„Wel zullen jullie de roeispanen mee moeten nemen,"
zegt Roodjasje. „Die staan vlak bij de ingang. En denk erom, na afloop de boot weer goed vastleggen en de roeispanen mee terugbrengen. Ik wens jullie veel plezier."
Trollo gaat ook mee en samen vliegt het drietal in hun klimophoepels naar beneden. De boot is gauw gevonden.
Hij ligt vlakbij een aanlegsteiger, waar tientallen bootjes kris-kras door elkaar liggen. Het valt nog niet mee om er tussenuit te komen. Maar het lukt en met stevige slagen roeien de jongens van koning Goedhart tegen de stroom op. In de verte ligt een brug en daar willen zij naar toe.
Dat is echter gauwer gezegd dan gedaan. Hier en daar is de stroming zo sterk, dat zij nauwelijks vooruitkomen.
Af en toe lost Trollo een van de kabouters af, die dan even op adem kan komen.
Vlak achter de brug is een klein strandje en hier wordt een tijdje gerust. Er ligt nogal wat oud hout en Trollo laat zien, dat hij ook heel goed kan houtsnijden. Hij maakt een paar leuke poppetjes. „Het zouden een trol en een nis kunnen zijn," merkt het prinsje op. „Dat is ook de bedoeling," klinkt het. En dan: „Neem maar mee voor thuis als een leuke herinnering uit het Noordland."
De terugweg gaat heel wat vlugger dan de heenweg.
Soms kun je je met de stroom laten meedrijven. Als de roeiboot weer keurig netjes op zijn plaats ligt, vliegt het drietal veilig en snel met de roeispanen naar het hotel.
„Het is fijn geweest," zegt Pim tegen Roodjasje, als die vraagt, of de kabouters een prettige middag hebben gehad.
Ondertussen zijn ook de andere gasten teruggekomen van hun bustocht. Het is een leuk stel en zij doen niets liever dan zingen. Hun liedjes klinken op het terras, in de tuin, in de eetzaal, in de kelder, ja overal. Natuurlijk gaan die over trollen en nissen, want waarover moet men anders zingen in Noordland.
's Avonds wordt er in de kelder van het hotel een film gedraaid over het land van de trollen en nissen. Iedereen mag komen kijken. „Daar wil ik wel naar toe," zegt Pim.
„In Kabouterland wordt nooit een film gedraaid." „Ik ga met je mee," belooft Wipneus.
Precies om acht uur begint de voorstelling. Geen enkele stoel is onbezet en een aantal gasten zit zelfs op de grond.
In het begin gaat alles goed en er wordt heel wat moois vertoond. Maar bij de tweede filmrol begint de ellende.
De film breekt om de tien minuten en het duurt wel eventjes, voordat het een en ander is hersteld. Maar de gasten weten daar wel raad op. Er zijn nog genoeg leuke liedjes, die je kunt zingen.
Een tijdje later is er iets met het geluid aan de hand. Dat klinkt opeens zo hard, dat je het kilometers ver kunt horen. Met man en macht wordt er aan het toestel geprutst, maar het lawaai duurt onverminderd voort.
„Dan draaien wij zonder geluid," besluit de man, die de film vertoont. Geen nood, want de hotelgasten zorgen nu zelf voor geluid. Dat komt uit hun keel en klinkt goed.