Een nieuwe bh

 

Ik moet een nieuwe bh.

Het elastiek van de oude begint het te begeven. Dat gebeurt bij mij altijd in de winter. Als m’n huid niet witter kan en de stamppot m’n dijen heeft bereikt. Maar langer wachten met het kopen van een nieuwe betekent de tram niet meer kunnen halen. Geef dubbel D de ruimte en je bollen slaan je bij de eerste de beste sprint tweeblauwe ogen en een kaakfractuur.

Ik háát bh-winkels.

Het is er altijd veel te warm. De pashokjes zijn altijd veel te klein. De spiegels juist weer veel te groot. Maar de dodelijke klap voor je zelfrespect wordt je toegebracht door het eeuwige halogeenlampje dat recht uit het systeemplafond op je hoofd knettert. Door dat keiharde licht lijk je net een spook. Alles wat oneffen is aan je lijf krijgt een slagschaduw waardoor je eigen spiegelbeeld nog lang terugkomt in je nachtmerries.

De verkoopster is een stevige, licht potteuze, vijfenvijftig-plussige vrouw met een glimbloes en Ecco-schoenen. Haar timing is verontrustend. Nét als ik half in m’n blootje sta te prutsen om haakjes dicht te krijgen schuift ze met een ruk het gordijn open en roept keihard: past-ie?! Vervolgens stapt ze ongevraagd m’n hokje in, grijpt zonder toestemming met haar handen naar m’n borsten en sjort ze beter in de bh. Waarom werken er nooit mannen in lingeriezaken?

Er zijn maar weinig onderdelen aan mijn lichaam die ik niet kan waarderen. Bijna alles is bijzonder nuttig en qua functie geheel tot mijn tevredenheid.

Mijn benen bijvoorbeeld, daar ben ik enorm blij mee, zij lopen mij door de mooiste bossen of slenteren mij langs de fijnste uitverkoopjes. Mijn armen kan ik troostend om een kind heen slaan of ik kan er richting mee aangeven op de fiets. Een leven zonder handen en vingers? Ondenkbaar. Wie zou er dan het sinaasappelfrutje tussen mijn kiezen uit moeten peuteren of de chipszak voor me vasthouden als ik lig te emodippen op de bank. Billen zijn mijn zitcomfort, tanden bijten mijn appels klein. Kortom: wijs me iets aan en ik vertel je waarom ik er blij mee ben.

Ik heb een vriendin die zich supervrouwelijk voelt omdat ze borsten heeft. Dan ben ik misschien toch een vent in een verkeerd lichaam.

‘Ja, maar ze zijn toch heerlijk bij het vrijen?

’Dat is waar, maar waarom is het niet net als bij een man? Hij hoeft niet dag in dag uit moeilijk te lopen voor die twee en een half keer per maand. Zijn lid richt zich toch ook pas in vol ornaat op als ie zin heeft? Waarom kunnen borsten dan ook niet overdag zoet en onzichtbaar sluimeren om pas tot volle ronding te komen bij opwinding.

Ik heb een moeizame relatie met mijn borsten. Altijd gehad.

Tuurlijk keek ik uit naar hun komst toen ik jong was, het bepaalde immers je positie op school, net als ‘al ongesteld zijn’. Tuurlijk was de aanschaf van mijn eerste AA-65 een belevenis. Maar toen ze er eenmaal zaten was het nieuwtje er gauw vanaf. Sporten of balletten ging niet meer zonder een plettend elastieken pantser en aan de aandacht en opmerkingen die ik er van mannen door kreeg, had ik geen behoefte. Van mij mochten de dames al vrij snel weer terug naar de fabriek.

En het wordt er niet makkelijker op.

Vroeger waren ze jong en enthousiast, keken ze priemend vooruit. Bij alles wat ik deed hadden ze dat jonge honderige: ja ja ja! waar gaan we naartoe, wat gaan we doen, leuk! Nu zijn ze vaak niet meer te motiveren, schudden ze bij elke stap vermoeid het hoofd: nee, geen zin, nee, heb ik al gezien, been there, done that.

Als ze zich een beetje gedeisd hadden gehouden en hun aanwezigheid tot een B-cupje hadden beperkt, dan had er misschien nog een vriendschappelijke band tussen ons kunnen ontstaan.

Maar het lijkt of mijn afwijzing als Pokon op ze werkt. Elke vijf jaar komt er weer een maat bij. Zojuist heeft de verkoopster mijn pashokje verlaten om een 80 E-cupje te gaan zoeken.

Ik hap naar adem: Een E-cup, houdt dit dan nooit op! Ik word gék. Mijn oma kon haar bord op haar boezem zetten.

De 80 E wordt na lang passen 75 F. I give up. Wat ik uiteindelijk afreken heeft iets van een opengeknipte bowlingbaltas.

Léuke bh’s gaan vaak maar tot C, daarna komen de núttige.

Ik hoop dat mijn bollen voor eeuwig gezond blijven en ze met mij in het graf zakken, maar ze voegen helemaal niets toe aan mijn geluk of zelfrespect.

Misschien een waarschuwing voor de siliconendromers?