8

Toen ik alle communicatiemiddelen op de keukentafel in Londen had achtergelaten, had dat geleken op een theatrale verklaring van mijn bedoelingen. Matt Martell, je kunt de pot op, je kunt me nooit meer bereiken. Maar zoals met de meeste van dit soort theatrale verklaringen het geval is, leek het een weekje later op een vlaag van waanzin. Uiteraard heeft het Matt bij me weggehouden, maar het heeft mij ook weggehouden van alles en iedereen. Niet dat ik stapels mailtjes had verwacht, of dat ik belangrijke dingen te doen heb, want laten we wel wezen, de belangrijkste mailtjes die ik tegenwoordig ontvang, gaan over bestellingen via internet. Maar ik was vergeten dat ik moet kijken wat ik nog op de bank heb staan, al was het maar om mijn tegoed te zien leeglopen, en ik moet via internet rekeningen kunnen betalen. En ik moet eraan denken dat ik niet meer de tiener in Lyme Regis ben, maar een echte volwassene.

Vanochtend heb ik Minnie thuisgelaten toen ik door de straten van Lyme ging dwalen om te kijken of er een internetcafé was. Ja, ik weet het, het internetcafé is AOL en Yahoo Answers achternagegaan, maar we zijn hier wel in Lyme Regis en ik hoopte dat er hier misschien ergens een internetcafé van rond de eeuwwisseling bestond, of anders iets in een buurthuis voor 65-plussers.

Mijn moeder had aangeboden dat ik op een van de werkcomputers mocht, maar toen het tot me was doorgedrongen dat ik dan naar hun kantoor moest, besloot ik liever ergens anders een kansje te wagen. Ergens waar me een beetje privacy zou worden gegund.

Blijkbaar is er geen tekort aan cafés met wifi, maar dan wordt wel van je verwacht dat je je eigen laptop bij je hebt. Zelfs hier. Uiteindelijk beken ik in een tearoom vol chintz dat ik verslagen ben, en ik bestel thee bij het norse tienermeisje dat tegen haar zin antwoord op mijn vragen heeft gegeven, om het goed te maken. Er is verder geen enkele klant, dus weet ik niet precies van welke belangrijke taken ik haar af heb gehouden.

Ik ben bij het raam gaan zitten, ook al is het zo beslagen dat ik nauwelijks naar buiten kan kijken. Ik trek mijn jasmouw over mijn hand en gebruik die om een patrijspoortje te maken, net groot genoeg om iets van de straat te kunnen zien. Net heb ik mijn hand weggehaald of ik zie twee ogen naar binnen turen. En wordt even op het raam getikt en dan zijn de ogen weer weg.

Even later zwaait de deur open en stapt mevrouw Curtis uitbundig zwaaiend naar binnen.

‘Joehoe!’ roept ze, en vastberaden loopt ze naar me toe. ‘Ik zei dat we eens samen thee moesten drinken, en daar ben je! Wat een toeval!’

Ik sta op en trek een stoel voor haar uit, maar die schuift ze naar opzij en ze zet een hele vloot aan plastic tassen op de grond die allemaal op een bepaald plekje moeten staan. Dan doet ze haar jas uit met de overdreven handelingen van iemand die zich uitkleedt voor een bewonderaar, maar haar gebreide roze muts houdt ze op.

‘Ik heb mijn pruik thuisgelaten,’ fluistert ze.

Ze gebaart naar de theepot op tafel. ‘Wat voor soort thee drink je?’

‘Earl Grey,’ zeg ik, want meer kan ik niet uitbrengen omdat ik door deze onverwachte wervelwind van activiteit min of meer met stomheid ben geslagen.

Ze vertrekt haar gezicht. ‘Vreselijk. Emily! Emily!’

De tienerserveerster drentelt dichterbij en haalt de blocnote uit een zak van haar schort. Hoewel mevrouw Curtis haar duidelijk kent, is op Emily’s gezicht met de rode wangen geen spoor van herkenning te zien.

‘Dag, Emily. Graag een pot Darjeeling. Met drie schepjes, dus geen twee, maar drie. En een kannetje volle melk, niet van die akelige halfvolle. En vind je niet dat we er een punt Victoriasponge bij moeten nemen? Wacht, er zit een vlieg in de suikerpot. Een nieuwe, graag.’

De serveerster schrijft het zonder enige haast op en stopt de blocnote dan weer in haar zak. Vervolgens pakt ze zuchtend de suikerpot op.

‘Hup, hup, Emily,’ zegt mevrouw Curtis, en ze roffelt met haar nagels op de tafel. ‘Ik heb niet de hele dag de tijd.’

Terwijl Emily wegloopt en nog even nors achteromkijkt, buigt mevrouw Curtis zich naar me toe en biecht op: ‘Ik heb natuurlijk wel de hele dag de tijd, maar ik hoor van Emily’s moeder dat ze zo treuzelig is, dus kom ik hier af en toe om haar een beetje een duwtje te geven.’

De rebelse stand van Emily’s schouders vertelt me dat Emily mevrouw Curtis het liefst van een klif zou duwen, maar ze werkt wel ietsje sneller, dus misschien zit er methode in de waanzin van de oude dame.

‘Zo, Kate,’ zegt mevrouw Curtis terwijl ze even op haar tassen klopt om te voelen of ze zich niet uit eigen beweging hebben verplaatst. ‘Waarom heb ik het gevoel dat je me ontloopt? Nou?’

‘O nee, dat doe ik niet!’ reageer ik. ‘Ik bedoel, ik vind het spijtig dat u dat denkt. Ik ben alleen niet zo sociaal sinds ik hier ben gaan wonen. Het was niet mijn bedoeling om onbeleefd over te komen, mevrouw Curtis.’

Ik had kunnen weten dat jezelf verbergen in een klein plaatsje als Lyme alleen maar de aandacht trekt. Maar als ik was gaan rondrennen en iedereen over mijn problemen vertelde, zouden ze hebben gezegd dat ik ermee pronkte. Het is ook nooit goed.

Mevrouw Curtis bukt om haar tasje te pakken en haalt daar een pakje papieren zakdoekjes uit dat ze tussen ons in op tafel legt. ‘Het heeft zeker met die mán te maken?’

Ze knikt betekenisvol naar de zakdoekjes, alsof alleen al het hebben over mijn echtgenoot me in tranen zal doen uitbarsten.

‘Zoiets,’ antwoord ik zacht.

‘Het is waarschijnlijk niet nodig te zeggen dat ik daar al alles over heb gehoord, lieverd. Mensen roddelen graag, moet je weten. Maar waarom zou jij je verstopt moeten houden als die man voor al die problemen heeft gezorgd?’

Ik haal een zakdoekje uit het pakje, overduidelijk tot grote tevredenheid van mevrouw Curtis. Ze klopt even op het pakje, alsof het een geliefd huisdier is. Eigenlijk heb ik niet het gevoel dat ik zal gaan huilen, het is meer dat ik iets met mijn handen te doen wil hebben.

‘Het lag niet alleen aan hem,’ zeg ik terwijl ik aan het zakdoekje pluk.

‘Ik weet best dat het heel modern is om te zeggen dat beide partners schuld treft. Niet zoals vroeger, toen je een schuldige partij moest hebben, anders kon je niet scheiden.’ Ze zet haar ellebogen op tafel en buigt zich naar me toe. ‘Ik vind echter wel dat als een van de partners ontrouw is geweest, het de schuld van deze is, en dat het geen zin heeft net te doen alsof het niet zo is.’

De thee komt eraan, en mevrouw Curtis stuurt een kopje terug omdat er volgens haar lippenstift op de rand zit, en probeert dan me te dwingen de helft van haar taartpunt op te eten. Dat geeft mij de smoes om van onderwerp te veranderen, en ik breng een vrij langdurig gesprek op gang over hoe thee zou moeten worden gezet, of theeblaadjes beter zijn dan theezakjes, en of er eerst melk in het kopje moet voordat er thee wordt ingeschonken, of juist niet. Bepaald niet tot mijn verrassing heeft mevrouw Curtis hier allemaal een krachtige mening over en aarzelt ze niet die te verwoorden.

Maar het duurt niet lang of ze richt haar sluwe oogjes weer op mij. ‘Je vindt me vast erg nieuwsgierig, hè? Omdat ik vragen stel over je echtgenoot. Geloof me, het is niet mijn bedoeling je overstuur te maken. Maar een van de voordelen van het ouder worden, dat verder voor zoveel vernederingen zorgt, is dat je zomaar kunt zeggen wat je wilt. Iedereen verwacht namelijk dat je een beetje geschift bent, zie je.’

Ze zwaait met haar vork met een stukje taart eraan in mijn richting, maar ik schud mijn hoofd. Achter haar vouwt Emily servetten en legt ze een voor een in een mandje, haar gezicht wrokkig.

‘Vroeger was ik veel beleefder, heus. Maar daar is geen lol aan te beleven. Lieverd, ik merk wel aan je dat je er liever niet over wilt praten, en dat vind ik prima. Ik wil echt niet zo’n opdringerige vrouw zijn die niet merkt dat ze te ver gaat.’

‘Het geeft niet,’ zeg ik zacht. Ik pak mijn kopje op en zet het weer neer als ik zie dat er niets in zit. Het maakt een kletterend geluid in de verlaten ruimte. ‘Alleen… Het is nog zo rauw.’

‘Ik begrijp het volkomen.’ Ze buigt zich weer naar me toe en zwaait bevelend met haar vinger met de knalrode nagel. ‘Ooit breekt de tijd aan dat je er wel over wilt praten, lieverd. En er veel over wilt praten. En tegen wie dan ook die bereid is te luisteren. Geloof me, dat weet ik.’

Voordat ik erop door kan gaan, kijkt ze op naar de klok aan de muur achter me en slaakt een verschrikt kreetje. ‘Heremijntijd, kijk eens naar de tijd! Om vier uur moet ik bridgen!’

Ze wenkt Emily naar onze tafel om haar te zeggen dat ze de overgebleven theebladeren moet inpakken zodat mevrouw Curtis ze kan meenemen om thuis rond de rozen te strooien. De plastic tassen worden geïnspecteerd, de jas dichtgeknoopt en alle hulp wordt bruusk geweigerd. Ze is al weg voordat het tot me doordringt dat ze zonder te betalen is vertrokken.

Voor de eerste keer zie ik Emily blij kijken, met een steeds bredere lach op haar gezicht als de deur langzaam dichtvalt.

‘Ik dacht al dat je hier nieuw was,’ zegt ze. ‘Dat doet ze altijd. Ze is berucht. Ik heb haar nog nooit voor de thee zien betalen. Ze is je vast gevolgd.’

Ze zet een zilverkleurig schaaltje voor me neer met daarop de rekening, de eerste keer dat ik haar iets bijna snel heb zien doen.

‘De bediening is niet inbegrepen.’

Ik leg een mooie fooi op het schaaltje, omdat ze de eerste persoon is die ik in Lyme ben tegengekomen die geen interesse toont in mijn privéleven, of geen weet van mijn omstandigheden heeft. Kon ik iedereen maar zo gemakkelijk afbetalen…