21. Finale
‘Mijn grote vriend Maarten Spanjer vertelde me een keer over een interview met Jack Nicholson. Ze vroegen: waarom bent u eigenlijk acteur geworden? Nou, zei Jack toen, op de eerste plaats heb je heel veel vrije tijd. Daarnaast is het leuk om te doen, verdien je bakken met geld en staan er altijd een hoop lekkere wijven voor je klaar. En dat zouden best weleens een paar van de redenen kunnen zijn, waarom ik acteur ben geworden. Vond ik mooi. Hij prees dus niet zo zeer het acteren zelf, als wel het leven dat hij dankzij het acteren kon leven. Daar herkende ik wel iets in.’
-Zo was het bij jou ook?
‘Beetje wel. Ik vond niet alleen het voetbalwedstrijdje leuk, maar ook alles wat er omheen gebeurde. De media, de aandacht, de kleedkamergrappen, de feestjes, de trainingskampen, de meisjes, het stappen, alles. Dat wilde ik allemaal meemaken en ervan genieten.’
-Dat begrijpt niet iedereen.
‘Nee. Nog steeds kom ik soms mensen tegen die mij eraan helpen herinneren dat ik nog vier interlands heb meegespeeld in aanloop naar het EK’88. Als jij er nou helemaal voor had geleefd en alles opzij had gezet, zeggen ze er dan altijd bij, dan had jij óók Europees kampioen kunnen worden in Duitsland.’
-Is toch ook zo?
‘Jawel, misschien wel. Maar ik heb besloten om tussen mijn zeventiende en mijn 34ste gewoon door te leven. En daar heb ik geen moment spijt van gehad.’
-Nee?
‘Nee, echt niet. Dat ken ik niet, spijt. Ik heb nog nooit iets in mijn leven gedaan waarvan ik nu zeg: ik wou dat ik dat gelaten had.’
-En als je het over mocht doen?
‘Wat dan?’
-Zou je dan deze keer wél alles opzij zetten, als je zeker wist dat je daarmee in 1988 de EK-finale zou spelen? En de winnende zou scoren?
‘Nee hoor. Schei eens uit. Dan maar geen finale.’