24. ‘Het is behoorlijk uit de hand aan het lopen’

  

Het was dan vroeger soms hard werken om een zaal in de juiste stemming te krijgen, tegenwoordig verlangt René van der Gijp steeds vaker even terug naar die dagen. Hij zou inmiddels een moord doen voor een publiek waarvan de helft eerst nog eens goed moest nadenken wie hij ook alweer was. Maar die tijd is definitief voorbij. René van de Gijp is een mediafenomeen geworden. Zijn bekendheid reikt inmiddels tot ver buiten de lijnen van het voetbalveld. En dat heeft niet alleen maar voordelen.

Zalen van minder dan een paar honderd mensen zijn een uitzondering geworden. Soms staat hij opeens oog in oog met negenhonderd man. ‘Ja, het is behoorlijk uit de hand aan het lopen’, lacht hij op zijn favoriete terras aan het water, op een van de weinige dagen dat hij even geen lezing hoeft te houden. ‘De mensjes komen met steeds meer en ze gaan zich ook steeds vreemder gedragen. Zodra ze je zien, hangen ze al van die telefoontjes voor je neus. Gaan ze je filmen of foto’s van je maken. Zelfs als ik even mijn handen ga wassen op het toilet moet ik nog uitkijken dat er niet zo’n amateur-Spielberg achter me aanloopt. Het is heel vreemd. Vroeger sprak ik ook al veel bij amateurclubs, maar dan meestal voor de leden van de businessclub. Nu is de hele kantine afgeladen met halfdronken mensen. Sommigen beginnen te schreeuwen als ze me zien. Moeders nemen hun kinderen mee. Af en toe staat de hele eerste rij vol kinderwagens. Als ze allemaal tegelijk gaan huilen, kom ik er nooit meer bovenuit. Er duiken ook steeds vaker persfotografen op. Het houdt de mensjes nogal bezig, dat gedoe van mij.’

Als voetballer was René van der Gijp een vriend van de media. Journalisten waren altijd welkom, mits enigszins gezellig van karakter en rijkelijk voorzien van gevoel voor humor. Interviewers werden in principe nooit teleurgesteld, want elke aanleiding om de sleur van alledag te doorbreken werd door de voetballer Van der Gijp met groot enthousiasme aangegrepen. Hij was een van de weinige spelers die het gezellig vond om met journalisten te praten.

Ook na zijn loopbaan bleef hij geregeld de spotlights opzoeken. Van der Gijp was onder meer analist en commentator bij voetbalwedstrijden en ook een tijdje sidekick avant la lettre bij het tv-programma Barend & Van Dorp. Het idee was leuk – de ex-voetballer als eenmansversie van Waldorf and Statler op een balkon, vanwaar hij zijn grappige opmerkingen over de tafel kon uitstrooien – maar een groot succes werd het in de praktijk niet. Dan verliep zijn korte zangcarrière nog beter. Zowel de carnavalsingle Het Kleine Café aan de Haven van het duo Koek en Zopie (Mario Been en René van der Gijp) als de latere solo single Geef me Hoop Jomanda waren weliswaar niet om aan te horen, maar de laatste bereikte volgens Van der Gijp in elk geval wel een nummer 1-notering in Suriname.

Maar zo graag als hij destijds nog in het middelpunt van de belangstelling stond, zo vaak droomt hij tegenwoordig van wat meer anonimiteit. Het heeft allemaal te maken met de hype die in 2010 ontstond, toen hij uit het niets uitgroeide tot blikvanger van VI Oranje, het dagelijkse tweevoudige tv-programma dat meeliftte met elk succes van het Nederlands elftal, net zo lang tot in Zuid-Afrika de finale was bereikt en het gebabbel van Van der Gijp, Derksen en Genee in Nederland zo ongeveer het gesprek van de dag was geworden.

Als René van der Gijp die wonderlijke zomer voor het eerst zijn auto in de garage onder het Kurhaus parkeert en het statige hotel binnenkuiert, gebeurt dat nog in betrekkelijke anonimiteit. Wanneer hij zich die avond als debutant aan de toog van de beroemde Kurhausbar meldt, kijken de wereldsterren vanuit hun lijstjes op hem neer. Iedereen is hier geweest. Van Marlène Dietrich tot Frank Sinatra en van Edith Piaf tot Duke Ellington. Samen vormen hun statige, zwart-witportretten een imposante eregalerij. Ze brengen Van der Gijp al gelijk op een idee. Hij is van plan nog deze week op een onbewaakt ogenblik het portret van Mick Jagger van de muur te wippen en deze ongezien te vervangen door een afbeelding van zichzelf.

Het zal er in werkelijkheid nooit van komen en dat is jammer, want het zou achteraf een symbolische handeling zijn geweest. In vijf weken en een oneindige reeks dagelijkse uitzendingen vanuit Scheveningen, groeit Van der Gijp definitief uit tot een mediahype. Hij dankt dat aan een unieke mix van goed getimede grappen en zinnige opmerkingen over voetbal. Als telkens terugkerend bewijs voor zijn voetbalinzicht wordt bovendien zijn voorspelling van Spanje als wereldkampioen gezien, iets wat zijn geloofwaardigheid in bepaalde kringen gaandeweg het toernooi in steeds hogere mate opschroeft. Zelfs wanneer de Oranjekoorts in Nederland traditioneel dusdanige vormen aanneemt dat de fans het ophalen van de wereldbeker alleen nog als een formaliteit beschouwen, blijft hij als een van de weinigen volharden in zijn mening: die Spanjaardjes zijn niet te kloppen. Ook niet door Oranje. ‘Als we Spanje op een goede dag treffen, schieten die er gewoon voor de gezelligheid vijf in’, waarschuwt hij het Nederlandse volk op 3 juli van dat jaar. Niemand wil hem dan nog geloven.

Intussen groeit hij uit tot publieksfavoriet aan de VI-tafel. Niet alleen om wat hij zegt, maar ook heel erg om hoe hij het zegt. Soms is het wat plat, maar dat mag de pret nooit drukken. Vooral niet wanneer hij een anekdote uit zijn eigen spelerstijd openbaar maakt. Als de leeftijd van de Afrikaanse spelers op het WK ter sprake komt bijvoorbeeld. ‘Ik heb bij Sparta nog met Prince Polley gespeeld. Die was zestien jaar, maar daar durfde niemand mee onder de douche te gaan staan. Die stond zich drie keer per dag te scheren.’ En op 3 juli, wanneer zijn oude Sparta-maatje Wim Suurbier in het publiek zit. ‘Wanneer dat nieuwe spelers binnenkomen wacht je toch altijd op het moment dat ze zich uitkleden. Dat is altijd een speciaal moment. En dat had ik bij Wim ook. Er komt toch wat binnen: interlands, Ajax, Europa Cups. En op een gegeven moment stond-ie in zijn onderbroek, en ik dacht: die gaat-ie dadelijk toch uitdoen. En dat mag ik zien! Dus op een gegeven moment doet-ie hem uit, en ik kijk en hij kijkt naar mij zo van: “Wat is er?” Ik zeg: Wim, wist jij dat er hier in Blijdorp van die hele grote grijze dingen over het zand lopen die daarmee nootjes van de grond halen? Sindsdien ben ik z’n beste vriend.’

De kijkcijfers stijgen met elke overwinning van Bert van Marwijk en zijn mannen. Er begint in en rond het Kurhaus iets te ontstaan dat op een koorts lijkt. René van der Gijp merkt het ook. Meestal aan kleine dingen. Aan de cadeautjes en de briefjes van wildvreemden die voor hem bij de hotelreceptie worden achtergelaten bijvoorbeeld. En aan dat hele gezin uit Roermond dat plotseling op een bloedhete zaterdagmiddag in Scheveningen op het terras staat. Ze zijn speciaal overgekomen voor een hand en een foto van hun idool en staren Van der Gijp aan alsof hij een zeldzame archeologische vondst is. Er is die middag nog niet afgedrukt, of het hele spul zit alweer zwaar transpirerend en volledig opgevouwen in de Renault Twingo, terugracend naar het Zuiden. ‘We willen het begin van de avonduitzending niet missen’, zegt de vader bij het haastige vertrek.

Rond de kwartfinale tegen Brazilië is de waanzin op z’n hoogtepunt. Mensen beginnen zelfs Johan Derksen met cadeaus te overladen. De hoofdredacteur van VI hoeft zijn doorrookte Chrysler maar voor de deur van het hotel te parkeren en uit te stappen, of het gebedel om handtekeningen en fotosessies begint al. Er worden nog net geen rozen-bladeren aan zijn voeten gelegd, maar verder is het steeds meer alsof de dalai lama zijn intrede in Scheveningen heeft gedaan, in plaats van de knorrige hoofdredacteur van een voetbalweekblad. Gelukkig verbaast Derksen zich er zelf nog het meest over. Jarenlang was hij gewend te worden uitgescholden en bedreigd – soms virtueel, maar vaak ook verdomd echt – en nu blijkt hij opeens de aaibaarheidsfactor van een teddybeer te hebben. Maar meer dan verwondering wekt dat vooralsnog niet bij hem op. Hij blijft gewoon doen wat hij altijd doet. Derksen neemt nog steeds alle tijd voor al die mensen die de provincie hebben verlaten om hem hier, voor de deur van het statige Kurhaus, de zoveelste doos verkeerde sigaren in handen te drukken.

René van der Gijp is anders. Die onttrekt zich waar het kan aan de massa. Hij blijft gaandeweg die zomer steeds langer binnen de gouden hekken van het hotelcomplex. Steeds vaker ook is zijn silhouet waarneembaar op het privébalkon met zeezicht, alleen en onderuit gezakt op een stoel, petje op tegen de ondergaande zon, de voeten losjes bungelend over de balustrade en met zijn gedachten ver achter de horizon.

Intussen lijkt met elke uitzending de sfeer in het programma losser te worden. René van der Gijp vindt precies de toon die het best past bij de krankzinnige wereld die hij becommentarieert. Op de wonderlijke dag waarop uitlekt dat de spelers van het Nederlands elftal een privékapper naar Zuid-Afrika hebben laten overkomen, hoewel het merendeel van de selectie vrijwel geen haar op het hoofd heeft, zijn steeds meer Nederlanders benieuwd naar wat René van der Gijp daar nou van vindt.

Zelf heeft hij wel een verklaring voor het succes. ‘Er zit bij ons weinig verschil tussen hoe we voor en achter de camera zijn. We zijn dus grotendeels onszelf, maar toch heeft ook iedereen een vaste rol. Daar zijn we zo in gegroeid. De kracht van het programma is de onderlinge chemie. Iedereen voegt iets toe. Wilfred Genee houdt de snelheid en de spanning erin. Hij heeft iets vals over zich, wat goed is, want wij maken geen feelgoodtv. En Johan Derksen vind ik echt een fenomeen op televisie. Ook non-verbaal. Dat onverstoorbare van hem vind ik erg goed. En hij is snel. Als ik zeg dat die kleine Dick Advocaat weleens ’s nachts uit zijn bed stapt om zijn portemonnee te gaan zoeken en dan tot ’s ochtends vroeg zijn geld gaat tellen, dan zegt Johan gelijk: “En als er genoeg in zit, rent Dickie heel hard juichend door de kamer, in zo’n pyjamaatje met rode brandweerwagens.” Daar kan ik op de terugweg naar huis van in de lach schieten, van zulke dingen. Verder is onze kracht dat we nooit iets voorbereiden of vooraf bespreken. Ik ga altijd blanco aan die tafel zitten. Dat is het best volgens mij. Ik zie te veel mensen op televisie die zich vooraf iets hebben voorgenomen. Die hebben zich dan al een voorstelling van het gesprek gemaakt en raken in paniek wanneer het anders loopt. Kijk maar naar die uitzending waarin Johan Derksen zijn buurmannetje Zeljko Petrovic plotseling begint af te branden. Petrovic schrok daar van. Dit had hij niet verwacht. Maar als je helemaal niets verwacht, kun je ook nooit schrikken.’
Het is een methode die blijkt te werken en in Scheveningen vreemde taferelen tot gevolg heeft. Er staan bijvoorbeeld imitatoren op, zowel op televisie als in het land, en op internet is een handtekeningenactie gaande om Van der Gijp tot bondscoach te benoemen. Hij heeft nog niet gezegd dat hij het bij 50.000 stemmen gaat doen, of de website ligt al plat. In het Kurhaus verandert het publiek van voetballiefhebbers ook steeds meer in dagjesmensen, onder wie opvallend veel vrouwen, vaak met roodwitblauwe boa’s om en een oranje cowboyhoed van plastic op hun hoofd. Er moeten in het Kurhaus ook steeds meer dranghekken aan te pas komen, want nu wil werkelijk iedereen op de foto met de nog steeds enigszins verbouwereerde stamgasten van VI. René van der Gijp laat intussen zijn ochtendlijke strandwandelingetje steeds vaker achterwege. Liever zit hij binnen de veilige muren van het oude hotel aan de zee.

De suite waarin Van der Gijp zijn intrek heeft genomen, op de bovenste etage van het statige hotel, werd kort vóór hem nog door Hillary Clinton bewoond. Het biedt nu vanaf zijn riante balkon een ruim uitzicht over de Noordzee en godzijdank ook op de halfblote meisjes die er deze warme zomer dagelijks ter verkoeling op weg naartoe zijn. Hij mag het Nederlandse volk graag over zijn extreem lange verblijf in de presidentiële residentie inlichten, zoals hij in de uitzending van 11 juni doet. ‘Er kwam vanmorgen iemand schoonmaken. Die zei: “Gaat u er dadelijk uit?” Ik zei: Nee, ik zit er nog 35 dagen. Die viel flauw! Die heb ik de gang op moeten dragen!’

Diep in het binnenste van het Kurhaus, waar een complete vleugel is ontruimd en inmiddels is omgetoverd tot tijdelijk televisiestation, heerst de koortsachtige bedrijvigheid die hoort bij een grootschalige operatie als deze. Techneuten slepen kabels en apparaten door de ingewanden van het oude gebouw, muzikanten brengen hun instrumentarium naar de studio voor een korte soundcheck en op de redactie wordt het internet afgespeurd op zoek naar het laatste voetbalnieuws. Hier wordt van ’s morgens vroeg tot diep in de nacht gewerkt, vergaderd, voetbal gekeken, gebrainstormd en gegeten, allemaal op een paar vierkante meter en onder een constante tijdsdruk, maar toch is de stemming over het algemeen vrolijk optimistisch.

Zeker wanneer René van der Gijp zich even op de burelen laat zien, meestal om een uur of half elf in de ochtend, wanneer hij op zijn gemak ontbeten heeft en koffie gedronken op het terras. Daarna kuiert hij dan
soms naar de redactie, vist wat kranten tussen de computers weg, slaat wat mensen op hun schouders en informeert
naar de kijkcijfers. En altijd wordt er dan gelachen.
‘Kijk, onze Jean-Marie’, zegt hij op een ochtend, wanneer hij een Belgische krant openvouwt en op het portret van een breed lachende Pfaff stuit. ‘Johan vertelde een keer dat Pfaff hem na een uitzending vroeg hoe hij van Hilversum naar België moest rijden. Rij maar achter mij aan, zei hij tegen Pfaff, dan geef ik bij Utrecht een seintje waar je richting Breda moet gaan. Maar toen Johan zijn straat inreed en in zijn spiegel keek, zag hij nog steeds dat gesponsorde overhemd achter zich aan rijden.’

Op de keper beschouwd is dit eigenlijk helemaal niet zo’n goede anekdote. Het heeft nauwelijks een clou en ook geen enkele spanningsboog. Toch dreigt er hier en daar al een redacteur van zijn stoel te vallen. Dat komt omdat René van der Gijp de anekdote vertelt. Dat werkt vroeg of laat op je lachspieren. Meestal vroeg.

Hij is een sfeerbepaler. Wanneer hij ergens binnenkomt, gebeurt er iets met de andere aanwezigen. Ook hier ziet iedereen hem graag komen. Zijn vrolijkheid lijkt wel besmettelijk. Toch blijft Van der Gijp nooit lang. Als de rest van de hotelgasten zich ook buiten hun kamer beginnen te wagen en de drukte op de redactie en in de televisiestudio toeneemt, sluipt hij weer op een onbewaakt ogenblik langs het hoogpolige tapijt naar boven, naar zijn suite, waar rust en regelmaat heersen, waar alles recht staat en op z’n plek ligt en René van der Gijp, zoals hij zelf zegt ‘precies weet waar hij aan toe is.’

Gijp
binnenwerk.Gijp.html
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
binnenwerk-1.Gijp.html
binnenwerk-2.Gijp.html
binnenwerk-3.Gijp.html
binnenwerk-4.Gijp.html
binnenwerk-5.Gijp.html
binnenwerk-6.Gijp.html
binnenwerk-7.Gijp.html
binnenwerk-8.Gijp.html
binnenwerk-9.Gijp.html
binnenwerk-10.Gijp.html
binnenwerk-11.Gijp.html
binnenwerk-12.Gijp.html
binnenwerk-13.Gijp.html
binnenwerk-14.Gijp.html
binnenwerk-15.Gijp.html
binnenwerk-16.Gijp.html
binnenwerk-17.Gijp.html
binnenwerk-18.Gijp.html
binnenwerk-19.Gijp.html
binnenwerk-20.Gijp.html
binnenwerk-21.Gijp.html
binnenwerk-22.Gijp.html
binnenwerk-23.Gijp.html
binnenwerk-24.Gijp.html
binnenwerk-25.Gijp.html
binnenwerk-26.Gijp.html
binnenwerk-27.Gijp.html
binnenwerk-28.Gijp.html
binnenwerk-29.Gijp.html
binnenwerk-30.Gijp.html
binnenwerk-31.Gijp.html
binnenwerk-32.Gijp.html
binnenwerk-33.Gijp.html
binnenwerk-34.Gijp.html
binnenwerk-35.Gijp.html
binnenwerk-36.Gijp.html
binnenwerk-37.Gijp.html
binnenwerk-38.Gijp.html
binnenwerk-39.Gijp.html
binnenwerk-40.Gijp.html
binnenwerk-41.Gijp.html
binnenwerk-42.Gijp.html
binnenwerk-43.Gijp.html
binnenwerk-44.Gijp.html
binnenwerk-45.Gijp.html
binnenwerk-46.Gijp.html
binnenwerk-47.Gijp.html
binnenwerk-48.Gijp.html
binnenwerk-49.Gijp.html
binnenwerk-50.Gijp.html
binnenwerk-51.Gijp.html
binnenwerk-52.Gijp.html
binnenwerk-53.Gijp.html
binnenwerk-54.Gijp.html
binnenwerk-55.Gijp.html
binnenwerk-56.Gijp.html
binnenwerk-57.Gijp.html
binnenwerk-58.Gijp.html
binnenwerk-59.Gijp.html
binnenwerk-60.Gijp.html
binnenwerk-61.Gijp.html
binnenwerk-62.Gijp.html
binnenwerk-63.Gijp.html
binnenwerk-64.Gijp.html
binnenwerk-65.Gijp.html
binnenwerk-66.Gijp.html
binnenwerk-67.Gijp.html
binnenwerk-68.Gijp.html
binnenwerk-69.Gijp.html
binnenwerk-70.Gijp.html
binnenwerk-71.Gijp.html
binnenwerk-72.Gijp.html
binnenwerk-73.Gijp.html
binnenwerk-74.Gijp.html
binnenwerk-75.Gijp.html
binnenwerk-76.Gijp.html
binnenwerk-77.Gijp.html
binnenwerk-78.Gijp.html
binnenwerk-79.Gijp.html
binnenwerk-80.Gijp.html