47. Maarten
‘Ik geloof niet dat ik in mijn leven met iemand meer gelachen heb, dan met Maarten Spanjer.’
-Vertel.
‘Ik had hem net ontmoet, toen we een keer met een artiestenelftal moesten voetballen in Breda. Voorafgaand aan de wedstrijd gingen we samen eten, bij een chinees. Maarten vertelde dat hij de toneelschool had gedaan. “Ik zal je laten zien wat je daar allemaal leert”, zei hij. “Bijvoorbeeld: professioneel struikelen. Let op, ik doe net of ik naar de wc ga, maar je moet goed op me blijven letten. Het gaat heel snel.” Hij liep van tafel, langs een gezin dat net aan het eten was en dan deed hij net of hij struikelde. Heel geloofwaardig. Halverwege z’n val greep hij zich dan expres vast aan het tafellaken en trok de complete rijsttafel om. Die kinderen zaten helemaal onder de satésaus. Maar die mensen werden niet kwaad. Eerder bezorgd, want Maarten lag als een soort Suarez op de grond te kermen. Toen kenden we elkaar een week. Ik dacht: met hem kun je lachen.’
-Hij was ook vaak in Zwitserland.
‘Ja, dat was altijd hartstikke leuk. Op een keer kwam hij precies in de week dat Aarau een nieuwe Poolse spits zou kopen. Heb ik net gedaan of Maarten die Pool was. Ik heb hem meegenomen naar het stadion, in de kleedkamer aan iedereen voorgesteld. De voorzitter zat in het complot, maar de coach wist van niks. Ik heb hem ook laten meetrainen. Dat ging goed. Maarten heeft nog bij Ajax gespeeld en zag er altijd jongensachtig uit, dus hij hield zich aardig staande. Hij gaf ook aanwijzingen tijdens het partijtje, in een soort nep-Pools. ’s Avonds gingen we naar een supportersfeest. Vijfhonderd man in de zaal. Maarten zei: “Zeg even tegen die mensen dat ik een toespraak wil houden.” Binnen vijf minuten stond hij op het podium. Hield-ie een ellenlange speech in het Pools, of wat daar voor moest doorgaan. Echt, Fidel Castro is kort van stof in vergelijking met die toespraak. Het heeft geloof ik veertig minuten geduurd en er was geen touw aan vast te knopen.’