ik weet waar het is. Het is niet ver. We hebben nog tijd.’
Ze begon te lopen en de andere twee volgden haar het bos in.