17. Gullit
-Waarom klikte jij bij PSV zo goed met Ruud Gullit?
‘Weet ik niet. Het voelde gewoon gelijk goed. Misschien omdat hij als een van de weinigen ontspannen was. Altijd. Net als ik dacht Ruud ook altijd pas dertig seconden voor het begin van de aftrap aan de wedstrijd.’
-Dat schiep een band?
‘Misschien wel. We deelden tijdens trainingskampen en Europese wedstrijden altijd één kamer. Als je dan bij het ontbijt kwam, bleek de helft geen oog te hebben dicht gedaan. Ze waren nerveus voor de wedstrijd, waren zich aan elkaar gaan ergeren, aan het gesnurk, aan elkaars gewoontes, elkaars luchtjes, aan alles. Hadden Ruud en ik helemaal geen last van. Ons moesten ze altijd met een kanon wakker schieten, anders sliepen we tot de terugreis. Omdat we relaxed waren. We konden ook ’s ochtends half in elkaars armen wakker worden. Dat was dan natuurlijk onbewust gegaan, maar het gebeurde niet voor niets. Zoiets zou je bij Van Breukelen niet overkomen. Die stond zo onder stress, die lag als een strijkplank zo strak in bed. Pas toen hij naar Ted Troost ging, de haptonoom, werd het beter. Maar voor die tijd had die jongen zó veel spanning op zijn lijf staan, dat hij bij het douchen niet eens nat werd.’
-Had Ruud geen last van?
‘Welnee. Die was altijd ontspannen. Ik heb echt een leuke tijd met die jongen gehad. Het was gezellig op onze kamer. We spraken over alles, behalve over voetbal. De rolverdeling was ook duidelijk. Ruud was het mannetje, ik was het vrouwtje. Bij mij moet natuurlijk alles recht staan, opgeruimd, geordend. Dat had Ruudje niet. Dus die flikkerde bij binnenkomst zijn tas in de hoek en dan ruimde ik het op. Zo ging dat. Of ik ging mijn tanden poetsen en dan vond ik weer zo’n pluk rasta-haar in de wasbak. Had hij zijn haartjes geknipt en kon ik het opruimen. Maar ik vond het niet erg. We konden veel van elkaar hebben.’