25

En dan is het alweer maandagochtend, ben ik op mijn werk en verkeert het huis in een vreselijke chaos. Gelukkig voor mij lijkt het erop dat de inhoud van Carolines weekendtas naar tevredenheid was, want ze zit nog steeds in de suite in het Sanderson. Ik bid dat ze daar de hele dag zal blijven, hoewel ik weet dat ze in één opwelling opeens van gedachten kan veranderen. Het lijkt er ook op dat haar verjaardag zonder hobbels is verlopen, want haar telefoontjes zijn opvallend afwezig. Geen nieuws is goed nieuws, denk ik maar, hoewel een keertje ‘dank je wel’ horen geen kwaad kan. Ik weet dat het pathetisch klinkt, maar ik zou ook graag weten hoe haar jurk is ontvangen – ik heb zoveel tijd besteed aan het regelen ervan.

Maar ondanks mijn nieuwsgierigheid heb ik toch liever dat ik haar vandaag niet hoef te zien. Buiten het feit dat ik niet zit te wachten op haar pruilende gezicht, ben ik bang dat hier binnenkort echt de hel los gaat breken. Carrie Anne heeft me een uur geleden gebeld en me verteld dat het er niet naar uitziet dat Carolines film doorgaat. Great British Films heeft besloten zich liever te concentreren op andere projecten dan op dat van Caroline, vooral ook omdat romantische feelgood-komedies op het moment beter in de markt liggen. Carolines film gaat over een geestelijk gestoorde vrouw met waanvoorstellingen, wat natuurlijk geen grappig en geen romantisch onderwerp is, tenzij je een heel ziek gevoel voor humor hebt. Het probleem is dat Thomas Anderson, de regisseur die aan het project is verbonden, het script toch niet sterk genoeg vindt en Great British Films wil niet méér investeren in het schrijven van weer een nieuwe versie. Zij hebben de rechten, dus kunnen ze ermee doen wat ze willen en in wezen kan Caroline niets uitrichten tegen het feit dat ze zich nu beginnen terug te trekken. Bovendien zijn ze al nieuwe projecten voor Thomas Anderson aan het zoeken, dus...

In ieder geval komt het erop neer dat ik een telefoontje of een e-mail kan verwachten van meneer Devine en dat dat hoogstwaarschijnlijk geen nieuws zal zijn dat leuk is om aan Caroline over te brengen. Maar aan de andere – meer egoïstische – kant, betekent het dat Caroline teruggaat naar de Verenigde Staten omdat de film niet doorgaat en dat ik dan geen excuus hoef te verzinnen waarom ik niet meer voor haar wil werken. Ik heb nu nog vijf maanden te gaan als de persoonlijke assistente van Caroline Mason en dat voelt als een enorme tijd – en eerlijk gezegd vind ik het heel aantrekkelijk om het einde in zicht te hebben. Een deel van mij maakt zich ontzettend zenuwachtig over het vooruitzicht werkeloos te zijn en een ander deel van mij weet niet hoe lang ik dit nog vol kan houden.

Een andere reden om blij te zijn dat ze niet in de buurt is vanmiddag, is dat ik lekker een beetje kan dagdromen over Tom en me geen zorgen hoef te maken dat ze de stupide glimlach op mijn gezicht ziet. En het is ook prettig dat ik me niet hoef te gedragen alsof er niets aan de hand is als Carson en zij op hetzelfde moment in dezelfde ruimte zijn.

Van boven klinkt een harde bons en de kamer lijkt ervan te trillen. Carson, Cameron en Steph zijn boven en ik weet niet wat ze doen, maar het is in ieder geval heel lawaaierig en er wordt heel vaak van het bed gesprongen. Ik heb al een paar keer naar het plafond gekeken omdat ik zo half en half verwacht dat daar op een gegeven moment een stel benen doorheen komt donderen. Lorna doet gewoon haar werk en lijkt zich niets aan te trekken van de chaos. Bovendien wordt haar aandacht helemaal in beslag genomen door de tientallen boeketten die zijn gearriveerd en die allemaal in vazen moeten worden gezet.

Toen ik vanmorgen het huis binnenkwam, werd ik zowat bedwelmd door bloemengeuren en even schoot de vraag door me heen wie er dood zou zijn, maar gelukkig waren die bloemen niet bezorgd vanwege een sterfgeval maar hadden ze alles te maken met een geboorte – de geboorte van Caroline Mason, veertig jaar geleden om precies te zijn.

In de hal staan op zijn minst vier enorme boeketten, voornamelijk in Carolines favoriete kleuren crème en roze. Lorna heeft er drie op de haltafel kwijt gekund en de vierde enorme bloemenstruik staat op het antieke Italiaanse tafeltje onder aan de trap. In de werkkamer word je ook zo ongeveer bedolven onder de vazen met bloemen. Ze staan op het bureau, op de boekenplanken en ik zie dat er zelfs een op de fax is gezet. De kleuren zijn prachtig. Ik word omringd door gele rozen, roze lelies, paarse gerbera’s en vanillekleurige begonia’s, om er maar een paar te noemen. In de keuken zie je dat Lorna’s enthousiasme voor bloemschikken begon te verdwijnen, want er zijn veel bossen niet eens uit het cellofaan gehaald, maar gewoon met papier en al in een vaas geplempt. Toen ik daarnet even de keuken in liep, was het enige wat ik, behalve bloemen, boven het kookeiland uit kon zien steken de bovenkant van Lorna’s hoofd.

‘Goedemorgen, Lorna. Het lijkt wel een bloemenwinkel hier,’ riep ik uit.

‘Ja, ik weet het en ik zal je eens wat zeggen,’ antwoordde ze hijgend, terwijl ze om het eiland heen kwam lopen zodat ze mij kon zien. ‘Jij en ik gaan een paar van deze boeketten mee naar huis nemen. Ik heb al een bos roze rozen en van die lange paarse dingen in mijn tas gestopt. Welke wil jij?’

Dus kies ik een bos prachtige witte rozen met heel veel groen erbij uit, plus een bos geweldige irissen. Ik kan niet wachten tot ik ze mee naar huis kan nemen en voel me er totaal niet schuldig over omdat Caroline toch niet merkt dat ze weg zijn en op deze manier worden ze tenminste geapprecieerd, voordat ze verleppen, verwelken en weer weg worden gegooid. Ik wilde Lorna net gaan vertellen hoe mijn date zaterdagavond was verlopen, toen mijn telefoon ging. En zoals gewoonlijk ben ik daarna geen moment meer met rust gelaten door dat onding. Daarom heb ik ook nog steeds de kans niet gehad om tegen Lorna te vertellen dat ik het weet van Carson en Steph. Ik ben echt heel erg dol op Lorna geworden en het voelt helemaal niet goed de poppenkast óók bij haar op te voeren. Maar eigenlijk denk ik dat ik eerst met Carson moet overleggen om er zeker van te zijn dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat ik Lorna vertel dat ik het weet.

Een van de vele telefoontjes vanochtend was dus van Carrie Anne, die me belde om me het laatste nieuws over de filmsituatie te vertellen.

‘Het ziet er niet goed uit,’ zei ze. ‘Tussen ons gezegd en gezwegen gaat het niet door en ik vermoed dat dat komt omdat Thomas Anderson niet alleen het script niet goed vindt, maar ook omdat hij waarschijnlijk denkt dat Caroline te oud is voor de hoofdrol.’

‘Maar de hoofdrol ís juist voor een vrouw die niet al te jong meer is, iemand die van alles heeft doorgemaakt. Iemand van een jaar of veertig dus,’ riep ik uit, omdat ik het script heb gelezen.

‘Ja, en als ze iemand van twintig kunnen vinden die iemand die ouder is kan spelen, doen ze dat. Maar dat is niet eens aan de orde. Thomas Anderson is totaal van mening veranderd. Het is allemaal politieke onzin,’ had Carrie Anne er afkeurend aan toegevoegd, duidelijk gehard door de industrie waarin ze werkt. Hoewel ze slecht nieuws bracht, zat er toch een voordeel aan dat ik Carrie Anne aan de lijn had: zo konden we meteen een afspraak maken om elkaar weer eens te zien.

‘Kom volgende week bij me eten, dan nodig ik de meiden ook uit. Kunnen we lekker bijpraten.’

‘O, dat zou ik heerlijk vinden,’ zei ze. ‘En ik heb zo veel overgewerkt de laatste tijd, dat ik dan misschien zelfs wel vroeger van mijn werk weg kan.’

‘Mijn god, wat een revolutie,’ zeg ik lachend en we spreken af dat ze aanstaande donderdag naar mijn huis komt.

Nu ben ik alle cadeaus, kaarten en faxen aan het sorteren die dit weekend zijn gearriveerd. Ik begin al bedankkaartjes te schrijven, want ik weet zeker dat Caroline zal willen dat die vandaag nog de deur uit gaan, ondanks het feit dat ze de cadeaus nog niet eens heeft gezien.

Buiten de bloemen hebben haar agent, Geoffrey, degene die haar pr doet, Kenneth, plus een aantal vrienden haar heel genereus bedacht. Er is parfum, een voucher voor een dag in een beautyfarm, een gigantische pot Crème de La Mer en een kasjmier truitje. Ik kan er niets aan doen, maar ik weet bijna zeker dat sommige cadeaus naar haar zijn gestuurd om op die manier bij Carson in een goed blaadje te komen. Het valt me bijvoorbeeld op dat de regisseur die Save All Your Kisses gaat doen, de film waarvan Carsons agente zo vreselijk graag wil dat hij de hoofdrol erin neemt, haar een Hermès-sjaal en een Fendi-tas heeft gestuurd. Voor zover ik weet heeft Caroline die regisseur zelfs nog nooit ontmoet en als ik niets aan Carson vertel over deze nogal doorzichtige opzet, kan ik me niet voorstellen dat hij er ooit iets van zal horen, laat staan zich er iets van aan zal trekken.

Ik kijk mijn e-mails door en negeer mijn telefoon, die opgewekt rinkelt. Ik zie dat het Leticia is en ik ben niet in de stemming voor een van haar eisen. Eerst zijn er een paar veranderingen in wie de kaartjes van het huis krijgen die geregeld moeten worden en ik heb het razend druk.

Ik hoor Lorna in zichzelf mompelen in de hal: ‘Waar zal ik déze vaas nou weer eens neerzetten.’ Het verbaast me dat ze nog niet door de vazen heen is. Ik neem aan dat het nu eens een keer handig uitkomt dat Caroline overal enorme voorraden van aanschaft. Niemand die ik ken heeft meer dan drie vazen, volgens mij. Ondertussen hoor ik Cameron boven gillen en om genade smeken en zo te horen is hij het slachtoffer van de kieteldood. De hele sfeer hier is nou niet echt bevorderlijk om veel werk te verzetten en ik denk niet dat ik Lorna’s gemopper in de hal nog veel langer kan negeren.

‘Gaat het?’ roep ik, terwijl ik met een frons naar mijn e-mails kijk. Ik ben tot mijn schrik helemaal vergeten dat ik vandaag auditie moet doen. Er is een e-mail van John dat hij alles heeft geregeld en dat ze me vanmiddag verwachten. Verdomme. Maar nu de kans steeds groter wordt dat ik vanaf Kerstmis zonder werk zit, is het waarschijnlijk wel een goed idee om in ieder geval te gaan. Ik moet toch een voet in die wereld zien te houden, en het is goed eens iets te doen wat me eraan herinnert dat ik niet eeuwig Carolines assistente zal zijn.

Niet meer wetend waar ze de vazen neer moet zetten, geeft Lorna het gewoon op nog een vrij plaatsje te zoeken en zet ze ze op de vloer. Dan komt ze de werkkamer binnenstappen. Vandaag heeft ze een geruite broek aan die verdacht veel lijkt op een golfbroek, met daarop een Mickey Mouse-T-shirt.

‘Waarom sturen ze haar toch allemaal van die prachtige bloemen? Het is zo ontzettend zonde,’ fluistert ze doordringend.

‘Ik weet het ook niet. Voor zover ik weet vinden ze het leuk om elkaar allerlei dingen te sturen, die filmmensen. Vooral bloemen. Caroline stuurt al een boeket naar iemand als ze daar alleen maar op de koffie is geweest.’ Ik steek mijn pen achter mijn oor en vraag me ondertussen af wat ik nou met die auditie aan moet.

‘Nou, ik neem in ieder geval even pauze,’ zegt Lorna. ‘Ik begin er hooikoorts van te krijgen. Ik heb nog maar dertien boeketten over en die heb ik voorlopig allemaal in de gootsteen gepleurd. Ik wil eerst een lekker kopje thee met een koekje erbij. Jij ook, Fran? Dan kun je me meteen alles over je date vertellen.’

Ik vind het echt verbijsterend dat Lorna de hele dag door kokendhete thee drinkt, zelfs nu het buiten meer dan dertig graden is.

‘Eh, ja, ik denk dat ik zo naar de keuken kom om water of zoiets te halen. O, mijn god.’

Door de openstaande deur zie ik Cameron en Carson heel hard de trap af komen rennen. Het is gewoon gevaarlijk.

‘Cameron, stop! Straks breek je nog een been. Carson, hou meteen op met dit gedoe. Afgelopen!’ roept Lorna. Maar ze negeren haar en wonder boven wonder rent een onbeschadigde Cameron hijgend en juichend langs haar heen naar de keuken en daarna de tuin in. Carson blijft even staan, haalt zijn schouders op, maakt dan Lorna’s haar plagerig in de war en spurt weer als een idioot verder, geen enkele poging doend om zijn zoon te ontmoedigen.

Steph komt in een iets kalmer tempo met een gelukkig lachend gezicht de trap af en dat verbaast me niets. Ze heeft alle reden om te lachen. Ik richt mijn aandacht weer op het scherm voor me en tot mijn verdriet zie ik dat er een e-mail is binnengekomen van de pa van meneer Devine, de directeur van Great British Films. Hij wil een afspraak met haar maken om over een aantal onvoorziene problemen met de film te praten. Het ziet ernaar uit dat mijn besluit over wanneer ik opzeg dus inderdaad al voor me is genomen. Ik denk dat ik daar blij om ben en nu moet ik dus zéker naar die auditie.

Ik ben verdiept in het beantwoorden van de e-mail en het regelen van een tijd die voor allebei goed uitkomt, als Cameron de werkkamer binnen komt stormen.

‘Hoi Fran,’ zegt hij hijgend van alle inspanning.

‘Hoi Cam. Wat doe je in vredesnaam, je rent rond als een idioot.’

Bij wijze van antwoord grinnikt Cameron vrolijk. ‘Fran, wil jij armworstelen met mij? Ik wed dat ik je kan verslaan.’

‘Tuurlijk,’ zeg ik, dankbaar voor de afleiding. Mijn stoel heeft wielen, dus rol ik naar hem toe en zet mijn elleboog op het bureau. Hij legt zijn groezelige handje in de mijne en begint harde grommende geluiden van inspanning te produceren, terwijl hij probeert mijn hand naar omlaag te duwen.

‘Zie je mijn spierballen,’ zegt hij tussen opeengeklemde tanden, terwijl zijn gezicht helemaal rood aanloopt. Na een kleine strijd laat ik hem winnen, hoewel ik moet toegeven dat het niet veel scheelde of hij had mij echt verslagen. Cameron steekt allebei zijn armen in de lucht en roept: ‘Ik ben de kampioen, ik ben de kampioen, ik ben de kampioen, ik ben de kampioen...’

In een poging om te voorkomen dat hij dat eindeloos blijft herhalen zoals kleine kinderen op een hemeltergende manier kunnen doen, onderbreek ik hem.

‘Jij mag dan grote spierballen hebben, meneertje, maar volgens mij heb je gewoon geluk gehad. Ik heb veel grotere spierballen dan jij.’

‘Nee, niet waar,’ lacht hij. ‘Ik heb grotere spierballen dan jij.’

‘Nee, hoor,’ zeg ik weer, ‘ik heb grotere spierballen dan jij.’

‘Nee, ik heb grotere spierballen dan jij en mijn papa heeft nóg veel grotere spierballen. Wacht,’ zegt Cameron en rent de deur uit.

Ik rol terug naar de computer en richt mijn aandacht weer op de e-mails.

‘Papa!’ roept Cameron. ‘Pááápa!’

‘Ja, Cam?’ hoor ik Carson vanuit de keuken, waar Lorna en Steph zitten te giechelen als schoolmeisjes.

‘Papa, Francesca wil je spierballen zien.’

Gealarmeerd kijk ik op. ‘Cameron, dat moet je niet zeggen...’

‘Papa, kom eens om Francesca je spierballen te laten zien.’

Ik sta snel op – in staat om Cameron in een wurggreep te nemen als dat helpt om hem zijn mond te laten houden.

Maar het is al te laat – Carson staat in de werkkamer en heeft het dus gehoord.

‘Sorry, Fran, maar hoorde ik Cameron nou zeggen dat je mijn spierballen wilt zien? Wat had je precies aan hem gevraagd?’ vraagt hij plagend. Hij vindt het leuk te zien dat ik me schaam.

‘Ik wil echt jouw spierballen niet zien, Carson. Ik heb het er niet eens over gehád, hè Cameron?’ Mijn wangen zijn knalrood.

‘Maak je geen zorgen,’ zegt Carson lachend. Hij is duidelijk gewend dat vrouwen graag zijn lichaam bewonderen, dus is hij nogal blasé over het verzoek dat ik blijkbaar heb geuit.

‘Eigenlijk vroeg ik me af... heb je even, Fran?’ zegt hij, een beetje buiten adem.

Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Hij heeft net zoveel energie als zijn zoon. Het is bizar.

‘Ja, hoor.’

‘Oké, Cam, maak dat je wegkomt, ga maar even naar Steph. Ik kom zo naar buiten, dan kunnen we een balletje trappen.’

‘Cool,’ zegt Cameron en holt weg.

Na een blik over zijn schouder komt Carson verder de werkkamer in.

‘Even over laatst, Fran. Ik wilde je vragen of je het een beetje hebt kunnen verwerken. Je zag er wat overdonderd uit toen je wegging.’

Even schiet het door mijn hoofd dat ik in de dagen toen ik nog bij Diamond PR werkte, nog niet in mijn allerstoutste dromen had kunnen vermoeden dat ik ooit zo’n intiem gesprek met Carson Adams zou voeren.

‘O, oké. Nou, eh, het was best veel om allemaal in me op te nemen enne... ik vond het ook wel rot dat ik er op die manier achter kwam,’ zeg ik verwijzend naar het feit dat ik Steph en hem, allebei poedelnaakt, in een nogal bijzonder standje heb aangetroffen.

Carson heeft de beleefdheid om zijn ogen af te wenden, maar ik zie dat hij zich niet zo schaamt als de gemiddelde mens zou doen. En eigenlijk heeft hij natuurlijk ook niets om zich voor te schamen. Ik glimlach bij de gedachte aan hun tweeën; een herinnering die voor eeuwig in mijn geheugen gegrift zal blijven en waaraan ik in de toekomst vast nog vaak met plezier terug zal denken.

‘Maar je gaat toch niet weg, hè?’ vraagt hij, op een manier die aangeeft dat hij het echt prettig vind dat ik voor hem werk, wat ik natuurlijk fijn vind om te merken. Het is goed om je eens een keer gewaardeerd te voelen.

‘Nee, nog niet, nee. Eh... Maar ik zou je graag iets willen vragen, een gunst.’

Carson kijkt even bezorgd, waarschijnlijk bang dat ik hem enorme sommen geld afhandig wil maken. Het is vreemd te beseffen dat ik, als ik de normen en waarden van een straatkat had, ook inderdaad de middelen zou hebben om dat te doen.

‘Ten eerste, als jij het goedvindt, zou ik graag eerlijk tegen Lorna zijn over het feit dat ik het weet. Ik vind het vervelend tegen haar te liegen.’

Carson ziet er duidelijk opgelucht uit en gaat op de rand van het bureau zitten, waarbij hij bijna een vaas omgooit.

‘Prima. En Steph zal dat heerlijk vinden, dat weet ik zeker.’

‘Nou en het andere is – en dit heeft niets te maken met de gebeurtenissen van de afgelopen tijd en ik wil ook niet dat het invloed heeft op je besluit – dat ik vanmiddag een paar uurtjes nodig heb voor andere dingen. Het duurt niet heel erg lang, maar het is gewoon dat er opeens een situatie is ontstaan waardoor...’

‘Neem de rest van de dag gerust vrij, Fran. Het is een heerlijk zonnige dag en het is me opgevallen dat je hier soms ook in het weekend bent om te helpen, dus ga gewoon.’ Dan ziet hij mijn gezicht en leest mijn gedachten. ‘Luister, maak je geen zorgen. Ik regel het wel met Caroline. Als je wilt kan ik altijd nog zeggen dat je ziek bent.’

Ik onderdruk een giechelbui.

‘Wat?’

‘Nee, niets. Het is een beetje brutaal.’

‘Kom op, ik hou wel van een beetje brutaal.’

‘Nou, het is gewoon dat jij net zo bang voor haar bent als ik.’

‘Ja, dat kun je wel zeggen,’ beaamt hij met een grijns.

‘Nou, in ieder geval bedankt en ik hoop echt niet dat je denkt dat ik misbruik van de situatie maak.’

‘Nee, helemaal niet. Ik waardeer je eerlijkheid.’ Hij draait zich om om weg te gaan en blijft dan staan om me met twinkelende ogen te vragen: ‘Weet je zeker dat je mijn spierballen niet wilt zien? Nee, ik denk dat je voorlopig meer dan genoeg van me hebt gezien, is het niet?’

Ik heb geen idee hoe ik daarop moet reageren en bloos tot in mijn haarwortels, maar gelukkig word ik gered van een antwoord aan de meest sexy man op aarde door de veroorzaker van mijn verlegenheid – Cameron komt binnenhuppelen. ‘Papa, papa, Steph heeft limonade in de keuken en ze zegt dat je ook wat moet komen drinken.’