66. ‘Er was en er is geen weg meer terug’

  

De reportage die Hugo Borst begin jaren negentig met de verloren zoon René van der Gijp maakte, is bewaard gebleven. De lezer volgt het jonge duo op zoek naar een toekomst voor de controversiële voetballer. Het is geen gemakkelijke opgave. Van der Gijp heeft geen club, geen inkomsten en geen wedstrijdritme. Bovendien is hij geblesseerd, een souvenir van een bezoek aan Schotland. Hij doorliep er een oefenstage bij een club, waarvan hij allang de naam is vergeten. Het werd een totale mislukking.

Hij noemt het ‘een triest verhaal in een triest land’, en vertelt over zijn aankomst in Glasgow, dat er niemand was om hem op te halen, de volgende dag een autorit van vijf uur richting een of ander krakkemikkig stadionnetje en dan dat moment halverwege de eerste helft. Hij wil een bal binnenhouden, zijn enkel klapt dubbel en op de tribune kan het handjevol toeschouwers de gewrichten horen kraken. ‘Drie bobby’s applaudisseerden toen ik het veld af strompelde’, zegt hij tegen Borst. ‘Als je nou in Camp Nou op zo’n manier het veld moet verlaten, dan vergoedt dat nog wat. Maar daar… Wat ’n narigheid allemaal.’

Het zijn de jaren negentig. Een andere tijd. De man die er ooit zo trots op was dat hij drie keer moest steken voordat hij met zijn Porsche de straat van zijn ouders in kon rijden, verplaatst zich nu in een Honda Civic, voor een gering bedrag ter beschikking gesteld door autodealer en voetballiefhebber John van Dijk.

Wat opvalt: ook dan al onderkent Van der Gijp dat er altijd een verwachtingspatroon rond hem heerst. Als Borst heeft vastgesteld dat de voetballer bij sommige mensen het imago heeft van een profiteur en een zakkenvuller, maar in werkelijkheid zelf juist door diezelfde mensen is geëxploiteerd, zegt Van der Gijp: ‘Ik heb ze allemaal meegemaakt, die feesten en partijen. Acht uur begon ’t. Ik nam me voor rustig te blijven. Maar om kwart voor negen gebeurde er nog steeds niets. Ik zag ze naar me kijken. Had ik mijn mond gehouden dan waren ze om tien uur met een chagrijnig gezicht naar huis gegaan. Ik deed m’n mond dan toch open omdat ik het leuk vind dat mensen om die sterke verhalen gruwelijk moeten lachen. Maar ik weet zeker dat al iedereen bij het naar huis gaan in de auto zei: die is gek. Begrijp je? Er was en er is geen weg meer terug. Het is geen dilemma of zo, want ik ben blij als ik mensen kan vermaken. Ik word gebruikt, maar ik voel me niet gebruikt, begrijp je?’

Wat volgen zijn een paar wonderlijke dagen, die Borst nooit meer is vergeten. Hij is erbij wanneer Van der Gijp op een doordeweekse avond om zeven uur met SVV 2 tegen vierdeklasser Germinal speelt, een wedstrijd op een achterafveldje die de oud-international al na twintig minuten voor gezien moet houden: wéér enkelproblemen. Hij loopt mee tijdens de eindeloze rondjes door het Kralingse Bos, waar Van der Gijp (‘mijn lichaam is niet berekend op hardlopen. Dit is geen ontspanning meer’) tot zijn eigen schande regelmatig wordt ingehaald door veteranen. ‘Dat vind ik echt vernederend’, zegt Van der Gijp daarover, ‘je bent een doelwit voor elke recreatieloper.’

Borst beschrijft een ruzie met vriend Mario Been en peilt ook even de stemming thuis, waar de voetballer en zijn jonge gezin proberen de moed erin te houden. Hij schrijft: ‘Jacqueline van der Gijp vindt de situatie uitzichtloos. René loopt haar in de weg. Hij brengt geen geld in, terwijl dat wel zo hoort. Ze probeert haar humeur voor bezoekers te camoufleren, maar overtuigend doet ze dat niet. Als ze de deur uit is, beschuldigt René van der Gijp zichzelf. ‘Het is niet makkelijk leven met me. Ik ben ongeregeld, schuif de vervelende dingen voor me uit. Jacqie is juist heel punctueel en zorgzaam. In die zin ben ik wel egoïstisch, hoewel ik heel goed voor mijn vrouw en kind ben. Maar ik ben iemand die zorgen uit de weg gaat. Ik hou niet van problemen. Ik kan niet tegen gezeik. Als er ergens spanning is, ga ik die uit de weg. Ik wil leuke dingen meemaken. Ik denk altijd: ik moet ’t naar m’n zin hebben. Jacqie en ik respecteren elkaar. Dat is het belangrijkst. Ze zou ’t liefst hebben dat ik bepaalde dingen verander, maar ze respecteert dat ik blijf wie ik ben. Zorgeloos, zo lang als het kan.’

Maar op het einde van een vreemde week, als er is gelachen, gedronken, gemasseerd en getraind, openbaart zich toch iets wat op ontgoocheling lijkt. ‘Ik wil niet sentimenteel doen’, zegt Van der Gijp dan, ‘maar zoals nu – ik zit zonder club. Er belt geen mens op. Dan merk je dat de voetbalwereld leeg is. Dat niemand je belt hoe het met je gaat. Of ze doen strontvervelend, zoals Been. Voetballers zijn zo verschrikkelijk met zichzelf ingenomen.’ En: ‘Iedereen beschermt zichzelf. Ik ben ’n beetje vrij. Ook al stond ik ernaast, dan dacht ik niet: die gozer op mijn plaats moet zijn been maar eens breken. Eigenlijk is het mijn wereldje niet. Of ik nou straks in december stop of over drie jaar. Ik weet zeker dat ze mij niet meer terugzien in de voetballerij.’

Ruim 22 jaar nadat ze samen door het Kralingse Bos holden, zegt Borst: ‘Ik vond het heel confronterend om René van der Gijp, het natuurtalent, zo te zien. Het was over. Hij was twintig procent van zijn snelheid kwijt. En hij had er ook niet echt voor geleefd. Maar wat moet je doen als je geen acties meer hebt? Werken. Maar dat is nooit zijn sterkste kant geweest. René had in zijn nadagen ook nog de pech dat het voetbal was geëvolueerd. Eigenlijk was zijn type speler al bijna uitgestorven. En tegenwoordig bestaat-ie al helemaal niet meer. Zelfs Messi is méér dan een momentenvoetballer. Die werkt ook gewoon hard mee, omdat dat van hem verwacht wordt. En dat is de beste voetballer ter wereld. Maar René heeft verder nooit aan het spel deelgenomen, behalve wanneer hij de bal kreeg. Hij moest eerst aangespeeld worden, dan gebeurde er pas iets. Eerder niet.’

‘Zo is hij als voetbalanalist ook. Hij heeft geniale momenten. Ik vind het fantastisch hoe hij zich op televisie heeft ontwikkeld. Alleen al zijn voorbereiding vind ik klasse. Hij ziet alles en heeft vaak heel scherpe observaties. René komt soms met dingen die je zelf tijdens de wedstrijd over het hoofd hebt gezien. Dat is knap. Je kunt merken dat hij kijkt met het oog van de ex-topvoetballer. Niet van de ex-voetballer, maar ex-topvoetballer. Dat is een verschil. Als Marc van Hintum iets zegt, heb ik zelden dat ik rechtop in de bank ga zitten. Bij René gebeurt dat wel. Vooral als hij met bijzondere details komt, verbaast hij me. Als speler presenteerde hij zich altijd als de eenling, maar hij wist dus kennelijk dondersgoed wat er om hem heen gebeurde. Hij heeft alles gezien. Maar hij ontrok zich er gewoon aan.’

‘Ik zie wel raakvlakken tussen mijn eigen situatie en die van René. De hype die René overspoelde na het WK in Zuid-Afrika, die had ik in 2003. Ik ging vanaf het begin als een komeet. Daar heb ik ook erg van genoten. Maar vanaf 2006 werd dat gevoel steeds minder. Misschien heeft René dat ook gehad. Het is in het begin natuurlijk ook gewoon lekker, succes op televisie. Dan geniet je van alles. Van hoe je ego wordt gevoed. Dat mensen zeggen dat je een uniek figuur bent, alleen maar omdat je durft te zeggen wat je denkt. Wat op zich natuurlijk al heel vreemd is. Maar als je niet uitkijkt ga je zelf ook nog geloven dat je een tv-persoonlijkheid bent.’

‘Televisie verandert een mens, maar vooral een mensenleven. En daar kan ik niet zo goed tegen. Net als René ben ik een beetje een controlfreak. Ik zei op televisie graag waar het op stond, maar de gevolgen daarvan konden me al snel gestolen worden. Ik ben me rot geschrokken toen ik merkte wat het betekent om bekend te zijn. Omdat ik meer dan één kant heb. Ik ben net zo aimabel als kritisch, net zo warm als vals. Met andere woorden: ik heb veel componenten. Maar op televisie is vaak het evenwicht zoek en wordt snel één kant van iemand uitvergroot. Televisie is een machtig medium. Ik heb gemerkt dat ik er te gevoelig, of te overgevoelig, voor ben. En René is ook een gevoelige jongen, veel gevoeliger dan wij misschien wel denken. Daarom kan ik niet zeggen dat ik helemaal verbaasd was over zijn inzinking. Vergis je niet: de aandacht kan je naar de keel grijpen. Bij René is dat volgens mij gebeurd. Want hij heeft natuurlijk wel graag publiek, maar er moet wel een hek tussen zitten. Hij creëert nog steeds afstand, hoewel hij het tegenovergestelde uitstraalt. Nogmaals: die jongen zit vol tegenstrijdigheden.’

‘Als je lange tijd met succes op televisie verschijnt, ga je het vroeg of laat net iets te belangrijk vinden. Zoiets sluipt erin, dat houdt niemand tegen. Ik verbaas me er niet over als ik hoor dat René in die periode soms onuitstaanbaar kon zijn. Dat zie je bij veel mensen aan de top van hun vak. Dat publieke bestaan trekt een zware wissel op je. Iedereen vindt wat van je, wil wat van je. En het stopt nooit. Dat is vervelend voor iemand die op zoek is naar stilte. Zijn pech is ook dat hij de uitstraling heeft van de jongen van hiernaast. Voordat mensen Johan Derksen op straat aanspreken, denken ze eerst twee keer na. Bij René niet. En dat is vervelend, want hij raakt graag mensen aan, maar zelf wordt hij liever niet aangeraakt.’

Gijp
binnenwerk.Gijp.html
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
binnenwerk-1.Gijp.html
binnenwerk-2.Gijp.html
binnenwerk-3.Gijp.html
binnenwerk-4.Gijp.html
binnenwerk-5.Gijp.html
binnenwerk-6.Gijp.html
binnenwerk-7.Gijp.html
binnenwerk-8.Gijp.html
binnenwerk-9.Gijp.html
binnenwerk-10.Gijp.html
binnenwerk-11.Gijp.html
binnenwerk-12.Gijp.html
binnenwerk-13.Gijp.html
binnenwerk-14.Gijp.html
binnenwerk-15.Gijp.html
binnenwerk-16.Gijp.html
binnenwerk-17.Gijp.html
binnenwerk-18.Gijp.html
binnenwerk-19.Gijp.html
binnenwerk-20.Gijp.html
binnenwerk-21.Gijp.html
binnenwerk-22.Gijp.html
binnenwerk-23.Gijp.html
binnenwerk-24.Gijp.html
binnenwerk-25.Gijp.html
binnenwerk-26.Gijp.html
binnenwerk-27.Gijp.html
binnenwerk-28.Gijp.html
binnenwerk-29.Gijp.html
binnenwerk-30.Gijp.html
binnenwerk-31.Gijp.html
binnenwerk-32.Gijp.html
binnenwerk-33.Gijp.html
binnenwerk-34.Gijp.html
binnenwerk-35.Gijp.html
binnenwerk-36.Gijp.html
binnenwerk-37.Gijp.html
binnenwerk-38.Gijp.html
binnenwerk-39.Gijp.html
binnenwerk-40.Gijp.html
binnenwerk-41.Gijp.html
binnenwerk-42.Gijp.html
binnenwerk-43.Gijp.html
binnenwerk-44.Gijp.html
binnenwerk-45.Gijp.html
binnenwerk-46.Gijp.html
binnenwerk-47.Gijp.html
binnenwerk-48.Gijp.html
binnenwerk-49.Gijp.html
binnenwerk-50.Gijp.html
binnenwerk-51.Gijp.html
binnenwerk-52.Gijp.html
binnenwerk-53.Gijp.html
binnenwerk-54.Gijp.html
binnenwerk-55.Gijp.html
binnenwerk-56.Gijp.html
binnenwerk-57.Gijp.html
binnenwerk-58.Gijp.html
binnenwerk-59.Gijp.html
binnenwerk-60.Gijp.html
binnenwerk-61.Gijp.html
binnenwerk-62.Gijp.html
binnenwerk-63.Gijp.html
binnenwerk-64.Gijp.html
binnenwerk-65.Gijp.html
binnenwerk-66.Gijp.html
binnenwerk-67.Gijp.html
binnenwerk-68.Gijp.html
binnenwerk-69.Gijp.html
binnenwerk-70.Gijp.html
binnenwerk-71.Gijp.html
binnenwerk-72.Gijp.html
binnenwerk-73.Gijp.html
binnenwerk-74.Gijp.html
binnenwerk-75.Gijp.html
binnenwerk-76.Gijp.html
binnenwerk-77.Gijp.html
binnenwerk-78.Gijp.html
binnenwerk-79.Gijp.html
binnenwerk-80.Gijp.html