8
Er doet niemand open. Ik heb nu al een paar keer op de bel gedrukt en ik weet zeker dat ik hem binnen hoorde rinkelen, maar er komt niemand naar de voordeur. Ik heb zelfs de grote koperen klopper (in de vorm van een leeuwenkop) al een paar keer tegen de deur aan laten vallen en ik sta ondertussen, op de ochtend van mijn eerste officiële werkdag, al eindeloos lang op de stoep te wachten. Nerveus vraag ik me af of ik nog een keer zal bellen of kloppen. Ik twijfel omdat Caroline op dit moment op weg naar de voordeur kan zijn en ik niet irritant over wil komen. Maar misschien is ze al weg en moet ik de sleutels die Louisa me heeft gegeven, gebruiken. Maar dat denk ik toch niet. Suzy heeft me verteld dat Caroline vandaag geen repetities had en dat ze zeker thuis zou zijn om me te begroeten. Opeens besef ik dat ik mijn adem inhoud. Ik laat een zucht ontsnappen en besluit nog een keer de klopper te gebruiken. Twee minuten later, na de klopper nog een keer tegen de deur te hebben laten vallen en twee keer te hebben aangebeld, begin ik me zorgen te maken of dit misschien de verkeerde dag is, of nog erger – het verkeerde huis. Het zweet breekt me uit. Ik doe een stap naar achteren. Nee, dit is zeker het goede huis – nummer 47.
Ik sta net op het punt om Suzy te bellen, als mijn telefoon gaat.
‘Hallo?’
‘Francesca?’
‘Ja?’
‘Waarom gebruik je je sleutels niet?’
Even ben ik verbijsterd dat het de stem van Caroline Mason is die uit mijn telefoon klinkt, maar ik herstel mezelf snel.
‘O, goedemorgen Caroline... eh, ik dacht... nou ja, het is mijn eerste dag en zo en ik wilde niet zo brutaal zijn om zomaar binnen te komen banjeren.’
‘Goed,’ zegt Caroline kalm. ‘Vanaf dit moment moet je dat dus gewoon doen. Daarom héb je die sleutels tenslotte. Je hebt ze toch wel bij je?’
‘Ja,’ antwoord ik, maar ze heeft al opgehangen.
Dit is nou niet direct het begin dat ik me had voorgesteld, schiet het door mijn hoofd, maar die gedachte schuif ik snel terzijde en ik doe wat me is opgedragen: ik steek de sleutel in het slot en laat mezelf het huis binnen.
Als ik in de hal sta, adem ik eerst diep in en kijk dan voorzichtig om het hoekje van de werkkamer. Caroline zit aan het bureau en lijkt volkomen verdiept in iets wat ze leest. In mijn ogen lijkt het verdacht veel op het tijdschrift Heat, maar ik kan het natuurlijk mis hebben. Ik blijf een tijdje in de deuropening staan, in de hoop dat ze op zal kijken. Maar dat doet ze niet en dus besluit ik dat het weinig oplevert om me als een watje te gedragen en schraap mijn keel. Caroline heft langzaam haar hoofd op.
‘Goedemorgen, Caroline. Sorry van daarnet,’ barst ik meteen los. ‘Ik wilde gewoon niet brutaal zijn en...’
‘Hallo Francesca,’ interrumpeert Caroline mijn waterval aan excuses en vervolgens trakteert ze me op een betoverende glimlach. ‘Hoe gaat het?’
‘Pri...’
‘Mooi... Zullen we naar de keuken gaan en de dag doornemen?’
Caroline staat op en glijdt soepel van achter haar bureau vandaan. Ze draagt een klein zwart topje met een halternek en ziet er lenig en gebruind uit.
‘Heb je een goede vakantie gehad, Caroline?’ informeer ik beleefd, maar ik denk niet dat ze dat hoort, en vervolgens weet ik niet goed of ik het nog een keer moet vragen of niet; de vraag hangt voor mijn gevoel nog in de lucht. Uiteindelijk doe ik het maar niet en met een lichte blos loop ik achter Carolines ongelofelijk strakke, in Armani-jeans geklede, billen aan de hal door naar de keuken, waar Lorna de restanten van een ontbijt aan het opruimen is.
‘Goedemorgen, Lorna,’ zeg ik.
‘O, goedemorgen, Francesca. Leuk je weer te zien. Sorry, dat ik de deur niet kwam opendoen...’ Die laatste zin zegt ze terwijl ze met opgetrokken neus achter Carolines rug naar haar wijst, alsof ze me wil vertellen dat Caroline niet wilde dat ze mij binnenliet. Ik weet niet waar ik moet kijken en wil natuurlijk niet op de allereerste dag al gesnapt worden terwijl ik gezichten naar mijn nieuw baas sta te trekken, dus glimlach ik flauwtjes en bid ik dat Caroline niet opeens om zal kijken.
‘Wil je een kop thee?’ vraagt Lorna, die gelukkig is opgehouden met haar gewijs naar Caroline.
‘O ja, graag, dat zou heerlijk zijn. Alleen melk, geen suiker, alsjeblieft.’ Dat is gelukkig veilig terrein.
Caroline gaat ondertussen aan de tafel zitten en steekt een sigaret op.
‘Heerlijk. Ik heb nu ook mijn koffie graag, Francesca.’
‘O... oké. Wat wilt u erin?’ vraag ik aarzelend, terwijl ik als een soort krab zijwaarts naar de ketel schuifel en me nogal verward voel.
‘Nee. Mijn koffie,’ herhaalt Caroline geduldig.
Ik hou op met zijwaarts schuifelen. Heb ik iets gemist? Mijn gezicht moet boekdelen spreken.
‘Mijn Starbucks, Francesca? Die drink ik iedere ochtend. Mijn assistente neemt altijd een beker koffie voor me mee op weg hierheen en als hij niet warm genoeg meer is zet ze hem even in de magnetron. Ik kan helemaal níéts zonder mijn cafeïnevrije venti quattro decaf met melk en hazelnootsmaak.’
Ik ben volkomen uit het veld geslagen. Die trut van een Louisa.
‘Goh, het spijt me verschrikkelijk, maar daar wist ik niets van. Ik weet bijna zeker dat Louisa me daar niets over heeft verteld. Wilt u dat ik er nu een ga halen of hebt u vandaag liever een oploskoffie en dat ik dan morgen voor het eerst langs Starbucks ga?’
Carolines glimlach blijft op haar gezicht geplakt, en zonder met haar ogen te knipperen zegt ze: ‘Nee, ik heb liever dat je er nu een haalt. Zoals ik al zei, ik kan geen ochtend zonder mijn koffie.’
Ik voel me echt een debiel, en met een hoogrode kleur loop ik houterig het huis uit, op zoek naar een Starbucks.
Later die avond lig ik op de bank en voor één keer ben ik blij dat Abbie vanavond moet werken. Niet omdat ik haar niet wil zien, maar omdat ik gewoon de energie niet meer heb om een gesprek te voeren. Ik schrijf in mijn dagboek.
8 april
Mijn eerste dag als Caroline Masons persoonlijke assistente begon
nogal slecht. Ze leek wel redelijk tevreden dat ik er was, maar het
is me nu al duidelijk dat alles precies op háár manier moet
gebeuren. Toen ik voor haar huis stond bijvoorbeeld, heb ik
eindeloos staan bellen en op de deur staan bonken en uiteindelijk
belde ze me op mijn mobiel om te zeggen dat ik mijn sleutels moest
gebruiken. Je zou toch denken dat het een stuk gemakkelijker was
geweest om gewoon de deur open te doen, maar ze zal wel ergens mee
bezig zijn geweest. In ieder geval bracht het me nogal in
verlegenheid en voelde ik me een idioot. Mijn tweede misser was dat
ik geen koffie voor haar had meegebracht, wat ik blijkbaar iedere
ochtend word geacht te doen. Dus racete ik het huis uit op zoek
naar een Starbucks en omdat je er
zowat over struikelt hier in Londen, was ik binnen tien minuten
alweer terug met, bad ik, de goede koffie. Godzijdank had ik goed
onthouden welke het moest zijn, dus dat was in ieder geval iets wat
ik goed had gedaan. Ondanks dit soort vervelende hobbels, bleef
Caroline vrij stoïcijns, hoewel ze wel meteen aan het werk wilde.
Ik kreeg nauwelijks de tijd om mijn jas uit te trekken toen ik
terug was met de koffie, want ze begon me meteen allerlei lijsten
te geven van dingen die ze die dag gedaan wilde hebben. Ik neem aan
dat er urgent een paar dingen gedaan moeten worden, omdat ze
natuurlijk een tijdje zonder assistente heeft gezeten.
Kortom, over het geheel genomen was het een goede maar wel redelijk stressvolle eerste dag. Ik ga naar bed, want ik ben doodmoe en mijn hoofd tolt van alle informatie die ik vandaag in me heb moeten opnemen. Ik heb een goede nachtrust nodig om er morgen weer fris en vrolijk tegenaan te kunnen.