48
Ze hadden op een parkeerplaats naast de snelweg afgesproken. Net buiten Muiden. Isabel zag John Oudenaar in een degelijke auto zitten en parkeerde die van haar langs de berm. Terwijl ze naar Oudenaar toe liep, stapte hij uit.
‘Goedenavond, mevrouw Bouman.’ Hij gaf haar een hand. Wat haar als eerste opviel was zijn kleding. Geen afgedragen verfrommeld pak, maar een trainingspak met daaronder zwarte gympen. Prijzige merkkleding. Ook oogde hij stukken fitter dan de Oudenaar tijdens het intakegesprek.
Ze stapten in zijn auto. Oudenaar schonk haar een vriendelijke glimlach.
‘Wat wilde u met mij bespreken?’
Isabel zette haar handtas naast haar voeten. Hierna stelde ze de passagiersstoel af op haar postuur.
‘U ziet eruit alsof u naar de sportschool gaat of er net vandaan komt.’
Oudenaar grijnsde.
‘Ach, op mijn leeftijd moet je moeite doen om fit te blijven.’
Isabels blik stond bol van scepsis. Een onverwachte reactie waarmee ze Oudenaar enigszins van zijn stuk bracht.
‘Maar dat doet er nu niet toe,’ ging hij verder. ‘U had belangrijke informatie.’
‘Inderdaad,’ antwoordde Isabel onverstoorbaar. Ze trok de veiligheidsriem over haar borst en klikte hem vast.
‘Vanaf nu maak ik deel uit van uw team.’
Nadat hij lang op haar had ingepraat, gaf John Oudenaar het op. Als deze cliënt ergens haar zinnen op had gezet, bleef ze daarin volharden, wist hij nu. Hij kon haar onmogelijk met geweld de auto uit sleuren. Ongevoelig voor zijn argumenten, bleef Isabel Bouman zitten waar ze zat.
‘Gaan we naar Friesland?’
Oudenaar gromde iets wat voor een bevestiging door kon gaan. Hij startte de auto. Hij realiseerde zich dat deze vrouw zich niet weg liet sturen en dacht razendsnel na. Vanavond stond de bevrijding van Bibi gepland. Een bezorgde moeder als ballast was zo ongeveer het laatste waarmee hij nu rond wilde zeulen. Hij besloot het over een andere boeg te gooien. Eerst zou hij de spanning moeten verminderen. ‘U wilt toch dat Bibi ongedeerd terugkomt?’
‘Wat een belachelijke vraag.’
‘Niet echt. Deze klus is uitsluitend geschikt voor professionals. Uw aanwezigheid brengt zowel Bibi als hen in gevaar.’
Ondanks de beschuldigende woorden, kreeg Isabel de bevestiging waar ze op had gehoopt. Oudenaar en zijn manschappen stonden inderdaad op het punt om Bibi te bevrijden! Exact op het juiste moment had zij de goede beslissing genomen. Gestuurd door Koen en haar intuïtie had ze de telefoon gepakt om het initiatief niet meer uit handen te geven.
‘Hoe bent u ze op het spoor gekomen?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Een samenloop van omstandigheden. Noem het een kettingreactie. Als de eerste dominosteen eenmaal valt… Het laatste aanknopingspunt was een jongedame die vanuit Amsterdam naar het noorden reed. Zij leidde ons naar de locatie. Wij denken dat daar de verblijfplaats van Bibi is.’
‘Denken?’
Oudenaar knikte overtuigd.
‘We hebben uw dochter nog niet gezien, maar de kans is heel groot dat zij in een schuur wordt vastgehouden.’
‘Hoe groot is die kans precies?’
‘Ik ga voor 99 procent.’
Bij Emmeloord werd de schemer opgeslokt door de nacht. De polders veranderden in peilloze, zwarte gaten waarin af en toe een twinkeling oplichtte. Bij Heerenveen verliet Oudenaar de snelweg. Een halfuur later opende hij tijdens het rijden het dashboardkastje. Hij schakelde de mobilofoon in.
‘Kun je me horen?’
‘Luid en duidelijk,’ antwoordde een zware mannenstem.
‘Pik me op bij de zuidelijke parkeerplek.’
‘Komt voor elkaar.’
Isabel voelde hoe de spanning ineens toenam. Oudenaar reed de auto een boerenpad op dat een verbinding was tussen de weg en het land. Hij trapte op de rem en haalde de contactsleutels uit het slot.
‘We kunnen het op twee manieren doen,’ sprak hij koeltjes terwijl hij zich naar haar toe draaide. ‘U belooft hier te wachten tot ik terug ben met Bibi. In dat geval laat ik u rustig zitten. Alle andere opties houden in dat ik u met een handboei aan het portier vastmaak. U mag het zeggen.’
Isabel scheen de alternatieven te overdenken. Ze wilde niet te snel toegeven. Dat kon argwaan wekken.
‘Ik beloof het,’ zei ze uiteindelijk.
‘Goed zo,’ antwoordde Oudenaar. Hij opende de kofferbak vanuit de auto en liep erheen. Uit haar ooghoeken zag Isabel dat hij een kogelvrij vest omdeed. Met een clip bevestigde hij een pistoolholster aan een van de vele riemen van het vest. Hij ging bewegingloos in de berm staan. Klaar voor de strijd.
De koplampen naderden snel. De auto minderde plotseling vaart, waarna het rechterportier werd geopend. Terwijl de chauffeur draaide, sprong Oudenaar in de auto. De wagen stoof weer weg.
Isabel ontkoppelde haar veiligheidsriem. Haar blik was gericht op de achterlichten die kleiner werden. Ze stapte uit.
‘Alsof ik hier werkeloos blijf zitten wachten, meneer Oudenaar.’
Ze begon hard te rennen.