Totdat. . . plotseling heel de kelder in het donker zit.
De lamp in het filmtoestel is doorgebrand. Dat betekent meteen het eind van de voorstelling. Toch schijnt iedereen tevreden te zijn, want er wordt heel hard geklapt.
Het prinsje en zijn vriendje hebben op hun manier ook genoten. „Ik weet nu tenminste, wat een film is," zegt Wipneus een beetje spottend. „Geef mij de stilte van een fjord maar," lacht Pim. „Mijn oren tuiten nog van het lawaai en ik kan mij goed voorstellen, waarom wij vanavond onze vriend malle Trollo niet hebben gezien.
De dwerg wist zeker, wat er zou komen!"
De volgende morgen kunnen de kabouters genieten van een ontbijt, zoals het alleen in Noordland wordt gebruikt.
Op lange tafels staan tientallen heerlijkheden uitgestald en een pop in de vorm van een trol houdt daarbij de wacht. Iedereen pakt een bordje en loopt langs de tafels om wat lekkers uit te zoeken. Is je bordje leeg, dan ga je opnieuw een wandelingetje maken om het weer te vullen.
Twee, drie, vier keer; het komt er niet op aan.
Trollo is ook van de partij en Wipneus en Pim kunnen nu heel goed begrijpen, waarom het ventje in Kabouterland zo'n stevig ontbijt nam. Zo is de gewoonte in zijn eigen land.
Tegen tienen is het uur van vertrek aangebroken. Vandaag worden het prinsje en zijn vriendje thuis verwacht.
Trollo zal meegaan naar het land van koning Goedhart om daarna zijn wereldreis te vervolgen. Roodjasje wordt heel hartelijk bedankt voor al zijn goede zorgen.