12
Een paar dagen later, op zaterdagochtend, zit ik thuis in mijn keuken heerlijk in mijn dagboek te schrijven.
3 meib
Ik ben begonnen met het schrijven (op de computer) van iets wat ik
Dagboek van een Persoonlijk Assistente heb genoemd. Het is
vanzelfsprekend gebaseerd op alles wat ik meemaak, maar ik verfraai
de gebeurtenissen natuurlijk om er een sappig verhaal van te maken.
Ik moet zeggen dat het, na een lange dag van heen en weer
gecommandeerd te zijn, bijna therapeutisch werkt en het eerste
hoofdstuk gaat over een persoonlijke assistente die zich net als ik
een slag in de rondte werkt om alles gedaan te krijgen. Ik heb wel
van mijn fouten geleerd en vanwege de discretie is de actrice de
diva genoemd. Nu ik erbij stilsta, misschien is het ook verstandig
om in mijn dagboek de diva te schrijven, als ik het over ‘haar’
heb. In ieder geval is het niet de bedoeling dat er een link met
‘haar’ wordt gelegd, dus als ik een fictief karakter op haar
persoon wil baseren, zal ik heel
zorgvuldig te werk moeten gaan. Daarom heeft de diva bijvoorbeeld
een dochter en geen zoon, en een partner die ik X. heb genoemd, met
wie ze getrouwd is.
Het is heerlijk om iets te hebben waar ik me helemaal in kan vastbijten en met mijn ervaringen-uit-de-eerste-hand van hoe het is om voor een beroemde ster te werken, zal ik niet gauw kampen met een tekort aan inspiratie. Bovendien heb ik weinig ánders om over te schrijven, omdat ik weinig anders dóé: Mijn sociale leven staat tegenwoordig op een heel laag pitje. En dat is misschien maar goed ook, want ik ben ’s avonds zo aan het eind van mijn Latijn dat ik tot weinig méér in staat ben dan een beetje schrijven. Vaak heb ik zelfs geen energie meer om mijn vriendinnen te bellen, en bovendien loop ik de godganse dag al met een toestel tegen mijn oor aan. Ik ben bang dat Ella en Sabina een beetje beledigd zijn dat ik mijn gezicht zo lang niet heb laten zien en onze lunchafspraak straks is dan ook hoogstnoodzakelijk.
Ik leg mijn pen neer, geeuw en overweeg of ik nog zin heb in een kop thee. Ik voel me echt heel erg lui vandaag en ik denk dat de opwinding en de stress van de afgelopen weken eindelijk hun tol beginnen te eisen. Maar na een maand werken voor Caroline loopt alles redelijk gesmeerd. Ik begin er best goed in te worden te anticiperen op Carolines eisen en wensen en verder heb ik me bedacht dat té efficiënt zijn alleen maar tegen me werkt – een kleine doorbraak.
De eerste paar weken werkte ik me werkelijk uit de naad om alles op mijn takenlijstje diezelfde dag nog gedaan te krijgen, maar iedere keer dat ik Caroline meldde dat alle opdrachten die ze me had gegeven volbracht waren, leek ze eerder geïrriteerd dan blij. Nooit gaf ze me een compliment en ik kreeg zelfs het gevoel dat ze zich op de een of andere manier uitgedaagd voelde. Hoe meer ik had gedaan, hoe langer de takenlijst de volgende dag was, totdat ik iedere avond tot een uur of tien, elf op mijn werk zat om alles af te maken. Een paar dagen geleden voelde ik me zo ontzettend uitgeteld en had ik er zo genoeg van dat ik nog nooit één spoortje van waardering heb gekregen, dat ik besloot om te stoppen met dat gezwoeg en voor het eerst een dag in een normaal tempo werkte en op een acceptabele tijd stopte, met nog een paar taken die niet af waren.
De volgende ochtend vertelde ik Caroline, bloednerveus maar beleefd en duidelijk, dat ik helaas niet alles had kunnen doen en aan haar gezicht kon ik zien dat ze daar op had zitten wachten. De glimp van overwinning die even in haar ogen glansde, maakte me duidelijk dat ze een raar spelletje met me had gespeeld – een spelletje dat ze nu dan blijkbaar had gewonnen. Sinds die ochtend is ze wat minder veeleisend geworden en hoewel ze me nog niet echt een compliment heeft gegeven, verdenk ik haar er wel van dat ze diep in haar hart vindt dat ik mijn werk best goed doe. Ze heeft me tenslotte nog niet ontslagen, en volgens Jodie is het de laan uit sturen van onbruikbare persoonlijke assistentes een sport die ze graag en veelvuldig beoefent. Aan de andere kant zijn de repetities binnenkort afgelopen en zal de status-quo daarmee danig veranderen. Dan zitten we waarschijnlijk de hele dag op elkaars lip. Maar daar ga ik me nu nog maar niet druk om zitten maken.
Ik smeer een boterhammetje en terwijl ik dat langzaam naar binnen werk, geniet ik van de hemelse rust en stilte om me heen. Dat is nou het voordeel van druk werk; thuis zijn wordt een belevenis. De laatste paar weken zijn misschien lastig geweest, maar daar moet ik niet verder over zeuren, het is natuurlijk nog steeds fantastisch dat ik zo’n opwindende baan heb. Er waait een heerlijk geurend briesje naar binnen. De lente is bijna voorbij en dit is een eerste voorteken van de zomer. Ik verheug me op de lunch met de meiden – die ik echt heel erg heb gemist. Alles is oké en ik voel me opgewekt.
Ik zet de ketel nog een keer op het vuur voor een tweede kop thee. Als het water kookt, hoor ik de post op de mat vallen en dus loop ik de gang in, raap alles op en loop er weer mee terug naar de keuken. Afwezig kijk ik het stapeltje door. Pizzareclames. De elektriciteitsrekening, de waterrekening... en dan zie ik dat er nog een envelop is. Hij is gebroken wit, ziet er heel duur uit en is aan mij persoonlijk gericht. Ik scheur hem open en lees wat erin staat... lees het nóg een keer... en laat me dan op de stoel die het dichtste bij staat neervallen.
Als een vis op het droge moet ik een paar keer naar adem happen. Vol ongeloof staar ik naar de stijve crèmekleurige kaart en de zilveren in reliëf gedrukte tekst erop. En eindelijk valt met een keihard rinkelend geluid het kwartje. Wat verdomme moet dit voorstellen?
Met de kaart tussen twee vingers alsof het een heel vieze poepluier is, loop ik de zitkamer in. Ik val op de bank neer en probeer tot me door te laten dringen wat ik net te weten ben gekomen. Ik voel me werkelijk woedend worden en moet de kaart voor de derde en laatste keer lezen om zéker te weten dat ik het goed heb begrepen.
Er is geen vergissing mogelijk. Harry gaat trouwen.
Boven aan de kaart staat, geschreven in Harry’s handschrift: ‘Mevrouw Francesca Massi en mevrouw Abbie McCrew,’ en daaronder staat in zilverkleurig gedrukte, krullerige letters:
U bent van harte uitgenodigd voor het
huwelijk van
Mevrouw Sandy Reed
en
De heer Harry Robinson
Blablabla. Het waar en wanneer interesseert me geen bal, het gaat om wíé. Ik ben volkomen verbijsterd. Hoe heeft hij in vredesnaam een bruid kunnen vinden sinds wij uit elkaar zijn? Ik heb het maar nauwelijks gered een báán te vinden. De klootzak! Waar ging al dat gezeik van ‘nog niet toe aan een relatie’ over? Ik schop tegen de tafel en doe verdomme mijn teen pijn en ik begrijp niet waarom ik mezélf verwond, als degene die ik nu echt vreselijk zou willen martelen, de aanstaande bruidegom is. Verdomme, ik kan hem wel vermóórden. Vol afkeer probeer ik de huwelijksaankondiging te verfrommelen maar dat lukt niet – het papier is van veel te goede kwaliteit.
De telefoon gaat. Het is Abbie.
‘Hoi, Fran. Luister, ik kom niet naar huis om me te verkleden, dus ik ben nu al onderweg naar het café,’ zegt ze hijgend.
‘Waar was je dan, gisteravond?’ vraag ik toonloos.
‘Dat vertel ik je straks wel.’
‘Ik heb jou ook iets te vertellen, maar dat bewaar ik ook wel voor straks. Ik zie je zo,’ zeg ik grimmig. We verbreken de verbinding.
Ik kijk op de klok. Ik heb echt geen zin in de ondergrondse op mijn vrije dag en ik kan wel een borrel gebruiken. Ik moet me aankleden en een snortaxi bellen.
Als ik in het café arriveer, zitten Abbie, Ella en Sabina al aan ons favoriete tafeltje. Het is heerlijk om hen weer te zien en terwijl ik hen met een liefdevolle blik bekijk, voel ik mezelf rustiger worden. Het was een nogal stressvol ritje hierheen.
‘Sorry dat ik zo laat ben,’ begin ik, terwijl ik hen allemaal omhels en ga zitten. Sabina schenkt mijn glas al vol wijn, voordat ze haar eigen glas bijvult. ‘Ik heb echt een rit door de hel achter de rug. De chauffeur had geen idee waar hij was en dus moest ik hem de weg wijzen en ondertussen proberen zijn stinkende lichaamsgeur niet in te ademen. En toen rekende hij ook nog zeventien pond voor het aangenaam verpozen. Beroofd op klaarlichte dag. Maar ja, dat kun je natuurlijk verwachten met illegale snortaxi’s. Maar in ieder geval, hoe is het met jullie? Heerlijk om jullie allemaal weer te zien.’
‘Jou ook, Fran. Het is veel te lang geleden,’ reageert Ella. ‘Ik zou je eigenlijk op je kop moeten geven omdat je zo’n miserabele vriendin bent, maar dat doe ik niet, want het kan me niet schelen. Alleen al in jouw nabijheid zijn zorgt ervoor dat ik me een beetje dichter bij Carson Adams kan voelen.’
‘We hebben trouwens al besteld,’ komt Sabina ertussendoor. ‘Kom op, Abs, schiet op met je verhaal en dan wil ik alle roddels over Caroline Mason horen.’
Het is misschien raar, maar altijd als ik met mensen ben die ik al lang ken, voel ik me ongeveer net zo oud als ik was toen ik hen voor het eerst ontmoette. Dus als ik met de meiden ben, voel ik me weer twaalf. Ik denk dat het een diepe band schept als iemand je heeft meegemaakt toen je door de fase van de lichtgevende hoofdbandjes en dito oorbellen ging en je al kende toen je nog enorm verliefd was op Michael J. Fox. Abbie, Sabina, Ella en ik hebben alles met elkaar meegemaakt – spijbelen, voor het eerst zonder ouders op vakantie, zaterdagbaantjes. We hebben elkaar in die puberjaren, toen je grootste zorg was of Justin Brookes je wel zou bellen, trouw bijgestaan en later waren we er ook altijd voor elkaar geweest als het leven ons niet zo’n leuk cadeau toebedeelde. Toen Abbies vader overleed bijvoorbeeld, waren wij degenen die haar troostten en haar hand vasthielden op de begrafenis en waren wij óók degenen die er een halfjaar later nóg voor haar waren – toen iedereen dacht dat ze er wel overheen was. We zien elkaar dan wel niet meer zo vaak als vroeger – Ella is ondertussen al getrouwd en we hebben er ook allemaal andere goede vrienden bij gekregen – maar ik weet gewoon dat zij altijd deel zullen uitmaken van mijn leven. Abbie, Sabina en Ella zijn eigenlijk meer familie dan vriendinnen.
Sabina ziet er vandaag super uit; haar lange honingblonde haar is zoals altijd glanzend en frisgewassen en ze ziet er onberispelijk uit. Sabina werkt als producent in de reclamewereld en verdient prima. Dat, in combinatie met haar vaste overtuiging dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit, betekent dat haar kleding, hoewel naar mijn smaak een beetje te traditioneel, jaloersmakend is. Vandaag heeft ze 7 For All Mankind-jeans aan, Tod’s-loafers, een dun kasjmier truitje en om haar pols draagt ze een armband die verdacht veel op een Cartier lijkt. Sabina leeft van roddels en geniet duidelijk van Abbies verhaal over haar laatste avonturen.
‘Nou, op het laatst zei hij dat ik niet voor de schade hoefde te betalen, dus ben ik, met al mijn kleren nog aan, naast hem in slaap gevallen, terwijl hij maar bleef opscheppen over wat een geweldige teamspeler hij is. Mijn god, het was sáái. Wat een enorm burgerlijke kantoorpik. Maar in ieder geval kreeg ik de schrik van mijn leven toen ik vanmorgen wakker werd. Gelukkig herinnerde ik het me even later allemaal weer en ben ik er, voordat hij wakker werd, als een haas vandoor gegaan,’ eindigt Abbie haar verhaal triomfantelijk, duidelijk trots op haar capriolen.
In tegenstelling tot Sabina is Abbie juist een van de meest onverzorgde mensen die ik ooit heb ontmoet. Het interesseert haar niets of haar nagels vies zijn of haar haar niet is geföhnd. Maar ze blijft heel aantrekkelijk met haar korte steile donkerbruine bobkapsel en haar bleke huid. Van ons allemaal is zij het meest trendy gekleed en vandaag draagt ze een T-shirt, een zwarte smoking-broek en Converse-gympen.
‘Wat ben je toch een rare,’ lacht Sabina. ‘Ik zou echt nooit in slaap kunnen vallen in het huis van een vreemde. Als ik ergens blijf overnachten, moet ik mijn toiletspulletjes en make-up bij me hebben en natuurlijk een schone slip voor de volgende dag.’
‘Ja, nou, als ik zo dronken ben komt het toch niet in me op om mijn toilettas te pakken en mezelf een minischoonheidsbehandeling te geven. Op z’n hoogst een plens water in mijn gezicht en dat is het dan,’ grijnst Abbie.
Ella leunt naar achteren in haar stoel als ze ook een duit in het zakje doet. ‘Ik ben het met Sab eens op dit gebied. Ik voel me veel te oud om nu nog overal maar in slaap te kunnen vallen. Hoe dronken ik ook ben, ik zou altijd nog een taxi naar huis zien te regelen. Niet dat ik ooit nog in die situatie terecht zal komen, denk ik trouwens,’ voegt ze eraan toe.
Ella ziet er vandaag, zoals altijd, prachtig uit, maar ook moe en het valt me op dat ze geen wijn drinkt. Ze zal wel een kater hebben.
‘Ja, ik denk niet dat Paul je het in dank af zal nemen als jij bij een of andere vreemde vent blijft slapen,’ zegt Abbie lachend. ‘Waarom drink je eigenlijk geen wijn?’
‘Ik voel me niet zo lekker,’ zegt Ella. ‘Een beetje te veel gedronken gisteren.’
Dacht ik al. Sabina verandert van onderwerp.
‘Fran, je bent zo stil. Alles goed met je?’
‘Ja, alles goed... Nou ja, een beetje goed,’ begin ik. ‘Eigenlijk, als ik echt eerlijk ben, voel ik me kut, maar dat was ik even vergeten, omdat ik zat te denken hoe wij zo langzamerhand veranderen in een slecht soort kunstzinnig drama. In ieder geval, waar het om gaat, ik heb een nieuwtje. Twéé zelfs. Goed nieuws en slecht nieuws. Wat willen jullie eerst horen?’
Ik heb hun volledige aandacht.
‘Eerst het goede nieuws, graag,’ zegt Ella.
‘Oké. Het goede nieuws is dat Abbie en ik zijn uitgenodigd voor een bruiloft.’ Ik ben even stil om de dramatische spanning op te voeren. ‘Het slechte nieuws is dat het Harry’s bruiloft is.’
‘Wát?’ roepen ze allemaal tegelijk.
‘Harry, Harry? Harry, dezelfde Harry als je ex Harry Robinson?’ vraagt Abbie met opgetrokken neus.
‘Ja, de enige echte. Tenzij je andere mensen kent met die naam?’ vraag ik flauwtjes en barst tegelijkertijd bijna in lachen uit bij het zien van de vreselijk geschokte gezichten van mijn vriendinnen.
‘Wacht even,’ zegt Sabina langzaam. ‘Toen hij jou dump... ik bedoel, toen hij het uitmaakte met jou, zei hij toen niet dat hij nog niet toe was aan een vaste relatie en...’
‘En dat de enige reden dat hij de relatie beëindigde was, omdat hij zich nog niet aan iemand wilde binden. Ja, in een notendop was het dat zo ongeveer,’ vul ik aan, niet echt van zins om me de exacte conversatie nog eens voor de geest te halen.
‘Godverdomme,’ mompelt Sabina, terwijl ze probeert mijn informatie tot zich door te laten dringen.
‘Nou, dat was dan duidelijk alleen maar een hoop gelul,’ zegt Abbie. ‘O, Fran, wat kut voor je. De soapserie krijgt een vervolg, hè?’
Ik haal zwakjes mijn schouders op.
‘Wacht even,’ begint Ella. ‘Hoe lang is het geleden dat jullie uit elkaar zijn gegaan?’
‘Eh, tweeënhalve maand geleden of zo,’ zeg ik, in een poging er een vage indruk over te wekken, terwijl die monstrueuze dag in februari waarschijnlijk mijn hele leven in mijn geheugen gegrift zal staan en bovendien in de minutieuste details in mijn dagboek is vastgelegd voor het nageslacht.
‘Ja, dat klopt ongeveer wel. En wanneer is die bruiloft?’ vraagt Ella verder.
‘Even kijken.’ Ik graai in mijn handtas en haal de huwelijksaankondiging met een dramatische zwier tevoorschijn. Drie paar handen proberen hem te grijpen.
Abbie is de eerste. ‘Zaterdag zes juni, dus dat duurt nog maar kort.’
Ella kijkt nadenkend. ‘Ach schat, wat vreselijk voor je. Gaat het wel een beetje met je?’
‘Ja, ik geloof het wel,’ zeg ik, terwijl ik probeer te analyseren hoe ik me echt voel. ‘Het is alleen een flinke schok, denk ik. Ik ben niet in huilen uitgebarsten of iets dergelijks, en jullie weten natuurlijk ook dat Harry en ik nou niet zó serieus waren. Ik voel me alleen zo’n stomme kut. Ik bedoel, toen hij het zei, geloofde ik al die onzin. Dat “ik wil me nu nog niet echt binden”-gedoe. En nu gaat hij opeens trouwen. Ik bedoel, erger kun je je niet binden, is het wel?’
Op dat moment zet de serveerster vier borden met visburgers, friet en salade op onze tafel. We vallen allemaal aan en na een tijdje zegt Sabina: ‘Nou, ik vind het rot om te zeggen, maar het kan niet anders of Harry heeft die Sandy Reed ontmoet terwijl hij nog iets met jou had. Ik bedoel, je hebt natuurlijk wervelwindverlovingen, maar dit slaat echt alles.’
‘Ja, ik weet het, hoewel ik Harry destijds wel heb gevraagd of hij een ander had en hij toen “nee” zei. En nadat hij het had uitgemaakt heb ik hem nog een paar keer gesproken en heeft hij het ook nooit over een nieuwe vlam gehad.’
Bij wijze van antwoord trekt Sabina slechts één verbaasde wenkbrauw op.
‘Oké, nu begrijp ik natuurlijk wel dat hij me iets op de mouw speldde. Ik zat er op weg hierheen over te piekeren; niemand wordt natuurlijk zó snel aan de haak geslagen. Het klopt gewoon niet,’ zeg ik snel.
‘Misschien is die Sandy Reed Australische en trouwt ze om een visum te kunnen krijgen?’ oppert Ella.
‘Misschien,’ zeg ik twijfelachtig. ‘Het moet wel zoiets zijn of wie weet heeft hij al jaren in het geheim een relatie met haar. Op een andere manier kan ik de snelheid waarmee dit gebeurt niet verklaren. Wat ik trouwens ook niet begrijp is waarom hij mij voor zijn bruiloft uitnodigt.’
Dan hoor ik Abbie met haar mond vol friet: ‘Nou, misschien omdat hij het echt meende toen hij zei dat hij vrienden wilde blijven? Ik zou geen andere reden kunnen bedenken. Het is eigenlijk wel een compliment, op een rare manier, en ik vind dan ook zeker dat we moeten gaan.’
Sabina legt haar mes en vork neer. ‘Weet je wat? Ze heeft gelijk. Oké, hij hield dan blijkbaar niet van je, bedroog je en loog tegen je over de reden waarom hij het uitmaakte...’
Ik stop midden in een hap. ‘Wil je nog wat extra zout in mijn wonden strooien of hoe zit het?’
‘Nee, sorry, maar het ís zo,’ gaat Sabina verder. ‘Maar je hebt altijd zo veel lol met hem gehad en Abbie heeft gelijk; hij moet je hoog in het vaandel hebben staan om je uit te nodigen voor zijn bruiloft. Ik bedoel, hij heeft duidelijk niet gedacht dat je misschien wel als stoorzender zou kunnen werken.’
‘Maar ik kan toch niet echt gáán,’ zeg ik. ‘Die mogelijkheid was nog niet eens in mijn hoofd opgekomen.’
Maar Sabina weet niet van ophouden. ‘Je móét gaan. Dat is veel cooler dan níét gaan. Als je niet komt, verraad je meteen dat je er problemen mee hebt dat hij trouwt. En buiten dat heb je ons verteld dat je niet echt verliefd op hem was, dus moet je gewoon gaan en zo veel mogelijk gratis eten en drinken naar binnen slaan als je maar kunt.’
Ik weet het niet. Het verwart me. Moet ik niet juist woedend op Harry zijn? Die uitnodiging van hem is toch eigenlijk een enorme belediging voor mij en is het niet beter hem te zeggen dat hij kan oprotten met die uitnodiging van hem? Maar aan de andere kant hebben de meiden gelijk – er is iets ontroerends aan het feit dat hij me uitnodigt. Die kaart kan ook betekenen dat hij méér in me ziet dan alleen maar iemand die hij ooit heeft geneukt. Dat we dan wel niet als geliefden bij elkaar passen, maar wel als vrienden.
‘Tja, ik zou die Sandy Reed of hoe ze ook mag heten... Randy Seed, Bandy Weed... eigenlijk wel eens willen zien,’ zeg ik.
‘En ik ben ook uitgenodigd,’ zegt Abbie. ‘En ik vind dat we zeker moeten gaan. Ondanks alles wordt het vast lachen en ik weet zeker dat je doodgaat van nieuwsgierigheid als we níét gaan.’
Sabina lacht. ‘Ja, Abbie heeft gelijk en je kent vast veel mensen daar, dus waarom niet?’
‘Ella?’ Ik kijk mijn verstandigste vriendin aan.
‘Gaan. Geen twijfel mogelijk.’
‘Nou, het lijkt erop dat de beslissing is genomen. Oké, Abbie, jij je zin. We gaan naar die verdomde trouwerij. Maar als ik over mijn toeren raak bij zijn aanblik, moet je beloven me tegen te houden, voordat ik iets doe of zeg waar ik later spijt van krijg.’ Ik duw mijn bord van me af. ‘O, mijn god!’
‘Wat?’ vragen ze alle drie in koor.
‘Wat moet ik dan verdomme áán?’