32

Er brandt geen licht wanneer ik in de bungalow van oma Gilbert kom, dus trek ik mijn laarzen bij de voordeur uit en sluip door de gang, met het risico flink uit te glijden in mijn sokken op het spiegelgladde parket. Maar uiteraard heeft Minnie me horen binnenkomen, en ze sprint door de keuken, van opwinding vergetend dat ze goed moet oppassen met de ver -raderlijke vloer.

En dan hoor ik roepen uit de woonkamer en dringt het tot me door dat Prue er nog is.

‘Hoi,’ fluister ik. Ik tuur in de woonkamer, waar Prue wordt verlicht door het flikkerende schijnsel van de tv. Het lijkt of ze beweegt, al zit ze doodstil op de bank met een van Bens zware benen op haar schoot. Hij ligt in diepe slaap verzonken naast haar, zijn hoofd van de bank hangend, zijn mond wagenwijd open.

‘Ook hoi,’ zegt ze op normaal volume. Ze laat haar blik over me gaan. ‘Ben slaapt door alles heen, dus je hoeft niet te fluisteren. Wat heb je uitgespookt?’

‘Ik ben een hapje gaan eten met Eddy Curtis,’ zeg ik.

Met tot spleetjes geknepen ogen kijkt ze me in het schemerdonker fronsend aan. ‘Kom eens hier.’

Aarzelend blijf ik in de deuropening staan. Toen Prue nog klein was, vonden we het allemaal grappig dat ze zo de baas speelde. Gehoorzaam lieten we ons voorschrijven waar we moesten staan en speelden we schooltje met haar, haar teddyberen en haar poppen, en we kregen straf als we niet deden wat ze zei. Ik denk niet dat iemand van ons vermoedde dat ze ons zou blijven behandelen als ondergeschikten wanneer ze eenmaal groot was, maar ik denk ook dat het lastig is je van een gewoonte te ontdoen.

‘Ik ga naar bed,’ zeg ik, en ik weiger naar haar toe te komen.

Prue schudt haar hoofd omdat ik haar regels niet volg. ‘Ik kan het vanaf hier ook wel zien,’ zegt ze. ‘Je hebt staan zoenen.’

‘Hè?’ roep ik uit, en mijn hand vliegt naar mijn lippen, alsof die me op de een of andere manier hebben verraden.

Er verschijnt een zelfingenomen glimlachje op Prues gezicht. ‘Zo zag je er vroeger ook uit, wanneer je het huis in sloop nadat je met een jongen had gerotzooid. Denk maar niet dat ik dat niet meer weet.’

‘In dat geval ben je veel te laat opgebleven,’ zeg ik, in een zielige poging iets terug te doen.

‘Ja, je hebt staan zoenen,’ zegt Prue. ‘Ik herinner me die uitdrukking op je gezicht nog, dromerig en tevreden.’

‘Oké. Dank je wel, Prue,’ snauw ik. ‘Fijn dat het je is op gevallen.’

De glimlach verdwijnt van Prues gezicht. ‘Het was maar een grapje, Kate,’ zegt ze. ‘Jemig, wat ben je toch lichtgeraakt. Nou ja, vertel me dan maar niet over het zoenen met Eddy Curtis.’

‘Ik zal mijn mond erover houden,’ beloof ik, en ik laat me naast Prue op een stoel ploffen. ‘Ik wil liever horen hoe jouw spannende avond is verlopen. Ben weet echt goed hoe hij de romantiek in een avondje moet houden, hè?’

Met een zucht kijkt Prue naar haar verloofde. ‘Hij is uitgeput, de stakker. Hij heeft veel voor jou moeten doen bij het opknappen van het huis, en hij heeft hard gewerkt bij Baileys en aan de bruiloft. Het is geen wonder dat hij zijn ogen nauwelijks open kan houden.’

‘Heb je het eigenlijk nog met hem over de huwelijksreis gehad?’ vraag ik achteloos.

Met een ruk draait ze haar hoofd mijn kant op. ‘Ja,’ snauwt ze. ‘Waarom heb je tegen Ben gezegd dat ik naar de Maldiven wil? Ik wil helemaal niet naar de Maldiven. Waar bemoei je je eigenlijk mee? Zit je soms te stoken?’

‘Ik heb nooit beweerd dat je naar de Maldiven wilde, Prue,’ zeg ik, standvastig onder haar woedende blik. ‘Ik heb gezegd dat ik zou proberen erachter te komen waar je naartoe wil. Omdat ik denk dat je daar wel een idee over hebt.’ Een heleboel ideetjes, denk ik, maar dat zeg ik niet, om haar niet nog kwader te maken dan ze al is.

‘Nou, de hemel mag weten wat je tegen hem hebt gezegd, maar hij was in alle staten, omringd door damesbladen op de grond, en hij bazelde maar door over lichtsterkte en badplaatsen alsof hij was gehersenspoeld. Hij raakte zijn fazant nauwelijks aan, hij dronk alleen idioot veel en viel in slaap nog voordat ik hem kon vertellen dat ik naar Barbados wil.’

‘Echt? Naar Barbados? Wil je dat ik hem dat tussen neus en lippen door laat weten?’

Weer een zucht van Prue. ‘Naar aanleiding van je behulpzame bemoeienis de vorige keer, kun je je er misschien beter buiten houden.’

Op de grond bij haar voeten liggen de tijdschriften die Ben gehoorzaam had gekocht. Ik zie dat hij een paar foto’s met mar -keer stift heeft omcirkeld. Palmbomen en stranden. Dus hij heeft geluisterd.

‘Goed,’ zegt Prue terwijl ze Bens been van haar schoot duwt en opstaat. ‘Als je niks over Dreadlock Eddy gaat vertellen, ga ik maar naar huis. Maar ik krijg het nog wel uit je, hoor.’

‘Ongetwijfeld,’ zeg ik, en ik lever me over aan mijn lot. Straks laat ze me nog biechten ook.

Tot mijn verrassing drukt ze een zoen op mijn wang. ‘Goed ge-daan,’ zegt ze geheel onverwacht. ‘Het kwam er daarnet verkeerd uit, maar ik bedoelde dat het prettig was je meer als jezelf te zien. Blijer, bedoel ik. Ik weet dat je een rottijd achter de rug hebt.’

‘Dank je wel, Prue,’ fluister ik, want mijn stem heb ik niet echt in de hand na deze plotselinge blijk van vriendelijkheid.

‘Ik zei het toch?’ zegt ze terwijl ze naar de deur beent, haar stem op vol volume. ‘Ben wordt nergens wakker van. Het is echt niet nodig om te fluisteren. Welterusten.’

Ze knalt de deur achter zich dicht. Minnie en ik schrikken ervan, maar Ben slaapt gewoon door. Hij ademt zwaar op die manier die in snurken dreigt over te gaan. Vroeger werd ik gék als Matt zo ademde, dan kon ik me niet ontspannen en lag ik daar klaarwakker boos te wachten op het moment dat hij echt ging snurken.

Ik raap de tijdschriften op en leg ze op een stapeltje naast de bank opdat Ben er niet over uitglijdt als hij midden in de nacht wakker wordt. Wanneer ik naar de tv loop om hem uit te zetten, stap ik op de markeerstift en slaak een gilletje. Ben slaapt er gewoon doorheen.

Ik raap de stift op en draai die nadenkend om en om. Ik voel me opgewekt en ondeugend na het avondje uit, en ook nog aangeschoten. Zachtjes sluip ik naar Ben die languit ligt en trek het dopje van de markeerstift. Ik ruik dat chemische luchtje. Bij de eerste streek op zijn voorhoofd beweegt hij heel eventjes. Ik houd mijn adem in totdat hij niet meer beweegt.

Gelukkig blijft hij rustig doorslapen. Mijn werk is gedaan.