1

We reden uren, maar het waren vooral rondjes. Shelly had er plezier in om zo veel mogelijk stenen te raken en hard door kuilen te rijden. Ze glom als ik tegen het portier smakte en gaf me een flinke zet als ik naar haar overhelde. Een keer pakte ik haar arm vast omdat ik steun zocht, maar meteen kreeg ik een por met de revolver. Ze dronk water uit een literfles, maar bood me geen slok aan. Toen de zon achter de bergen schuilging, deed ze er een schepje bovenop. Ze nam elke afslag die naar iets leidde wat een pad had kunnen zijn en reed stukjes door drooggevallen rivierbeddingen. Ze probeerde me te desori�nteren, maar ik dacht toch dat ik de weg naar de bewoonde wereld wel zou kunnen vinden, ik had niet voor niets jaren in berggebieden en woestijnen doorgebracht. Een paar keer dacht ik een heuvelrug te herkennen en een keer zag ik een omgevallen bord waarop de naam Drake stond.

Kort voor het donker was hield Shelly op met het maken van omtrekkende bewegingen. Ze reed een pad op dat werd aangegeven door stenen waar een veeg bruinrode verf op zat en ontstak de lichten.

Voor het eerst in uren deed ze haar mond open. “Daar.” Ze wees naar een smalle kloof die van een afstandje een donkere streep tussen de heuvels leek.

“Waar zijn we?”

“Waar we moeten zijn.”

Ze reed nu trefzeker en het was duidelijk dat ze hier eerder was geweest. Meerdere keren waarschijnlijk. Toch zuchtte ze van opluchting toen de lichten een bouwsel raakten dat was opgetrokken uit golfplaten. Het was laag en tamelijk breed. Onder een afdak stond een auto, erachter was iets te zien wat leek op een caravan.

“Wat is dat?”

“Een oude schuilplaats. Van indianen voorzover ik weet.”

“Rahelio Rodriguez?”

“Hoort erbij.”

Ze zette de motor af en pakte een zaklantaarn. Toen ze sprak klonk ze als een drilsergeant.

“Uitstappen. Meelopen.”

Voor we naar binnen gingen riep ze: “Ik ben het,” daarna duwde ze een deur open die bestond uit golfplaat op een houten frame.

Binnen ging een licht aan. Een man legde een revolver weg en ging staan met de benen en armen gespreid. Hij zag eruit als een countryzanger die verliefd is geworden op zijn sportschool. Hij was ongeveer even lang als Shelly, maar een paar decimeter breder. Zijn cowboyshirt spande om zijn bovenarmen en zijn spijkerbroek zat strak om de dijen. Hij droeg laarzen van het soort waar sporen aan horen en om zijn nek had hij een rode sjaal. Alles boven de sjaal was oranje, leek dat in elk geval in de gloed van een olielamp die aan een draad aan het plafond hing. Zijn hoofd was hoekig en zijn neus en voorhoofd zaten vol sproeten. Zijn haren waren geknipt zoals zangers van het levenslied dat graag laten doen, zo kort als de mode het toeliet.

Shelly rende naar hem toe en sprong tegen hem op. Hij wankelde niet en drukte haar tegen zich aan alsof hij haar jaren had gemist. De Shelly die hem kuste leek in niets op de Shelly die de pick-up had bestuurd en die had weinig geleken op de liftster met de hanenkam.

Toen ze uitgezoend waren draaide Shelly zich naar me toe. “Jeff, dit is Dann. Dann Bloomer. Dannylief, dit is Jeff, hij is op zoek naar zijn moeder.”

Dann bekeek me zorgvuldig. “Hij is groot.”

“Groot en stoer. Maar zijn push-ups doet hij met twee handen.”

“Niet heel stoer dus.” Dann schoof tussen mij en Shelly in. “Maar misschien wel stoer genoeg om een meisje dat er goed uitziet even te willen pakken?”

Shelly gaf hem een speelse stomp. “Hij? Ik heb hem verrr-te-held dat ik ongeste-held ben.” Het accent was terug, vetter dan tevoren. “Hij is groot, maar ste-hom. Hij gelooft alles.”

“Connecticut?”

“Meer Connecticu-hut-speciaal. Ik wou dat ik wist hoe ze daar praten. Voor hem maakte het niet uit. Hij trapt overal in.” Ze deed een stap achteruit, opende haar mond alsof ze iets wilde zeggen en verstarde. Een blik van verbijstering gleed over haar gezicht, daarna stapte ze naar voren en trok de onderlip van Dann naar beneden. “Zie ik dat goed?”

Dann bewoog zijn hoofd zoals ik dat een paard wel eens had zien doen dat geen bit in wilde. “Iw web voow jouw.”

Shelly trok zijn hoofd naar beneden. “Is die tand van hem?”

Dann wees naar de hoek. “De dewde.”

Shelly negeerde de vinger, maar bleef in Danns mond kijken. “Hoe heb je hem vastgezet?”

Dann wilde iets zeggen, maar kwam niet verder dan een straaltje kwijl. Shelly liet zijn onderlip los en likte haar vingers af.

“Lijm.” Dann drukte voorzichtig tegen een deel van zijn gebit. “Van die speciale. De eerste twee pasten niet, maar de derde wel.” Hij keek schaapachtig. “Ik heb het voor jou gedaan. Dat gat, dat vond jij niet mooi en ik had veel tijd en…en zo.”

Shelly trok zijn hoofd weer naar zich toe en bestudeerde Danns gebit. “Ik wou dat er meer licht was. Hoe heb je het gedaan, Dannyjongenvanme?”

“Met een tang. Gewoon getrokken. Zoals een tandarts.”

“Zonder verdoving.”

Dann wees opnieuw naar een hoek. “Hij wilde niet praten. Eerst. In het begin. En ik had dat gat, dus ik dacht.”

Shelly’s gezicht glom van voldoening. “Voor mij. Dannytje toch. Ik heb ook iets voor jou, kijk maar eens wat ik aanheb.”

Danny sloot zijn mond, slikte en las de tekst op het T-shirt. “T & T.”

“Tiet & Tiet.” Shelly drukte haar borsten omhoog en bleef onbeweeglijk staan tot Dann het T-shirt pakte en over haar hoofd trok. Hij klakte met zijn tong. “Zo zijn ze nog mooier. Als hij daar ze nog niet heeft gezien, dan weet hij nou wat hij heeft gemist.”

“Dann toch.” Shelly probeerde iets van verlegenheid in haar stem te leggen, maar lukken deed het niet. Toen Dann te lang aan een tepel zoog maakte ze haar broek los. “Als je Jeff nou even in een hoek legt, dan kunnen we de schade inhalen. Daarna moet je me alles vertellen over je nieuwe tand.” Ze hijgde en toen Dann me beetpakte en naar een donker deel van de schuur duwde hield ze hem vast door een hand in zijn kontzak te steken.

In de hoek waar Dann een paar keer naar had gewezen lagen stukken golfplaat en een stel planken. Dat zag ik niet, dat voelde ik. Op de planken lag iemand. Zijn ademhaling kwam met horten en stoten en het geluid dat hij maakte leek op dat van een kat die weet dat ze verzopen wordt. Ieieieie, hoog en iel. Om hem heen hing de weezoete lucht van bloed en verrotting.

“Is dat Jack?”

“Vriendje van.” Dann duwde me naar beneden. “Liggen en bek dicht. Ik zweer je dat ik je verrot schop als ik je het eerste halve uur hoor.”

Ik hield me stil. De man naast me deed dat niet. Hij piepte door op dezelfde toonhoogte. Ieieieie. Shelly en Dann maakten alle geluiden van mensen die er tegenaan gaan. Ze maakten zich niet druk om hun toehoorders en voor het eerst was ik bezorgd. Ik kreeg niet de indruk dat ze me de kans zouden geven aan iemand te vertellen hoe hun liefdesleven in elkaar zat.

Een nahijgende Shelly trok me overeind. Ze was gekleed in een string. Ik dacht dat ze me een knipoog gaf toen ze me zag kijken, maar het was te donker om er zeker van te zijn. Terwijl ze haar T-shirt aantrok vroeg ze: “Hoe is het met ‘m?” Ze had het niet over mij, maar over de piepende gestalte op de planken en de stukken golfplaat. Dann had een stallan-taarn aangestoken en scheen bij.

“Hij piept.”

“Dus hij leeft.” Shelly zei het niet omdat ze leuk wilde zijn. Haar stem klonk zakelijk en de manier waarop ze keek was er niet een die betrokkenheid verraadde. Toen ze zag dat ik strak naar haar keek, gaf ze een schop tegen een golfplaat en het gepiep veranderde in een gil.

“Schreeuwen kan-ie ook nog, dus zo erg zal het niet zijn. Had je zin in een kruisiging, Dannyvanme?”

Ik schuifelde dichterbij en zag een man die met armen en benen gespreid aan twee gekruiste planken vastzat. Zijn mond hing open en op de plaats van de ondertanden zag ik zwellingen en geronnen bloed. Om zijn handen en voeten zat ijzerdraad dat het vlees van de botten had geschuurd. Hij was naakt en zat onder de korsten. Shelly bukte zich en bekeek de man nauwkeurig. “Je wilt me toch niet vertellen…” Haar stem klonk of ze auditie deed voor een remake van Gejaagd door de wind. “Dannytoch, je hebt hem echt…Eerst zijn tanden en daarna…”

“Hij wilde pas praten toen ik zei dat ik zijn andere bal ook een beurt zou geven. Die tanden van ‘m deden hem niks.”

Shelly beroerde met een vingertop het ijzerdraad dat strak om een testikel zat gewikkeld. “Ja, dan willen ze wel praten, de jongens.” Ze pakte me bij een arm. “Herken je hem?”

De man zag er mager en afgetobd uit. Klein ook, en bloedeloos, met uitzondering van zijn ogen die bloeddoorlopen waren. Hij leek in de verste verte niet op Jack Doyal Dunn. Ik wist niet of Shelly een ‘ja’ verwachtte, maar ik hield het op: “Geen idee.”

Shelly gaf nog een schop tegen de golfplaat onder de planken en opnieuw klonk een gil. “Hij praat op afroep. Je hebt je werk grondig gedaan, Dannyboy. Waar is Jack? Zie ik hem over het hoofd of…”

Dann Bloomer liet een geluid horen dat achter uit zijn keel kwam. Hij stond vlak achter Shelly en hield met een hand een van haar borsten vast. Met de andere hand hield hij mijn broeksband beet. Het was een stevige greep. “Kijk maar eens onder die golfplaat.”

Shelly trok de piepende man opzij en duwde met een voet de golfplaat weg. Daarna boog ze zich naar de man die onder de plaat had gelegen. “Tjonge. Dannysweety. Ik moet zeggen…Ik mag aannemen dat hij dood is?”

“Vanmorgen gaf hij het op. Ik had geen zin om een gat te graven, dus ik heb rotzooi over hem heen gegooid. Als het zo doorgaat hebben we morgen nog een dooie.”

“Tja.” Shelly legde haar hoofd op Danns schouder. “Dat heb je ervan. Soms willen ze gewoon niet luisteren.” Ze richtte zich op en gaf me opnieuw een knipoog. “Kijk goed, Jeff. De dooie is Jack Doyal Dunn. De pieper is Damon Szuszki. Samen hebben ze de moeder vermoord die jij zoekt en die wij Catherine Lenz noemen.”