12

Ibiza

Dat jaar was het op het eiland heel anders. Vroeger logeerde ik midden in San Antonio. Daar deelde ik een appartement met Sarah omdat we dezelfde werktijden hadden en elkaar niet hoefden wakker te maken wanneer we op verschillende tijden thuiskwamen. Niet dat we veel in het appartement waren, we sliepen er eigenlijk alleen een paar uur tussen het regelen van het Hitz op Ibiza-evenement en het na afloop van onze werkzaamheden zoveel mogelijk dansen door. Ik had te veel collega’s meegemaakt die er helemaal voor gingen om onder werkuren feest te vieren. Sarah had bijvoorbeeld haar baan gekregen omdat haar voorganger een paar jaar geleden was verdwenen na een vierentwintig uur durend gelag. Maar in de avond was alles mogelijk, mits je maar op tijd uit je bed kon komen. En wat er ook was gebeurd, ik kwam uit bed. Zo laat mogelijk.

Matt had een heel andere kijk op het eiland. Hij eiste dat het team werd ondergebracht in een villa buiten de stad, een villa met balkonnetjes, olijfbomen en een zwembad. Ik had het appartement in San Antonio nog wel, maar tot nog toe had ik elke avond in de villa geslapen, en omdat de anderen van het team altijd maar uitgingen, hadden we het huis zowat voor onszelf.

‘Bailey met de Ballen,’ fluisterde hij in mijn oor.

Ik schoof naar zijn kant van het bed. ‘Mmm,’ zei ik terwijl ik mijn hoofd met gesloten ogen naast het zijne liet rusten.

Hij schoof zijn arm onder me door en trok me tegen zich aan. ‘Sta op.’

‘Hoe laat is het?’ vroeg ik, en ik opende een van mijn ogen een beetje. Matt had verteld, op die ergerlijk volwassen manier waardoor het leek alsof hij overal alles van wist, dat in Ibiza bijna alles wit is geverfd om de hitte van de zon te weerkaatsen. Maar jemig, het is heel erg wreed om al dat wit zo vroeg op de dag voor je kiezen te krijgen. Zelfs binnen weerkaatsten alle oppervlakken de hitte van de zon. Het was als ontwaken onder het felle licht in een tandartsstoel.

‘Zes,’ zei Matt.

‘Zes? Getsie, waarom maak je me om zes uur wakker? Ik ben pas om twee uur in bed gestapt.’ Ik trok de deken over mijn hoofd. Ik ben alleen in zes uur ’s ochtends geïnteresseerd als ik mijn bed nog niet heb gezien. Anders wil ik niet eens weten dat er zoiets als zes uur ’s ochtends bestaat.

‘Weet ik,’ zei Matt. ‘Je maakte me wakker om maar door te gaan over een ruzietje dat je met een presentator had gehad.’

‘Sorry,’ mompelde ik beschaamd onder de dekens. Mijn herinneringen aan de afgelopen avond waren een beetje wazig. Ik had tot veel te laat met Sarah, Kirsty en anderen in een café gezeten terwijl we ons kwaad maakten over de idiote eisen die een actrice met divakuren uit Hollyoaks stelde. Ik dacht dat ik er al mee klaar was voordat ik thuiskwam bij Matt. Niet dus.

‘Kom op,’ ging Matt door, en hij kietelde me. ‘Ik wil je iets laten zien.’

Ik trok de dekens van mijn gezicht en keek naar Matt, die er afzichtelijk wakker uitzag, en gebronsd afstak tegen de witte lakens.

‘Matt, als je me je pik wilt laten zien, dan wil ik dat pas na achten. Op zijn vroegst. En ik wil hem ook niet voelen. Begrepen?’

‘Geloof me,’ reageerde Matt met een grijns. ‘Niet alles heeft met wippen te maken.’

Ik snoof ongelovig. Sinds Matt en ik na het kerstfeest hadden gevrijd, ging het nauwelijks over iets anders dan wippen. Ik had een klantenkaart gekregen bij de plaatselijke schoonheidssalon, zo vaak had ik me daar laten waxen. We gingen bijna nooit uit, we hadden geen van de dingen gedaan die nieuwbakken paartjes doen zoals hand in hand in de bioscoop zitten of tijdens het uit eten gaan lieve woordjes fluisteren. We deden aan seks. Heel vaak.

‘Ik meen het, Kate,’ hield Matt vol, en hij rukte aan de dekens. ‘Je bent ’s ochtends onweerstaanbaar, maar daar gaat het nu niet om.’

Ik fronste mijn wenkbrauwen. Ik hou niet zo van verrassingen, tenzij ik ze zelf organiseer. ‘Waar gaat het dan om?’

‘Kleed je aan en kom over tien minuten naar buiten,’ zei hij.

Ik slaakte een diepe zucht. ‘Sarah komt me om tien uur halen,’ waarschuwde ik hem.

‘Dan zijn we wel terug,’ beloofde Matt. ‘Vertrouw me nu maar.’

En vreemd genoeg vertrouwde ik hem.

Dus hoewel het pas zes uur was en ik nergens anders in geïnteresseerd was dan in slapen, sleepte ik me uit bed en trok een spijkerrokje en een topje aan. Ik borstelde mijn haar uit mijn gezicht en zette een zonnebril op tegen het felle licht dat pijn deed aan mijn ogen.

Buiten zat Matt op een scooter en liet de motor brullen.

‘Kun je daar wel op rijden?’ vroeg ik zenuwachtig. Plotseling leken mijn kleren, perfect voor op een warme ochtend, hoogst ongepast. Alsof ik aanbood dat mijn blote armen en benen gekaasschaafd mochten worden op het asfalt van Ibiza.

‘Nee.’ Matt grijnsde. ‘Maar hoe hard kan zo’n ding nou gaan? Zet dit op.’

Hij overhandigde me een helm, die ik tegen mijn zin aannam.

‘Kom op,’ zei hij. ‘Ik beloof dat ik voorzichtig zal zijn. Ik wil je geen pijn doen.’

‘O, dat zeggen jongens allemaal,’ reageerde ik plagerig, in een poging met luchthartigheid mijn angst weg te krijgen. Matt klopte op de zitting achter hem, en ik zei tegen mezelf dat ik me niet moest aanstellen.

Als in Londen iemand me had gevraagd of ik bij iemand die nog nooit op een motor had gereden achterop zou klimmen, zou ik zonder erover na te hoeven denken nee hebben gezegd. Maar Matts enthousiasme werkte aanstekelijk, en het was een prachtige ochtend, helder en nog zo koel dat ik kippenvel op mijn armen kreeg. Ik doe het gewoon, dacht ik.

Ik had me geen zorgen hoeven maken. Ik had geen idee waar Matt de scooter had gehuurd – voor ons werk werden we rondgereden in dure auto’s met airconditioning die de sponsors voor ons hadden gehuurd – maar het werd al snel duidelijk dat we niet zouden worden opgepakt voor het overtreden van de snelheids limiet. De motor reed sputterend de steile en stenige oprit bij de villa op, en toen we dan eindelijk bij de weg kwamen, was ik zo ontspannen dat ik me niet meer als een babyaapje aan hem vastklampte.

We gingen niet naar rechts in de richting van San Antonio, maar Matt stuurde ons in de richting van Santa Inés; althans, dat stond op het bordje. Het is raar, want ik ben ontelbaar vaak op Ibiza geweest, maar dat was altijd voor mijn werk, en het is nooit bij me opgekomen het eiland te gaan verkennen. Ik weet dat er een geweldig Ibiza bestaat buiten de clubs en de feesten met schuim en de zonverbrande toeristen, maar als ik met vakantie zou gaan, ging ik hier absoluut niet naartoe om er meer van te zien. Ik vond het prima om er te zijn, mijn werk te doen, te veel te drinken en weer weg te gaan. Maar ik zou net zo goed in Blackpool of Bognor kunnen zijn, zo weinig aandacht besteedde ik aan de omgeving.

Terwijl we in een komieke vaart verder tuften, zag ik het eiland voor de eerste keer pas echt. Door het lawaai van de sputterende motor kon ik niets tegen Matt zeggen, dus liet ik mijn gedachten meedwalen met mijn blik. Geiten knabbelden aan takken langs de weg en lieten zich niet door ons storen. Ik zag er eentje die bezig was met een plastic tasje. Ik vroeg me af wie er allemaal zouden wonen in de huisjes in de heuvels. Dat waren geen vakantiehuisjes voor toeristen, maar oude witgekalkte huizen waar de was buiten wapperde en waar vlakbij een roestige watertank stond. Het leek allemaal heel ver weg van de dingen die ertoe deden. Ik leed aan de angst van een voormalig meisje uit de provincie om niet dicht in de buurt van een stadscentrum te zijn.

Mijn gedachten waaierden uit net zoals het landschap, en het zoemen van de motor verdreef alle zorgen. Ik had elk gevoel voor tijd verloren toen we weer naar beneden reden in de richting van een verrassend turkooizen baai. Het water was zo helder dat ik de stenen en het koraal op de bodem kon zien, en het zeewier dat langzaam mee wiegde met het getij. Twee vissersbootjes waren aan boeien aangemeerd, de verf bladderend van hun houten romp en de netten over de rand te drogen hangend. Toen Matt bij een verweerde oude hut stopte, keken de vissers aan een tafel op van hun ontbijt en knikten ons toe.

‘Hier is het,’ merkte Matt stralend op, zo trots alsof hij dit ansichtkaartlandschap helemaal zelf had geschapen. ‘Wat vind je ervan?’

‘Geweldig.’ Met een zucht nam ik alles verheerlijkt in me op.

De rotswanden eromheen waren hoog, zodat we verborgen waren voor de rest van het eiland, beschermd bij deze baai. Het was moeilijk voor te stellen dat de flats van San Antonio slechts een paar kilometer verderop stonden. Hier zagen we achter de omsluiting van de baai uitsluitend de zee die zich nergens door gehinderd uitstrekte tot de horizon, alsof die eeuwig doorliep.

Matt boog zich naar me toe en drukte een kus op mijn neus. ‘Zelfs met een helm op zie je er leuk uit.’

‘Hou toch op.’ Met een lach zette ik het ding gauw af. Niemand ziet er leuk uit met een helm op, dat wist ik best.

Matt pakte mijn hand en trok me mee naar de andere tafel bij de hut, een roestige metalen tafel die verontrustend wiebelde. Toen ik in de hut tuurde, waarin het donker was in vergelijking met het felle licht buiten, zag ik nog twee tafels en een ruwe toog waar nog meer vissers bij stonden. Hun gele broeken die geen water doorlieten hingen over de stoelen, en ze waren zelf aan het drinken. Het werk zat er voor hen op, en hun ontspannen houding was aanstekelijk. Bijna vergat ik dat ik nog een hele dag moest werken, want het voelde alsof ik alles achter me had gelaten. Ik hief mijn armen hoog en geeuwde luidruchtig in de zonneschijn.

‘Verveelt het uitzicht je nu al?’ vroeg Matt terwijl er een grijns op zijn gezicht kwam omdat ik zo duidelijk zichtbaar ontspande.

‘Ja, ontzettend.’ Ik lachte terug. ‘Ongelooflijk dat je me naar zo’n afzichtelijke plek hebt gereden. Moet je kijken! Er is niet eens een deejay!’

Hij schoot in de lach. ‘Ik wist wel dat het je hier zou bevallen. Trouwens, je kunt hier alleen kiezen uit vis of vis, met een beetje vis erbij. Maar de koffie is top!’

‘Klinkt goed,’ zei ik. Hoewel ik gewoonlijk als ontbijt een half geroosterd boterhammetje onderweg naar de bushalte at, rammelde mijn maag bij de geur van gebakken vis die uit de keuken kwam.

De baas van de onderneming kwam de hut uit en veegde zijn stevige handen af aan zijn schort vol vlekken. Zijn diep gebruinde gezicht was door de zon gerimpeld, en onder indrukwekkende, warrige zwarte wenkbrauwen keek hij ons aan. Een menu was er niet, hij kwam gewoon bij onze tafel staan en trok vragend een wenkbrauw op.

Si?’

Ik lachte zo aanminnig mogelijk in de hoop dat een vrolijk gezicht het gebrek aan Spaans zou goedmaken. Maar de man trok alleen maar zijn andere wenkbrauw ook nog op.

Tot mijn verbazing ging Matt ineens praten in wat in mijn ongeoefende oren klonk als perfect Spaans. Hij gebaarde naar de vissers en toen naar ons tweetjes, en beantwoordde de vragen van de eigenaar heel zelfverzekerd. Mijn mond viel open.

Op het gezicht van de eigenaar verscheen een brede lach, waarbij een gouden tand werd onthuld die fonkelde in de zon, als een blinkende beloning voor Matts onverwacht vloeiende beheersing van het Spaans. Hij sloeg Matt hartelijk op de rug en vertelde een heel verhaal in het Spaans waar ik geen woord van verstond. De vissers aan de andere tafel keken lachend op en eentje hief het glas naar ons.

‘Sinds wanneer spreek je Spaans?’ vroeg ik nadat de eigenaar grinnikend terug naar binnen was gegaan.

‘Onder de indruk?’

‘Natuurlijk,’ zei ik. ‘Je hebt veel verborgen talenten, Matt Martell.’

‘Ik ben blij dat je dat eens gaat inzien.’ Hij boog zich naar me toe, onze lippen beroerden elkaar, en de vissers gingen fluiten. Grijnzend lieten we elkaar los en hielden elkaars hand vast onder de tafel, waar de vissers het niet konden zien.

‘Wat was dat nou allemaal vannacht?’ vroeg Matt terwijl hij met zijn duim mijn handpalm kietelde.

Met tegen de zon tot spleetjes geknepen ogen keek ik hem aan. ‘Je zei toch dat ik je dat allemaal had verteld?’

‘Je hebt het ook verteld. Maar ik had niet gezegd dat ik luisterde.’

‘Nou ja, er was een heel gedoe met een van de presentatoren,’ zei ik. Ik trok mijn hand weg en leunde naar achteren. ‘Er was iets met haar ogen. Waarschijnlijk is zo’n valse wimper in haar oog gekomen, maar ze ging er maar over door. Ze weigerde om zonder oogdruppels het toneel op te gaan. Alleen had ze geen oogdruppels. En wij konden er haar natuurlijk geen geven.’

‘Waarom niet?’ vroeg Matt.

Ik staarde hem aan. Soms vroeg ik me af of Matt wel bij hetzelfde bedrijf werkte. Hij leek nooit iets te begrijpen van de compromissen en stiekeme manoeuvres die voor mij een tweede natuur waren.

‘Weet je wel hoeveel geld ze ons via de rechter zou kunnen aftroggelen als ze allergisch voor de druppeltjes blijkt te zijn?’

‘Erg onwaarschijnlijk, toch?’ Matt snoof.

‘Dat kun je wel zeggen, maar jij bent niet degene die het risico moet inschatten. Mijn baan zou op het…’ Gauw hield ik mijn mond.

Matt schoot in de lach, met zijn hoofd in de nek geworpen in de zon. ‘Zou je baan op het spel komen te staan? Wilde je dat soms zeggen?’

‘Hou je kop,’ zei ik gespeeld mokkend. ‘Je begrijpt er niks van.’

‘O, maar ik doe heel erg mijn best iets van je te snappen, Bailey met de Ballen,’ reageerde hij. ‘Nou, en toen?’

‘Toen stuurde ik een van de stagiaires naar de apotheek om alle oogdruppels te kopen die er maar waren.’

Matt knikte.

‘En toen zette ik die allemaal in haar kleedkamer toen ze even naar de wc was. En toen ze terugkwam, zei ik alleen maar: “Staan daar geen oogdruppeltjes?” En ze gebruikte ze en alles was in orde.’

Matt schudde zijn hoofd. ‘Wat een hoop gedoe om niks. Ik snap niet waarom je haar niet gewoon oogdruppeltjes kon geven. Ik bedoel, het is Hitz op Ibiza, niet het doorspelen van een microfilm in het Berlijn van tijdens de Koude Oorlog.’

‘Zo gaat dat niet, Matt,’ zeg ik geërgerd. Eigenlijk was ik best trots op hoe ik het had opgelost. Ik had gedacht dat hij wel onder de indruk zou zijn van mijn oplossing en die niet zou wegwuiven.

‘Zo gaat het als je dat wilt,’ zei hij. ‘Volgens mij kick je op al dat gedoe.’

‘Hou toch op!’ snauwde ik. ‘Ik kick er helemaal niet op.’

Hij wilde maar niet snappen dat je tegen beroemdheden geen nee kunt zeggen. Zo ging dat niet. Je moest iets verzinnen om hen te laten doen wat je wilde en hen ondertussen laten denken dat ze het zelf hadden verzonnen.

Voordat we ruzie konden krijgen, kwam de eigenaar aanzetten met een enorme schaal kleine gefrituurde visjes met niets anders erbij dan een halve citroen en twee servetjes.

Ik maakte het gebaar van bestek, waarop de eigenaar hard moest lachen en me op de rug sloeg. Vervolgens liep hij weg, nog steeds hard lachend, alsof ik een geweldige grap had gemaakt.

Nadat we hadden gegeten, likte ik het laatste citroensap en zoutige restjes van mijn vingers. We zaten nu alleen bij de hut, want de vissers waren een paar minuten daarvoor vertrokken. Eerst hadden ze nog ten afscheid onze handen geschud omdat we dikke vrienden waren geworden, waarna ze aan boord gingen, de motor startten en roepend de baai uit voeren.

Ik keek naar de zee en de golven die op het rotsige strand klotsten. Het geluid van kiezels die door het water werden terug getrokken de zee in, was heel rustgevend. Het gejakker voor Hitz op Ibiza leek iets te zijn wat op een heel ander eiland plaatsvond.

Toen de eigenaar de borden kwam halen, riep hij iets naar iemand achter de toog, en even later werden twee piepkleine glaasjes, tot de rand gevuld met een verdacht groenige vloeistof, voor ons neergezet.

‘O nee, niet voor mij,’ zei ik, want ik leed nog onder de gevolgen van het bier van de avond tevoren.

‘Kom op, Kate.’ Matt lachte. ‘Ik dacht dat je door en door een feestbeest was. Breng me nou niet in verlegenheid, met onze nieuwe vrienden erbij.’

‘Maar dit was ons ontbijt! En je moet nog rijden…’

Schouderophalend pakte Matt zijn glaasje op. ‘Het is er maar eentje, en een beetje lol kan geen kwaad.’

De eigenaar schoof het glaasje mijn richting uit met een vinger die op een goed gevulde worst leek.

‘Hierbas Ibicencas. Ik zelf maken,’ zei hij terwijl hij trots de vinger op zijn borst zette.

Matt stak zijn glaasje naar me uit, en ik pakte het mijne. We klonken in de zonneschijn en dronken de inhoud in één keer op. Ik proefde anijs en voelde iets vurigs door mijn keel helemaal naar mijn maag gaan, waar het branderige gevoel zich verspreidde totdat ik kon zweren dat mijn tenen er zelfs warm van werden.

Met een gretige blik hield de eigenaar ons in de gaten.

Gracias,’ kuchte ik in mijn beste Spaans. Mijn wangen gloeiden. ‘Gracias, het was, eh, muy delicioso.’

Stralend wreef hij over zijn maagstreek en zei iets wat ik niet verstond, maar ik begreep dat het goed was voor de spijsvertering en dat mijn maag me dankbaar zou zijn voor deze vroege shot. Mijn maag, die nog leed onder de excessen van de afgelopen avond, was een heel andere mening toegedaan.

‘Ik ga even naar binnen,’ zei Matt, en hij stond op en trok zijn portemonnee uit de zak van zijn korte broek. Het was lief van hem dat hij altijd overal voor betaalde zonder er iets over te zeggen. In het begin had ik daar bezwaar tegen gemaakt, maar hij had gezegd dat hij het prettig vond, dus tegenwoordig liet ik hem maar begaan. Ik keek hem na toen hij in het donkere cafeetje verdween.

De eigenaar haalde onze glaasjes op en legde ze in zijn enorme hand. ‘Una mas?’ vroeg hij.

‘O, nee, gracias.’ Ik schudde mijn hoofd.

‘Uw vriend?’ vroeg hij met een hoofdbeweging in de richting van de hut. ‘Nog eentje voor uw vriend?’

Ik keek naar hem op en kneep mijn ogen achter mijn zonnebril tot spleetjes. ‘Nee, gracias,’ zei ik weer. Ik wees naar de scooter, die naast de hut stond, en deed toen alsof ik stuurde. ‘Hij moet nog rijden. En, eh, hij is mijn vriend niet, hoor.’

De eigenaar fronste zijn zware wenkbrauwen, en die kwamen boven zijn neus tegen elkaar. ‘Geen vriend.’

‘Nee,’ bevestigde ik, een beetje in de war. ‘Maar we zijn wel bevriend.’

De frons van de eigenaar werd nog dieper, maar ik wist niet of dat vanwege mijn ontkenning was, of omdat hij me niet had begrepen. Eigenlijk wist ik niet goed waarom ik had gevonden dat ik moest uitleggen hoe het zat tussen Matt en mij, en ik vermoedde dat we allebei niet over het vocabulaire beschikten om precies te vertellen wat er aan de hand was. Hoe zeg je in het Spaans dat we alleen maar wipten? Schouderophalend liep hij weg. En toen zag ik ineens Matt, die achter de brede rug van de eigenaar verborgen had gestaan tijdens ons moeizame gesprekje.

‘Klaar?’ Met een glimlach schoof ik mijn stoel weg van de tafel. ‘Sarah komt me straks halen, we kunnen maar beter teruggaan.’

Matt keek woedend. ‘Wat heb je daarnet tegen hem gezegd?’ vroeg hij.

‘Eh, dat het drankje lekker was,’ antwoordde ik aarzelend terwijl ik opstond. ‘Maar alleen omdat ik het Spaanse woord voor afbijtmiddel niet ken.’

‘Nee. Ga zitten,’ zei Matt. ‘Je weet best dat ik dat niet bedoel. Wat vertelde je hem over ons?’

Ik lachte nerveus. ‘Over ons? Kom op nou, Matt, wat bedoel je met “ons”?’

‘Je zei… Ik heb het wel gehoord, hoor! Je zei dat we gewoon bevriend waren. Denk je er echt zo over? Dat we al sinds Kerstmis met elkaar omgaan, dat we zowat elk weekend bij elkaar zijn, en dat we toch gewoon maar bevriend zijn?’

‘Waar ben je mee bezig, Matt?’ vroeg ik. ‘Het was een ontzettend fijne ochtend. Waarom moet je ineens alles verpesten?’

‘Dus ik verpest alles,’ zei Matt op bittere toon. ‘Kate, ik doe heel vaak mijn best het over onze relatie te hebben, maar jij wuift dat steeds weg.’

‘Relatie?’ vroeg ik spottend. ‘Matt, we wippen alleen maar samen. Dat is geen relatie.’

Matt keek steeds kwader. Hij had zijn handen tot vuisten gebald. ‘Is dat alles voor je? Kate, ik heb steeds weer mijn best gedaan er met je over te praten, ik heb mijn best gedaan je voor te stellen aan mijn vrienden en je kennis te laten maken met mijn ouders. En je blijft je maar verzetten. Wil je niet dat dit meer wordt dan alleen maar seks? Wil je geen relatie hebben? Of wil je geen relatie met mij?’

Ik keek schouderophalend naar de grond. De oranje nagellak was een beetje van mijn grote teen af. Waarom moest Matt alles verpesten? Het ging toch prima? Ik voelde me gevangen. Plotseling leken de steile rotswanden om ons heen bedreigend en somber.

Nog met gebalde vuisten stapte Matt op me af. Aan zijn trillende stem hoorde ik dat hij erg zijn best deed zijn woede te onderdrukken.

‘Kijk, ik weet dat je hebt gezegd dat je niet aan relaties doet, maar sorry, hoor, je zit wel in een relatie. Je hebt een relatie met mij. Hoe je het ook wilt noemen – vriendschap met een extraatje of zo – het ís een relatie. Word eens volwassen, leer ermee om te gaan.’

‘Ik ben al volwassen, Matt Martell,’ snauwde ik. Ik stond op om hem beter te kunnen aankijken. ‘Hoe dúrf je, verdomme!’

‘Nee, je bent net een tiener,’ zei hij. ‘Je zorgt ervoor dat je zelf lol hebt en denkt niet aan de gevoelens van anderen. Hoe denk je dat ík me voel als je me zomaar afschrijft? Als ik je een volkomen onbekende hoor vertellen dat we gewoon maar bevriend zijn?’

Ik ging bibberen. Op het werk vertrek ik mijn gezicht niet eens bij onenigheid. Ik durf zelfs te zeggen dat ik wel van zo’n confrontatie houd, vooral als ik als winnaar uit de strijd kom, wat meestal het geval is. Maar dit was een heel ander soort confrontatie. Dit was persoonlijk en ging over wie en wat ik was. Gedeeltelijk had ik wel medelijden met Matt. Ik zag aan hem dat hij zich gekwetst voelde. Maar ik was voornamelijk razend om zijn beschuldigingen.

‘Jezus, Matt, waar haal je het allemaal vandaan? Maandenlang vond je het allemaal best, en nu klink je als een meisje dat het ineens over gevoelens en dat soort onzin wil hebben.’

‘Het is geen onzin,’ zei Matt. ‘Misschien zou jij eens meer een meisje moeten zijn, misschien zou jij eens gevoelens moeten hebben, in plaats van mij te beschouwen als iets waar je mee kunt wippen als het je uitkomt. Soms vraag ik me weleens af of je me wel aardig vindt.’

‘Je bent niet iets om mee te wippen,’ zei ik terwijl de tranen me in de ogen sprongen. Mijn stem trilde. ‘En ik mag je graag.’

‘Nou, dan toon je dat op een heel merkwaardige manier,’ snauwde Matt. Achter hem kon ik de eigenaar naar ons zien kijken; hij begreep duidelijk niet waarom we van twee gelukkige, elkaars hand vasthoudende klanten in een mum van tijd waren veranderd in twee woedende halvegaren die tegen elkaar stonden te schreeuwen.

Ik barstte in tranen uit.

‘Nee,’ zei Matt. ‘Dat is niet eerlijk, Kate.’

‘Ik ka-an er n-niets aan doe-oen,’ jammerde ik.

Matt haalde zijn handen door zijn haar, alsof hij op het punt stond het uit te trekken. Uiteindelijk kwam hij toch naar me toe en sloeg een arm om me heen.

‘Bailey met de Ballen,’ fluisterde hij in mijn haar.

Ik leunde tegen hem aan. ‘Het spijt me,’ bracht ik snikkend uit. ‘Ik heb je op afstand gehouden. Sorry.’

‘Ik snap het gewoon niet,’ zei hij. ‘Ik mag jou graag, jij mag mij graag. Waarom wijs je me dan af?’

‘Dat weet ik niet. Ik ben hier niet goed in,’ reageerde ik. ‘Het maakt me bang.’

‘Ik dacht altijd al dat je raar was,’ was Matt het iets te snel met me eens.

‘Nee, jíj bent raar,’ zei ik, en er verscheen al een lachje op mijn gezicht.

‘Nee, jíj.’

Ik voelde Matt grinniken. Met mijn hand wiste ik de tranen van mijn wangen.

‘Kate,’ zei Matt, en hij hield me bij de schouders vast en duwde me een klein eindje van zich af, zodat ik naar hem op moest kijken. ‘Laat het duidelijk zijn: ik ben je vriend. Begrepen?’

Ik knikte, met mijn kaken stevig op elkaar zodat mijn lippen niet konden trillen.

‘Ik ben niet iets om mee te wippen,’ zei hij. ‘Ik ben geen bevlieging. We zijn niet gewoon bevriend.’

‘Oké,’ zei ik.

‘En ben jij mijn vriendin?’

‘J-ja,’ bracht ik met moeite uit.

In de ochtendzon, vol met visjes en dronken van de zonneschijn, Hierbas Ibicencas en hoop, leek het een belofte waar ik me wel aan kon houden. Een relatie.

Misschien kon ik wel een relatie met iemand hebben.