Donderdag 19 januari
1978
Een verscheurde held
1
Hoe kwamen de foto’s van de LAPD en de Los Angeles County Morgue in Hurly Burly terecht? Het colofon leerde dat de ontheiliging pas met ingang van deze druk, uit 1976, had plaatsgevonden, misschien omdat de uitgever (Hayes & Hayward Inc.) dacht dat de gruwel er na zeven jaar wel zo’n beetje af gesleten was. In een ‘author’s note’ werd de lezer verzekerd dat de foto’s niet uit sensatiezucht waren opgenomen, maar als een stille getuigenis vantoe het krijgsplan van Hurly Burly geleid had.
De stomme getuige gedroeg zich in Remo’s geval als het uiteinde van een zweep, dat bij elk openvallen van het tweede fotokatern dwars over zijn ogen striemde. Toch kon hij, met eenmaal opengereten netvlies, niet ophouden elke vierkante millimeter van het glanzende papier te onderzoeken – al wist hij niet waarop. De voorstellingen, waarmee hij in de vrije uren overdag en ’s avonds zijn brein al oververzadigd had, bleven de hele nacht uit het verplichte duister van zijn cel oplichten. Alleen als de dienstdoende bewaarder (Remo kon niet zien wie, maar het moest om Tremellen gaan) zijn staaflantaarn naar binnen richtte, werden de beelden voor even verjaagd. Hij sliep niet. Zulk materiaal liet je niet straffeloos tot de geest toe.
’s Morgens gistte het gif nog na in zijn hoofd, en zo meldde hij zich bij de kast met poetsgerei.
2
Remo viste een gave kroonkurk uit het vuil, en liet hem tussen duim en wijsvinger als een ruiterspoor over zijn vrije pols rollen. Het prikte een beetje. Er bleef een witte stippellijn in de nog altijd bruine huid achter.
‘In de lengte, Li’ll Remo,’ klonk opeens Maddox’ stem achter hem. ‘Nooit overdwars. Anders wordt het half werk. Snijden in de breedte, dat is voor amateurs. Die willen bijtijds ontdekt worden. Die zoeken geen verlossing maar redding. Nooit dwars tegen je eigen bloed ingaan, Li’ll Remo... parallel eraan blijven.’
‘Hoe staat het met jouw polsen, Scott?’
‘Charlie is alleen suïcidaal bij grote vernederingen. Oudere jongens die hun zaad kwijt moesten... en een sadist van een bewaker levert kleine Charlie aan ze uit. Hij pruimde tabak, en had er plezier in Charlies nauwe reetje als kwispedoor te gebruiken. Het sap was een brandend glijmiddel... voor beide partijen. Het waren gillende ritten, als bij honden die elkaar afknijpen.’
‘Als ik zo vrij mag zijn, Scott... je leeft nog.’
‘Ze hadden het door. Ze wilden me nog een tijdje als spuwpot en riool gebruiken. Neem de achterbuurt... Je leest wel eens, Little Remo, in een boek uit de bibliotheek hier dat het een biografie is, maar dan...’
‘Ongeautoriseerd.’
‘Neem de achterbuurt... dat is Charlies ongeautoriseerde lot.’
‘Van een cyaankalipil bij je arrestatie is me niets bekend. Je laten arresteren in dat aanrechtkastje... was dat misschien al zelfmoord genoeg?’
‘Opnieuw hebben de varkens mijn zelfmoord ongedaan gemaakt. Met behulp van de wet nog wel. Het groene kamertje ging op slot.’
3
‘Lynette, mijn eigen Sequoya Squeaky,’ zei Maddox met een keel slijmerig van ontroering, ‘was een begaafd dichteres. Heel jong al. Ik heb wat van het spul op muziek gezet. You star in traumas/Yet how soon you forget these things/When some new something you are eyeing. “Debut”, over een zuigeling of zoiets... sorry, Li’ll Remo, ik kom steeds bij hetzelfde onderwerp uit. Op haar negentiende liet ze de poëzie vallen... om de woestijn in te trekken. Net als Rimbaud.’
‘Dan ben jij zeker haar Verlaine,’ zei Remo. ‘De minder getalenteerde.’
‘Ik ging haar voor naar Death Valley,’ grauwde Maddox. ‘Verlaine bleef liever boven zijn suikerklontje met absint zitten suffen.’
‘Squeaky, heb ik begrepen, is jouw plaatsvervangster op aarde. Of in vrijheid... hoe moet ik het zeggen?’
‘Dat was ze. Tot twee jaar geleden. Als kind woonde ze in Westchester, met altijd wel een vliegtuig van LAX laag boven het dak. Op school zat ze in een dansgroep. De Westchester Lariats. Carré, volks... ze pakten alles aan. Ze dansten tegen de jeugdcriminaliteit. Lynette deed de tarantella net zo makkelijk als de Highland fling. Voor mij heeft ze later nog de tinikling gedanst... iets Filippijns, naar de passen van een langpotige bamboevogel of zo. Ze kreeg er zelf heel lange benen door. Een wonder. Poëzie in actie. Met twee andere meisjes had ze een apart dansnummer. “The Three Blind Mice.” Dat hebben ze voor Eisenhower opgevoerd. In het Witte Huis. Bijna twintig jaar later trok ze opnieuw de baljurk voor een president aan. Een rode, tot op de grond. Ik zat in San Quentin. De kleur was een teken aan mij. Squeaky ging het sparen van de redwoods afdwingen. Tegen de binnenkant van haar been zat een holster met de automatische Colt .45. Het antieke ding, van voor de Eerste Wereldoorlog, zou binnen een paar uur wereldberoemd zijn. Het was 5 september 1975. Gerald Ford maakte zijn ochtendwandeling door Capitol Park in Sacramento. Sinds die morgen is Sequoya Squeaky niet langer mijn vrouwelijke Petrus.’
‘En Ford danst nog,’ zei Remo. ‘En de gouverneur is doorgegaan met het omhakken van de reuzenpijnboom.’
‘Er loopt alweer een nieuwe president het vizier van mijn mensen binnen.’
‘Jezus,’ zei Remo, ‘stuurde zijn apostelen niet uit moorden.’
‘Als het waar is dat ik mijn discipelen uit moorden stuur, dan geldt dat ook voor Jezus. Bij hem niet op de korte termijn, op de lange. Als de paus de plaatsvervanger van Christus op aarde is, geldt dat ook voor de moordzuchtigste paus. Zo heeft Christus indirect de Inquisitie gesticht... de heksenverbranding ingesteld... de moord op dertigduizend van zwarte pest verdachte katten bevolen.’
‘Als je zo doorredeneert, Scott, dan heb jij de moordaanslag op president Ford gepleegd.’
‘In Jezus’ naam zijn ook staatshoofden vermoord. De kruisridders speelden polo met hun afgehouwen koppen.’
‘Straks ga je me nog vertellen dat jij de opdracht tot Hurly Burly van Jezus Christus hebt ontvangen.’
‘Van nog hoger. Hier in Amerika zijn platen van The Beatles in het vuur geworpen... weet je nog? Omdat ze zichzelf boven Christus stelden.’
4
Zolang Remo maar de indruk hield van een spel, met wisselende rollen, zoals de zielendokters ze voor hem bedachten, kon hij het wel aan. Maddox, als gezichtsloze pop, zoog alle slechtigheid van de wereld in zich op, en Remo perste met zijn vragen het hele kwaad er weer uit. Straks zouden ze elkaar een hand geven, en met blanco zielen ieder huns weegs gaan – tot aan de volgende sessie.
‘Hij wil nogal eens uit het rijtje weggelaten worden,’ zei Remo, ‘maar er was al eerder een dode.’
‘De wereldgeschiedenis, dat zijn alleen maar doden.’
‘Niet allemaal vermoord. Ik heb het over Casa di Gary, Scott. In Topanga Canyon. De political piggy. Daar moest de ontwrichting beginnen. Niet?’
‘O, die charlatan,’ zei Maddox met een vuil lachje. ‘Vleeseters horen, voor ze sterven, hun naam in eigen bloed op de muur te lezen. Gary stonk zo naar dood rund, Little Remo, dat ik zijn schotsgeruite doedelzak wel eens verwarde met een koeienuier. De moordenaar, dat was hij. Gary droeg bont. In zijn kast hing een complete lama... helemaal ingelegd met kamferparels...’
‘Als ik het goed begrijp,’ mompelde Remo, ‘is mijn vrouw gedood door haar zilvervos.’
‘Gary’ (Maddox verhief zijn stem) ‘liet elke dag door de beul op de hoek een lap uit weer een volgend lijk snijden... en at die half rauw op. Was het long pig geweest, dan had hij nog geleefd.’
‘Long pig...’
‘Zo noemden wij mensenvlees. Met elke dag gekookte tiet of gerookte bil achter de kiezen had Gary onze Herr Kapellmeister kunnen blijven.’
‘Je hebt het hem aardigdaan, Scott,’ zei Remo, ‘hoe een menselijk lichaam aan te snijden. Met het afhakken van Gary’s oor was er althans een begin mee gemaakt.’
‘Charlie is geen imitator van Jezus,’ zei Maddox. ‘Charlie is de omkering van Jezus.’
‘Zeg dat wel. De dierenmoordenaar is in drie dagen doodgemarteld, en jij... Charlie mag hier voor de rest van zijn leven granen kauwen, bieten happen, scheten laten van rode bonen. Charlie, de dierenminnende vegetariër onderin zijn bunker.’
‘Niet beledigend worden, Li’ll Remo. Je weet dat ik veganist ben.’
‘Jij doet honing in je kwark.’
‘Bijen leggen voorraden nectar aan... in heel precieze gouden tegelvloertjes... speciaal voor de veganisten. Weigeren zou de grootste zonde tegen de natuur zijn. Het enige voedsel, Li’ll Remo, dat al van goud was voordat koning Midas er met zijn tengels aan zat. Het is Charlies voorspijs aan de rand van de Put. In Death Valley zijn de oude rivieren ondergronds gegaan, en van melk en honing geworden. Ze lichten uit het donker op... als vloeibaar goud.’
‘Dan is het voor jou en je apostelen te hopen, Scott, dat de melk niet voortijdig zuur is. Ik vermoed dat de bloedrivieren van Hurly Burly, bovengronds, wel degelijk aan bederf onderhevig zullen zijn. Er was al eerder dan op Gary een moord, niet, Scott? De naam van Poopkie Poppycock komt op het lijstje nooit voor. Je bent voor die misdaad niet eens berecht.’
‘Hoe vaak kan iemand ter dood veroordeeld worden... of tot levenslang? En Poopkie Poppycock, Li’ll Remo, is later uit de dood herrezen. Ik kwam hem tegen in de gang van het gerechtsgebouw.’
‘Daar had ik wel eens bij willen zijn.’
‘Charlie liep veilig tussen twee gietijzeren parketwachten in.’
‘Ben jij dan toch zoveel Jezus, Scott, dat je je eigen slachtoffers uit de dood kunt laten opstaan? Als dat waar is, denk ook eens aan mij.’
‘Ze kwamen me vertellen dat Poopkie niet meer leefde. Hij leek alleen maar dood. De Buntline moet toen al van slag zijn geweest.’
‘Het had de eerste Hurly Burly-moord met de Buntline moeten worden...’
‘Met Hurly Burly had het omleggen van Poopkie Poppycock niets te maken. Gewoon een vent die het milieu verpestte, met zijn versneden dope. Trouwens, Poopkie was zwart. Hoe moest Charlie aannemelijk maken dat de Panthers een van hun eigen mensen hadden afgemaakt?’
5
Als anderen Maddox te na kwamen met suggesties omtrent Hurly Burly, zoals Vincent Jacuzzi dat in zijn boek gedaan had, verloochende de profeet zijn eigen schepping in alle toonaarden. De moorden aan Cielo en Waverly waren dan ineens weer bedoeld als copycat voor het bloedbad in Topanga Canyon.
‘Het was een praktische kwestie,’ zei hij dan. ‘Bobby zat vast voor de laatste adem van Gary, en wij wilden Bobby terug in het gezin. Een paar moorden in de stijl van Casa di Gary moesten bewijzen, Li’ll Remo, dat Bobby onschuldig in de Los Angeles County Jail zat.’
‘Maar,’ zei Remo, ‘de dood van de doedelzakspeler was toch al een soort copycat van een Black Panther-moord? Met die bloederige handafdruk op de muur en zo... Dan zouden Cielo en Waverly dus copycats van een copycat zijn geweest.’
‘Geniaal toch?’
‘O ja, heel geniaal. Maar dan zit ik nog steeds met drie moordpartijen die, van begin tot eind, bedoeld waren om aan militante negers toegeschreven te worden. Niks onschuld Bobby. Niks vrijlating Bobby. De aanzet tot een rassenoorlog, en anders niks.’
‘En als, Little Remo,’ zei Maddox met raspend gefluister vlakbij Remo’s oor, ‘als Charlie en zijn mensen nu eens allebei de doelen nastreefden? verwarring onder de zwijnen uit de heuvels zou er alleen maar groter door worden. Ik verheugde me op hun angstgereutel.’
Het verband liet vandaag een geur van schimmelig berkenhout door.
6
’s Morgens in de nevel van opgeworpen stof, en ’s middags in de hondenlucht van drogend sop ontaardde het gesprek tussen de schoonmakers steeds meer in een tweepersoons rechtszaak. De beschuldigingen vlogen heftig over en weer, met speekseldruppels en reinigingsschuim en al. Het kostte me steeds meer overtuigingskracht mijn collega’s ervan te weerhouden de kemphanen voorgoed uit elkaar te halen.
‘Nou is het genoeg geweest,’ had de adelaarstemmer Carhartt vandaag al een paar keer geroepen. ‘Spiros, ze vallen onder jouw verantwoordelijkheid. Trap ze terug hun cel in, die twee.’
Dat van die verantwoordelijkheid was nieuw voor me, maar ik nam haar, en zei: ‘Ik ga ze een laatste kans geven.’
‘Die is allang vergeven,’ riep Ernie me nog na.
Maddox en Woodehouse stonden met de steel van hun dekzwabber in de hand bij de open deur van de bezemkast. Ze hadden al aan het soppen moeten zijn. In de bescheiden dampende emmers was de roze schuimsoep al aan het afkoelen. Als ik op de gaanderij van de eerste cellenverdieping pal boven ze postvatte, kon ik ze niet zien, maar horen des te beter, zeker nu ze hun stemmen niet in bedwang hadden.
‘Vrienden,’ schamperde Maddox. ‘Noem je dat vrienden?’
‘Ik maak zelf wel uit,’ bitste Woodehouse terug, ‘wie ik als mijn vrienden beschouw.’
‘Als ik Jacuzzi’s requisitoir goed begrepen heb, Li’ll Remo...’
‘Rot op met je Little Remo.’
‘...dan was er ook een of andere koffiekoelie bij. Miss Abigail. Erfgename van een wereldbranderij. Een vriendin? Misschien hoopte je een film door haar te laten financieren.’
‘Ze was op z’n minst,’ siste de regisseur, ‘de geliefde van mijn jeugdvriend Voytek.’
‘Nog zo’n intimus. Vrat behalve jou ook haar uit. De drugs waren niet gratis. Voor de Coffee Queen ook niet. Miss Abigail... gewoon het zoveelste stinkend rijke zwijn uit jouw wereld, Li’ll Remo. Vraag het Katie. Vraag het Tex. Ze bekommeren zich in het uur van hun dood nog om geld.’
‘Ik ben je Little Remo niet,’ zei Woodehouse. ‘En Gibby... met al haar rijkdom had ze best aan het zwembad kunnen blijven liggen. Ze deed nederig maatschappelijk werk. Haar erfenis stak ze in de campagne voor een zwarte burgemeester. Ze kwam voor de negers op. Niet door ze in een bloedige oorlog te storten, zoals jij dat wilde, maar door ze sociaal te verheffen.’
‘Een tegenstandster van Hurly Burly,’ gromde Maddox. ‘Zonder het zelf te weten.’
‘Een feilloze keuze om uitgerekend haar uit de weg te laten ruimen.’
‘Ik wist niet eens dat ze daar was, in die zwijnenstal van jou. Later heb ik de koffietante pas leren kennen... uit de kranten. Uit de dossiers van Jacuzzi.’
‘Gibby, voorvechtster van meer rechten voor de zwarten, stierf in haar van bloed soppende nachtpon op het grasveld voor mijn huis... zodat jij de schuld op de negers kon schuiven. Einddoel: blank en zwart met elkaar in oorlog brengen. De waanzin van de wereld is planmatiger dan jij en ik denken, Scott.’
‘Wat deed ze daar op de Cielo Drive nog meer dan mijn mensen voor de voeten lopen?’
‘Jij wilt jouw slachtoffers niet als mijn vrienden zien. Gibby was toevallig bevriend met mijn vrouw. Sharon had haar en Voytek gevraagd nog een paar dagen te blijven logeren... totdat ik terug zou zijn.’
‘Getuigen voor de rechtbank, Li’ll Remo,’ krijste Maddox opeensen daar andere dingen over te melden. De vrienden van je vrouw zaten de hele dag door onder de middelen. Tuig van de Strip over de vloer om handel mee te drijven. Feesten op rekening van het huis. En jij maar, voor de kost, dolfijnen aan de praat proberen te krijgen in Londen, Li’ll Remo. Mijn mensen hebben in de week voor Hurly Burly met hun blote reet in jouw zwembad gelegen. Ik had ze als verkenners naar de Cielo Drive gestuurd. Maar in de bosjes liggen hoefde niet. Ze waren vanzelf welkom op de lunch... en die werd geserveerd door jouw zwarte huishoudster, Li’ll Remo. Begrijpelijk dat je vrouw van haar zogenaamde vrienden af wilde. Te laat, te laat, tralala.’
Het ging me aan het hart hun gesprek af te moeten breken, maar ik kon de nijdige blikken van Carhartt in zijn glazen doos niet langer negeren. Ik boog me over de balustrade, en riep: ‘Het is nog niet te laat, tralala, om met dat viswijvengedoe te stoppen, heren, en aan het werk te gaan.’
7
Na de zoveelste Laatste Waarschuwing van De Griek waren ze toch maar aan het soppen gegaan. Ze pakten het karwei niet zo systematisch aan als anders, want dan hadden ze in verschillende hoeken van de EBA moeten beginnen, en vanmiddag konden ze elkaar niet loslaten. Dus klatsten de twee als lichtmatrozen wild met hun dekzwabber om zich heen, veel vaker dan normaal kwistig de mop in de emmer dopend – tot de hele granito vloer blank stond van een te ruim sop. De stelen van hun zwabbers raakten elkaar niet alleen maar per ongeluk. Het was zaak zoveel mogelijk schuimige druppels op de ander af te vuren. Net zo lang tot hun wederzijdse woede er geen bekoeling meer in vond, en het weer in woorden zocht.
‘En die Voytek,’ begon Maddox op gruizig zachte toon, ‘wat deed die nou anders dan profiteren van jouw succes? De godganse dag met een glas van jouw dure wijn aan het zwembad. Dromend van een carrière. Wachtend op de dood...’
Bijna had Remo hem met zijn mop in het gezicht geslagen. Door Maddox’ verdraaide houding zag hij niet meteen aan welke kant van de verbandkluwen zich dat lichaamsdeel bevond. Bovendien, was het niet beter, tot Remo zich echt niet langer kon beheersen, om Maddox over zijn levenswerk aan de praat te houden en zo tot ontbrekende antwoorden te verleiden? Als het waar was, van die zwemmende verspieders op de Cielo Drive, dan was het huis als plaats voor een bloedorgie minder willekeurig gekozen dan altijd aangenomen werd.
‘Voytek,’ zei Remo kalm, ‘heeft me geassisteerd bij mijn vroegste werk. Zijn vader stak geld in mijn eerste korte film. Mammon. Zoiets vergeet je niet licht. Op een dag kwam Voytek berooid naar Amerika. Ik heb hem laten delen in mijn overvloed, ja, tot hij werk gevonden zou hebben. Hij wilde scenario’s schrijven, maar had de slag nog niet te pakken.’
Maddox gooide het laatste restje sop uit de emmer op de vloer, en roerde er met zijn zwabber in. ‘Het zal je deugd doen te horen, Li’ll Remo, dat hij in de laatste minuten van zijn leven keihard gewerkt heeft. Alles om dat leven te behouden. Helemaal op ’t eind, toen bleek pas wat voor krachten er in hem huisden. Beter laat dan nooit. Kogels, messteken, klappen met de kolf... dat beest was niet zomaar te vellen. Het had nog adem om te brullen.’
‘Zolang ze jou niet te pakken hadden, Scott, verdacht ik Voytek ervan het onheil over mijn huis en erf te hebben afgeroepen. Hij ging met de verkeerde mensen om. Ik zat in Londen, en verloor mijn greep op hem. Een journalist vroeg later hoe lang Voytek in mijn huis had gelogeerd. “Te lang, vermoed ik,” was mijn antwoord. Later, toen de eerste waanzinsflarden over Hurly Burly naar buiten kwamen, ben ik ervan teruggekomen. Voytek is mijn held. Hij was sterk genoeg om jouw killers af te schudden, en ervandoor te gaan. Tot het laatst toe wilde hij de vrouwen niet aan hun lot overlaten. Ik denk... was hij maar gevlucht. Dan waren jouw bloeddronken wolven misschien achter hem aan gerend... en de vrouwen gered geweest.’
‘Hij huppelde de tuin in,’ grinnikte Maddox, ‘en bleef daar wat staan rondtollen. Te laf om te vluchten, te laf om te blijven. Een verscheurde held.’
‘Verscheurd door de held uit één stuk die jij bent.’
8
‘Tijd voor dweil en trekker, Li’ll Remo,’ knetterde Maddox’ stem plotseling opgewekt. Normaal lieten ze tussen het centrum van de vloer en de bezemkast bij wijze van looppad een strook granito droog, maar dat was ze vandaag, met al dat sop, niet gelukt. De schoonmakers hadden dan wel voor dit werk korte rubberlaarzen uit het magazijn gekregen, maar daarvan waren over scheurtjes geplakte stukjes binnenband alweer losgeraakt, zodat het schoeisel opnieuw lek was. Remo was niet in de stemming om, net als Maddox, koddig op zijn hakken te gaan lopen. Hij liet het koude sop gewoon in zijn sokken optrekken.
‘Onder het proces,’ riep Maddox over zijn schouder, ‘heb ik me geweldig vermaakt. Vooral met de blunders van de politie.’ Hij nam twee dweilen uit de kast, die over lege emmers hadden liggen drogen. ‘Mijn trotse Hi Standard Longhorn .22, bijgenaamd The Buntline... mijn rechterhand, die Tex heet, pompt acht van de negen kogels in drie varkens op de Cielo... hij slaat het ding kapot op de harde kop van Mr Voytek... de kolf valt in stukken op de huiskamervloer... de loop is ontwricht, zodat die laatste keutel er niet uit wil, en Mr Voytek het zonder genadeschot moet doen... en ga zo maar door. De meisjes gooien de Buntline ergens uit de auto. Een heuvelhelling af. Het ding wordt gevonden door een kleine jongen, die het met zijn vader naar het politiebureau in Van Nuys brengt. Keurige mensen. Ondertussen...’
Maddox liep de kast in om de twee trekkers te pakken die tegen de achterwand stonden, draaide zich om en gaf er een aan Remo. ‘Ondertussen, Li’ll Remo, wordt met het geld van de belastingbetaler een affiche gedrukt. Oplage, weet ik veel, vierduizend stuks. Ze worden naar alle politiebureaus van Noord-Amerika gestuurd. Tot in Canada toe. Al die tijd ligt mijn oorlogsmachine, de Hi Standard Longhorn .22, negenschots, bijgenaamd The Buntline, in het magazijn voor gevonden voorwerpen in Van Nuys... tussen de paraplu’s. Heerlijk.’
‘Ze hebben zelfs jou op den duur weten te vinden, Scott... tussen de cactusbomen van Death Valley.’
Ook het dweilen ging vandaag lukraak, en leek vooral te bestaan uit het terug in de emmers wringen van het overtollige sop, dat alleen maar modderzwart had liggen worden.
‘Geef niet te hoog op over jouw vriend Voytek,’ zei Maddox, toen hun trekkers in elkaar haakten en Remo’s dweil losliet. Er ontstond vanzelf een kleine pauze. ‘Hij heeft zich net zo goed door Charlie laten bespelen. Ik zond hem visioenen via het haardvuur.’
‘Ja, dat is nogal makkelijk,’ zei Remo, ‘het copyright opeisen over visioenen die je achteraf uit het dossier van de openbare aanklager bij elkaar hebt kunnen plakken. Voytek die een varkenskop in de vlammen ziet, en die probeert te fotograferen... dat staat allemaal op een video, en die is weer voor de rechtbank afgedraaid. Conclusie: slechte dope...’
‘...die Charlie hem had laten bezorgen. Via zijn contacten op de Strip. Geloof me, Little Remo, die varkenskop kwam van ons. De boodschap in gekookte vorm. Ik zal het je voorzingen.’
En hij zong voor het eerst de woorden bij de melodie van het onbekende Beatlesnummer, al eerder door Maddox gefloten en geneuried:
Pour in sow’s blood
that has eaten her nine farrow.
Grease that’s sweaten
from the murderer’s gibbet,
throw it into the flame...
‘Shakespeare,’ zei Re‘Lennon,’ zei Maddox.
‘De song breekt de blanke verzen anders af... er is een enkel woordje veranderd. Voor de rest is het een van de heksenzangen uit Macbeth.’
‘Li’ll Remo, Charlie is misschien de enige persoon op aarde die het nummer “Hurly Burly” in z’n geheel kent. Zelfs The Egg Man, die me de bootleg verkocht... het enig bestaande exemplaar... zelfs The Egg Man heeft het niet beluisterd. Ik heb de plaat zo vaak gedraaid, nagespeeld, nagezongen... “Hurly Burly” zit diep in me. Geloof me, Li’ll Remo, de muziek en de tekst zijn van John Lennon. De uitvoering is van The Beatles.’
‘Ik snap nu in ieder geval beter,’ zei Remo vermoeid, ‘waarom jouw vrouwen mij ’s nachts uit de slaap houden met heksenzangen uit Macbeth.’
‘Niks Macbeth,’ grauwde Maddox. ‘Het refrein en de coupletten van “Hurly Burly”.’
‘Lennon, Shakespeare... wat maakt het uit. De varkenskop die Voytek wilde fotograferen, was dus van de zeug die haar worp van negen biggen verorberd had... met een beetje kraagvet van Charlies schandpaal erbij, sissend in de vlammen.’
‘Pas op je woorden, Li’ll Remo.’ Zijn woede was helemaal terug. ‘Jij vindt mij een amateur in beheksing. Wacht maar af. Vergeet niet dat je voor zekere speelfilm een adviseur voor satanistische aangelegenheden zocht... en dat Charlie je toen zijn vriend Anton LaVey op je dak stuurde. De godverlaten satanist bij uitstek. Geef toe, Li’ll Remo, je was maar wat geïmponeerd door zijn verschijning. Zo, met een strak bijgeknipt baardje, zag de duivel er volgens jou uit. Je contracteerde hem voor de rol van Duivel. Een ideale acteur, die alles al wist... en nog hoffelijk voor zijn frêle tegenspeelster ook. “O, Ma’am, het is zo’n genoegen met u te werken.” Het was precies onze opzet. De hele archetypische rimram... LaVey weet hoe mensen zich Satan voorstellen, en geeft ze waar voor hun goedgelovigheid. Intussen is hij niet alleen de behulpzame satanist... hij is het ook echt, de Satan. Hij mocht van jou een ondervoed actricetje uit de bourgeoisie beklimmen. Helemaal in stijl, met archetypische klauwen en hoeven. Stom van je om steeds meer van Satan uit de film te knippen. Het zinde LaVey niet, Li’ll Remo, om Satans rol zo geminimaliseerd te zien. Uiteindelijk suggereerde de film dat de overweldiging door Satan net zo goed een droom kon zijn. Satan was beledigd, en kreeg zin om nog meer burgerlijk blonde actricetjes te bestijgen. Iets minder ondervoed was ook in orde.’
‘Als iemand goed is in suggereren, ben jij het,’ zei Remo. ‘Je kletst de krankzinnigste dingen aan elkaar. Tot alles besmet is met jouw hoogstpersoonlijke betrekkingswaan. Ik geloof niets van een infiltratie in mijn film.’
‘Sweet dreams, Little Remo. Alle plekken waar jij je cameradriepoten hebt neergezet, zijn besmet... behekst. Bramford Building? Met wie daar woont, zal het slecht aflopen. Er is al een mannetje in de opleiding.’
Die laatste woorden kregen van Maddox het vibrato van een zwarte domineesstem mee.
9
Als de twee de eenzaamheid van hun cel voldoende vreesden, en nog wat wilden doorkletsen, bleven ze altijd rondhangen bij de wasbak – net zo lang tot een bewaker ze wegstuurde. Vandaag was het pure haat die de mannen aaneen deed klitten. Als Maddox zich eenmaal naar een roes toe georeerd had, werd zijn donderpreek steeds barokker.
‘Ik zal ze allemaal afgaan, Li’ll Remo. Al je vrienden. Ik zal niets van ze heel laten. Behalve de Point Blank Polacco was er nog zo’n dapper manspersoon... een haarboer. The Hairbreadth Hair-Raiser, zo noemden mijn meisjes hem, nadat ze op de forensische kiekjes zijn kapsel hadden mogen bewonderen. Een kapper met capsones, die in acteurs deed. Typisch windhandel waar de zwijnen rijk. Het ene varken dat het andere scheert, en daar een gouden krulstaart aan overhoudt. “O, Sir, last van dandruff? Miss Holmes, geef de spuitbus met Gonzelgunzelbutt Superjock eens aan. Sir, ik verander uw hoofdroos in bladgoud.” De kapper, begreep ik van allerlei dames in het getuigenbankje, hanteerde niet alleen schaar en tondeuse... ook zweep en kettingslot. Spankin’ Jay Flash, grootste leverancier van billenkoek langs de Sunset Strip. Laat in het weekend uw kont masseren door een van Jay’s tafeltennisbats out of hell, en... en u mag de hele week op een kussentje van vochtblaren zitten. Een gigant onder jouw vrienden, net als de Pool.’
‘De arme Jay was nauwelijks groter dan jij en ik,’ zei Remo.
‘Je vrouw hield blijkbaar van kleine mannen.’
‘Niet wanneer ze zich als haar moordenaar aandienden.’
‘Wat moest zij met zo’n flagellant?’ gromde Maddox. ‘Vond ze het lekker om met de karwats te krijgen?’
‘Hebben jouw onbezoldigde huursoldaten je niet verteld hoe verrukt ze was om met touwen gebonden te worden? In het evangelie dat er over jouw Leer en Handelingen geschreven is, Hurly Burly... daarin staan foto’s van Sharon met een dubbele striem op haar wang. Van de strop die met zoveel erotische zorg door jouw mensen strak werd getrokken. Heerlijk moet ze dat hebben gevonden. Zeg eens, Scott, was het vanwege die sadomasopraatjes over Jay dat jullie met touwen...’
‘We hoorden pas de volgende dag van wat voor geniale barbier de wereld beroofd was,’ gniffelde Maddox. ‘In de krant lazen we dat hij een zwarte Porsche reed, omdat die hem... aan glanzend lakleer deed denken. Hij kroop voor elk ritje in de buik van zijn meesteres.’
‘Sprookjes van de pers,’ zei Remo, moe van weerzin. ‘Hij had een speelgoedpakket vol politiespullen gekocht. Met de slappe plastic handboeitjes durfde Jay wel eens een dame aan een beddenspijl te ketenen... om dan de gevreesde Kat met Negen Staarten over haar billen te laten kriebelen. Als dat geselen is, is zoenen verkrachten.’
Uit Maddox’ ene zichtbare oog blonk Remo een starheid tegemoet die met geen enkele uitleg meer te verzachten zou zijn. ‘En dat noem je vrienden?’ Maddox telde ze met goor omzwachtelde vingers af. ‘Een polak die de boel uitvreet, en nog in gevaar brengt ook. Een joods rijkeluiswijf dat zich uit verveling voor de zwartjes inzet. En dan een coiffeur die de permanent legt met een zweep, en zo jouw echtgenote voor zichzelf terug probeert te winnen. Ziedaar, Li’ll Remo, jouw diepbetreurde vriendenkring.’
10
Weg uit de stank van goor verband, vuile leugens en modderige dweilen: Remo wilde naar zijn hok, alleen zijn. Waar bewaker Carhartt, volgens De Griek, met zijn blikken ei een adelaar uit het gebergte probeerde te lokken, had Remo zijn Adler zomaar, na het invullen van een formulier, op cel gekregen. Die van Remo hamerde op afroep met zijn benagelde klauw op een papierbeklede rubberrol, en dat was precies wat hij nu nodig had: een beweeglijke machine om zijn gedachten te helpen ordenen. Eerst hier beneden iets rechtzetten. Er was op zijn erf ook, en wel als eerste in de moordnacht, een onbekende achttienjarige doodgeschoten.
‘Steven In Parenthesis noemden mijn meisjes hem,’ zei Maddox met een grinniklachje, alsof hij zich een goeie grap herinnerde. ‘Omdat het zo’n hopeloze buitenstaander was. Een toevallige waakhond bij jouw huis, Li’ll Remo.’
‘Zijn naam, zijn dood... tot in eeuwigheid met die van Sharon en de anderen verbonden.’
‘Er was iets vreemds aan de hand met de honden van Beverly Hills dat weekend,’ gromde Maddox hoofdschuddend. ‘Die van Altobelli, in het tuinhuis, blaften de hele dag. Maar niet toen Hurly Burly begon. Na het hoesten van de Buntline bij de buren de jachthonden aan... die dachten dat er aangeschoten wild opgehaald moest worden. Ze gaven hun blaf door aan weer andere kettinggangers in de buurt. Bel Air, Beverly Hills, West Hollywood... alle hondenrassen kwamen uit hun hok om zich rauw te blaffen. Niet de bloedhonden van Altobelli. Steven In Parenthesis nam voor ze waar. Hij blafte met zijn koplampen.’
Remo stak zijn vinger onder de waterstraal, en tekende in de vuile spiegel boven de wasbak de cijfers:
00:23
‘Wat staat daar?’ vroeg Remo.
‘Een tijdstip,’ zei Maddox. ‘Drieëntwintig minuten na middernacht.’
‘De jongen probeerde die avond onze huisbewaarder een klokradio te slijten. Zelfgebouwd. Het ding werd in het gastenverblijf gedemonstreerd. Billy had er het geld niet voor over. De stekker ging er om zeven voor half een uit, en de digitale klok bleef op 00:23 stilstaan. Steven ging meteen weg, nam de radio mee in zijn auto en... stuitte toen op jouw mensen.’
Maddox geeuwde, demonstratief, met zijn mond zo wijdopen dat de wonde hoeken ervan inscheurden. ‘Aw...! Een mens kan niet eens meer gapen als een ander hem met oudbakken nieuws lastigvalt.’ Bij zijn linker mondhoek drong een helderrode druppel bloed door het gaas. ‘Tussen mijn arrestatie en veroordeling honderden keren gehoord... van mijn ondervragers, van de openbare aanklager, van klokkenmakers onder de getuige-deskundigen. Heb je niets anders?’
‘Het tijdstip, Scott. In de kranten is altijd verwezen naar het muziekboek dat bij ons op de piano stond. “Twelve-Thirty” van The Mama’s & The Papa’s. Sharon speelde soms het piano-uittreksel, en zong er dan bij. Om half een ’s nachts, o bitter toeval, begon de slachtpartij in het huis. Maar jouw heilige oorlog begon op het moment dat Steven bij Billy de stekker uit het stopcontact trok. Ga maar na. Toen hij met de klokradio onder zijn arm via het tuinpad naar zijn auto liep, waren jouw mensen bezig langs de heuvelhelling over het hek te klauteren. De jongen en die rechterhand van jou, Tex, kwamen ongeveer tegelijkertijd bij de parkeerplaats aan... uit tegengestelde richtingen. De klokradio stond toen al definitief stil op het moment dat Hurly Burly begon. Drieëntwintig na middernacht.’
‘Grote gebeurtenissen uit de oude wereldgeschiedenis,’ bromde Maddox, ‘werden in steen gebeiteld. In onze tijd zijn het digitale cijfers, Li’ll Remo. Als Tex zo gis was geweest de klok mee naar Spahn Ranch te nemen, hadden we nu een digitaal monument gehad. De tijd die stilstond bij de eerste stap op weg naar Hurly Burly.’
‘Je zou er ook een zeer stille getuige mee in huis hebben gehaald,’ zei Remo. ‘Een zeer welsprekende ook.’
‘Ik had het ding meteen in veiligheid laten brengen. Helemaal in Death Valley, als het nodig was geweest. Wanneer de Put eenmaal gevonden was, dan zou ik er’ (Maddox maakte een golvend handgebaar langs de gevangenismuur) ‘een kleine ruimte in laten uithakken... precies passend voor de klokradio met 00:23.’
Het moesten de wanhoop en de vermoeidheid zijn geweest: nu hij het oog van Maddox dweepziek zag opgloeien onder z’n rafelige gordijntje van verbandgaas, besefte Remo zijn fout. Hij had nooit over Het Tijdstip mogen beginnen.
‘Het apparaat moet nog ergens zijn,’ mompelde Maddox. ‘Ik voel het. De politie geeft zoiets terug... de familie bewaart het.’
Hij mocht nooit weten waar de klok voor eeuwig buiten de tijd was geplaatst. Geen monument, geen bedevaartsoord, geen symbolische vernieuwingsbron voor zijn beweging.
11
‘Toen ik met mijn vrouw op de ranch was om paarden te huren,’ zei Remo, ‘zag ik onder takken verstopt een busje van LA5. Overal filmlampen, camera’s... Ik dacht eersttelevisiedocumentaire, maar het was een zooitje. Jouw mensen waren met de apparatuur bezig, en ze deden maar wat.’
‘Alles eerlijk, met busje en al, veroverd op de varkens,’ zei Maddox. ‘Oorlogsbuit van Hurly Burly.’
‘Zo konden jullie je eigen orgieën opnemen.’
‘Ook. Het was een goede oefening. Ze hebben het spul al doende leren bedienen. Vooral het latere filmmateriaal was uitstekend bruikbaar.’
‘Welk filmmateriaal?’
‘Van... de plek.’
‘Luister, Scott. Het is nou wel onderhand aangetoond dat zulke films niet bestaan. Omdat er steeds werd gezegd: “Van Waverly bestaan geen opnamen,” werd daar algauw van gemaakt: “Van Cielo wel.” Onzin.’
‘Charlie wilde alles vastgelegd hebben.’
‘Wat is erop te zien?’
‘Alles. Alles.’
‘Om je eigen misdaden nog eens terug te zien.’
‘Charlie heeft reden genoeg om er niet naar te kijken.’
Nu niet toegeven aan de hete wurgneiging in je handen, Li’ll Remo. Doorvragen. Vermorzelen kan altijd nog.
‘Dat filmmateriaal... wat is ervan geworden?’
‘Kundig aan elkaar geplakt... hoe noemen jullie van het vak dat? Gemonteerd. Alleen is er niets uit geknipt.’
‘Bestaat hij nog, die film?’
‘In de kluis van een vage miljonair ergens. Geldbelegging voor de varkens.’
‘Ik geloof je niet, Scott. Waarom zou jij zo’n bewegende stille getuige in de wereld hebben willen brengen?’
‘Charlie moest aan de oorlogskas van Hurly Burly denken.’
12
‘Jij bent van die lui daarbuiten de leider, Scott,’ zei Remo. ‘Jij deelt de lakens uit. Maar als je het over je familie hebt, doe je net of je minder bent dan een primus inter pares. Iedereen is gelijk.’
De schoonmakers zaten onder mijn hoede een kwartiertje uit te blazen in de recreatieruimte. Er was verder niemand. Ze keken af en toe steels naar me, maar ik zette mijn onverschilligste gezicht, wat maakte dat ze minder zacht spraken dan veilig voor ze was.
‘Alweer mis, Li’ll Remo,’ zei Maddox. Als hij van zijn stoel opstond, was het net of er een veer in hem lossprong, zo weinig moeite leek het hem te kosten. Hij deed zijn zijdelingse dansje, en liet zich toen voor Remo op de knieën vallen. ‘Geef me je voet.’
Zogenaamd verdiept in het ordenen van de rond een bord achtergebleven damstenen lette ik scherp op. Gevangene Woodehouse, die zijn ene been over het andere geslagen hield, trok geschrokken zijn voet verder op in de richting van zijn lies. Het weerhield Maddox er niet van een kus op de gymschoen te drukken. Vederlicht kwam hij weer overeind om op zijn stoel te gaan zitten.
‘Nu ben je er klaar voor, Li’ll Remo, om ook mijn voet te kussen.’
‘Nooit van mijn leven,’ zei Remo.
‘Ik wacht,’ zei Maddox. Hij liet zijn rechtervoet voor Remo schommelen. ‘Je kunt nu niet meer terug. Als je mij de kus onthoudt, raak ik blijvend vernederd. En jij... jij zult voortaan mijn overheerser zijn.’
‘Dat is chantage,’ zei Remo. ‘Ik heb niet om die klapzoen op mijn veter gevraagd.’
‘Nee, want dan zou mijn gebaar niet volstrekt belangeloos zijn geweest. Mijn kus, Li’ll Remo.’
‘Als je ’m van me eist, is hij net zo min belangeloos.’
‘Ik verlang niets. Ik raad je op z’n best aan het evenwicht tussen ons te herstellen. Als je mijn overheerser blijft, kan ik niet meer tegen je praten. Dan zullen voortaan al je vragen op me afk
Ik schudde de doos met stenen leeg op het dambord, alleen om ze opnieuw te kunnen stapelen. Mijn ooghoeken vertelden me dat Woodehouse voor deze nieuwe chantage aan het zwichten was. Hij kwam aarzelend van zijn stoel overeind. Natuurlijk, als hij Maddox niet tot op de bodem van zijn zwartgeblakerde ziel kon uithoren, had het allemaal geen zin gehad. De permanent afgeknepen woede, de walging om ’s mans fysieke nabijheid, de op de koop toe genomen bergredes en waanzinsaria’s – het was dan allemaal voor niets geweest. Mijn vingers ordenden automatisch de damstenen, wit en zwart door elkaar, terwijl ik geen oog kon afhouden van wat daar op enkele meters afstand gebeurde. Een man neerknielend bij de moordenaar van zijn vrouw, en een kus op diens gevangenisslipper drukkend.
‘Nu, Little Remo, zijn we elkaars meerdere en elkaars mindere. Dat is waar Jezus voor stond. Ik kan zijn leer in één woord samenvatten...’
‘Nou?’ deed Remo, die zich bij het zitten gaan even had omgekeerd om heimelijk met een mouw zijn lippen af te vegen.
‘Submission,’ zei Maddox, met een splinter ontroering in zijn keel.
‘In het Pools,’ zei Remo, ‘kan dat verschillende dingen betekenen. Nederigheid. Onderdanigheid. Onderwerping zelfs...’ Hij sprak de woorden op z’n Pools uit, en gaf er de omschrijving bij. ‘Misschien is mijn Engels niet goed genoeg om de juiste nuance van jouw submissie te vatten... met betrekking tot Jezus, bedoel ik.’
‘Hou het op wederzijdse onderwerping. Een methode van liefde om de dominantie van de ene mens over de andere tegen te gaan. Charlie is niet meer of minder dan elk van zijn volgelingen.’
‘Mijn vrouw...’ Remo probeerde te fluisteren, maar bleef door de heftig uitgestoten woorden toch verstaanbaar voor me. ‘Mijn vrouw is dus aan de submissie binnen jouw familietje gestorven. Een methode van liefde.’
Het was verleidelijk ze het gesprek te laten voortzetten, maar hun pauze duurde nu al bijna een halfuur. Ik zei dus, met tegenzin: ‘Heren, ik weet niet waar dit allemaal over gaat, maar het klinkt als een discussie, en die kan ook onder het sopwerk gevoerd worden.’
En trouwens, ik had ze al min of meer waar ik ze hebben wilde. Allebei.
13
‘Die submissie van jou, Scott, is de verachtelijkste huichelleer die ik ooit gehoord heb.’
Remo was op weg naar het avondeten stil blijven staan in de deuropening van Maddox’ cel. De kleine muzikant trok juist een nieuwe snaar (de bovenste, de dikste) door een gaatje in de kam van zijn gitaar. ‘Ga je beklag maar doen bij Jezus Christus, Li’ll Remo. Ik geef alleen weer wat hij onderwezen heeft.’
‘Het gaat me erom dat jij die leer op de goorst denkbare manier in je eigen voordeel hebt uitgelegd. Aan de wederzijdse onderwerping die jij predikt, is niets wederkerig. Af en toe op je knieën de ongewassen voet van een ander kussen... om de wereld eraan te herinneren dat je de rechtmatige opvolger van Jezus Christus bent. Jij de onderdaan van je volgelingen? Voor ’t merendeel zijn ze van het vrouwelijk geslacht. In jouw ogen zijn vrouwen net goed genoeg om de man te voeden en te bevredigen... om het huishouden te doen en kinderen uit te poepen. Jij ging nog wat verder dan de gemiddelde despoot en eunuch. Om te kunnen koken, moet je eerst inkopen doen. Omdat Charlie Jezus was, altijd bereid de woekeraars de tempel uit te ranselen, had zijn heilige familie nooit geld. Jij liet je vrouwen elke dag een duik nemen in de afvalcontainers van supermarkten... tussen de rottende groenten. En als het eten dan op tafel stond, moesten ze in alle nederigheid wachten tot de honden hun bord leeg hadden. Je sloeg ze verrot, als het je zo uitkwam... en dan zei je dat het goed voor ze was... dat ze niets liever wilden. Ja, zo kan ik ook in wederzijdse onderdanigheid geloven.’
‘Ik bood ze bescherming,’ zei Maddox, die rustig doorging de nieuwe snaar om het spoeltje te winden. ‘Ik leidde ze naar het onderaards paradijs.’
‘Ze hadden geleerd er dankbaar bij te kijken, bij die klappen van jou... met een glimlach hun tranen te drogen. Vers van huis weggelopen nieuwkomertjes werden door jou voor het oog van de hele familie ingewijd... verkracht, zeg maar. Ja, ze moesten toch leren hoe in groepsverband te paren. De paradijselijke staat diende al zoveel mogelijk bovengronds gecreëerd... niet, Jezus de Tweede? Als jij een gewone bajesklant met wat charisma was geweest, had je misschien een liefje hier of daar zo gek gekregen jouw naam in haar vlees te laten tatoeëren. Maar Charlie was iets uitzonderlijks... een goeroe, een generaal Rommel van halfgoddelijke afmetingen. Niks tatoeage-inkt. Hij liet zijn vrouwen de kernkreten van zijn leer op muren en deuren schrijven... in het bloed van zijn slachtoffers. Kijk, zo werkt de wederzijdse submissie van Christus de Coyoteprediker. Jouw onderdanen door het slijk en het bloed... terwijl jouw onderwerping aan je volgelingen uit niets anders bestond dan... dan het bedenken van barokke slagvelden.’
Maddox stak zijn stemfluitje in de mondspleet van zijn verband, en begon de nieuwe snaar te stemmen.