4

Omdat ik zo wanhopig graag mijn flat in wil, probeer ik nogal onbesuisd mijn sleutel in het slot te steken, maar Abbie heeft me al van binnenuit gehoord en trekt de deur open, waardoor ik maar nauwelijks kan voorkomen dat ik haar een oog uitsteek.

‘O, mijn god, Fran, je had me wel blind kunnen maken, idioot,’ luidt haar eerste begroeting, wat heel jammer is, omdat we elkaar al dagen niet hebben gezien.

Abbie werkt als manager bij een pizzarestaurant in Clapton en heeft iedere week een ander rooster, dus ik weet nooit wanneer we weer tijd zullen hebben om bij te kletsen. Op dit moment ben ik, hoewel ik haar net bijna ernstig had verwond, blij dat ze er is en zodra ze mijn zielige gezicht en de tranen op mijn wangen ziet, kijkt ze me vol mededogen aan, wat natuurlijk weer een nieuwe huilbui van mij tot gevolg heeft. Zonder nog een woord te zeggen neemt ze me mee naar de keuken om me thee en troost te bieden en, na het hele verhaal van mijn lijdensweg te hebben aangehoord, geeft ze mij een heel stevige knuffel.

‘Ach, arme meid,’ zegt ze zachtjes. ‘Je hebt echt een vreselijke dag gehad, hè?’

Ik knik en voel me volkomen leeg.

‘Oké, Fran, nou moet je alsjeblieft niet kwaad worden,’ zegt Abbie aarzelend, ‘maar ik moet het één keer zeggen, één keer maar, gewoon om het van me af te kunnen zetten. Hoe kun je nou toch zo’n randdebiel zijn om de namen niet te veranderen?’

‘O, Abs, ik weet het niet,’ antwoord ik moedeloos. ‘Ik denk dat het komt omdat ik het al zo lang doe, schrijven op mijn werk, zonder dat zich ooit een probleem heeft voorgedaan. Daardoor ben ik blasé en onvoorzichtig geworden. Godsamme, wat ben ik toch een stomme trut.’

Abbie staat op om een glas water te pakken. ‘Nou, het is niet allemaal jouw schuld. Dat rotwijf van een Stacey had je heus niet op zo’n laffe manier te hoeven verraden. Wat is dat toch een klotetrut. En waarom heeft Harry het in vredesnaam met je uitgemaakt? Wat voor reden heeft hij je gegeven?’

‘Dat hij zich op dit moment niet echt aan iemand kan binden,’ zeg ik met een klein stemmetje, maar al te goed beseffend dat dit klinkt als het flauwe excuus dat het in werkelijkheid ook is. En vervolgens vertel ik haar maar niet wat Harry heeft gezegd: dat ik hem niet wilde zien als ik me moest voorbereiden op een auditie of vanwege de Oscaruitreiking. Ik weet niet precies waarom en heb ook geen zin om me erin te verdiepen.

‘Nou, ik had Harry wel iets meer fantasie toegedicht dan dat ouwe zeikverhaal,’ reageert Abbie.

Ik kan niet antwoorden en heb niet de energie om de dingen verder te ontleden. Opeens word ik overvallen door een behoefte om vreselijk te gapen. Het is pas halfnegen, maar ik voel me volkomen uitgeput. Maar Abbie is niet voor niets mijn beste vriendin en ze neemt onmiddellijk de leiding.

‘Luister, zal ik een lekker warm bad voor je maken? En daarna kunnen we verder kletsen als je wilt, of anders gewoon een film kijken,’ stelt ze voor.

Ik knik zwakjes. ‘Oké. Moet je morgen werken, trouwens?’

‘Ja, maar pas ’s avonds, dus we zijn de hele dag met zijn tweetjes. Zondag heb ik pas weer dagdienst.’

Abbie staat op om mijn bad aan te zetten en over het gekletter van het lopende water heen roept ze vanuit de badkamer: ‘Weg met Harry en die stomme bos krullen van hem. Vergeet die idioot. Het is duidelijk dat hij een debiel is, als hij je niet op waarde weet te schatten.’

Ik glimlach flauwtjes. ‘Bedankt, Abs.’

Ik neem een bad en trek dan mijn pyjama aan, met een oud sweatshirt erover. Ik ben even in de verleiding mijn dagboek te pakken en er iets in te gaan schrijven, maar ik voel een lelijke hoofdpijn opkomen en ga dus eerst op zoek naar een paar pijnstillers. Abbie kijkt onze dvd-collectie door en ik nestel me op de bank, met allemaal kussens om me heen.

Abbie zit letterlijk met haar hoofd en bovenlijf in de kast en met gedempte stem roept ze: Casablanca... Singing in the Rain... On The Town... Kramer versus Kramer?

‘O, nee, dat kan ik vanavond niet aan. Veel te zwaar.’

‘Grease?’

‘Misschien...’

‘Top Gun, Dirty Dancing... It’s a Wonderful Life?’

It’s a Wonderful Life, alsjeblieft.’

Abbie slaat liefdevol haar ogen ten hemel en geeft me mijn zin. Ze weet dat ik nooit genoeg krijg van mijn favoriete film, hoe vaak ik hem ook zie. En dat ik me er altijd beter door ga voelen. Ik val op de bank in slaap, zelfs lang voordat de engel Clarence de kans krijgt om George Baileys leven op orde te brengen.

Die zondagavond, na ongeveer achtenveertig uur bezig te zijn geweest alles langzaam te verwerken, begin ik een beter perspectief op de gebeurtenissen te krijgen. Hoewel ik nog altijd niet echt blij ben met mijn nieuw verworven status als single zonder werk, voel ik me niet meer alsof het einde van de wereld nabij is en is mijn diepe verdriet veranderd in kalme acceptatie en een te hanteren triestheid. Ik geef toe dat het me al mijn wilskracht kost Harry níét te bellen en net als ik het niet langer vol kan houden, komt Abbie thuis en zet ik vastberaden mijn telefoon uit.

Ik ben dan wel aan het einde van mijn Latijn en verschrikkelijk zielig, maar dat verandert niets aan het feit dat vanavond de meest fantastische, opwindende avond van het jaar is en ik weiger die door wat dan ook te laten verknoeien, inclusief gepieker over Harry. Ik zit me al de hele week te verheugen op vanavond en een flinke portie vluchten uit de werkelijkheid is waarschijnlijk precies wat ik nodig heb. Vanavond is de uitreiking van de Oscars.

Een paar uur later gaat het bijna beginnen. Mijn superfavoriete showbizzfeestje. Heerlijk.

‘Moet je jou zien, helemaal opgewonden,’ zegt Abbie, terwijl ze zich neer laat vallen op een groot kussen op de grond en een fles wijn open begint te maken.

‘Mmm,’ reageer ik, met mijn ogen op het scherm gefixeerd en mijn oren gespitst om niets van het eerste commentaar te missen. Dit is het leukste gedeelte – al die sterren op de rode loper, helemaal opgetut. Abbie en ik geven iedereen punten voor hun uiterlijk, van één tot tien. Catherine Zeta-Jones ziet er verbijsterend uit, Julianne Moore ook. Daar heb je die knappe Carson Adams met zijn vriendin, Caroline Mason, met vlak daarachter mijn favoriet: Jennifer Aniston. Dan Johnny Depp en Vanessa Paradis.

‘Hoe zat het ook weer, Fran? Was Carson Adams’ vriendin nou Caroline Mason of Marina Madson? Ik haal die twee altijd door elkaar,’ zegt Abbie.

‘Ja, dat begrijp ik. Ze lijken ook best wel op elkaar, maar Carson Adams’ vriendin is Caroline Mason. De laatste tijd heeft ze niet veel gedaan, maar in de jaren tachtig zat ze in Baby Don’t Leave Me. Marina Madson is degene die getrouwd is geweest met James Reddington, die, dat weet je waarschijnlijk wel, een tijdje James Bond heeft gespeeld, en zij had de hoofdrol in The Love Story,’ leg ik haastig uit, omdat ik er een bloedhekel aan heb ook maar een seconde te moeten missen van dit Oscarspektakel. (Soms ben ik zelf verrast door de enorme hoeveelheid triviale feiten die ik blijkbaar in de spelonken van mijn geheugen heb opgeslagen. Jarenlang kijken naar documentaires, films en de laatste tijd ook E! Entertainment, heeft onderhand een uitgebreid archief in mijn hoofd aangelegd.)

Joan Rivers en haar dochter, Melissa, staan klaar om hun wrange, sarcastische commentaar te leveren en de zogenaamde modegoeroes zijn ook weer uit hun holen opgetrommeld om hun mening te geven over de jurken, hoewel de meeste er niet uitzien of ze er verstand van hebben omdat ze de meest afgrijselijke outfits aanhebben. Ik vind dit geweldig. Heerlijk.

‘God, wat zou ik het super vinden om naar de Oscaruitreiking te gaan in zo’n prachtige jurk,’ zeg ik verlangend, als Kate Hudson in een sublieme gouden jurk arriveert. ‘Ik met die duizelingwekkende filmcarrière van me...’

Abbie, die net een grote slok wijn heeft genomen, kijkt me ongelovig aan.

‘Idioot, je kunt jezelf toch niet met wereldsterren vergelijken,’ zegt ze met een glimlach.

Ik frons mijn voorhoofd. Als ze enig idee had van de belachelijke dromen die ik al koester sinds mijn kindertijd, zou ze nu niet lachen. Ze zou zich vreselijk in verlegenheid gebracht voelen.

‘Fran?’ zegt Abbie nu, terwijl ze van de vloer opstaat en naast me op de bank neerploft.

‘Ja?’

‘Toen je gisteren vertelde dat je misschien wel wilt ophouden met acteren, meende je dat toen?’

‘Eh, ja, ik denk het wel,’ reageer ik. ‘Hoezo? Waarom vraag je dat?’

Abbie ziet er een beetje onbeholpen uit, alsof ze bang is voor mijn reactie. ‘O, ik weet niet. Ik denk omdat je er serieus over nadenkt, omdat je, als je wilt acteren, met zo’n moordende concurrentie te maken hebt, dat ik me wel eens afvraag of het al die stress wel waard is.’

Nicole Kidman is net op de rode loper verschenen.

‘Die jurk krijgt een dikke tien, vind je niet?’ zeg ik.

Abbie steekt haar duim omhoog om aan te geven dat ze het er helemaal mee eens is, maar haar gezicht staat nog bezorgd.

Ik draai mijn hoofd naar haar toe en kijk haar aandachtig aan. ‘Abbie, luister. Ik meende het, maar voornamelijk omdat ik geen andere keus heb. Het blijft toch mijn grootste droom om mijn geld te verdienen als actrice. Ik kan nog steeds niets bedenken wat me gelukkiger zou maken.’

‘Echt?’ vraagt Abbie. ‘Zo gelukkig leek je nou ook weer niet toen dat spotje van je werd uitgezonden en iedereen er commentaar op had.’

‘Dat was geen echt acteren,’ zeg ik, een beetje beledigd. Ik staar een tijdje in stilte naar het televisiescherm en voeg er dan aan toe: ‘Ik weet dat je je zorgen maakt om de huur, maar ik beloof je dat dat niet hoeft. Ik zorg dat ik zo snel mogelijk een andere baan heb en in de tussentijd kan ik voor een uitzendbureau gaan werken.’

‘Daar gaat het helemaal niet om, Fran. Om de huur maak ik me geen zorgen. Ik maak me zorgen om jóú.’

Ik zend haar een dankbare glimlach. En dan zijn we allebei, blij met de afleiding, een tijdje stil, omdat de God die George Clooney heet zijn weg door de pers heen baant.

Abbie stopt haar korte bruine haar achter haar oren. ‘Ik denk dat het me soms dwarszit dat ik gewoon nooit echt heb begrepen waarom je het zo belangrijk vindt om “iemand” of “iets” te zijn. Ik bedoel, ik vind mijn werk bij het restaurant leuk, maar ik hóú er niet van – het is gewoon mijn baan en dat is genoeg,’ zegt ze; haar hazelnootkleurige ogen steken levendig af tegen haar bleke Schotse huid.

Ik richt mijn aandacht weer op de televisie, opnieuw blij een excuus te hebben om niet meteen te hoeven antwoorden. Ik ben natuurlijk niet helemaal achterlijk. Ik ken mijn grenzen en weet best dat ik nooit een uitnodiging zal krijgen voor de Oscaruitreiking, maar ik zou al dik tevreden zijn met een ietsiepietsie van de glamour die me als kind zo aantrekkelijk leek; een heel klein stukje van die beroemdhedentaart zou al zo veel betekenen. Ik werp een snelle blik op Abbie. Ik weet bijna zeker dat het gesprek dat we hebben een van ‘die’ gesprekken is waarvan de meiden hebben besloten dat ik het nodig heb, en dat Abbie de taak heeft gekregen om het te voeren.

‘Ik begrijp wat je wilt zeggen, Abs, en ik kan niet echt uitleggen waarom ik ben zoals ik ben, maar – misschien maakt dit de boel wat gemakkelijker – ik weet zeker dat ik op het punt sta het te ontgroeien,’ jok ik.

‘Oké,’ zegt Abbie met een glimlach. Ze lijkt bijna net zo opgelucht als ik dat we nu een einde aan haar gepreek kunnen maken. ‘Zolang je maar beseft dat je een beetje gek bent, en dat weet je best volgens mij, vind ik het allemaal prima.’

‘Ja, dat besef ik wel,’ ben ik het met haar eens. ‘Ik besef heus wel dat ik een gestoorde freak ben wiens grootste prestatie het is om in de stomste reclame van de wereld te zitten. Kijk eens, daar heb je Helen Mirren – die ziet er goed uit voor haar leeftijd, vind je ook niet?’

Het duurt nog een eeuwigheid voordat de werkelijke uitreiking begint en na een tijd is Abbie zo moe dat ze naar bed gaat. Bij de deur blijft ze nog even stilstaan.

‘Je weet toch dat alles wat ik daarnet heb gezegd alleen maar is omdat ik om je geef, hè Fran? En ook omdat we het zo zonde vinden dat je niets met je verhalen doet.’

Ik wíst het. ‘We’ zijn Abbie, Sabina en Ella, mijn beste vriendinnen. En dit wás dus inderdaad een van ‘die’ gesprekken. Vorig jaar was ik de uitverkorene om zo’n gesprek met Ella te hebben, toen ze al zes maanden het Atkinsdieet volgde en geen aanstalten maakte er ooit mee te willen stoppen.

‘Abbie, als je vindt dat acteurs elkaar al doodconcurreren, hoe zit het dan met schrijvers? Volgens mij is dat nog veel erger. Maar maak je geen zorgen meer om mij. Het gaat prima met me,’ roep ik haar nog na als ze haar slaapkamer binnengaat.

En op dit moment gáát het ook prima met me, beter dan prima zelfs. Ik ben in de showbizzhemel. Maar ondanks dat beginnen mijn ogen dicht te vallen en moet ik mijn best doen wakker te blijven. Het verbaast me altijd hoe saai en slepend de uiteindelijke uitreiking is, maar ik geniet er toch van. Ik geniet van de glamour, de speeches, van een glimp van het leven van de sterren. Ik hóú gewoon van de showbusiness en alle glitter en glans die erbij horen. Als ik uiteindelijk met brandende ogen mijn bed in stort, is het al in de vroege uurtjes van de volgende dag.