Vier

GEACHTE LADIES’ STYLE MONTHLY

Zou u alstublieft een antwoord kunnen geven op een zeer belangrijke vraag? Wat is de gepaste rouwtijd voor een jongeman die zijn verloofde heeft verloren? De etiquetteboeken geven geen eenduidig antwoord op deze droevige doch dringende vraag.

GEACHTE LEZER

U bent niet de enige die zich dit afvraagt, aangezien een vergelijkbare, zeer prominente zaak de gemoederen binnen de society aardig bezighoudt. Hoewel het verlies van een verloofde een trieste gebeurtenis is, moet men zich evenwel realiseren dat verloofde koppels nog geen man en vrouw zijn en dat zij wettelijk nog niet met elkaar verbonden zijn. Bovendien behoeven mannen in het algemeen een kortere rouwperiode aan te houden dan vrouwen. Dus hoewel een respectvolle, teruggetrokken rouwperiode niet meer dan gepast is, zal twee maanden zeker volstaan.

– LADIES’ STYLE MONTHLY, DECEMBER 1899

HENRY SCHOONMAKER STOND OP HET KRUISPUNT VAN twee smalle straatjes in het oude deel van de stad en vroeg zich af hoe snel hij redelijkerwijs kon wegglippen van zijn vaders optocht. De koets van Penelope Hayes was weggereden in de richting van de East River, hoewel de eindbestemming vrijwel zeker Fifth Avenue was, aangezien ze daar woonde. Henry’s familie woonde eveneens in een van die statige herenhuizen, hoewel zij al vele jaren eerder aan de Avenue waren komen wonen en hun opwachting hadden gemaakt bij de New Yorkse society. Maar dat leek nu nauwelijks nog van belang. Niemand maakte het nog wat uit waar de familie Hayes vandaan kwam of hoe lang ze hier al waren. Zelfs nu Penelope eerder van de optocht was weggegaan, zagen ze haar nog steeds als een of andere vrome strijdster voor de armen. Ze was slim, dat moest Henry haar nageven.

‘Wat blijkt juffrouw Hayes toch een voorbeeldige jongedame te zijn,’ zei Henry’s vader, William Sackhouse Schoonmaker, terwijl hij het kruispunt overstak. Achter hem keek Henry toe hoe zijn vader vastberaden voor hem uit liep over de klinkers van de smalle straat. ‘Wat aardig van haar dat ze wilde deelnemen aan ons goede doel en dat ze nog zo lang is gebleven.’

‘Terwijl het vast erg vermoeiend was voor haar,’ bracht zijn vrouw Isabelle naar voren. Ze was vijfentwintig, slechts vijf jaar ouder dan Henry, en sprak met hoge, meisjesachtige stem, waardoor ze altijd erg opgewekt klonk. Ze droeg een mantel van tijgerkatbont en een hoed die was beladen met zijden rozen en opgezette musjes. Hoewel ze zich stevig vastklemde aan de arm van haar man, liep ze nog steeds met verende pas. ‘Het is vermoeiend voor alle dames.’

‘De jonge juffrouw Hayes is voorgoed veranderd, net als wij allen, door het verlies van juffrouw Holland,’ sprak meneer Schoonmaker verder tegen de verslaggever van de New York World, die hem al de hele middag op de voet volgde en trouw zijn opmerkingen noteerde. ‘U kunt zelf zien hoezeer mijn zoon is veranderd.’

Beide mannen draaiden zich om en keken naar Henry. Hij droeg een hoge hoed en een lange zwarte mantel die zijn slanke postuur mooi afkleedde. Want hoewel de dood van Elizabeth Holland inderdaad een grote impact had gehad op zijn zorgeloze levensstijl van vroeger, was hij nog niet zozeer veranderd dat hij geen aandacht meer besteedde aan zijn kleding.

‘U ziet het,’ hoorde hij zijn vader zeggen terwijl hij wegkeek van zijn zoon. ‘Hij is ontroostbaar. De manier waarop de huidige burgemeester omgaat met Elizabeths dood, is uiteraard een van de belangrijkste punten waarop ik hem zal aanvechten.’

De oude Schoonmaker ging verder, maar Henry had zijn betoog al vaker gehoord. Ondanks zijn enorme rijkdom en de bijbehorende macht had zijn vader pasgeleden besloten dat hij ook de politiek in wilde. Zijn ambitie om burgemeester te worden van de onlangs verenigde stad New York was een van de belangrijkste redenen waarom Henry was gedwongen zich te verloven met Elizabeth Holland, en zodoende was dit ook een van de redenen waarom Elizabeth tot haar tragische einde was gekomen. Henry had zijn verloofde immers op straat zien staan op de laatste dag van haar leven, bang en alleen, en het was hem nu maar al te duidelijk wat dit had betekend.

Ze had daar enkele ogenblikken stilgestaan en had hem doordringend aangekeken. Ze waren toen pas enkele weken verloofd en zouden binnen een paar dagen al gaan trouwen, onder druk van hun families. Henry was niet trots op zijn gedrag in die periode, hoewel het een van de weinige keren was geweest dat hij compleet eerlijk was tegen een meisje. Alleen niet tegen het meisje met wie hij verloofd was. Hij was ook niet trots op zijn gedrag in de jaren voor zijn verloving, dat hem de verdiende reputatie van een rokkenjager had opgeleverd. Maar het was hem niet gelukt om volledig afstand te doen van dit soort gedrag op de avond voor hij Elizabeth daar op straat zag staan, de nacht voor ze was verdronken. In die nacht had hij immers haar jongere zus, Di, meegenomen naar de oranjerie van de Schoonmakers. Voor hem was het een ongewoon kuise nacht geweest. Ze had de hele nacht zachtjes met hem gepraat en hem gekust met een lieflijkheid en onschuld die ongetwijfeld in één klap waren weggevaagd door wat er daarna was voorgevallen. Want de volgende ochtend had Elizabeth Henry en Diana samen gezien, en uit de heldere blik in haar ogen had hij kunnen opmaken dat ze wist wat er was gebeurd. Deze informatie moest haar de dood in hebben gejaagd. Men viel immers niet zomaar in de rivier, Henry kon dat verschrikkelijke feit niet ontkennen.

Maar Henry gaf niet alleen zichzelf de schuld. Ook zijn vader had schuld aan de dood van Elizabeth, en dat was een van de redenen waarom hij het niet kon uitstaan dat W.S. Schoonmaker voor de zoveelste keer over haar begon. Hij gebruikte haar dood om zijn eigen politieke carrière te stimuleren. Henry draaide zich om en baande zich een weg door de fanfare die achter de optocht aan liep. Overal om hem heen stonden huurkazernes, waarvan sommige in het bezit waren van zijn vaders bedrijf. Henry werd onbeschrijflijk droevig van al die fantasieloze gevels en namaakversieringen in Italiaanse stijl, die half waren afgebrokkeld. Hij stootte met zijn elleboog tegen een trombone, wat een kleine botsing van muzikanten veroorzaakte, en hij hoorde de muziek even haperen. De bandleden moesten echter hebben geweten wie hun betaalde – ze droegen tenslotte uniformen in het hemelsblauw en goud van de familie Schoonmaker – want hij hoorde niemand klagen.

Henry liep verder, dwars door de fanfare met al zijn oorverdovende blazers, en door de groep dames daarachter, met hun witte handschoenen en grote hoeden. De dames riepen zijn naam, en hij wist dat ze zich hadden omgedraaid om te kijken naar dit spektakel van een jongeman die dwars tegen de optocht van zijn eigen vader in liep. Hier zou hij ongetwijfeld nog problemen mee krijgen. Zijn vader dreigde graag dat hij Henry zou onterven als hij zich niet zou gedragen als de zoon van een toekomstige burgemeester. De laatste tijd gebeurde dat echter wel minder vaak, nu zijn vader zag dat hij zijn campagne prima kon baseren op het verdriet van zijn eigen zoon en op de slechte manier waarop de huidige burgemeester omging met de dood van een jong meisje.

‘Schoonmaker!’

Henry’s blik gleed over de gezichten van de mensen in de optocht en de vele mensen op de stoep, tot zijn blik opgetogen bleef rusten op het gezicht van zijn oude vriend Teddy Cutting. Teddy stond naast zijn jongere zus, Alice, die net zo knap was als haar broer. Ze had dezelfde grijze ogen, die nu verlegen naar de grond waren gericht. Henry had haar eens gekust in de tuin van het zomerverblijf van de Cuttings in New Port, en sindsdien durfde ze hem niet meer recht in de ogen te kijken. Ze was Teddy’s jongste zus, meende Henry, hoewel hij dat nooit zeker wist, aangezien Teddy de enige zoon was tussen allemaal dochters. Henry vond dit altijd veelzeggend: Teddy was het soort man dat was opgegroeid tussen te veel dames.

‘Juffrouw Cutting,’ zei Henry, terwijl hij haar hand pakte en er een kus op drukte. ‘Het is altijd een genoegen u te zien.’

Teddy wierp hem een waarschuwende blik toe. ‘Je ziet eruit alsof je er zo onderhand wel genoeg van hebt.’

Henry schonk hem zijn beroemde charmante glimlach en zei: ‘Ik heb er mijn buik van vol.’

‘Laten we er dan vandoor gaan.’ Teddy legde zijn hand op Henry’s schouder. Hij was Henry’s steun en toeverlaat geweest sinds de verschrikkelijke gebeurtenissen van oktober. ‘Ik ken een café hier in de buurt.’

Ze namen afscheid van Alice, die zich aansloot bij een groepje jonge vrouwen, en begaven zich toen tussen het gewone volk, met hun gezicht naar beneden. Aan hun kleding was duidelijk te zien dat ze eigenlijk tot de elite van de stad behoorden. Henry droeg een dure wollen mantel en een glimmend zwarte hoge hoed. Teddy’s jas was gemaakt van kostbare bruin geruite stof en er stond een stempel van de hoedenmaker aan Union Square op zijn bruine bolhoed. Ze maakten echter geen oogcontact met de mensen in het publiek, en zodra ze in een zijstraat uitkwamen, hielden ze het eerste het beste huurrijtuig aan dat ze zagen.

Het café waar Teddy hen heenbracht, was schoon en licht, met witte achthoekige tegeltjes op de vloer en bolle spiegels aan de muren. Ze zaten aan een kleine ronde tafel van stevig donker hout en bestelden Duits bier dat werd geserveerd in grote glazen met een schijfje citroen. Henry voelde zich eindelijk weer enigszins op zijn gemak na uren in het middelpunt van de belangstelling te hebben gestaan, en hij was dankbaar dat zijn vriend wachtte met praten tot ze allebei een slok hadden genomen.

‘Hoe hou je het vol?’ vroeg Teddy terwijl hij zijn glas terug op de tafel zette. Hij had zijn hoed afgezet en zijn blonde haar was netjes opzij gekamd. Bij het zien van Henry’s voorzichtige glimlach ging hij verder. ‘Ik kan je vaders toespraken al bijna niet uitstaan en ik ben niet eens familie van hem. Ik bedoel, hij kende Elizabeth amper en om dan nu haar dood zo te gebruiken, voor politieke doeleinden –’ Teddy stopte en schudde vol ongeloof zijn hoofd.

‘Laten we het daar niet over hebben.’ Henry nam een grote slok van zijn bier en merkte toen dat hij zich niet meer zo somber voelde. ‘Dat leidt toch alleen maar tot schijnheiligheid en ellende en dat willen we niet, toch?’

‘Je hebt gelijk,’ zei Teddy, en hij glimlachte terug. ‘Laten we dan vieren dat we verlost zijn van belachelijke optochten en laten we het daarbij houden.’

Ze proostten en namen een slok van hun bier. In de korte stilte die volgde, vroeg Henry zich af hoe hij kon beginnen over een onderwerp dat ze slechts kort hadden besproken, meer dan twee maanden geleden.

‘Je moet echt iets bedenken om Alice op haar gemak te stellen,’ begon Teddy voor Henry iets kon zeggen. Hij probeerde Henry afkeurend aan te kijken, maar hij kon het niet helpen dat hij moest glimlachen om het effect dat zijn vriend nog steeds op haar had, zelfs in deze sombere tijden. ‘Telkens als ze jou ziet, valt ze stil.’

‘Je zus is veel te goed voor mij,’ antwoordde Henry lachend. ‘Dat zal ze snel genoeg inzien en dan is het probleem opgelost.’

‘Ik denk niet dat ze dat zal geloven,’ antwoordde Teddy uit de grond van zijn hart, ‘maar ik ben het wel met je eens.’

Henry dronk zijn bier op en toen hij zijn glas terug op tafel zette, keek hij in Teddy’s grijze ogen. ‘Je weet dat mijn officiële rouwperiode bijna voorbij is, niet?’

‘Ik weet het. Godzijdank.’ Teddy nam een slok en schudde zijn hoofd. ‘Het was onbeschrijflijk saai in de buitenwereld zonder jou.’

‘We hebben altijd veel plezier.’

‘Ja.’ Teddy’s ogen werden glazig terwijl er een herinnering aan hem voorbijtrok. ‘Laten we een diner houden bij Sherry’s, of misschien een jachtpartijtje in Tuxedo.’

Henry draaide zijn hoge hoed rond op zijn schoot. ‘Ik denk dat ik naar de seizoensopening van de opera ga. Zelfs mijn vader vindt dat een goed idee. Zo kan hij nog beter duidelijk maken hoe slecht Van Wyck Elizabeths dood aanpakt, want er zijn vast genoeg journalisten aanwezig. Ze spelen immers Romeo en Julia.’

‘Nou, dan moeten we maar iets afspreken voor daarna.’

‘Ja.’ Henry keek naar zijn hoed en begon hem de andere kant op te draaien. Hij richtte zijn blik weer op Teddy en kwam eindelijk terug op het onderwerp dat hij zo graag ter sprake wilde brengen. ‘Er is nog iets.’

Er verschenen wat oppervlakkige rimpels op Teddy’s gedistingeerde voorhoofd.

‘Op zeker moment zal mijn vader willen dat ik ga nadenken over een nieuwe verloving…’ Henry stopte even om zijn keel te schrapen. ‘En het meisje aan wie ik zit te denken, is Diana Holland.’

Hun glazen waren leeg, en een van de kelners met lange witte schorten verscheen om ze mee te nemen. Teddy vroeg de man om nog een drankje en keek zijn vriend toen meelevend doch streng aan. Henry dacht maar zelden aan het feit dat Teddy ouder was dan hij, maar nu werd hij herinnerd aan de twee jaar die ze scheelden.

‘Dat is niet mogelijk.’ Teddy sprak op zachte toon en keek om zich heen om er zeker van te zijn dat niemand hen hoorde.

‘Waarom niet?’ Het lukte Henry niet zijn ergernis te verbergen. ‘Je weet dat Elizabeth nog minder in mij geïnteresseerd was dan ik in haar. Al die geruchten over hun geld, dat het op zou zijn… dat was vast de reden dat ze mijn aanzoek heeft aangenomen. Het kostte haar al te veel moeite om naar me te lachen. En Diana verkeert nu in precies dezelfde situatie als haar zus, maar in tegenstelling tot Elizabeth zou zij wel gelukkig met mij kunnen zijn. En ik zou gelukkig zijn met haar.’

‘Je weet dat de society dat niet zal toelaten.’

Henry schudde zijn hoofd en liet zijn blik door het drukke café dwalen. ‘Ze zullen het snel genoeg vergeten.’

‘Ik wil niet weten wat er is gebeurd tussen jou en de jonge juffrouw Holland.’ Teddy stopte even toen hun drankjes werden gebracht en nam snel een slok voor hij verderging. ‘Maar als je echt om haar geeft, en volgens mij is dat het geval, dan moet je niet zo dwaas doen. Haar zus was jouw verloofde en ze is overleden onder zeer mysterieuze omstandigheden. Omstandigheden die, zoals je zelf hebt gezegd, wellicht te maken hadden met jullie aanstaande huwelijk. Diana is nu misschien wel smoorverliefd op je, maar als ze ouder wordt en meer leert over de dood en over haar familie, als ze begrijpt hoezeer ze Elizabeth heeft verraden door iets te beginnen met haar voormalige verloofde, dan zal dat haar kapot maken. En je weet heel goed hoe vaak de mensen haar daaraan zullen herinneren. De society zal zoiets nooit vergeten.’

Henry nam een paar grote slokken bier. Hij deed zijn best om niet boos te worden op zijn vriend. Waarom deed hij zo negatief over deze mogelijke toekomst? Henry’s dagdromen hierover hadden hem juist door de ergste momenten van de afgelopen maanden heen gesleept. Hij had tegenover Diana gezeten in de salon van haar familie tijdens die eerste weken van rouw, fantaserend over de tijd dat ze hem weer zou aankijken, dat alle ellende voorbij zou zijn en ze echt samen konden zijn. Diana was het enige meisje met wie hij zichzelf daadwerkelijk zag trouwen.

‘Ze zal zichzelf haten, en jou ook.’ Teddy schudde zijn hoofd.

Om de een of andere reden deed dit Henry weer denken aan Elizabeths verdrietige gezicht op de ochtend voor haar dood. Hij begon zich af te vragen hoeveel invloed zijn escapade had gehad op wat ze daarna had gedaan. Want ook al waren zijn bedoelingen met Diana nog zo oprecht, zijn verloofde had hem betrapt met haar kleine zusje. Wellicht was dat al genoeg om haar van haar levenslust te beroven.

‘Laten we gaan,’ zei Teddy langzaam.

Henry dronk zijn glas leeg en legde wat geld op tafel. Hij had hier één keer eerder met Teddy over gepraat en nu wenste hij dat hij er nooit over was begonnen. Er viel niets meer te zeggen.

In het verleden had hij Teddy’s advies vaak in de wind geslagen, en dat was niet altijd even slim geweest van hem. Toch lukte het hem niet Diana uit zijn hoofd te zetten. Zelfs toen hij een berustende glimlach op zijn gezicht toverde en zijn hoed op zijn hoofd zette, moest hij onwillekeurig denken aan haar springerige krullen en haar zachte huid, en aan het feit dat ze zo heerlijk roekeloos was, net zoals hij.