47
Omdat het universum niet zou durven mijn zusjes wens niet in vervulling te laten gaan, sneeuwt het een beetje op oudejaarsochtend. Het lijkt of de daken van Lyme zijn bestoven met poedersuiker. Het is een onnatuurlijk warme en natte winter, maar op deze ene dag vriest het licht en is het helder. Een bleek zonnetje doet de rijp op de takken glinsteren wanneer ik ’s ochtends vroeg Minnie uitlaat, en er staat geen wolkje aan de blauwe lucht. De perfecte dag voor de perfecte bruiloft van mijn zusje.
Ik was er al bang voor.
Niet vanwege Prue. Uiteraard wil ik graag dat de dag wordt waar ze van heeft gedroomd, en dankzij haar eindeloze vooruitdenken, krijgt ze die. Het personeel van het Alexandra heeft ons verteld dat ze nog nooit zo’n georganiseerde bruid hadden meegemaakt. Prue was heel zelfvoldaan vanwege dat compliment, maar een blik die de manager en de vicemanager wisselden, maakte me duidelijk dat ‘georganiseerd’ eigenlijk ‘angstaanjagend’ betekent. Het stokje van Bailey met de Ballen is doorgegeven.
Nee, ik vrees de bruiloft om persoonlijke redenen. Vandaag word ik voor het eerst sinds Matt en ik uit elkaar zijn geconfronteerd met verre familieleden, vrienden en vriendinnen. Ik weet hoe het gaat op bruiloften. Om de een of andere reden wordt er niet meer vastgehouden aan de regels van beleefdheid, waarschijnlijk door de champagne. Iedereen vanaf de leeftijd van mijn moeder zal het heel acceptabel vinden om persoonlijke vragen te stellen. Waar is je echtgenoot? Gaan jullie scheiden? Waarom ging het niet meer? Wat ga je de rest van je leven doen?
En ik weet niet goed wat ik moet antwoorden.
Ik heb goede hoop op de toekomst. Dat moet wel. Nu alles voorbij is, moet ik aan een nieuw leven beginnen. Een ander leven. Ik heb mijn eerste kerst als single al achter de rug, en zo erg was dat niet. Ik ben met Eddy en zijn dochtertjes gaan kijken naar mevrouw Curtis die in zee zwom. We stonden dicht op elkaar met een thermosfles thee en een heupflesje whisky terwijl zij en haar geharde kennissen uit het water kwamen. We wensten elkaar prettige kerstdagen, omhelsden elkaar vochtig en dronken feestelijk uit plastic bekertjes. Grace en Charlotte gaven Minnie een piepbeest in de vorm van een dinosaurus, en Minnie gaf hun allebei met een beetje hulp van mij een pakje prinsessenstickers. Mijn ouders, Prue en ik vierden wat vast onze laatste Kerstmis met z’n viertjes is, en dat gaf me geen benauwd gevoel, het was eerder geruststellend.
Het was niet wat ik was gewend, maar het was goed zo. Het verleden kan ik niet uitwissen. Wat gebeurd is, is gebeurd. Maar ik kan er wel op verder bouwen, net zoals de Undercliff die zich na elke aardverschuiving weer herstelt. Het zal anders zijn, niet beter en niet slechter.
Ik heb vrede gesloten met het plaatsje waar ik ben opgegroeid. Ik kan me niet voorstellen dat ik hier altijd zal blijven, maar het is meer dan iets om naartoe te vluchten. Ik heb hier vrienden en vriendinnen, familie, mensen die ik kan vertrouwen. En, misschien belangrijker nog, mensen die weten dat ze mij kunnen vertrouwen.
In elk geval kan ik hier niet blijven omdat de bungalow is ver-kocht. De makelaar belde om te vertellen dat de vrouw met het zure gezicht de bungalow koopt, hoewel Ben niet bij de koop is inbegrepen. Ik was blij met zijn telefoontje, maar het was niet nodig geweest, want mevrouw Curtis was in alle vroegte, met de vochtige handdoek onder haar arm, komen vertellen wat ze op het strand had gehoord. Blijkbaar is die jongeman haar zoon niet, maar haar veel jongere echtgenoot. Ben was niet heel blij met het nieuws, want hij had vroeg moeten opstaan om de deur open te doen, maar verder is iedereen in het doodlopende straatje reuzebenieuwd naar de ontwikkelingen.
Hoewel het mijn idee was het huis op te knappen, word ik door deze snelle verkoop wel dakloos, en daarom heb ik gepolst of er in Londen misschien kans op een baan is. Het wordt tijd om terug te gaan. Maar eerst is het tijd voor Prues bruiloft.
Bij mijn ouders thuis heerst een grote chaos. De keuken staat vol dozen, en over elke radiator in huis hangen kleren te drogen. Het ruikt er naar natte wol. Op de keukentafel staan flesjes zonnebrandcrème en liggen reisgidsen. Mijn moeder rent door het huis terwijl ze kleren van de ene kamer naar de andere verplaatst, en ze is nog in ochtendjas.
‘Kan ik iets doen?’ vraag ik. Over een uur moeten we in het hotel zijn, en het haar van mijn moeder is nog nat van de douche.
‘Nee, lieverd. Het is hier één grote zooi, maar ik weet waar alles ligt, en anders raak ik maar in de war. Ga jij boven maar met je zusje babbelen terwijl ze haar kapsel laat doen. Waarschijnlijk kun je beter uit de weg zijn terwijl ik inpak.’
‘Waar is pap?’
Mijn moeder kijkt geërgerd. ‘Prue heeft zijn speech een beetje ingekort. Nou ja, heel erg ingekort. Zeker de helft is eruit. Volgens mij zit hij ergens te mokken, en laat mij al het zware werk doen. Echt, hoor…’
Maar ondanks haar ergernis straalt ze ook onderdrukte opwinding uit. En niet alleen om straks haar dochter als bruid te zien.
Zodra Prue getrouwd is, gaan mijn ouders een halfjaar naar ZuidAmerika, misschien zelfs langer. Omdat mijn vader dit jaar met pensioen gaat, zijn ze overeengekomen dat Prue en Ben hen uitkopen bij Baileys met hun aandeel in de opbrengst van de verkoop van oma Gilberts bungalow. Nu kunnen de pasgetrouwden de mogelijkheden van groei in de regio zuid-west ten volle benutten zonder op ouderlijke teentjes te trappen. En bovendien kunnen ze zonder huur te betalen in het ouderlijke huis wonen.
En ik maar denken dat er in Lyme nooit iets verandert. Het is voor ons allemaal een nieuwe start.
Wanneer ik de trap op loop om naar Prues kamer te gaan, hoor ik Prue de kapster precies vertellen hoe ze de bloemen in haar kapsel wil hebben. Ik doe de deur open en zie dat mijn zusje er verbazend mooi uitziet. Fijne kant is gedrapeerd over een eenvoudige witte japon die tot op de grond reikt. Het kant komt tot de hals van mijn zusje en loopt door naar haar vingers. Haar blonde haar is kunstig opgestoken in een chignon, en daarin stopt de afgeblafte kapster stervormige witte bloemetjes en klimopblaadjes. Prue ziet er kwetsbaar en maagdelijk uit; ze lijkt meer op een prinses dan de afbeeldingen op de stickers van Eddy’s dochtertjes.
‘Zo,’ zeg ik terwijl ik tegen de deurpost leun. ‘Je hebt dus besloten toch maar in het wit te trouwen?’
Prue kijkt op. ‘Als je ook maar iets zegt over…’
‘Prue, ik maak maar een grapje. Je ziet er prachtig uit, echt waar.’
Ik wil haar op de wang zoenen, maar ze duwt me weg en zegt dat ik haar make-up zal verpesten. Als ik op bed ga zitten om te kijken naar de finishing touch, maakt het mobieltje in mijn tas geluid.
Met een ruk kijkt Prue op. ‘Is het Matt?’
Ik slaak een zucht. ‘Prue, geef het toch op. Het kan Matt onmogelijk zijn.’
‘Maar je hebt hem toch wel je nieuwe nummer gegeven?’ Ze kijkt naar zichzelf in de spiegel, ze houdt haar hoofd schuin naar de ene kant en dan naar de andere. De kapster blijft afwachtend staan; misschien komen er meer instructies.
Ik heb Matt inderdaad mijn nieuwe nummer gegeven. Een paar weken geleden. Ik kreeg een sms terug met alleen maar: bedankt. Sindsdien heb ik niets meer van hem gehoord. Op Prues aandringen heb ik hem nog een paar keer een sms gestuurd. En drie mailtjes. En een lange, handgeschreven brief. Straks wil ze nog dat ik een postduif gebruik om er zeker van te zijn dat ik alles heb geprobeerd om contact op te nemen met mijn vroegere echtgenoot. Maar ik kreeg geen reactie. Dat kan ik hem niet kwalijk nemen. In elk geval weet hij dat hij contact kan maken wanneer hij daar klaar voor is. Als hij daar klaar voor is.
‘Trouwens, het is de catering,’ zeg ik terwijl ik naar het verlichte schermpje kijk. ‘Ze vragen of je de champagne wilt laten stromen tot iedereen aan tafel zit, of dat je een limiet wilt aan het aantal flessen.’
‘Dat heb ik ze al gezegd!’ zegt Prue. ‘Twee keer al! Geef me je toestel.’ Ze buigt haar vinger bevelend.
Ik houd het toestel buiten haar bereik. ‘Geen stress op de dag van de bruiloft, Prue, dat staat in de wet. Daarom sturen ze míj de sms en niet jou. Ik regel het wel. Zeg maar wat je wilt. En vergeet niet dat dit soort dingen mijn werk was.’
Ze kijkt me boos aan, er niet zeker van of ze me kan vertrouwen om aan haar hoge verwachtingen te voldoen. Uiteindelijk ontspant haar gezicht een beetje. ‘Je moet zeker oefenen voordat je weer aan het werk gaat. Ik had gezegd dat de champagne moet vloeien, en ik wil dan ook dat de champagne vloeit.’
Dat geef ik zo beleefd mogelijk door aan de catering, en het lukt me ook een vergissing met de hapjes te corrigeren zonder dat mijn zusje daar weet van heeft. Tegen de tijd dat ik klaar ben met het mobieltje, is Prues kapsel gedaan en is de kapster naar beneden gegaan om zich op mijn moeder te storten. Prue heeft beslist dat mijn haar wel zonder professionele bemoeienis kan, want ik ben toch maar bruidsmeisje, het zusje van de bruid, dus zal niemand aandacht aan me besteden.
‘Prue…’ zeg ik terwijl ze friemelt aan een rank klimop die uit de chignon is ontsnapt.
Ze kijkt op. ‘Wat?’
‘Prue, ik heb echt spijt van alles. Dat ik me bemoeide met Ben. Hij is een goede man. Jullie worden heel gelukkig samen, dat weet ik zeker.’
‘Uiteraard worden we dat,’ reageert Prue snel, en ze spuit haarlak op de klimop om hem op zijn plek te houden. ‘En laten we eens ophouden met mekkeren over dat stomme pleegechtgenootgedoe.’
Ze draait zich naar me toe, zet haar handen op de knieën en kijkt me ongeduldig aan, en, moet ik zeggen, met een beetje medelijden.
‘Kate, je was doorgedraaid, je was niet goed bij je hoofd en je hebt slechte besluiten genomen. Dat snap ik. Iedereen snapt dat. Dus vergeven we je. Maar als je ooit nog eens je neus in mijn zaken steekt, dan vermoord ik je. Oké?’
‘Oké,’ zeg ik. Dit is per slot van rekening haar bruiloftsdag.
Ze gaat rechtop staan en strijkt de tere kant goed. ‘En jij wordt ook gelukkig, Kate,’ zegt ze, met ineens een zachte uitdrukking op haar gezicht. ‘Ik weet dat je nu denkt van niet, maar het gebeurt. Het is een heel nieuw jaar, een nieuw begin voor ons allemaal. Wacht maar af.’
In haar witte japon en met haar blonde haar lijkt Prue een engel uit een sprookje, uit den hoge neergedaald om me te zegenen. Ik besluit haar te geloven.