40
Londen
Het voelde heel gedurfd om door Soho te lopen, alsof ik zomaar in het vliegtuig was gestapt en naar Buenos Aires gevlogen. Het was zo lang geleden dat ik de stad in was geweest – of dat ik überhaupt uit was gegaan – dat mijn hart vol verwachting zenuwachtig klopte. Het was lastig me te herinneren wanneer uitgaan een dagelijks voorval was, en dat ik me er nooit zenuwachtig om had gemaakt en me ook niet had kunnen voorstellen dat wel te zijn. Ik had Sarah niet gebeld om te zeggen dat ik zou komen. Ik ging ervan uit dat zij het aan Matt zou doorbrieven, want hij leek haar alles te vertellen wat hij tegenwoordig deed. Ik wilde niet dat hij op de hoogte was. Laat hem zich maar zorgen maken wanneer hij thuiskwam en merkte dat ik er niet was. Misschien zou een koekje van eigen deeg heel goed voor hem zijn.
Ik wist dat Sarah in de Crown zou zijn, maar ik voelde me misselijk bij de gedachte dat Matt er ook zou kunnen zijn. Ik had geen idee waar hij was geweest wanneer hij laat thuiskwam. Hij zou tot laat op kantoor kunnen zijn gebleven, of hij had naar iets van het werk kunnen zijn geweest. Hij nam zelden de moeite me iets te vertellen. Het was heel goed mogelijk dat hij in de Crown zou zijn, en dat hoopte ik bijna. Misschien zou het beter zijn hem te confronteren als ik mooi gekleed was en netjes opgemaakt, om hem te herinneren aan het meisje dat ik ooit was. Om hem duidelijk te maken wat hij miste door nooit thuis te komen.
Een eindje verderop in de wagon van de metro zag ik een man naar me kijken, vooral naar mijn benen die onder mijn korte jurkje uit staken. Eigenlijk was het bijna te koud om zonder panty naar buiten te gaan, en een stemmetje in mijn hoofd had gewaarschuwd dat met blote benen en op hoge hakken uitgaan behoorlijk sletterig zou staan, maar ik wilde graag dat er naar me gekeken zou worden. Ik had er schoon genoeg van om onzichtbaar te zijn. Ik staarde de man aan, en die richtte zijn blik gauw weer op zijn krant, waarschijnlijk bang geworden van de uit -dagende blik in mijn ogen. Zie je nou, Matt, dacht ik, andere mannen vinden me wel aantrekkelijk, andere mannen negeren me niet. Goed, ik leek eerder bang te zijn voor deze man dan dat ik me tot hem voelde aangetrokken, maar dat kon me niets schelen.
Voordat ik van huis vertrok, had ik me gesterkt met een grote wodka tonic, en de ongebruikelijke stroom alcohol in mijn aderen had me een dosis zelfvertrouwen gegeven die gelijkstond aan mijn woede. Waarom was ik ooit opgehouden met drinken? Ik was vergeten dat ik me door de alcohol kon ontspannen, dat ik me erdoor voelde als een persoon die iets te zeggen had, alsof ik iemand was. En niet meer drinken had geen enkel verschil gemaakt bij mijn pogingen zwanger te worden.
Die gedachte onderdrukte ik gauw. Daar mocht ik niet aan denken, ik moest het vergeten. Alleen herinnerde ik me plotseling dat de verpakking van de zwangerschapstest nog in mijn tasje zat. Ik moest me daar gauw van ontdoen.
Toen ik uit het station van de metro de chaos van Leicester Square in stapte, wankelde mijn zelfvertrouwen even. Ieder een zette er stevig de pas in, er waren veel te veel mensen bij de uitgang, en die waren allemaal aan het duwen en schreeuwen. Jonge mannen in windjack probeerden gratis drukwerk in mijn handen te proppen. Muziek schalde uit een verlengde limousine langs het trottoir. Het kwam als een schok dat ik niet meer was gewend aan de drukte in de stad. Belsize Park lag echt niet afgelegen in de woestijn; het waren maar een paar zones met de metro, maar het was wel een woonwijk waar alles er rustiger aan toeging. Niemand had op de Heath verschrikkelijke haast, en in de plaatselijke kroeg ook niet.
Ik voelde me alsof ik net was ontslagen uit een inrichting, bang voor het dagelijks leven. Ooit had ik toeristen veracht die zomaar midden op de stoep met open mond blijven stilstaan en iedereen de weg versperren omdat ze in kleinsteedse bewondering naar het bruisende grotestadsleven kijken. Ineens voelde ik me net als zij, aarzelend en onzeker.
Kom op, Kate, zei ik tegen mezelf terwijl ik mijn rug rechtte en mijn haar op mijn rug wierp. Kom tot jezelf, vergeet niet wie je bent, hield ik mezelf voor. Dat hielp niet. Vergeet dan niet wie je was, dacht ik. Dat hielp een beetje. Ik ging achter het station langs om Leicester Square te mijden en nam een minder drukke route door de stegen van Chinatown. Dat leek er meer op. Kijk toch eens, ik wist nog precies welk straatje ik moest nemen, ik wist nog precies hoe ik door moest steken. Zie je wel, het komt allemaal terug met elke stap die ik zet in de richting van de Crown, in de richting van mijn oude leven.
Ik had de langere route genomen in plaats van over te stappen, om een paar minuten aan Soho te kunnen wennen in plaats van meteen de pub in te duiken. Het door de straten lopen was als een wandeling door mijn verleden. Daar was het Italiaans-Amerikaanse tentje waar Matt en ik uren aan de bar hadden gezeten terwijl we ouderwetse cocktails dronken en niet letten op de verwijtende blikken van degenen die in de rij stonden. Daar was het café waar ik elke dag mijn lunch kocht, vier salades voor vijf pond, en een gratis pitabroodje als je Stelios lief aankeek. Ik was zelfs blij de seksshops te zien, met dezelfde uitsmijters voor de deur die uitdrukkingsloos de voorbijgangers bekeken.
En toch waren in de korte tijd dat ik er niet meer was geweest dingen veranderd. Een hele rij hippe vogels in gekleurde spijkerbroek en met een zonnebril met extra groot montuur op stond te wachten voor een restaurant waar ik nooit van had gehoord. Verderop stuurde een bar mensen weg. Soho was in beweging.
Om de hoek van Hitz zag ik mezelf weerspiegeld in het raam van Nan’s Fish Bar, een tent waar Sarah en ik vaak broodjes bacon hadden gegeten met een mok thee, als we tot laat hadden doorgewerkt. Ik herkende mezelf nauwelijks zonder mijn gebruikelijke spijkerbroek en sweatshirt. Wanneer was ik opgehouden moeite te doen voor mijn uiterlijk? Het was gebeurd zonder dat het me echt was opgevallen. En toen ik mezelf zag zoals ik vroeger was, over straat benend in Soho, met ergens om naartoe te gaan en mensen om mee te praten, miste ik opeens dat meisje en het leven dat ze leidde. Het was zo treurig dat ik even bleef staan.
Stel dat Matt gelijk had? Stel dat ik te ver was gegaan in mijn poging de ideale echtgenote te zijn en was vergeten op wie Matt verliefd was geworden? De persoon die ik eigenlijk was?
Ik staarde naar mijn spiegelbeeld totdat het voor mijn ogen leek op te lossen, en tuurde toen ineens door het glas het tentje in.
Er waren maar weinig klanten, en een serveerster was doel -bewust de tafels aan het boenen op een manier die leek aan te geven dat het bijna sluitingstijd was. Maar er waren nog wel een paar gasten. Aan een aan de muur vastgemaakte tafel met formica tafelblad zaten op rode plastic stoelen mijn beste vriendin en een man. Hij zat met zijn rug naar me toe en hield zijn hoofd gebogen, maar ik hoefde zijn gezicht niet te zien om te weten dat het Matt was. Ze hield zijn hand in de hare. Er was een intimiteit in hun houding, een wederzijds begrip dat me duidelijk maakte dat dit niet de eerste keer was dat ze zo zaten.
Ik dacht dat mijn hart stilstond. Ik kon geen lucht krijgen. En toen ging mijn mond wateren zoals dat gebeurt voordat je moet overgeven. Mijn benen trilden, ik beefde over mijn hele lichaam. Mijn man en mijn beste vriendin… Een verdomd cliché! Ze hadden me nog niet gezien. Ik zag Sarah met haar duim Matts hand strelen. Hij hield zijn hoofd schuin in de onbevangen houding die ik zo goed kende.
Ik maakte mijn tasje open. Daar lag de lege verpakking van de zwangerschapstest. Met trillende handen haalde ik die eruit. Ik deed mijn best mijn volkomen onschuldige pogingen om met mijn echtgenoot een kind te krijgen te verbergen, ik verstopte het bewijs in mijn tasje alsof ik aan iets vreselijks schuldig was, en ondertussen was híj degene die iets te verbergen had.
De deur van Nan’s Fish Bar ging open en de serveerster kwam naar buiten met een zware zwarte vuilniszak die ze op de stoep -rand dumpte.
‘Pardon…’ zei ik.
De serveerster draaide zich om. Haar blonde slierten haar zaten in een vettig staartje, en ze leek naar de grond te hellen, alsof na het beëindigen van de werkdag de zwaartekracht te groot was om zich tegen te verzetten.
‘Ja?’ Ze keek me achterdochtig aan, met tot spleetjes geknepen ogen. ‘Wat?’
‘Zou u iets voor me willen doen?’ vroeg ik. ‘Zou u dit…’ Ik stak de lege verpakking van de zwangerschapstest naar haar uit. ‘Zou u dit aan die twee daarbinnen willen geven?’
Ze fronste haar voorhoofd. ‘Echt? Waarom?’
‘Die man is mijn echtgenoot,’ zei ik.
Ineens keek ze geïnteresseerd, en met een ruk draaide ze zich om en tuurde door het raam. ‘Je meent het!’
Ik begon weer te trillen. ‘Toe, wilt u hem dit geven, en erbij zeggen dat het van Kate komt?’
‘Is dat alles, lieverd? Wil je het niet liever binnen met hem uitvechten? Ik zou zijn ballen eraf hakken, dat zou ík doen.’
Ik gaf haar de verpakking. ‘Wat heb ik daaraan?’ vroeg ik.
‘Ik doe het wel,’ zei de serveerster. ‘Ik bedoel, hem dit geven, niet zijn ballen eraf hakken. Nu nog niet. Ik doe het, blijf maar kijken.’
Maar ik bleef niet kijken. In plaats daarvan deed ik wat ik altijd doe. Ik vluchtte, zo snel als dat maar kon op mijn hoge hakken.