Zes

Na jaren van overdaad, waarin iedereen zich het liefst hulde in het nieuwste van het nieuwste, lijkt het erop dat eenvoud weer in de mode raakt. De high society geeft bescheiden, besloten diners en draagt jurken gemaakt van simpel katoen. Maar bedenk dat er meerdere soorten eenvoud zijn, en dat het zeker niet gemakkelijk is om toch elegant over te komen.

DRESS MAGAZINE, DECEMBER 1899

ER STONDEN SLECHTS ENKELE SPULLEN IN HET KLEINE huisje op de gepachte grond van de Kellers, maar de dingen die er stonden, had Will per se voor Elizabeth willen hebben. In het midden van de ruimte stond een vierkante tafel die Will zelf had gemaakt, en aan de zijkant stond een oud koperen bed dat hij had gekocht in Lancaster van een failliete gelukszoeker, samen met het paard. Boven de tinnen wastafel hing een ovale spiegel met een koperen rand, en op die plek schikte Elizabeth nog steeds haar haar, elke avond voor het eten. Ze stak het meestal op in een knot. Vandaag had ze haar haar al gedaan en ze had water gehaald uit de put. Nu was ze bezig met iets waar ze maar weinig vanaf wist: Elizabeth Holland deed voor de zoveelste keer een poging om het avondeten klaar te maken.

De tafel was gedekt met het canvas kleed dat ze overal voor gebruikten. In het midden stond een oude weckpot, gevuld met een bos oranje klaprozen die ze gisteren in het veld had geplukt. Ernaast lag een kleine stapel boeken van Will – Geologische technieken voor het opsporen van aardolie onder het aardoppervlak en Zo graaf je een oliebron in de wildernis. Het was haar gelukt om het kleine ijzeren fornuis in de hoek aan te krijgen, maar het openmaken van een blik witte bonen bleek toch te lastig voor haar. De blikopener was verroest, en ze vermoedde dat Will hem ergens had gevonden – een staaltje zuinigheid dat ze op elk ander moment vast zeer had bewonderd, maar wat haar nu zo irriteerde dat ze het wel uit kon schreeuwen.

En dat deed ze dan ook. Terwijl ze haar keel voelde vibreren en ze de lucht uit haar longen voelde stromen, bedacht ze dat dit best eens het hardste geluid zou kunnen zijn dat ze ooit had voortgebracht. Toen de kreet eruit was, was ze nog steeds alleen, al voelde ze zich wel wat beter. Ze legde haar hand op haar buik en deed haar ogen dicht. Haar mondhoeken krulden op in een flauwe glimlach. Het was ook best amusant, want hoewel ze in niets meer leek op het verfijnde meisje van vroeger, kon ze desondanks niet eens de meest simpele taken uitvoeren. Iets niet kunnen was net zo nieuw voor haar als dit soort schreeuwerige uitbarstingen.

Ze zette het blik neer en ging aan tafel zitten. Op dit tijdstip van de dag begon ze zich meestal te realiseren dat ze al erg lang alleen was. Will was al uren op pad met Denny, de partner die hij in Oakland had gevonden. Dat waren uren buiten haar wereldje, en ze nam niet de moeite om te begrijpen wat ze daar buiten allemaal uitvoerden. Het arbeiderswereldje was altijd Wills wereld geweest, iets waar zij niets vanaf wist. Maar hoewel dit vroeger slechts een simpel feit had geleken, begon ze zich de laatste tijd wel een beetje schuldig te voelen. Ze wist dat hij veel tijd had gestoken in het inrichten van hun huisje, wat normaal gesproken eigenlijk een taak was voor de dames. Die tijd had hij anders kunnen besteden aan het verkennen van het terrein. Elizabeth had geen seconde spijt dat ze met Will was meegegaan, maar op dit soort momenten laat in de middag, wanneer in New York de zon al zou zijn ondergegaan, wenste ze wel dat ze hem wat beter had kunnen steunen. Dat was haar perfectionistische kant. Als ze maar half zoveel flair had als vroeger, wanneer ze met het zondagse bezoek in de salon van haar familie kletste, zou ze nu vast een prima maaltijd op tafel kunnen zetten.

Een tijdlang zat ze denken aan de mensen die ze had achtergelaten en aan de duizenden kilometers die hen van elkaar scheidden. Ze zou hen lang niet zoveel missen als ze maar wat meer wist over hun situatie, als die afstand maar wat makkelijker te overbruggen was. Zo nu en dan las ze wat nieuws uit New York in een oude krant, maar dit maakte haar eigenlijk alleen maar bezorgder, want het meldde slechts dat haar moeder niet meer zichzelf was en Diana juist wel.

‘Lizzy!’ Will riep haar al voor hij zelfs maar naar binnen stapte. Elizabeth keek op van de tafel en werd meteen opgetild in zijn armen. Hij draaide haar rond door de lucht. Ze had haar armen om zijn nek geslagen en hield hem stevig vast, en ze wist weer dat ze hier helemaal op haar plaats was. Ze snoof zijn geur op, een mengeling van zweet en zeep en een of andere muskusachtige geur die ze niet kon plaatsen. Toen zei hij zachtjes: ‘We hadden geluk vandaag.’

Hij zette haar neer, en toen haar voeten de grond raakten, keek ze naar hem op. Zijn gezicht stond zonnig en opgewekt en zijn lichtblauwe ogen straalden. ‘Wat voor geluk?’

‘Olie-geluk.’ Hij stopte even en perste zijn volle lippen op elkaar terwijl hij naar haar keek. Ze zag zijn borst snel op en neer gaan onder zijn versleten overhemd met opgerolde mouwen. Zijn haar was donker van het zweet op de plekken waar het niet was gebleekt door de zon. ‘Denny en ik, we hebben het gevonden. We hebben olie gevonden, glinsterende zwarte olie. Je kunt het gewoon ruiken daarbuiten, de lucht zit vol zwavel. Ik weet zeker dat er meren vol olie onder de grond zitten. Het borrelt omhoog tussen de rotsen. We gaan een olieput graven volgens de aanwijzingen in mijn boek. Die verkopen we dan aan een raffinaderij in Lancaster, en dan kunnen we meer werklui aannemen. In het begin zullen we alles wat we verdienen weer moeten investeren. Maar het is er echt – we zitten erbovenop, op de bron van onze rijkdom.’

Will sprak zo snel en met zoveel enthousiasme dat hij een paar keer moest stoppen om diep adem te halen. Maar hij barstte van de energie, dat straalde van zijn gezicht en lichaam af. Zijn wollen broek, die hij altijd droeg als hij van huis ging, zat onder het kleverige zwarte spul. Hij trok hem uit en deed zijn lange ondergoed aan. Ondertussen vertelde hij haar hoe olie werd gedolven, hoeveel er volgens hem zat verscholen en wat een vat ruwe olie momenteel opbracht. Elizabeth hing zijn broek over de rand van het bed, zodat hij niets anders vies zou maken en keek naar Will terwijl hij het blik bonen openmaakte en ondertussen verder vertelde over de werklui die hij zou moeten aannemen en over de winst die ze zouden maken.

Haar stralende glimlach toverde kuiltjes in Elizabeths wangen, die vroeger alleen tevoorschijn kwamen bij de aanblik van brokaat, tasjes met cadeaus of zalmmousse. Verbaasd merkte ze op dat ze nu niet lachte om hun minerale rijkdom. Dat leek allemaal nog erg ver weg. Ze glimlachte bij de gedachte aan hoe het Will zou vergaan. Hij zou succesvol zijn, of dat nu kwam door het olieveld of niet, en hij zou uitgroeien tot een van die mannen over wie men schreef in de avonturiersbladen. Ze zouden schrijven over zijn moeilijke jeugd, zijn grote zakelijke inzicht en alle verstandige beslissingen die hij in de loop der tijd had gemaakt. Hij zou sluw en hard zijn tegen mensen die dat verdienden, maar verder zou hij eerlijk zijn en veel bewondering oogsten. Hij zou het hoofd zijn van een gezin en hij zou mensen helpen die in nood zaten.

Langzaamaan zouden er rimpels verschijnen in zijn nu nog gladde gezicht, maar zijn scheve neus zou altijd hetzelfde blijven. Ze zouden samen oud worden en de wereld voor hun ogen zien veranderen. Ze bleven elkaar nog een tijdje indringend aankijken en toen liep ze naar hem toe. Ze drukte zich dicht tegen hem aan en voelde zijn hart kloppen in zijn borst.