65. Einde
-Hoe kijk je zelf eigenlijk terug op het einde van je loopbaan?
‘Mijn vertrek naar Zwitserland heeft mijn carrière natuurlijk geen goed gedaan. Financieel was het wel een aantrekkelijke gebeurtenis. Maar sportief betekende het eigenlijk het begin van het einde. Qua voetbal stelde het gewoon allemaal niet veel voor. Skiën, ijshockey, daar werden die Zwitsers vrolijk van. Maar voetballen kwam op de vierde, vijfde plek. Thuis, in Neuchâtel, speelden we met Xamax meestal voor een man of 14.000. Maar uit zaten er soms maar tachtig betalende toeschouwers. Bij Bellinzona, of dat soort kutclubjes. Er liepen grote sterren rond in die competitie, Iván Zamorano en Marco Tardelli bij Sankt Gallen bijvoorbeeld, maar die mannen waren allemaal in hun nadagen. Ik niet. Ik was 27 jaar.’
-En je gedroeg je als een puber.
‘Soms wel ja. Ik had moeite het Zwitserse voetbal serieus te nemen. Het was ook echt een laag niveau. Soms kwam mijn vriend Maarten Spanjer op bezoek. Dan speelde ik bijvoorbeeld tegen Lausanne uit. “Hoe laat is die wedstrijd afgelopen?”, vroeg Maarten dan, “hoe laat kunnen we de stad in?” Nou, dan sprak ik gewoon met hem af dat ik zo snel mogelijk zou scoren en daarna net zou doen alsof ik iets verrekt had. En dat gebeurde dan ook. Ik joeg die bal erin, greep naar mijn hamstring en liep het veld af. Maarten zat dan op de tribune al naar me te zwaaien. Wij in de auto naar Aarau. Ze moesten in Lausanne nog aan de tweede helft beginnen, als wij al op een terrasje aan een pizza zaten. Dat soort dingen deed ik. Achteraf niet zo slim natuurlijk.’
-Waarom deed je het dan?
‘Ik dacht er niet bij na. Ik was daar ook voor de verkeerde reden. Geld. Maar ja, Zwitserland was in die jaren heel aantrekkelijk. Ik verdiende er 500.000 gulden netto. Bij PSV kreeg ik 120.000 gulden bruto. Zelfs Kees Ploegsma, toen de manager bij PSV, zei toen tegen me: “René, als ik jou was zou ik dit doen, want zo’n bedrag verdien je bij ons in nog geen vijf jaar.” Toen heb ik getekend. Maar achteraf gezien is dat niet zo slim geweest. Ik had bij PSV moeten blijven.’
-Waarom?
‘Ik had er dat seizoen twintig ingeschoten, als rechtsbuiten. En ik geloof achttien assists. Normaal gesproken kun je dan wel een verbeterde aanbieding tekenen. Maar ik had me onmogelijk gemaakt bij die club, en in de kleedkamer. Het was precies in de periode dat Ruud Gullit een breuk met PSV aan het forceren was. Ik koos altijd zijn kant. Zo kwamen wij samen een beetje buiten de groep te staan. Ruud wilde dat en vertrok al snel naar Milaan. Maar ik moest toen ook wel weg. Er was voor mij geen toekomst meer in Eindhoven. Eigen schuld.’
-Je was liever gebleven?
‘Achteraf denk ik dat dat het best was geweest. Ik had mijn loopbaan bij PSV moeten afsluiten. Als dat was gebeurd, zou ik daar heel tevreden mee zijn geweest. Het was net het begin van de gouden jaren. Dan had je bijna wekelijks tegen ploegen gespeeld waarvan je bij voorbaat al wist dat je veel beter was. Dat is lekker.’
-Toch een beetje spijt?
‘Nee hoor.’
-Dan had je ook de Europa Cup 1 gewonnen en misschien meegegaan naar het EK’88.
‘Ja. Nu niet.’
-Nee. Nu zat je een pizza te eten met Maarten Spanjer in Aarau.
‘Ja. Was ook leuk. Had ik ook niet willen missen.’