Woord van dank

Nog nooit heb ik zo’n persoonlijk getint boek geschreven als dit. Het idee voor het verhaal is geboren uit de verhalen die mijn moeder me heeft verteld over haar jeugd in China, verhalen over geesten en mysterieuze martial arts leraren en, ja, over de heldhaftige Apenkoning. Dank je wel, mam, dat je me hebt laten kennismaken met de wonderbaarlijke wereld van de Chinese fabels.

Verder wil ik graag Tony Yee en agent Tommy Yung van het Boston PD bedanken voor hun verhelderende informatie over Bostons Chinatown; Halford Jones die me al heel lang had aangespoord om eens een verhaal over martial arts te schrijven; mijn zoon Adam Gerritsen voor zijn hulp met Mandarijnse woorden en relatief onbekende vuurwapens; doctor Reena Roy, hoogleraar van het Forensic Science Program van Penn State University, voor de waardevolle uitleg over het analyseren van primatenhaar; John R. Michaud, hoogleraar juridische wetenschappen, en de studenten van zijn Criminal Justic Club van Husson University, voor hun informatie over de metaalanalyse van antieke zwaarden; en rechercheur Russell Grant van het Boston PD, die altijd bereid is vragen te beantwoorden. Als ik in dit boek fouten heb gemaakt, ben ik daar geheel en al zelf verantwoordelijk voor.

En dan is er nog het trouwe team dat bij elke fase van het werk achter me stond met adviezen, bemoedigingen en soms een broodnodige martini: Meg Ruley, mijn ongeëvenaarde literair agent van Jane Rotrosen Agency; Linda Marrow, mijn redacteur bij Ballantine; Selina Walker, mijn held bij Transworld; en Brian McLendon, de man die ervoor zorgt dat ik gezond van lijf en leden blijf als ik op pad moet.

Bovenal dank ik mijn echtgenoot, Jacob, die de beproevingen van een huwelijk met een auteur zo opgewekt verdraagt. Als ik een hele dag heb doorgebracht met mensen die alleen in mijn hoofd bestaan, ben ik altijd erg dankbaar dat er thuis een held van vlees en bloed op me wacht.