5

Ik mocht Shelly onderbreken met vragen, maar als het er te veel werden of als Shelly geen zin had om er een te beantwoorden, stond Dann klaar. Hij liep voortdurend heen en weer, verplaatste de olielamp, deed nieuwe batterijen in zijn zaklantaarn en bracht drinken naar Shelly, maar was elke keer net achter me als Shelly haar gezicht vertrok. Er was iets tussen die twee waar ik geen greep op had. Misschien was het liefde, maar dan was het het soort liefde dat onbekend voor me was. Het leek me dat het vooral met seks te maken had. Ze waren allebei onverzadigbaar en de Shelly die ik had meegemaakt in de motels was maar een schim van de Shelly in deze schuur. Ze moedigde Dann niet aan, maar ze rekte zich op precies de goede momenten uit en toen Dann zich uit zijn laarzen worstelde en zijn broek uittrok keek ze alsof ze wilde zeggen: “Het werd tijd, Dan-nybeukertjevanme.” Ze ging wel iets naar achteren zodat ze buiten de lichtkring kwam, maar haar bevel ‘ogen dicht, Jeff’ klonk automatisch en ik nam niet eens meer de moeite om te doen alsof ik luisterde. Er bestond een woord voor die twee, maar ik kon er niet opkomen en daarom hield ik het op geil.

Shelly was begonnen bij de val van Ken Caray en daar bleek ze veel van te weten.

“Ken moest een lesje hebben. Dat had een groep mensen besloten en pa Doyal Dunn vond dat zoon Jack de handen uit de mouwen moest steken. Van M4U was niet veel meer over en toen iemand op Tybee Island zei dat hij nog vertrouwen had in de certificaten en het onfeilbare beurssysteem kostte het weinig moeite om Caray naar Tybee te krijgen. De man die hem had gebeld was er niet. Jack was er wel. Hij had iemand bij zich en samen namen ze Ken mee naar het platte dak. Daar vroegen ze of Ken bereid was de bedragen terug te storten die vader en zoon Doyal Dunn en de groep die het Tybeehuis had uitgezocht hadden ge�nvesteerd. Ken zei dat hij wel wilde, maar niet kon en Jack vond dat het tijd werd om Ken een serieuze waarschuwing te geven. Het was niet de bedoeling dat Caray in het zwembad zou vallen, maar het gebeurde toch. Later zei Jack dat hij zijn greep op Ken verloor, maar het kan best zijn dat hij niet erg zijn best deed. Hij zag Ken Caray als de grote boosdoener. Cathy haalde veel meer geld binnen dan Ken, maar Cathy was Jacks moeder en al waren ze niet erg dik, hij was geneigd om Ken als de hoofdschuldige te zien. Ken viel en hij kwam terecht op een verhoging in het bad, een rand tussen binnen- en buitenbad waar weliswaar water boven stond, maar niet veel. Ze haalden Ken uit het water en gingen ervandoor.”

“Ze?”

“Ze. Jack en iemand van wie de naam je niet aangaat.”

“Dann?”

Door de manier waarop Shelly van Dann naar mij keek en door de bewegingen die ze erbij maakte begon het me te dagen. “Jij?”

Dann liet me zijn mes zien en keek grommend naar Shelly alsof hij wachtte op het verlossende woord. Dat kwam niet.

“Wacht even, Dannyschat, hij zit maar wat te proberen. Ze gingen er dus vandoor en dat was dat. Ken bleek een hersenbeschadiging te hebben en het gevolg was dat niet Ken, maar Cathy werd opgeroepen als hoofdgetuige in de rechtszaak van de negers tegen M4U.”

“De negers?”

“Zwarten. Nikkers. In Savannah lopen de kleuren niet zo door elkaar als jij denkt. Catherine en Louella waren een uitzondering.”

Doyal Dunn had me iets dergelijks verteld, en Art Mornay ook. Wit wilde het geld dat via M4U was verdwenen en zwart wilde het, maar ze hadden hun krachten niet gebundeld. Shelly hoorde op een bepaalde manier bij het Doyal Dunn-kamp. Een groepje mensen wilde Ken op Tybee Island hebben. Pa Doyal Dunn wist ervan. Art Mornay had er ook van geweten. Waarschijnlijk wist een kwart van blank Savannah wat zich boven en in het zwembad had afgespeeld.

“Maar Cathy getuigde niet.”

“Ze ging ervandoor, samen met Ken. Een dozijn premiejagers sloofde zich wekenlang uit.”

Ik keek naar Dann en wees met een duim naar hem.

Shelly glimlachte. “Dannylief niet en ik ook niet. Wat wij deden was Jack in de gaten houden. Jack zat aan de grond omdat niemand meer een schroef bij hem wilde kopen. Maar hij had wel altijd geld voor uitstapjes. Meestal ging hij naar Atlanta, Columbia of Jacksonville. Daar waren homotenten waar ze hem niet kenden. Jack had een geheim leven en hij was zo na�ef om te denken dat het geheim kon blijven. Dat was natuurlijk niet zo, in een stad als Savannah blijft niets geheim. Ik denk dat iedereen in zijn omgeving wist waarom Jack zo vaak buiten Savannah was, iedereen behalve Anna-Lee Lurie die met kleine Ken in het huisje in Huntington Street zat. Opeens veranderde het patroon. Jack ging verder weg en hij bleef langer van huis. Wij, Dann en ik en een paar vrienden die ons soms hielpen, hadden moeite om hem in het oog te houden. Jack ging naar Arizona en hij bezocht winkels, en bibliotheken, en tatoeageshops. Toen messentrekker Damon Szuszki erbij kwam, wisten we dat het menens werd. We bedankten onze vrienden en bleven in de buurt van Jack en Szuszki. Dann, die schat van me, deed het meeste werk. Ik zocht een paar plaatsen waar we iemand gevangen zouden kunnen houden. Deze bleek het meest geschikt. We wachtten Jack en Szuszki buiten Kayenta op. In Jack zat toen al niet veel leven meer. Hij was een oor kwijt, en veel bloed. We namen ze mee naar deze schuilplaats en Dannmijnheld nam de taak op zich om eerst Jack en daarna Szuszki te laten praten.”

“Waar was het vel met de tatoeages?” Ik had het niet willen vragen, maar ik kon het niet laten.

“In een plastic buis, Jeff. Keurig opgerold. Ik heb het naar een preparateur gebracht en er foto’s van laten maken. Dan-nykrachtpatser van me, geef de foto’s eens aan?”

De sproeten van Dann leken te glimmen van trots toen hij onder de lamp doorliep. Krachtpatser was het soort woord dat hij wilde horen. Schatjevanme was goed, maar krachtpatser stond nummer ��n. Hij gooide twee foto’s naar me toe die te donker waren om iets te kunnen onderscheiden. Ik zag een lange, rode tong en iets wat op cijfers leek, maar daar bleef het bij. Ik had meer kunnen zien als ik mijn aandacht erbij had gehad. Preparateur? Frederick Doyal Dunn leefde te midden van dieren die hij zelf had geprepareerd.

“Ligt het vel bij Doyal Dunn?”

Dann stond al achter me en Shelly zei dat hij een kruisje in een schouderblad mocht kerven. Dat deed hij met liefde en zorg.

“Het gaat je niet aan waar het vel is.” Shelly sprak alsof ze nadacht. “We weten niet wat we eraan hebben. We weten niet eens of we er iets aan hebben. Daar komen we wel achter. Ik bracht het dus naar een preparateur want Dannymijndek-hengst vond dat ik beter terug kon gaan naar Savannah.” Ze glimlachte op een manier waar ik rillingen van kreeg. “Daar was ik toen er een grote vent opdook die zei dat hij Jeffheette en die vertelde dat hij in Miami iemand had gesproken die vroeg of hij in Savannah eens wilde vragen hoe het zat met de rechtszaak waarin Catherine Lenz had moeten getuigen.” Ze hield haar hoofd scheef. “Als je het mij zo hoort zeggen, hoe vind je dan dat het klinkt?”

“Klote?”

“Dat woord kwam bij iedereen op aan wie je het verhaal vertelde.”

“Art Mornay?”

“Is er een van.” Ze plaatste haar handen naast zich en drukte zich op. Haar benen bleven gekruist toen ze op de handen naar me toe wandelde. “Kijk eens goed, Jeff. Denk eens terug aan Factors Walk en de vrouw die je daar zag, die met de tas, en het klembord?”

“Jij?”

“Wedden dat je dacht dat ik een kop kleiner was dan ik ben? Dat kan ik, me klein maken. Net als zo pra-haten dat een sssu-hukkel als jij gelo-hooft dat ik uit Connecticu-hut kom.”

“Zat jij ook in de GMC Rally die later bij de krant vandaan kwam?”

Daar schrok ze van. Ik had haar gezien zonder dat ze het wist. Ik spande mijn rugspieren toen ik het gehijg van Darm achter me hoorde, maar Shelly zei dat hij moest wachten.

“Hij is slim, Dannycowboyvanme. En hij is actief. Misschien heb ik me vergist. Heb je de planken nog waar je Szuszki aan had vastgemaakt?”

Dann ging voor me staan en liet me zijn glimlach zien. Zijn hoekige gezicht glom, zijn sproeten glommen, zijn brede borst, zijn buik, zijn benen, alles behalve zijn laarzen glom, ik was er zeker van dat hij zich had kunnen spiegelen in zijn glimmende eikel.

Zijn ‘ja’ klonk gelukkig en eindelijk had ik hem door. Dann was er eentje die drie weken in bed met Shelly met plezier zou inruilen voor ��n avondje martelen.

“Ik dacht dat je me in leven wilde houden omdat ik veel heb gepraat met Cathy Lenz.” Mijn stem klonk onzeker en ik voelde ineens overal pijn.

“Praten kun je ook als je aan planken vastzit.” Haar toon was onverschillig en ze keek naar me alsof ze zich afvroeg hoe lang het zou duren voor ik in snikken uitbarstte. “Ik dacht dat Dann met Jack en Szuszki zijn pleziertjes had gehad, maar ik ken hem, hij heeft nog te veel energie. Je had het beter niet kunnen zeggen, van dat neusbijten. Ik denk dat je straks moeite met ademen krijgt.”

“Waarom?” Ik had willen vragen waarom ze zich door mij had laten oppikken, waarom ze samenwerkte met Dann, waarom ze hier was, waarom ze dacht dat Kaya me iets nuttigs over M4U had verteld, maar ik wist dat er te weinig tijd was voor al die vragen en daarom liet ik haar kiezen.

“Waarom?” Ze sprak het woord uit alsof ze het tegen zichzelf had. “Om het geld dat M4U achterover heeft gedrukt. Wat we ervan terugvinden is voor ons, al denkt iemand dat we het voor vijfentwintig procent doen. Waarom? Omdat we goed zijn in wat we doen. Omdat Dann een paar duizend dollar heeft overgemaakt naar Ken Caray en hij daar nog steeds kwaad over is. Omdat Dann niet kan leven van de liefde alleen. Omdat ik genoeg heb van Savannah en van de rest van Georgia. Is dat waarom genoeg?” Ze stond op en ging achter me staan. Met haar vingertoppen wreef ze over de sneetjes in mijn rug, terwijl ze naar Dann keek die twee planken aansleepte.

Hij stond in het midden van de schuur toen hij verstarde. “Hoor jij iets?”

Hij had het tegen Shelly en die had niets gehoord. Ik wel. Er was een uil in de weer, al meer dan vijf minuten. Heel vreemd was het niet; aan de voet van de Carrizo Mountains had ik vaak uilen gehoord en waarom zouden ze er niet zijn in het gebied waar Shelly me heen had gebracht. Waarschijnlijk waren er ook coyotes, hazen en grondeekhoorns. In een woestijn leeft meer dan stadsbewoners denken en vooral als de wind opsteekt zijn dieren gauw onrustig. Al een poos hoorde ik het geluid van golfplaten die door wind langs elkaar schuurden. E�n keer had ik iets gehoord wat ik niet thuis had kunnen brengen, maar ik had geen tijd gehad er aandacht aan te besteden.

Shelly luisterde meer dan een minuut. “Een uil?” Ze gaf me een knietje in de rug. “Jij bent de woestijnbewoner. Een uil?”

“Een Elf Owl, in de valleys in het Navajo-reservaat hoorden we ze elke nacht.” We. Ik zei het met opzet en als beloning kreeg ik nog een knietje.

“Een Elf Owl, Dannylieverd. Niets om je zorgen over te maken.”

Dann liet de planken vallen en sloop naar de deur. Hij ging op de grond liggen en tuurde naar buiten.

Achter me ademde Shelly zwaar en ik begreep dat ik beter mijn mond kon houden.

Het duurde minuten voor Dann zich oprichtte. “Ik weet het niet.” Hij klonk bezorgd. “Laten we deze zak vastbinden en wegrijden.”

“Is dat nodig?” Shelly stond achter me met mijn hoofd tussen haar knie�n. Ze had niet gezegd dat ik stil moest zijn, maar dat was ook niet nodig, ik voelde dat ze klaar stond om me te laten voelen hoe sterk ze was.

“Ik hoorde iets. Die klote-uil en nog iets. Geen idee wat het was.” Dann gooide een plank naar me toe die vlak voor me terechtkwam. “Als je wacht pak ik ijzerdraad. Laat hem vooral zijn bek houden.” Hij fluisterde en iets van zijn ernst moest zijn afgestraald op Shelly. Ze duwde me languit op de grond en greep een arm. “Geen woord, jij.” Ze fluisterde ook en toen ze zag dat ik naar haar borsten keek, liep ze weg om iets aan te trekken.

Dann wachtte met aankleden tot ze mijn benen met ijzerdraad aan de planken hadden bevestigd en een stuk draad om mijn hals hadden gewikkeld.

“E�n kik en ik stop zand in je bek.” Dann zei het haastig en ik dacht niet dat hij de moeite zou nemen, maar met iemand als hij wist je nooit.

Toen hij een broek en een shirt aan had vroeg Dann of Shelly de Ruger bij de hand had. Nadat ze had geknikt deed hij de lichten uit. “Blijf jij hier, ik ga naar buiten.”

Ik hoorde hem de schuur door lopen en verbeeldde me dat ik hem een ogenblik zag afsteken tegen het lichte vlak van de deuropening. Daarna werd het stil. De wind was gaan liggen of had pauze genomen, de uil was verdwenen. Het was het soort stilte dat onwerkelijk is en waar je kippenvel van krijgt.

Het leek uren te duren en misschien duurde het ook wel uren. Het was in elk geval lang genoeg om weg te zinken en wakker te worden door kramp in een been dat te strak aan de plank vastzat. Mijn enkels deden pijn, evenals mijn polsen en mijn rug. De rechterkant lag op een van de planken en toen ik bewoog voelde ik alle plaatsen waar Dann zijn mes in me had gezet.

Ik had geen idee of Shelly nog in de schuur was en waarom Dann Bloomer niet terug was gekomen. Ik vroeg me af of het verstandig was om te roepen. Met die vraag tobde ik nog steeds toen ik het geluid van een schot hoorde. Het was onmogelijk om te bepalen of het dichtbij was, maar het loste wel mijn probleem op. Shelly vloekte gedempt en stootte ergens tegenaan. Ze vloekte opnieuw, zuchtte en mompelde iets wat ik niet verstond.

Ze moest onhoorbaar naar de deuropening zijn gelopen, want ik zag iets wat een vermoeden van een schim was. Even later hoorde ik opnieuw een schot. De kreet die volgde was hoog en iel en eindigde in klanken die niets menselijks hadden. Buiten hoorde ik voeten die schuifelden, een deur, opnieuw een kreet, gefluisterde woorden. Daarna werd het stil.

Ik wist dat er iemand bij de deur stond en bleef roerloos liggen. Na een poosje wist ik zeker dat ik moest niesen. Vlak erna hoorde ik mijn buik rommelen. Ik kreeg opnieuw kramp in mijn been en moest op mijn onderlip bijten om niet te kreunen.

Het was een opluchting toen ik buiten iemand op een normale toon een vraag hoorde stellen. “Nu?” Het antwoord klonk onverschillig. “Waarom niet?”

“Wacht even dan. Dit kelerelicht wil niet wat ik wil.” Een lamp ging aan en een lichtbundel dwaalde door de schuur. Vlak erna werd iemand naar binnen geduwd. Hij liep voorovergebogen en hield twee handen tegen zijn buik gedrukt. Toen hij zijn hoofd hief herkende ik Dann Bloomer. Zijn gezicht was vertrokken van pijn. Toen hij in het midden van de schuur stond ging hij neer door een kogel die hem in de rug raakte.

“Binnen drie tellen allemaal naar buiten of we steken de handel in de brand.” De lage stem deed iets in de schuur vibreren. “E�n. Twee.” Ik trok aan het draad om mijn keel en hapte lucht. “Ik ben hier alleen. Vastgebonden aan planken. Jeff. Aabelson.”

“Ook bekend als Meeks.” De stem leek een halve octaaf lager te klinken. “Laten we hopen dat je niet liegt, brother. Er liggen hier al genoeg lijken.”

Johnson en Jones