2
Zeven jaar later
‘Mijn naam is Maura Isles. I-S-L-E-S. Ik ben forensisch patholoog. Ik werk voor de Forensische Dienst van de Commonwealth of Massachusetts.’
‘Welke opleiding hebt u genoten en waar hebt u voorheen gewerkt, dokter Isles?’ vroeg Carmela Aguila, de assistent-officier van justitie van Suffolk County.
Maura hield haar blik op Aguilar gericht toen ze antwoord gaf. Ze zag liever haar neutrale gezicht dan de woedende blikken van de beklaagde en zijn achterban, van wie er tientallen naar de rechtszaal waren gekomen. Aguilar leek niet in de gaten te hebben, of zich er niets van aan te trekken, dat ze haar zaak bracht ten overstaan van een vijandig publiek, maar Maura was zich daarvan sterk bewust. Dat publiek bestond vrijwel geheel uit leden van het politiekorps en hun vrienden, en wat Maura te zeggen had, zou bij hen niet in goede aarde vallen.
De beklaagde was een agent van het Boston PD, Wayne Brian Graff, die met zijn stoere kin en brede schouders een toonbeeld was van de all-American hero. Het publiek stond volledig achter hem en niet achter het slachtoffer, een man die een halfjaar geleden met ernstig lichamelijk letsel op Maura’s sectietafel terecht was gekomen; een man die was begraven zonder dat er iemand voor hem was gekomen of om hem had gerouwd; een man die twee uur voor zijn overlijden de fatale zonde had begaan een politieagent dood te schieten.
Maura voelde de blikken van de aanwezigen in de rechtszaal als laserstralen branden op haar gezicht toen ze haar curriculum vitae opdreunde.
‘Ik heb aan de Stanford University mijn BA in antropologie gehaald,’ zei ze. ‘Daarna heb ik medicijnen gestudeerd aan de University of California in San Francisco. Na beëindiging van deze studie heb ik aan diezelfde universiteit een klinische opleidingsperiode van vijf jaar doorlopen met als specialisatie pathologie. Ik ben afgestudeerd in zowel anatomische als klinische pathologie. Na deze opleiding heb ik me verder gespecialiseerd in forensische pathologie aan de University of California in Los Angeles.’
‘Bent u bevoegd om als patholoog te werken?’
‘Ja. Zowel in algemene als forensische pathologie.’
‘Waar hebt u gewerkt voordat u in dienst kwam bij de Forensische Dienst hier in Boston?’
‘Ik heb zeven jaar als patholoog-anatoom gewerkt bij de Forensische Dienst van San Francisco. Daarnaast bekleedde ik het ambt van klinisch docent Pathologie aan de University of California. Ik ben zowel in Californië als Massachusetts bevoegd mijn beroep uit te oefenen.’ Het was meer informatie dan haar gevraagd was en ze zag Aguilar fronsen. Maura had haar geplande vragenlijst verstoord. Maar ze had deze informatie ook al zo vaak in een rechtszaal gegeven, dat ze precies wist wat haar gevraagd zou worden en haar antwoord automatisch had opgedreund. Waar ze was opgeleid, wat haar beroep behelsde en of ze de kwalificaties bezat om te getuigen in de onderhavige zaak.
Nu de formaliteiten achter de rug waren, kwam Aguilar ter zake. ‘Hebt u in oktober van het vorige jaar sectie verricht op een man genaamd Fabian Dixon?’
‘Ja,’ antwoordde Maura. Een eenvoudig antwoord, en toch voelde ze de spanning in de zaal meteen een graadje stijgen.
‘Zou u ons willen vertellen waarom meneer Dixon een zaak was voor de Forensische Dienst?’ Aguilar hield haar blik op Maura gericht, alsof ze zei: Negeer alle andere aanwezigen. Kijk naar mij en hou je bij de feiten.
Maura rechtte haar rug en begon, luid en duidelijk, zodat de hele zaal haar kon horen. ‘De overledene was een man van vierentwintig jaar die bewusteloos was aangetroffen op de achterbank van een patrouillewagen van het Boston Police Department, circa twintig minuten nadat hij was gearresteerd. Hij werd per ambulance naar het Massachusetts General Hospital gebracht, waar bij aankomst op de afdeling spoedeisende hulp werd vastgesteld dat hij dood was.’
‘En daardoor was hij een zaak voor de Forensische Dienst?’
‘Ja. Hij is naar ons mortuarium gebracht.’
‘Beschrijft u alstublieft hoe meneer Dixon eruitzag toen u hem voor het eerst te zien kreeg.’
Het ontging Maura niet dat Aguilar de dode man steeds bij zijn naam noemde. Ze zei niet het lijk of de overledene. Op die manier herinnerde ze de aanwezigen er voortdurend aan dat het slachtoffer een identiteit had gehad. Een naam, een gezicht, een leven.
Maura deed hetzelfde. ‘Meneer Dixon was een goed doorvoede man van gemiddelde lengte en gewicht, die gekleed in alleen een onderbroek en sokken naar ons mortuarium was gebracht. De rest van zijn kleding was verwijderd bij de reanimatiepogingen op de afdeling spoedeisende hulp. Er zaten nog ECG-plakkertjes op zijn borst en hij had een infusiekatheter in zijn linkerarm.’ Ze zweeg even. Vanaf dit punt werd het lastig. Hoewel ze niet naar het publiek en de beklaagde keek, wist ze dat hun ogen op haar gericht waren.
Aguilar spoorde haar aan: ‘En in welke staat bevond zijn lichaam zich? Zou u dat voor ons willen beschrijven?’
‘Er waren bloeduitstortingen zichtbaar op de borst, de linkerkant van de ribbenkast en de maagstreek. De ogen waren sterk opgezwollen en er zaten rijtwonden in de lippen en de schedelhuid. Twee van zijn tanden – de twee voortanden – ontbraken.’
‘Bezwaar!’ De strafpleiter stond op. ‘We weten niet wanneer hij die tanden had verloren. Misschien ontbraken ze al jaren.’
‘Eén tand is op de röntgenfoto’s te zien. In zijn maag,’ zei Maura.
‘De getuige wordt verzocht zich van commentaar te onthouden tot ik een beslissing aangaande het bezwaar heb genomen,’ zei de rechter streng. Hij keek naar de strafpleiter. ‘Bezwaar afgewezen. Gaat u door, mevrouw Aguilar.’
De assistent-officier van justitie knikte en glimlachte traag terwijl ze haar blik weer op Maura richtte. ‘Het lichaam van meneer Dixon vertoonde dus bloeduitstortingen en rijtwonden, en het is zeker dat één van zijn tanden recentelijk uit zijn mond was geslagen.’
‘Ja,’ zei Maura. ‘Zoals u op de foto’s van de autopsie zult zien.’
‘Met uw welnemen, edelachtbare, willen we die foto’s graag nu laten zien,’ zei Aguilar. ‘Ik waarschuw het publiek dat het geen aangename foto’s zijn. Wie ze liever niet wil zien, doet er verstandig aan de zaal te verlaten.’ Ze zweeg en keek de zaal rond.
Iedereen bleef zitten.
Toen de eerste dia van Fabian Dixons gehavende lichaam op het scherm verscheen, hoorde je hier en daar mensen naar adem happen. Maura had haar beschrijving van Dixons letsel met opzet oppervlakkig gehouden, omdat ze wist dat foto’s veel meer zeiden. Je kon foto’s niet verwijten partij te kiezen of te liegen, en de waarheid die van het scherm straalde was zo klaar als een klontje: Fabian Dixon was ernstig mishandeld voordat hij in de patrouillewagen was geduwd.
Terwijl de ene na de andere dia werd vertoond, beschreef Maura wat ze tijdens de sectie had aangetroffen. Gebroken ribben. Een ingeslikte tand in de maag. Ingeademd bloed in de longen. En de doodsoorzaak: een gescheurde milt, wat had geleid tot hevige interne bloeding.
‘En wat zou u zeggen over de toedracht van meneer Dixons dood, dokter Isles?’ vroeg Aguilar.
Dit was de sleutelvraag waar ze het liefst geen antwoord op gaf vanwege de consequenties die eruit zouden voortvloeien.
‘Doodslag,’ zei ze. Het was niet haar taak de schuldige aan te wijzen. Ze had haar antwoord tot het minimum beperkt, maar wierp onwillekeurig een vluchtige blik op Wayne Graff. De aangeklaagde politieman zat er roerloos bij en van zijn gezicht viel niets af te lezen. Hij had gedurende zijn tien jaar bij de politie een uitmuntende staat van dienst opgebouwd. Er was een groot aantal karaktergetuigen naar voren gekomen om te vertellen hoe agent Graff hun moedig te hulp was gekomen. Hij was een held, hadden ze gezegd, en Maura geloofde dat zonder meer.
Maar op de avond van 31 oktober, de avond waarop Fabian Dixon een politieman had vermoord, waren Wayne Graff en zijn partner veranderd in wraakengelen. Zij hadden Dixon gearresteerd en waren voor hem verantwoordelijk geweest op het moment van zijn dood. De verdachte was geagiteerd en gewelddadig, alsof hij onder invloed was van PCP of crack, stond in hun verklaring. Ze hadden Dixons woedende verweer en bovenmenselijke kracht beschreven. Zelfs met z’n tweeën hadden ze moeite gehad de arrestant in de auto te krijgen. Er was veel kracht voor nodig om hem in bedwang te houden, maar hij leek geen pijn te voelen. Tijdens de worsteling gromde hij en maakte dierlijke geluiden, en hij probeerde zijn kleren uit te trekken, hoewel het die avond maar vijf graden was. Ze beschreven, bijna te nauwkeurig, de medische kenmerken van geagiteerd delirium, waaraan wel vaker arrestanten overleden die onder invloed van cocaïne verkeerden.
Maanden later had het toxicologische rapport echter uitgewezen dat Dixon alleen alcohol in zijn bloed had gehad. Voor Maura leed het geen twijfel dat er sprake was geweest van doodslag. En een van de moordenaars zat nu achter de beklaagdentafel naar haar te staren.
‘Ik heb verder geen vragen,’ zei Aguilar. Ze ging zitten, ervan overtuigd dat ze haar zaak goed had gebracht.
Morris Whaley, de strafpleiter, stond op voor het kruisverhoor. Maura voelde hoe haar hele lichaam zich spande. Whaley maakte een hoffelijke indruk toen hij naar de getuigenbank liep, alsof hij alleen maar een vriendelijk babbeltje met haar wilde maken. Als ze elkaar op een cocktailparty hadden ontmoet, zou ze hem wellicht een aangename gesprekspartner hebben gevonden, niet onaantrekkelijk in zijn Brooks Brothers-kostuum.
‘Ik denk dat iedereen zo onder de indruk is van uw staat van dienst, dokter Isles,’ zei hij, ‘dat ik geen tijd hoef te verdoen met nogmaals op uw academische kwalificaties in te gaan.’
Ze zei niets. Ze keek naar zijn glimlachende gezicht en vroeg zich af uit welke hoek de aanval zou worden ingezet.
‘Ik denk dat niemand in deze rechtszaal eraan twijfelt dat u hard hebt gewerkt om uw huidige positie te bereiken,’ vervolgde Whaley. ‘In het bijzonder als je in aanmerking neemt dat u de afgelopen maanden in uw privéleven de nodige problemen het hoofd hebt moeten bieden.’
‘Bezwaar.’ Aguilar slaakte een geprikkelde zucht en kwam overeind. ‘Niet relevant.’
‘Toch wel, edelachtbare. Het heeft te maken met het beoordelingsvermogen van de getuige,’ zei Whaley.
‘In welk opzicht?’ informeerde de rechter.
‘Belevenissen kunnen invloed hebben op de manier waarop een getuige het bewijsmateriaal interpreteert.’
‘Over welke belevenissen hebt u het?’
‘Als u me toestaat dit onderwerp uit te diepen, zal dat duidelijk worden.’
De rechter keek Whaley streng aan. ‘Ik geef u voorlopig toestemming voor deze vraagstelling. Let wel: voorlopig.’
Aguilar ging met een stuurs gezicht weer zitten.
Whaley keek Maura weer aan. ‘Dokter Isles, weet u toevallig nog op welke datum u de autopsie op de overledene hebt verricht?’
Maura gaf niet meteen antwoord, een beetje uit haar evenwicht gebracht nu hij plotsklaps weer over de sectie begon. Het viel haar op dat Whaley het slachtoffer niet bij de naam noemde.
‘Bedoelt u de sectie op meneer Dixon?’ vroeg ze. Ze zag de geïrriteerde blik in zijn ogen.
‘Ja.’
‘Ik heb het post mortem onderzoek verricht op 1 november.’
‘Hebt u op die datum de doodsoorzaak vastgesteld?’
‘Ja. Zoals ik al zei is hij gestorven aan een hevige inwendige bloeding, die het gevolg was van een gescheurde milt.’
‘Hebt u op diezelfde datum ook gespecificeerd op welke wijze de dood was veroorzaakt?’
Ze aarzelde. ‘Nee. Althans, niet definitief.’
‘Waarom niet?’
Ze haalde diep adem en voelde alle ogen weer op zich gericht. ‘Ik wilde wachten op de uitslagen van de toxicologische onderzoeken. Om te zien of meneer Dixon inderdaad onder invloed was van cocaïne of andere drugs. Ik wilde voorzichtigheid betrachten.’
‘En zo hoort het ook, als uw beslissing de carrière, zelfs het leven, van twee toegewijde handhavers van de openbare orde zou kunnen vernietigen.’
‘Ik beperk me altijd tot de feiten, meneer Whaley, waar die ook toe leiden.’
Dat antwoord beviel hem niet. Ze zag het aan het trekken van een spiertje in zijn kaak. Alle schijn van beleefdheid verdween en het was nu oorlog.
‘U hebt de sectie verricht op 1 november,’ zei hij.
‘Ja.’
‘Wat is er daarna gebeurd?’
‘Ik begrijp niet wat u bedoelt.’
‘Had u het weekend vrij? Hebt u in de daaropvolgende week andere secties verricht?’
Ze staarde hem aan en voelde een onbehaaglijk gevoel opkomen. Ze wist niet waar hij precies op aanstuurde, maar de koers beviel haar niet. ‘Ik heb een pathologieconferentie bijgewoond,’ zei ze.
‘In Wyoming, als ik me niet vergis.’
‘Ja.’
‘Waar u een traumatische ervaring hebt opgedaan. U bent aangevallen door een ontspoorde politieagent.’
Aguilar vloog overeind. ‘Bezwaar! Niet relevant!’
‘Bezwaar afgewezen,’ zei de rechter.
Whaley glimlachte. Dit gaf hem vrij baan om de vragen te stellen waar Maura zo bang voor was. ‘Klopt dat, dokter Isles? Bent u aangevallen door een politieagent?’
‘Ja,’ fluisterde ze.
‘Pardon. Ik heb u niet verstaan.’
‘Ja,’ herhaalde ze op luidere toon.
‘Hoe hebt u die aanval overleefd?’
Je kon een speld horen vallen. De hele zaal wachtte op haar verhaal. Een verhaal waar ze helemaal niet aan wilde denken omdat ze er nog steeds nachtmerries van kreeg. Ze zag de eenzame heuveltop in Wyoming weer voor zich. Ze hoorde de klap waarmee het portier van de auto van de hulpsheriff werd dichtgeslagen, waardoor ze opgesloten was komen te zitten op de achterbank, achter het metalen hek dat de bestuurder beschermde tegen zijn arrestanten. Ze herinnerde zich het paniekgevoel toen ze tevergeefs op het raam had gebeukt om te proberen te ontsnappen aan de man die van plan was haar te vermoorden.
‘Dokter Isles, hoe hebt u het overleefd? Wie is u te hulp gekomen?’
Ze slikte. ‘Een jongen.’
‘Julian Perkins, zestien jaar oud, als ik me niet vergis. Een jonge man die de politieagent heeft doodgeschoten.’
‘Hij had geen keus!’
Whaley hield zijn hoofd schuin. ‘Springt u in de bres voor een jongen die een politieman heeft vermoord?’
‘Een krankzinnige politieman!’
‘En toen bent u teruggekeerd naar Boston, waar u hebt verklaard dat er bij het overlijden van meneer Dixon sprake was van doodslag.’
‘Omdat het dat was.’
‘Of was het slechts een tragisch ongeluk? Het onvermijdelijke gevolg van het feit dat een gewelddadige arrestant zich verzette en bedwongen moest worden?’
‘U hebt de autopsiefoto’s gezien. De politie heeft veel meer geweld gebruikt dan noodzakelijk was.’
‘Wat ook geldt voor die jongen in Wyoming, Julian Perkins. Hij heeft een hulpsheriff doodgeschoten. Vindt u dat gerechtvaardigd geweld?’
‘Bezwaar,’ zei Aguilar. ‘Dokter Isles is niet de beklaagde in deze zaak.’
Whaley bleef naar Maura kijken en drukte door. ‘Wat is er in Wyoming gebeurd, dokter Isles? Is er iets aan u geopenbaard toen u voor uw leven vocht? Besefte u plotseling dat de politie uw vijand is?’
‘Bezwaar!’
‘Of was de politie altijd al de vijand? Leden van uw eigen familie schijnen dat te denken.’
De hamer kwam neer. ‘Meneer Whaley, vervoeg u onmiddellijk bij me!’
Maura bleef volkomen overdonderd zitten toen de twee advocaten en de rechter op gedempte toon met elkaar spraken. Nu was alles duidelijk. Hij had besloten haar familie erbij te slepen. Waarschijnlijk wist iedere politieman in Boston dat haar moeder, Amalthea, in een vrouwengevangenis in Framingham levenslang uitzat. Het monster dat mij heeft gebaard, dacht ze. Wie naar mij kijkt, vraagt zich af of dat kwaad ook door mijn aderen stroomt. Ze zag dat de beklaagde, agent Graff, naar haar zat te kijken. Hij hield haar blik vast en vertrok zijn mond tot een glimlach. Nu weet je wat de gevolgen zijn, las ze in zijn ogen. Dit is je straf als je onze blauwe lijn overschrijdt.
‘Deze zaak is geschorst tot vanmiddag twee uur,’ zei de rechter.
Toen de juryleden de zaal verlieten, liet Maura zich tegen de rugleuning van de stoel zakken. Ze merkte niet dat Aguilar naast haar kwam staan.
‘Wat een vuile truc,’ zei Aguilar. ‘De rechter had veel eerder moeten ingrijpen.’
‘Whaley legde de focus helemaal op mij,’ zei Maura.
‘Ja, omdat dat zijn enige kaart is. De autopsiefoto’s zijn overtuigend genoeg.’ Aguilar keek haar indringend aan. ‘Zijn er nog meer dingen die ik over u moet weten, dokter Isles?’
‘Afgezien van het feit dat mijn moeder levenslang heeft gekregen wegens moord en dat ik in mijn vrije tijd poesjes in de fik steek?’
‘Daar kan ik echt niet om lachen.’
‘U hebt het zelf gezegd. Ik ben niet degene die in deze zaak terechtstaat.’
‘Nee, maar ze zullen proberen u in een kwaad daglicht te stellen. Ze zullen net doen alsof u politiemannen haat. En dat u dingen achterhoudt. We kunnen deze zaak verliezen als de jury denkt dat u niet oprecht bent. Als er dus nog meer dingen zijn die ze erbij kunnen halen, geheimen die u voor me hebt achtergehouden, wil ik dat nu graag weten.’
Maura dacht aan de blunders waar ze nooit over sprak. De geheime relatie die ze onlangs had beëindigd. De gewelddadigheden binnen haar familie. ‘Iedereen heeft geheimen,’ zei ze. ‘Die van mij hebben niets met deze zaak te maken.’
‘Dat is te hopen,’ zei Aguilar.