1
‘En cut,’ riep de regisseur. ‘Dat staat erop. Dank jullie wel voor een fantastische week en tot maandag.’
Hoofdrolspeelster Francesca Massi slaakte een zucht van verlichting toen Richard Carrington zich eindelijk van haar losmaakte. De hele middag had hij haar enthousiast en nogal ruw tegen zich aan gehouden. Ze voelde zich vies en stonk naar zíjn zweet. Bah, ze verlangde wanhopig naar een douche.
‘Alstublieft, mevrouw Massi.’ De kleedster overhandigde Francesca een badjas, die ze dankbaar om zich heen sloeg. Als een filmploeg van zo’n tachtig man zich net heeft staan vergapen aan je lichamelijke charmes, is het heel belangrijk om dat kleine beetje waardigheid dat je nog hebt te koesteren. Francesca liep in de richting van haar kleedkamer, maar toen ze Geoff, de geilende producer, in het oog kreeg, zonk de moed haar in de schoenen. Met een vastberaden blik in zijn bleekblauwe, te dicht bij elkaar staande ogen en zijn arm losjes om de schouders van zijn tegenwoordige vriendin, Stacey, geslagen, kwam hij met grote stappen op haar af lopen. Geoff zat Francesca al wekenlang op de huid om een rol te spelen in zijn volgende film en hoe vaak ze hem ook had gezegd niet geïnteresseerd te zijn – het leek niet tot hem door te dringen.
‘Aha, daar ben je,’ zei hij. ‘Ik ben blij dat ik je heb gevonden. Ik moet je spreken over iets heel belangrijks...’
‘Ik heb verdomme de perforator weer laten vallen. Zou je het heel erg vinden om de kruimeldief te pakken en even om mijn bureau heen te zuigen? De hele vloer is bezaaid met die verdomde witte rondjes.’
Ik stop meteen met typen en draai mijn stoel vlug in zijn richting. ‘Oké, Geoff. Nu meteen?’
‘Nee, nee, dat hoeft niet als je het druk hebt,’ zegt Geoff, terwijl hij met zijn hand in de lucht wappert en ondertussen zonder gêne zijn ogen van top tot teen over Stacey, die net binnenkomt, laat glijden. Stacey zwaait even naar hem en gooit haar lange geverfde blonde manen met een koket gebaar naar achteren. Stacey weet maar al te goed welk effect haar blonde haar en lange benen op Geoff hebben en ze gebruikt zijn gegeil schaamteloos in haar eigen voordeel. Ik ben niet dol op Stacey – om het zacht uit te drukken – maar dat is wederzijds. Eigenlijk beschouw ik maar één van de vijftien mensen hier bij Diamond PR als een echte vriend – en dat is Raj.
Raj zit tegenover mij en ziet er geweldig uit, is superintelligent (als hij tenminste niet stoned is) en is, tot afgrijzen van zijn strikt Hindoestaanse familie, een enorme hippie die zijn haar in alle kleuren van de regenboog verft en zijn nagels lakt. Raj is onze officemanager en ’s morgens voert hij die taak met veel verve uit. Maar zo tegen de lunchpauze raakt zijn enthousiasme altijd in een enorme dip, omdat hij dan op het balkon de meest gigantische joint die je ooit hebt gezien heeft gerookt. Dan komt er niets meer uit zijn handen, hoewel, om eerlijk te zijn: hij heeft wel een enorm hoge Tetrisscore.
Het feit dat onze officemanager door die verslaving ’s middags tot niet veel meer dan kletspraat in staat is en alleen nog een flinke shoarma naar binnen werkt, lijkt volkomen voorbij te gaan aan onze baas, Geoff. Maar dat komt omdat híj een groot gedeelte van de dag veilig ondergedoken in zijn club doorbrengt.
Ik klaag niet, hoor. Een baas die zijn kantoor aan zijn lot overlaat, komt mij prima uit en is dan ook de voornaamste reden dat ik het hier al zo lang uithoud met dat lullige salarisje van me, want ook ík heb een verslaving, waar Geoff niets vanaf weet. Die verslaving heb ik al jaren en ik schijn haar niet op te kunnen geven, hoewel het me uiteindelijk weinig goeds lijkt te brengen. Mijn verslaving bestaat uit het steeds maar weer meedoen aan audities en om dat vol te kunnen houden heb ik een baantje nodig waarbij ik er gemakkelijk af en toe een uurtje tussenuit kan piepen op het moment dat mijn agent een auditie voor me heeft geregeld. Het is altijd mijn plan geweest met mijn werk als persoonlijk assistente van Geoff te stoppen, zodra mijn grote doorbraak komt.
Geoff loopt zogenaamd nonchalant weg van mijn bureau, in de richting van dat van Stacey. Dus kan ik weer rustig ademhalen en verder met mijn verhaal. In zo’n open kantoor als dit is het hartstikke lastig om je te kunnen concentreren, maar ik ben er gelukkig goed in geworden om me volkomen af te sluiten.
‘Is je afspraak goed verlopen, Stace?’ informeert Geoff, terwijl hij zijn best doet in haar decolleté te kijken als ze vooroverbukt om wat plastic tasjes van het winkelen onder haar bureau te verbergen.
‘Uitstekend, Geoff, dank je,’ zegt ze slijmerig en schopt tegelijkertijd met haar voet de laatste tasjes uit het zicht. ‘Het is alleen vervelend dat het zo lang duurde – op de terugweg had ik vreselijke vertraging in de ondergrondse.’
Ik hoor Raj binnensmonds mompelen: ‘Ja hoor, vréselijk.’
‘Ach schatje, maak je maar geen zorgen,’ zegt Geoff met een geruststellende glimlach om zijn mond, terwijl hij het hele stuk terug naar zijn bureau áchteruit begint af te leggen. Hij denkt zeker dat dat enorm sexy is of zoiets, maar in werkelijkheid is het meer een reden om de arbeidsinspectie in te schakelen: hij is niet alleen een gevaar voor zichzelf, maar óók voor zijn omgeving. Jammer genoeg (en toch wel indrukwekkend) redt hij het zonder ongelukken tot aan zijn werkplek en lukt het hem zelfs om in één soepele beweging precies op zijn bureaustoel neer te vallen – met zijn ogen nog steeds op Stacey gericht. Stacey doet intussen net of ze het allemaal heel gewoon vindt, terwijl ik gewoon zeker weet dat ze er bloednerveus van wordt. De redenen waarom ik Stacey niet mag zijn de volgende:
Stacey is het soort meisje dat denkt dat iedereen die een koekje of een stukje cake eet, afstotelijk en zwak is. Het soort meisje dat vrolijk al haar wereldse bezittingen in zou ruilen om één keer in OK magazine te staan. Ze is, om kort te zijn, geen meisjes meisje. Het ‘sterke’ geslacht is natuurlijk helemaal weg van haar en ze windt iedere man met gemak om haar vinger. Vrouwen hebben natuurlijk meteen door dat ze een gemene feeks is. Maar mannen zijn altijd zo stom om te denken dat ze te maken hebben met een onschuldig, onbegrepen vrouwtje dat hun bescherming nodig heeft. Wat me echter het meeste stoort – en dat is echt niet makkelijk om toe te geven – is dat Stacey en ik een aantal dingen gemeen hebben, wat onze afkeer van elkaar gedeeltelijk verklaart volgens mij.
Stacey zit, net als ik, haar tijd uit bij Diamond PR. En, net als ik, ziet ze haar werk slechts als tijdelijke bezigheid en wil ze een heel andere kant op. Net als ik, is het acteren wat ze eigenlijk ambieert, hoewel ik haar er stiekem van verdenk dat ze al tevreden zou zijn met presenteren, dansen, zingen, het nieuws lezen of naakt met een banaan in haar reet op Trafalgar Square ronddrentelen – als ze er maar beroemd mee wordt. De laatste nagel aan Staceys persoonlijkheidsdoodskist is wat mij betreft het feit dat ze Geoffs geflirt beantwoordt, wat heel vervelend is om naar te moeten kijken. En helaas moeten we dat hier de hele dag verdragen vanwege het feit dat ons kantoorgebouw zo leuk ‘open’ is ingericht.
Mijn vingers vliegen nu weer over het toetsenbord.
Hoewel mevrouw Massi geïrriteerd was vanwege het feit dat ze na zo’n zware dag ook nog een praatje met Geoff moest verdragen, moest ze in zichzelf ook een beetje lachen. Geoff had zich vandaag werkelijk overtroffen: hij droeg een grijsleren jack dat alleen maar te omschrijven viel als uiterst walgelijk. Francesca kon duidelijk aan zijn gezicht zien dat hij dacht dat hij er werkelijk onweerstaanbaar sexy uitzag. Maar in werkelijkheid zag hij er eerder uit als de zanger van de Bee Gees. Niet dat Stacey hem dat zou zeggen – het kon haar niets schelen dat hij voor gek liep zolang hij haar luxueuze levensstijl maar bleef subsidiëren...
‘Fran, als het jou niet uitmaakt,’ zegt Geoff, terwijl hij zijn keel schraapt, ‘kun je misschien nu de boel bij mijn bureau opruimen. En me tegelijkertijd even bijpraten. Dan heb ik daarna nog tijd om Stacey mee uit lunchen te nemen, zodat zij me kan vertellen hoe haar gesprekken met potentiële cliënten zijn verlopen.’
‘Geen probleem,’ zeg ik, terwijl ik probeer niet in lachen uit te barsten als ik Staceys gezicht zie betrekken. Ik ben blij dat Stacey het object is van Geoffs aandacht en ik niet. Geoff ziet zichzelf als een cadeau van God aan de vrouwelijke helft van deze wereld. Hij is zelfs een beetje eng. Ik heb hem altijd het type man gevonden dat opeens een vreselijk zoetsappig liefdesliedje opzet als hij probeert je het bed in te krijgen.
Ik sla mijn tekst op in de computer en minimaliseer hem tot de informatieblak onderin zodat ik er straks meteen mee verder kan, en loop met de kruimeldief in mijn hand naar Geoffs bureau. Ik buk me zodat ik om zijn enorme voeten heen kan zuigen, die vandaag gehuld zijn in een paar afgrijselijke glimmende instappers met van die walgelijke flosjes eraan. Het zijn vast peperdure designerschoenen, maar in mijn ogen zien ze er eerder uit als de stappers van een taxichauffeur en ze staan totaal niet bij een spijkerbroek. Geoffs manier van kleden is verbazend en dat bedoel ik zo sarcastisch mogelijk.
Als mijn taak, die zeker niet in mijn functieomschrijving wordt genoemd, gedaan is, richt ik me op om mijn baas over de laatste gebeurtenissen bij Diamond PR te rapporteren.
‘Oké,’ begin ik. ‘Allereerst: weet je nog dat meidengroepje dat je vorige week hebt ontmoet?’
‘Dat heeft besloten met een ander bedrijf in zee te gaan.’
‘Verdomme,’ zegt Geoff, terwijl hij zijn best doet een potlood in tweeën te breken. Het lukt hem niet.
‘Positiever nieuws is dat Shanice van Big Brother heeft gebeld,’ ga ik haastig verder. Geoffs gezicht vertoont geen enkele uitdrukking dus leg ik hem uit over wie het gaat. ‘Ik moet toegeven dat Shanice geen droomcliënte voor ons is – ze heeft vorige zomer even in Big Brother gezeten en is toen het huis uitgegooid omdat ze met een andere deelneemster had gevochten – maar ze zou je ontzettend graag ontmoeten om te bespreken hoe ze de mening van het publiek over haar zou kunnen veranderen, met als uiteindelijk – en eerlijk gezegd nogal voorspelbaar – doel een carrière als glamourmodel op te bouwen.’
Geoff staat op en loopt naar het loungegedeelte van het kantoor – een paar bankstellen in de hoek – en ploft daar op een van de banken neer. ‘Verdomd, ja, nou weet ik weer wie je bedoelt. Dat zal nog een hele klus worden om het publiek om te krijgen, maar voor zover ik me kan herinneren is ze zeker een ontmoeting waard,’ zegt hij verlekkerd, terwijl hij geile handbewegingen maakt. ‘Maak maar een afspraak, Fran.’
‘Oké, komt in orde,’ zeg ik.
Pas nu zie ik dat Stacey van achter haar bureau met een heel boze uitdrukking op haar gezicht mijn aandacht probeert te trekken.
‘Wat ben je toch een stomme trut, Fran,’ klaagt ze vervolgens, half in tranen. ‘Je weet hoe dol ik ben op Big Brother en dat ik Shanice helemaal geweldig vind. Waarom heb je haar niet aan mij gegeven? Jij kíjkt nog niet eens naar BB.’
Volkomen verbluft staar ik haar aan. Wat een onzin.
‘O, liefje toch,’ hoor ik Geoff, die in een in zijn ogen blijkbaar uiterst aantrekkelijke houding op de bank hangt. Hij doet me denken aan een iets te oude hunk in een goedkoop seksblaadje. ‘Natuurlijk zou jij dit graag afhandelen, dus wat mij betreft ga je je gang en maak jíj die afspraak voor me. Fran maakt het niets uit, dat weet ik zeker.’
‘O, Geoff, dank je wel, wat ben je toch een schatje,’ kweelt Stacey met een dom lachje. ‘Trouwens, het is ook veel meer míjn terrein. Ik bedoel, ík ben hier de link naar de cliënten, terwijl Fran maar gewoon jouw persoonlijke assistente is.’
Ik tel in stilte langzaam tot tien. ‘Hoe dan ook,’ ga ik daarna verder, ‘ik heb al een paar ideeën over een mogelijke benadering in de computer staan en ook een persbericht opgesteld dat je misschien aan Shanice kunt laten zien als voorbeeld van onze manier van aanpak.’
Stacey werpt me een dodelijke blik toe en vliegt op mijn bureau af. ‘Nou, daar kijk ík dan wel even naar, nu ik Shanice toch ga doen. En jij denkt misschien dat je de enige bent die hier een stuk kan schrijven, Fran, maar daar zou ik maar niet zo zeker van zijn...’
Ik verwacht dat Geoff Stacey op haar plaats zal zetten en haar op haar kop zal geven omdat ze zo openlijk onbeschoft tegen me is, maar dat blijkt een misrekening. Het enige wat hij doet is haar toegeeflijk aanstaren, alsof ze zich een beetje ongepast gedraagt, in plaats van ronduit gemeen en verachtelijk.
Ik ben woedend en weet eigenlijk niet op wie ik bozer ben: Stacey of Geoff. Ik betrap mezelf er in ieder geval op dat ik boos naar Geoff sta te staren. Wanneer hij dat eindelijk doorheeft, heeft hij in ieder geval het fatsoen om zijn zogenaamd verleidelijke pose te veranderen in een meer zakelijke houding. Maar dan gebeurt er iets waardoor mijn korte ogenblik van lichte triomf voorgoed voorbij is.
‘Wat is dít verdomme?’ gilt Stacey met overslaande stem vanaf de andere kant van het kantoor, waardoor iedereen verschrikt opkijkt. Er golft opeens een walgelijk vermoeden door me heen en ik voel me op slag doodmisselijk. Nee, nee, nee, nee. Het is niet waar. Nee, het is niet waar. Maar dat is het natuurlijk wél.
‘Geoff Harding was een man met een opgeblazen ego en een minieme herseninhoud,’ leest Stacey voor met een stem die hard genoeg is om door iedereen heel goed verstaan te worden. ‘Hoewel hij in de jaren tachtig enigszins naam had gemaakt met actiefilms, was dat nog geen excuus voor zijn latere leeghoofdigheid of zijn afschuwelijk smakeloze manier van kleden...’
Stacey leest even in stilte verder en barst dan weer los.
‘Wacht even,’ zegt ze, terwijl ze overschakelt van woedend leedvermaak naar regelrecht furieus. ‘... Geoffs goedkope del van een vriendin, Stacey, beantwoordde aan elk cliché over mannen van een bepaalde leeftijd en hun onvermogen om te zien dat een meisje meer geeft om hun bankrekening dan om hun persoonlijkheid. Stacey was zelfs zo’n golddigger dat ze bereid was het feit dat hij nóg strakkere jeans droeg dan zijzelf over het hoofd te zien...’
‘Wat is dat verdomme allemaal, Fran?’ vraagt een verbouwereerde Geoff.
‘Niets, Geoff, helemaal niets. Gewoon voor de grap...’ zeg ik, terwijl ik mezelf los probeer te maken van de plek waarop ik lijk te zijn vastgevroren. ‘Stacey, hou alsjeblieft meteen op met lezen, dat is privé.’
Stacey kijkt me met zo’n ijskoude blik aan dat ik er gewoon kippenvel van krijg en het dringt tot me door dat ik voor het eerst in mijn leven in een fysieke strijd ga belanden. En inderdaad doet Stacey een uitval naar me. De volgende paar minuten gaan voorbij in een wirwar van ellebogen, nagels en haar. Het hele kantoor verzamelt zich om ons heen en op een gegeven moment hoor ik Hazel van de boekhouding zelfs roepen: ‘Kom op Fran, geef haar ervan langs!’ Iets wat ik enorm waardeer, hoewel je zo’n aanmoediging totaal niet van haar zou verwachten.
Wat er plaatsvindt, kan niet echt een gevecht genoemd worden, het is meer een pathetische schermutseling. Maar het lukt Stacey wel me zo gemeen te krabben dat ik begin te bloeden. Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik haar op dat moment eens flink heb laten voelen wat ‘prikkeldraad’ is en dat ze zich dan pas, onder het mompelen van allerlei vunzige scheldwoorden, terugtrekt.
Als de voorstelling voorbij is, gaat iedereen weer achter zijn bureau zitten. Eerlijk gezegd lijken de meesten nogal teleurgesteld door het feit dat Stacey en ik niet gillend en krijsend op de vloer zijn geëindigd met onze rokjes opgestroopt tot aan onze oren. Alleen Geoff blijft staan, die intussen werkelijk laaiend is. Hij deelt me kortaf mee dat Stacey en hij tijdens de lunch zullen beslissen wat er nu met me gaat gebeuren. En waarschijnlijk hoef ik je niet te vertellen dat ik zowat ontplof als ik begrijp dat zíj daar een stem in heeft.
In een wolk van verontwaardiging verlaten ze samen het kantoor. Stacey omklemt dramatisch haar pols, waar niets mee aan de hand is.
Ik draai me om en zie vijftien paar ogen zich gauw neerslaan. Het komt me voor dat alleen een geweldige pr me nog kan redden, dus helaas ben ik hier niet aan het goede adres. Op zoek naar geruststelling keer ik me naar een beduusd uitziende Raj, maar geruststelling is absoluut niet wat ik van hem krijg.
‘Hoe kun je nou toch zoiets stoms doen, Fran? Waarom laat je die schrijfsels van je in vredesnaam op je scherm staan?’ zegt hij verwijtend.
‘O, hou op, Raj. Ik weet het, ik ben een vreselijk stomme trut. Denk je dat ik ontslagen word?’
‘Ik weet het niet, Fran. Ik hoop van niet,’ antwoordt Raj met een licht optrekken van zijn schouders.
Zijn onwil partij te kiezen lijkt me een heel slecht voorteken.
‘O, verdomme,’ zeg ik, terwijl ik door een vlaag van paniek word overvallen. ‘Nou ben ik ook nog veel te laat voor mijn lunch met Carrie Anne. Ik moet rennen. Tot straks.’
‘Tot straks,’ zegt Raj, terwijl hij het balkon op stapt, waar hij ongetwijfeld een enorme joint gaat roken. Louter ter ontspanning, natuurlijk...