17
De kaart ligt in een afvalbak bij het strand. En ik heb hem in stukjes gescheurd voor het geval ik de neiging krijg terug te rennen om hem eruit te vissen. Matt schreef over de e-mails waar ik niet op heb gereageerd. Het wordt tijd daar ook iets aan te doen. En als dat inhoudt dat ik naar het kantoor van Baileys moet, een overvolle kamer met mijn hele familie erin, plus ikzelf en mijn huisgenoot en pleegechtgenoot, dan moet dat maar.
Toen mijn ouders het bedrijf begonnen, huurden ze een verdieping van een huis in een zijstraat van Broad Street. Het was vast hun bedoeling naar iets groters te verkassen wanneer het bedrijf een succes werd, maar daar zijn ze nooit aan toegekomen. Ze hebben ook nooit aan herinrichting gedacht. Het is niet het soort kantoor waar je gaat vergaderen, want toeristen gaan meteen naar hun gehuurde vakantiehuisje, of ze verzamelen zich in het plaatsje of bij de Cobb voor een wandeling met gids. Niemand kwam ooit langs op kantoor, niemand werd ooit verwijderd. Net als de kliffen van Lyme werd nieuw materiaal op het oude gestapeld. En dat betekent dat weer op kantoor komen was als terugkeren naar mijn kindertijd. Daar was de poster uit de jaren tachtig voor de dinosauriërwandeling, met bollige belettering en shirts met vleermuisvleugels erop. Voor de toeristen, hoor, niet voor de dinosauriërs. En daar was de ingelijste nieuwsbrief van het Austen Festival, met een woedende, zesjarige Prue, tegen haar wil gestoken in kleren uit een lang vervlogen tijd. Op mijn zeventiende had ik een gruwelijke hekel aan de foto waarop ik gids was van de French Lieutenant’s Woman-wandeling, want de fotograaf had een foto uitgekozen waarop ik met mijn mond open sta en de wind mijn haar door de war had geblazen. Nu verbaast het me dat ik er zo jong op uitzie.
‘Wat doe jij nou hier?’ vraagt Prue wanneer ze opkijkt van haar computer. Er liggen stapels bruidstijdschriften naast de monitor, met allemaal gele memoblaadjes tussen de relevante pagina’s.
‘Dag, lieverd,’ zegt mijn moeder. Ze staat op, zet haar bril af en duwt die in de woeste hoop haar boven op haar hoofd. ‘Kom binnen. Ik hoopte al dat je eens langs zou komen.’
Mijn vader zwaait naar me, maar hij is zo ingespannen naar het scherm aan het turen dat het wel duidelijk is dat hij niet wil worden gestoord. Ben zie ik nergens, maar ik hoor wel dat de wc wordt doorgetrokken en even later verschijnt hij achter me. Hij veegt zijn natte handen af aan zijn broek. Zelfs hier lijkt het niet mogelijk aan zijn slechte gewoonten te ontkomen.
‘Kate!’ roept hij uit. ‘We hadden het net over je. Toch?’
Mijn moeder schudt gauw met haar hoofd, en Prue legt hem met een blik het zwijgen op. Achter de monitor schraapt mijn vader zijn keel. Ik denk dat wordt bedoeld dat ze weinig goeds hadden te zeggen. Ik zou eraan gewend moeten zijn geraakt dat er over me wordt geroddeld, maar ik word nog steeds misselijk wanneer ik het merk.
‘Ben, volgens mij hebben we melk nodig,’ zegt Prue terwijl ze hem veelbetekenend aankijkt.
‘Is dat wel zo?’ vraagt Ben. Hij loopt naar de ijskast. ‘Nee, hoor, er is nog zat.’
‘Nietwaar,’ reageert ze, en ze gaat voor de ijskast staan zodat hij er niet in kan kijken. ‘Ik, eh… Ik heb de melk opgedronken.’
‘Allemaal? Een hele liter?’ Verwonderd wrijft Ben over zijn blonde krullen.
‘Ja. Ik had echt zin in melk. Daarnet, toen jij op de plee zat. Heerlijke melk. Maar nu is er geen melk meer voor in de thee. Kun jij even melk gaan halen? Neem maar geld mee uit de pot.’
Ben schuifelt met zijn voeten en schopt tegen een hoek van een bureau terwijl hij om de beurt alle leden van de familie Bailey aankijkt. Hij heeft het gevoel dat hij eruit wordt gewerkt. Eindelijk pakt hij een handje muntgeld uit het rode blikje bij de deur en loopt bonkend de trap af, waarbij zijn zware voetstappen door het hele pand weerklinken.
De herrie van zijn aftocht is nog maar nauwelijks verstomd of Prue komt op me af en kijkt me beschuldigend aan. Haar bleekblauwe ogen lijken zo op de mijne dat het lijkt alsof ik door mijn jongere ik wordt aangekeken.
‘Denk maar niet dat ik niet weet waar je mee bezig bent.’
‘Prue,’ zegt mijn moeder, ‘dat is niet de manier om…’
Prue valt haar in de rede. ‘Ben heeft het ons verteld, moet je weten.’
‘Wat heeft hij verteld?’ vraag ik. Ik vraag me af wat Ben te klagen kan hebben sinds hij in de bungalow van oma Gilbert is getrokken. Dat hij mijn hond niet als afvalbak mag gebruiken? Dat ik niet het laatste nummer van Grazia had gekocht voor als hij moet poepen?
‘Lieverd,’ zegt mijn moeder, en ze komt tussen mijn zusje en mij staan. Ze pakt mijn hand en knijpt daar zachtjes in. ‘Prue wil alleen maar zeggen dat we ons zorgen om je maken. Ben heeft verteld dat het huis behoorlijk is vervuild sinds hij er is komen wonen. Hij zegt dat je nooit opruimt en schoonmaakt, en dat is niks voor jou.’
‘Vervuild?’ zeg ik. Ik krijg het ongemakkelijke gevoel dat ik in mijn eigen zwaard ben gevallen.
‘Je wilt hem weg hebben, hè?’ zegt Prue met de handen in de zij. ‘Ik weet best welk spelletje je speelt, zo was je ook toen we onze slaapkamer moesten delen. Je denkt dat als je er een puinzooi van maakt, hij wel zal weggaan. Nou, dat doet hij niet.’
Ik schiet in de lach omdat mijn slimme plannetje zo vreselijk verkeerd wordt begrepen, maar dan besef ik dat als ik uitleg dat mijn huis smerig is omdat ik haar aanstaande echtgenoot opvoed, dat heel verkeerd kan overkomen. Prue heeft altijd een grote hekel gehad aan invloed van mij. Je zou zelfs kunnen zeggen dat haar puritanisme voortkomt uit een poging zo min mogelijk op me te lijken.
‘Ja, lach maar,’ zegt Prue. ‘Maar je krijgt hem niet weg. Ook al ben je nog zo’n vuilpoets.’
‘Een vuilpoets?’ zeg ik. ‘Jemig, Prue, het is juist jouw stomme verloofde die niet snapt dat je een bord in de vaatwasser kunt zetten. Ik ben geen vuilpoets, ik ruim alleen maar niet alles achter zijn kont op. En als dat een misdaad is, mag je me nu meteen in de boeien slaan, agent.’
Mijn moeder kijkt opgelucht. ‘O, is dat het? Ik moet toegeven dat het me bevreemdde, want je bent altijd zo netjes.’
‘Bij jou kun je nooit een glas neerzetten zonder dat je meteen een onderzettertje komt brengen,’ beweert mijn vader vanuit zijn hoekje, alsof dat helpt.
‘Ik heb niet geklaagd toen Ben bij me kwam wonen,’ zeg ik tegen Prue. ‘Maar ik ga niet met een veger en blik achter hem aan rennen en zijn rommel opruimen zoals zijn moeder dat doet.’
‘Je hebt toch niks anders te doen,’ mompelt Prue.
‘Wat bedoel je daar nou weer mee?’
‘Meisjes, meisjes,’ zegt mijn moeder streng.
Maar Prue kan niet ophouden. ‘Je doet toch niks? Ben helpt met het bedrijf, een familiebedrijf waar jij nooit in geïnteresseerd bent geweest, wil ik er nog bij zeggen. Hij is bezig de bruiloft te regelen, en hij gaat hier wonen. En wat doe jij? In cafeetjes rondhangen met oude dames. O ja, ik heb je wel gezien met de oude mevrouw Klepto Curtis in de Bay Tea Shoppe.’
‘Klepto Curtis?’ vraag ik, en ik kijk van Prue naar mijn moeder.
Mijn moeder vindt het tijd worden dat ze zich er eens mee bemoeit. ‘Prue, het is niet aardig om op die manier over mevrouw Curtis te praten. Ze is geen kleptomaan.’
‘Mam,’ zegt Prue terwijl ze zich op haar bureaustoel laat ploffen. ‘Ze achtervolgt het hele seizoen toeristen en drinkt thee op hun kosten. In juni heeft nog iemand over haar bij de politie geklaagd.’
‘Maar ze steelt niet,’ houdt mijn moeder vol. ‘Ze is gewoon een beetje in de war.’
‘Zo erg in de war lijkt ze me niet,’ zeg ik. Eigenlijk lijkt ze me behoorlijk bij.
‘Verander niet steeds van onderwerp,’ zegt Prue. ‘Het gaat erom dat iedereen zich een slag in de rondte werkt, en jij lummelt maar een beetje, jij drentelt door de stad met niks te doen. Zou je eraan doodgaan als je een beetje begrip kon opbrengen voor de drukte waarmee Ben zich geconfronteerd ziet? Misschien heeft hij geen tijd om de kranen tot je tevredenheid te poetsen.’
‘Ik doe niet niks,’ zeg ik.
‘Nee?’ sneert Prue. ‘Wat doe je dan zoal? Waar ben je al je tijd aan kwijt? De hond uitlaten? Met diepe gedachten uitkijken over de zee? Denk maar niet dat we je impressies van de French Lieutenant’s Woman niet hebben opgemerkt. Iedereen heeft je gezien.’
Ik haal diep adem. Typisch iets voor Prue om zo meedogenloos en correct te praten over mijn doelloze omzwervingen. Ik kan niet ontkennen dat mijn dagelijkse rooster van hond uitlaten en theedrinken niet erg ijverig lijkt. Ik ben niet iets achter me aan het laten. Ik verspil gewoon mijn tijd.
Mijn vader kijkt op van het scherm en wacht op mijn reactie, en zelfs mijn moeder neemt het niet meteen voor me op. Dat houdt in dat ze het gedeeltelijk eens zijn met Prue. En ja, zelfs ik ben het met Prue eens. Maar als ze denkt dat ik dat ga toegeven, heeft ze het mis.
‘Ik ben de bungalow van oma Gilbert aan het moderniseren, als je het wilt weten,’ zeg ik. Dat is een snelle leugen. ‘Ik heb het er met de makelaar over gehad.’
Ik hoop maar dat Prue geen navraag gaat doen bij de makelaar, want hij zal toegeven dat we het over een opknapbeurt hebben gehad, maar hij zal haar ongetwijfeld ook vertellen dat ik er totaal geen zin in had zelf iets ter hand te nemen. In Londen hadden we daar werklui voor, en mijn kennis van doe-het-zelven reikt niet verder dan op een kleurenkaart aanwijzen in welke kleur iemand anders mijn muren moet verven.
Maar zodra ik het heb gezegd, dringt tot me door dat het een geweldig idee is. Ik heb iets nodig om mijn onrustige gedachten op te concentreren, en misschien is dit precies goed.
‘Jij? Iets aan een huis doen? Wanneer heb je besloten dat te gaan doen?’ vraagt Prue op hoge toon.
‘Nou, nog niet zo lang geleden,’ antwoord ik. Vijf minuten geleden ongeveer.
‘O.’ Ze slaat haar armen over elkaar. ‘Dan had je daar eerst met mij over moeten overleggen. Oma Gilbert heeft het huis aan ons allebei nagelaten. Je kunt het niet zomaar in wilde kleuren verven en zo. Ik bedoel, je hebt een depressie. Je kunt de muren maar beter niet zwart verven.’
‘Wie zegt dat ik een depressie heb?’ vraag ik.
‘Niemand, lieverd,’ reageert mijn moeder zo gauw dat het wel duidelijk is dat ze het denkt.
‘Nou, ik heb geen depressie. En Prue, ik doe dit eigenlijk voor ons allebei.’
‘O?’ vraagt Prue.
‘Nou…’ Ik moet freestyle denken, maar terwijl ik dat doe, staat alles me steeds helderder voor ogen, alsof ik er echt lang en diep over heb nagedacht. ‘De makelaar zei dat het huis van oma Gilbert best verkocht kan worden als het een facelift heeft gekregen. En Ben en jij kunnen vast wel iets op jullie spaarrekening gebruiken, toch?’
Ik zeg maar niet dat ik het geld ook goed zou kunnen gebruiken. Mijn spaargeld is bijna op, en ik heb geen flauw benul hoelang het gaat duren totdat Matt en ik ons hebben en houden hebben verdeeld. Van de bungalow van oma Gilbert wordt niemand rijk, maar met de opbrengst zou ik best een nieuwe start kunnen maken.
‘Je hebt geen flauw benul van waar je mee bezig bent,’ zegt Prue. ‘Stel dat je alles veel erger maakt?’
Ik kijk haar kwaad aan.
‘Meisjes,’ zegt mijn moeder waarschuwend. ‘Ik vind het een geweldig idee, Kate, lieverd. Echt heel slim van je om daaraan te denken. En Prue, omdat Kate het ook voor jou doet, zou je tegen Ben kunnen zeggen dat hij beter zijn spullen moet opruimen. Want de makelaar zou elk moment met een kijker kunnen langskomen.’
Mijn vader snuift achter het computerscherm. ‘Er zal meer nodig zijn dan verf om dat huis te verkopen.’
‘Hou je mond, pap,’ zegt Prue, die voor een keer aan mijn kant staat. ‘Ik zou mijn helft van de opbrengst in het kantoor kunnen steken. Eindelijk tot actie overgaan. Ik heb plannen genoeg.’
Mijn vader kijkt geschrokken. ‘Nu al? Heb je het niet te druk met de bruiloft om Baileys nu al te veranderen? Ik dacht dat we hadden besloten langzaam aan te doen.’
‘Je weet toch dat het bedrijf bij mij altijd op de eerste plaats komt?’ Prue recht vastberaden haar rug.
Mijn vader kijkt naar de bruidsbladen, en ze volgt zijn blik.
‘Bruiloften zijn tegenwoordig een hele industrie, pap,’ zegt ze. ‘Ik doe research. Straks kijk je niet meer zo, wanneer Baileys ervan profiteert.’
Ze ziet de blik die mijn vader en moeder wisselen.
‘Wacht maar. Ik heb voor iedereen plannen gemaakt.’
Daar twijfelt niemand aan.
Terwijl Prue en mijn vader over de toekomst van Baileys praten, maak ik van de gelegenheid gebruik om op Bens computer naar mijn e-mails te kijken. Maar hij komt al terug met de melk voordat ik meer heb kunnen doen dan zien dat Matt elke dag een mailtje heeft gestuurd, en Sarah ook.
Ik delete ze allemaal. Ik ben naar Lyme gekomen om een nieuwe start te maken. Het doet me vast geen goed om maar te blijven treuren om het verleden.