25
Zaterdagochtend vroeg gaat de bel. Ik ben nog in pyjama omdat Ben vroeg wakker was en ik besloot de blauwe badkamertegels uit de muur te rukken voordat ik kon douchen.
Soms lijd ik onder mijn goede voornemens, maar dit is het laatste vertrek dat moet worden opgeknapt. Maandag komt de loodgieter, en over een week is het hele huis klaar. Ik denk liever niet aan wat er moet gebeuren als het opgeknapte huis net zo snel wordt verkocht als ik tegen Ben heb gezegd. Misschien word ik dan wel gedwongen te beslissen waar ik naartoe moet.
Door het melkglas zie ik twee kleine gestalten, plus een grote. Minnie blaft, en dan zie ik de brievenbus open klappen en vijf vingertjes door de borstels komen, met daarachter een paar zoekende ogen.
‘Goedemorgen!’ roep ik uit wanneer ik de deur heb geopend en Eddy en zijn twee dochtertjes vol verwachting zie staan. Grace hipt van de ene voet op de andere, met een hand op de rug.
‘We hebben een cadeautje voor de puppy!’ juicht ze, niet meer in staat zich te beheersen. Ze steekt haar hand uit naar Minnie, en die besnuffelt het ongelijk ingepakte voorwerp in haar hand.
‘Wauw, wat lief van jullie,’ zeg ik. ‘Dank jullie wel.’
Charlotte is veel rustiger. ‘Grace, pap zei dat we het Minnie pas mogen geven als Kate zegt dat het mag. Je kunt honden van andere mensen niet voeren zonder het eerst te vragen.’
‘Daar heb je groot gelijk in, Charlotte,’ zeg ik. ‘Heel goed dat je het vraagt. Willen jullie binnenkomen? Dan kunnen jullie Minnie haar cadeautje in de tuin geven, voor het geval ze rommel maakt bij het openmaken.’
Eddy lacht naar me over zijn dochters heen, die dan langs me naar de achterdeur rennen.
‘Ik overval je aldoor in je pyjama,’ merkt hij verlegen op. En dan schrikt hij als er een stem uit de badkamer komt.
‘Eh, Kate, is daar iemand? Moeten we…’
Ik snuif van het lachen. ‘Jemig, Eddy, nee, hoor, dat is de verloofde van mijn zusje.’
Eddy’s ogen worden nog groter, en zijn wenkbrauwen schieten omhoog.
‘Nee, niet zo! Hij woont hier een poosje, tot de bruiloft. En hij helpt me de boel op te knappen zodat het sneller verkocht kan worden,’ leg ik uit.
Eddy kijkt gerustgesteld, maar toch ook nog een beetje achterdochtig. ‘Toch een beetje raar, vind je niet?’ zegt hij met een knikje in de richting van de badkamer.
Ik haal mijn schouders op. Ik vind het al heel normaal, of althans heel normaal zoals het er in mijn familie aan toegaat. Vanuit de tuin horen we opgewonden geschreeuw, en we horen Minnie schril blaffen. Eddy loopt achter me aan naar de keuken, en wanneer ik water opzet, verschijnt Ben.
Hij veegt zijn handen af aan zijn sweatshirt, en zijn haren en wenkbrauwen zien wit van het stof. ‘Hoi,’ zegt hij terwijl hij vol zelfvertrouwen met uitgestrekte, afgeveegde hand op Eddy afstapt. ‘Mag ik me even voorstellen? Ik ben Ben Truscott, de eh, verloofde van Prue.’
Eddy lijkt verbijsterd door deze formele kennismaking. ‘Eddy Curtis,’ zegt hij, en hij kijkt me hulpzoekend aan. ‘Een, eh, vriend van Kate van school.’
Stralend kijkt Ben ons aan. ‘Staat het water op?’ vraagt hij, geheel overbodig, want hij moet het water achter me toch horen bruisen. ‘Ik met melk en twee suiker.’
Ik kijk hem kwaad aan, maar dat negeert hij omdat hij in -gespannen naar Eddy staart. Het is me niet ontgaan dat door de aanwezigheid van nog een man in huis Bens testosteronniveau danig is gestegen. Hij zou er niet over peinzen mij vriendelijk om een kop thee te vragen als hij zich niet hoefde uit te sloven. Terwijl ik in het keukenkastje op zoek ben naar een theezakje, vraag ik me af of ik Ben wel goed train als hij niets van het resultaat laat zien wanneer er anderen bij zijn.
Alsof hij gedachten kan lezen vraagt Eddy zomaar ineens: ‘Mijn grootmoeder zegt dat ik je moet vragen hoe het met de training gaat.’
‘Wat?’ Vliegensvlug draai ik me om. Maar Eddy ziet er doodonschuldig uit.
‘De training,’ zegt Eddy. ‘Van de hond, denk ik dat ze bedoelde.’
‘Och ja,’ zeg ik. ‘Minnie. Natuurlijk. Nou, zeg maar dat het goed gaat. Soms even een terugval, maar met streng optreden gaat het weer goed. De resultaten zijn de moeite waard.’
‘Zo, Eddy,’ zegt Ben. Hij staat met zijn benen onmogelijk wijd, waarschijnlijk in een poging er mannelijker uit te zien. ‘Dus je hebt bij Kate op school gezeten… Je kunt vast veel over haar vertellen, haha!’
Eddy mompelt iets over de meisjes en loopt gauw naar de achterdeur om te kijken wat ze aan het doen zijn.
Zoals altijd merkt Ben niets en gaat gewoon door. ‘Prue zegt dat het een hel was om op school het zusje van Kate te zijn. Ieder -een verwachtte van haar dat ze het scheikundelokaal zou opblazen, of dat ze achter de school in drugs zou dealen.’
Eddy kucht en kijkt gauw even naar me.
‘Verhalen over mijn wilde gedrag zijn sterk overdreven,’ zeg ik met een lach om Eddy te laten weten dat ik me er niets van aantrek. ‘En af en toe een joint roken telt echt niet als dealen. Prue laat het klinken alsof ik crack dealde op het sportveld.’
Hoorbaar snakt Ben naar adem. ‘Dat zeg je nou wel, Kate, maar het is bekend dat marihuana een drug is die de voorbode van zwaardere middelen kan zijn. Ik heb er niet voor doorgeleerd, maar ik geloof dat ik gelijk heb als ik zeg dat af en toe een jointje naar iets gevaarlijkers kan leiden.’
Zelfgenoegzaam doe ik twee schepjes suiker in Bens thee met melk terwijl hij maar doorpreekt. Bij de achterdeur vangt Eddy mijn blik op en grijnst samenzweerderig terug. Wij tegen Ben. Een raar gevoel. Ik had bijna vergeten hoe het voelt om iets anders te zijn dan ik tegen zowat alles. Het is fijn om stilletjes samen op afstand geamuseerd te zijn, om niets te hoeven zeggen om begrepen te worden.
We kijken elkaar iets te lang aan, en Eddy is de eerste die zijn blik afwendt. Hij stapt de tuin in, naar zijn zeggen omdat hij de meisjes ruzie hoort maken. Ben gaat onverstoorbaar door.
‘Je hebt vast gelijk, Ben,’ zeg ik uiteindelijk om hem de mond te snoeren. Volgens mij kan hij uren doorgaan over de gevaren van harddrugs, een uitdrukking die ik alleen heb horen gebruiken door mensen die er zelf geen ervaring mee hebben. ‘Gelukkig maar dat ik niet als heroïnehoertje ben geëindigd, of erger.’
‘Nou,’ zegt Eddy, die met pretlichtjes in de ogen weer de keuken binnenkomt. ‘Je weet niet half hoe je boft. Iedereen weet dat Manda Clarke toen al op weg was een heroïnehoertje te worden. Ze zou nooit hebben toegestaan dat jij ook een graantje meepikte. En Davy Mason verzorgde de bevoorrading van heroïne in Lyme door verkoop vanuit het fietsenhok. Ik weet niet of er wel ruimte was voor nog een dealer.’
‘Heroïne?’ vraagt Ben. Zijn ogen puilen bijna uit zijn hoofd. ‘Jemig!’
‘Nou,’ zeg ik tegen Eddy, ‘totdat Davy uit het fietsenhok werd verdreven door Manda’s bende minderjarige hoertjes van wie ze de pooier was. Niemand wilde iets doen wat de Big Mama uit de vierde klas niet zinde.’
‘Uiteraard niet,’ zegt Eddy, en hij schudt ernstig zijn hoofd. ‘Het waren zware tijden. Maar de school was aardig schoongeveegd toen Prue erop zat, Ben. Kijk niet zo geschokt.’
Ben kijkt van mij naar Eddy en weer terug, met rimpels in zijn voorhoofd van het denken. Dan strekt hij zijn hand uit en slaat Eddy zo stevig op de rug dat die een stap moet zetten om op de been te blijven.
‘Ha! Daar had je me bijna! Een bende minderjarige hoertjes van wie ze de pooier was!’ Bens hartelijke lach dreunt door de keuken.
‘Hier is je thee,’ zeg ik, terwijl ik hem een dampende mok voorhoud. ‘Pas op met de heroïne. Ik weet niet of ik wel goed heb geroerd.’
Ben snuift en pakt de mok aan, nog steeds grinnikend.
‘Dus jij hebt het hier zo geweldig opgeknapt,’ zegt Eddy. ‘Mijn grootmoeder zegt dat je als een waanzinnige hebt gewerkt.’
‘Dank je,’ zeggen Ben en ik tegelijk.
Ben lijkt niet op zijn gemak dat hij alle eer krijgt. ‘Kate heeft alles bedacht,’ merkt hij ridderlijk op.
‘Maar zonder Ben had ik het niet gekund,’ zeg ik net zo ridder lijk. We lijken wel te spelen in een reclame voor goede betrekkingen tussen de schoonfamilie, nu hij het me heeft vergeven dat ik hem het huis uit heb gejaagd toen er voetbal op tv was.
‘Ja,’ beaamt hij. ‘Kate is meer een soort voorman. Ach, je weet hoe vrouwen zijn. Zij geven de aanwijzingen, haha. En wij mogen het vuile werk opknappen.’
Niet op zijn gemak lacht Eddy een beetje, en Ben gaat nog meer wijdbeens staan, alsof hij zijn mannelijkheid moet bewijzen, ook al heeft hij mijn bevelen opgevolgd. Als het zo doorgaat zit hij straks in een split op de keukenvloer.
‘Nou, het ziet er top uit,’ zegt Eddy beleefd en tactvol.
Ben beweert dat het komt omdat hij en ik een dreamteam zijn. Dat is nieuw voor me. Het klopt waarschijnlijk wel dat ik me eerder als voorman beschouw dan als onderdeel van een team. Maar íémand moet toch de baas zijn? Anders blijf je maar een beetje zwalken, bereik je niets, ga je nergens heen. Je moet het leven toch richting geven, want waar zou je anders belanden?
Ik excuseer mezelf omdat ik gebruik van de badkamer wil maken terwijl Ben even pauze neemt van de tegels uit de muur halen. Nauwelijks ben ik de keuken uit of ik hoor hem weer iets aan Eddy vragen met zijn stem als een misthoorn, alsof hij iedereen op straat moet bereiken.
‘Maar echt, hoor, ik heb gehoord dat Kate een heel wilde was op school. Hebben jij en zij ooit…’
Ik knal de badkamerdeur dicht voordat ik nog meer kan horen. In de half vernielde badkamer dwarrelt stof neer op mijn haar als ik mijn tandenborstel van de zijkant van de wasbak pak. Terwijl ik naar mezelf in de spiegel kijk, rijst het beeld van Miss Havisham in me op. Als zij had gewoond in een bungalow uit de jaren zestig. Veel minder romantisch dan een vervallen landhuis, en de helderblauwe badkamer leent zich ook niet echt voor de sfeer van een tragedie, maar we hebben absoluut iets gemeen. Ons verleden drukt te zwaar op ons heden. Als ik niet gauw aan mijn verleden ontsnap, kan ik me net zo goed voor eeuwig in deze badkamer blijven verstoppen, huiverend voor gesprekken, me ont trekkend aan elk contact met de buitenwereld.
Wil ik dat? Me voor eeuwig verstoppen in Lyme, langzaam beschimmelen, mijn haar grijs van het ouder worden en het stof? Als de beste wraak erop los leven is, doe ik iets niet erg goed.