
Wipneus en Trollo lopen zonder iets te zeggen de gang in. „Hee, waar is nummer drie gebleven? Hallo, kom eens te voorschijn, ventje. Je hebt te doen, wat ik zeg." De zeerover mist Pim en dat laat hij duidelijk merken. Even blijft het stil en dan klinkt opnieuw zijn stem:
„Verstoppertje spelen helpt niets. Wacht maar, ik heb je zo te pakken." De viking loopt het kamertje in en met zijn grote voeten schopt hij het een en ander omver. Oei, oei, wat maakt die kerel een lawaai. De dikke Loki is razend.
Maar met al dat geschreeuw en getier komt hij geen streep verder. Pim is en blijft weg. „Dan maar zonder de derde," mompelt hij en het prinsje en Trollo worden stevig bij hun kraag gepakt. „Dat zaakje moet de baas zelf maar uitzoeken."
Niet bepaald zachtjes worden de kabouter en de trol naar het dek gebracht. „Die andere snuiter is op de loop," zegt Loki tegen Vidar. „Ik heb hem nergens kunnen vinden." „Wat klets je me nou," snauwt de baas.
„Zeg eens kereltjes, waar is die vriend van jullie gebleven?" Wipneus en Trollo halen de schouders op en doen net, alsof zij van niets weten. Ondertussen staat de onzichtbare Pim rustig naast Vidar en hij luistert mee, naar wat er zoal wordt gezegd. De kabouter zou wel hardop willen lachen.
Het tweetal wordt aanstonds aan het werk gezet. Ieder krijgt een emmer en een dweil en Wiglaf moet ervoor zorgen, dat er nog niet eentje verdwijnt. Veel zin om te dweilen hebben het prinsje en Trollo niet, maar zij moeten wel. Wiglaf heeft een grote zweep in zijn hand en wat hij daarmee moet doen, dat kan iedereen gauw genoeg raden.
Het wordt hard werken en het duurt niet lang, of het zweet loopt met straaltjes van hun gezicht. Ook krijgen zij pijn in de rug van het bukken. Maar eventjes rusten is er niet bij. Wiglaf volgt met dreigende ogen elke beweging en af en toe roept hij: „Kan het niet een beetje vlugger!
Beneden is ook nog het een en ander te doen!"
Pim heeft een tijdje staan toekijken en besluit dan om op onderzoek uit te gaan. Hij heeft medelijden met zijn vrienden, die zo hard moeten werken. De slimmerik gaat het trapje af en loopt naar de kajuit. Vlug glipt de kabouter naar binnen en tot zijn grote vreugde ziet hij op tafel een bos sleutels liggen. „Die komt goed van pas; nu kan ik overal in," zegt hij zachtjes en tevreden.
Hij loopt verder naar het ruim van het schip. Hier worden de spullen opgestapeld, die de Vikingen hebben geroofd. Er ligt heel wat en Pim komt ogen te kort om alles goed te bekijken. Voor alle zekerheid schrijft hij het een en ander op. Dan kan de kabouter later aan zijn vrienden nauwkeurig verslag uitbrengen van zijn speurtocht.