42
Londen
Ik was te geschokt om te huilen toen ik over straat strompelde, er niet zeker van waar ik naartoe ging. Ik wilde alleen maar weg zijn bij het cafeetje voordat Matt en Sarah konden reageren. In plaats van vol glamour voelde ik me opeens stom in mijn te korte jurkje en op die uitdagende hoge hakken. Ik sjorde aan de rok in de hoop hem verder naar beneden te trekken over mijn bovenbenen, en om te verhullen dat ik niets anders was dan een suf huisvrouwtje wier echtgenoot liever met een andere vrouw het bed in dook.
Natuurlijk was het wel voor van alles en nog wat de verklaring. De avonden dat hij laat thuiskwam. Dat hij niet meer met me praatte. Dat Sarah wist wat Matt aan het doen was, en ik niet. De rotzak had me haar zelfs voor de lunch laten uitnodigen, haar en haar hoorndragende vriend. De woede die ik eerder had gevoeld, was niets vergeleken bij de beverige, misselijkmakende gevoelens die op dit moment aan me knaagden.
Ik had alles opgegeven, maar waarvoor? Het was helemaal geen investering. Het was alsof ik al mijn spaargeld had toevertrouwd aan een bank die net was omgevallen.
Ik merkte nauwelijks wat er om me heen gebeurde terwijl ik me op de stoep door de mensen wrong. Ik spoedde me vooruit alsof ik daarmee kon weglopen voor het afschuwelijke gevoel verraden te zijn. Maar toen verderop een menigte me de weg versperde, drong tot me door dat ik in mijn razernij rechtstreeks naar de Crown was gelopen, waar het zoals altijd druk was op donderdagavond. Voordat iemand van Hitz me zou zien, stak ik snel over.
Een taxi toeterde, en omdat ik niet meer gewend was aan hoge hakken, verloor ik mijn evenwicht toen ik achteruit de stoep weer op stapte. Ik zwaaide wild met mijn armen, voorbereid op een val, en toen iemand me bij de elleboog pakte, hield ik dankbaar diens arm vast om mijn evenwicht te herstellen.
‘Bedankt,’ mompelde ik, en ik wilde weer oversteken.
‘Wacht, Kate, ik ben het,’ hoorde ik een stem. De hand om mijn elleboog liet me niet los.
Ik keek op in Chris’ lichtblauwe ogen. Hij keek me strak aan met een bezorgde uitdrukking op zijn gezicht.
‘Gaat het?’ vroeg hij. ‘Wat doe je hier?’
‘Niks,’ zei ik. ‘Ik doe niks, ik was alleen… Ik was op weg naar huis.’ Ik deed mijn best mijn gezicht in de plooi te houden. Ik vond het niet nodig dat iedereen in de Crown over me zou gaan kletsen. Ik was er niet voor het amusement van anderen.
‘Dank je voor je hulp en bijstand,’ zei ik stijfjes, en ik trok mijn arm vrij. ‘Leuk je weer eens te hebben gezien.’
Chris lachte. ‘Het is lang geleden,’ zei hij. ‘Je ziet er top uit.’
‘Bedankt,’ zei ik weer.
‘Hé, kom op, laat me je op een drankje trakteren. Zo’n verschrikkelijke haast kun je toch niet hebben? Sommigen van de lui zijn nog in de Crown, iedereen vindt het vast leuk je weer eens te zien.’
Iedereen. Ik kreeg weer een zure smaak in mijn mond. Hoeveel wisten het al van Sarah en Matt? Was het algemeen bekend?
Was ik de laatste die het te weten kwam? Ik had gedacht dat ik triomfantelijk zou binnenkomen, de verloren collega die weer eens in de stad was, die het hoofd hoog hield tijdens de periode van werkloosheid en die iedereen vertelde dat het leven zonder werk tof was. Maar nu ik een sneu figuur sloeg, wilde ik me niet laten zien.
‘Eh, hoor eens, ik heb niet zo’n zin in heel veel mensen. Sorry, Chris, het was lief van je het aan te bieden. Ik, eh…’ Ik wees naar de dubbeldekkers die langzaam achter elkaar door de straat reden. ‘Ik moet eens gaan.’
Chris pakte me weer bij de arm, zacht maar toch stevig, alsof hij een schuw diertje beet had.
‘Weet je zeker dat alles oké is met je? We hoeven heus niet ergens naartoe als je geen zin hebt. Als je liever rustig wilt praten, kunnen we gewoon samen ergens gaan zitten. Als je dat liever hebt.’
Ik dacht aan mijn huis dat leeg op mijn terugkeer wachtte. Ik dacht aan alleen thuiskomen, nuchter, en dan maar zitten wachten. Zoals elke avond. Wachten op wat? Op Matt die thuiskwam en me ging vertellen wat ik al wist? Op mijn echtgenoot wachten die thuiskwam nadat hij met mijn beste vriendin had geneukt?
‘Ja,’ zei ik. ‘Ja, ik kan best een drankje gebruiken. Kom op.’
Met een grijns stak hij zijn arm bij me in. ‘Hou je vast. Zo is het makkelijker, hè? Voor als je weer gaat wiebelen.’
‘Dank je wel, Chris,’ zei ik. Waarom zou ik aangeboden steun weigeren?
Toen we wegliepen, meende ik iemand Chris te horen roepen, maar zijn naam komt veel voor. Hij draaide zich niet om, dus vermoedde ik dat er iemand anders werd geroepen.
Ik was al eindeloos lang – voor mijn gevoel, althans – niet in de Spaanse kroeg aan Hanway Street geweest. Het was waar we de tent op zijn kop zetten als de Crown dichtging en we nog geen zin hadden om naar huis te gaan. Rond die tijd lijkt een kan sangria een ontzettend goed idee, en met iedereen daar ben je de beste maatjes. Op dat uur is dansen niet alleen noodzakelijk maar ook van vitaal belang – en iets waar je je de dag daarop voor doodschaamt. Ik geloof niet dat ik ooit nuchter de smalle houten trap af ben gelopen.
Het leek erop dat niemand tegen sluitingstijd nog naar de Spaanse kroeg ging. Het was er verlaten, afgezien van Chris en mij. Ik liet hem naar de toog gaan terwijl ik een tafeltje uitkoos. Alleen al zitten leek me een exotisch nieuwigheidje. Meestal hadden we hier tegen elkaar aan gedrukt gestaan. Het tafeltje waar mijn keus op viel, had alleen een bankje. Het stond in een nis onder een bijzonder opzichtig schilderij van een flamencodanseres met hoog opgestoken haar en in traditionele kledij.
Chris kwam terug met een fles rioja en twee glazen. Ik denk dat ik mijn ogen wijd opensperde bij de gedachte aan alcohol na al die maanden van vrijwel geheelonthouding, want hij keek van mij naar de fles en weer terug.
‘Ik dacht dat we dan niet steeds heen en weer naar de toog moesten,’ zei hij, en dat klonk een beetje vragend.
‘Prima,’ stelde ik hem gerust. ‘Goed idee.’
Waarom zou ik ook niet iets drinken? Ik zou toch niet meer zwanger worden van Matt. Misschien was ik ternauwernood aan iets ontsnapt. Stel je voor dat ik zwanger zou zijn als ik het hoorde van Sarah en hem. Matt en Sarah. Het speet me dat ik daar weer aan dacht.
Chris gaf me mijn glas en ik dronk de wijn in een grote slok voor de helft op.
‘Jezus, je was echt aan een drankje toe,’ zei hij met geamuseerd opgetrokken wenkbrauwen.
‘Ja,’ beaamde ik.
Er viel een stilte waarin we allebei bijschonken. Ik vroeg me af of hij moeite zou doen om een gesprek op gang te houden, al berustte mijn vriendschap met Chris niet op diepgaande gesprekken. Ik wilde het niet hebben over wat daarnet was gebeurd. Ik wilde alleen maar niet alleen zijn, ik wilde me niet in mijn eentje bedrinken. Chris was degene die me daartoe in staat stelde, hij was niet bepaald de persoon die ik in vertrouwen wilde nemen.
Hij was de eerste die iets zei. ‘Zo,’ zei hij aarzelend en op zijn hoede, alsof hij me een heel persoonlijke vraag ging stellen, ‘heb je Sarah de laatste tijd nog gezien?’
Achterdochtig keek ik hem aan. ‘Waarom vraag je dat?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Nou, omdat Jay laatst vertelde dat het stroef tussen hen gaat. Ik dacht ze daarover misschien iets zou hebben gezegd.’
‘Ja, daar heeft ze het over gehad,’ antwoordde ik voorzichtig. ‘Wat zegt hij erover?’
‘Niet veel.’ Hij lachte. ‘Typisch iets voor kerels, liever zich steeds bezatten dan er wat aan doen. Ik dacht dat jij er misschien meer van wist. Het is niet fijn om een maat zo treurig te zien, snap je.’
Ik lachte ook en schonk voor de tweede keer bij. ‘Wat is er met je gebeurd, Chris? Sinds wanneer ben je zo bezorgd om anderen?’
Hij vertrok zijn gezicht. ‘Je hebt nooit een hoge pet van me opgehad, hè?’ zei hij.
‘O, Chris…’ zei ik, want hij had helemaal gelijk.
Er verscheen een zure lach op zijn gezicht. ‘Nou ja. Maakt ook niet uit. Waarschijnlijk kon ik toen niet zo goed over dingen praten. Maar sindsdien ben ik wat volwassener geworden.’
‘Ik ook,’ merkte ik verdrietig op, en ik keek voor me uit.
‘Shit, hè?’ zei Chris op een bedroefde manier die nogal komisch was.
Allebei barstten we in lachen uit. Ik huilde bijna van het lachen, met mijn handen op mijn buik. Ik had het gevoel dat ik binnenkort echt zou moeten huilen.
‘Het is shit. Echt waar, het is allemaal shit,’ zei ik tussen het hikken door. ‘Kom op, we gaan ons bezatten.’
Toen er mensen binnendruppelden, zaten wij al aan onze vierde fles. Ik zou graag willen zeggen dat ik me alles nog goed herinner, maar om de waarheid te zeggen zijn me de afgelopen maanden dingetjes te binnen geschoten en ik weet niet of die wel waarheidsgetrouw zijn. Al weet ik van sommige dingen dat ze echt gebeurd zijn.
We waren straalbezopen. Onderweg naar de toog was ik gevallen, en een paar bezorgde studenten trokken me overeind. Ik sloeg geen acht op hun medelijdende blikken, trok gewoon mijn schoenen uit en strompelde verder om nog een fles wijn te halen.
Ik weet nog dat mijn mobieltje geluid maakte, hard geluid omdat het op tafel lag. Op het schermpje stond dat het Matt was, en Chris zag dat ik verkoos de oproep te negeren. En twee minuten later maakte mijn mobieltje weer geluid, en toen was het Sarah. En Chris zag dat ik weer verkoos de oproep te negeren. Hij zei er niets van. Ik wist zeker dat hij op de hoogte was van wat er zich achter mijn rug om afspeelde. Toen mijn mobieltje voor de derde keer geluid maakte, schakelde ik het vastberaden doch behoorlijk onhandig uit. Ik liet het in mijn tas vallen, en Chris lachte naar me met wat ik opvatte als een goedkeurende lach.
Ik weet nog dat we op het bankje zaten, naar elkaar toe, en dat onze knieën elkaar raakten. Ik weet nog dat ik me afvroeg waarom ik hem ooit saai had gevonden. Waarom had ik de opwinding van de jacht op mij opgegeven voor iets vervelends en geestelijk uitputtends als het huwelijk? Ik had altijd beweerd dat ik niet aan relaties deed. Dat langdurige liefde benauwend was. Had ik geen gelijk gehad? Was dit niet veel meer iets voor mij? Kijk eens naar wat er met me was gebeurd toen ik vastzat in huiselijkheid. Ik was veranderd in iemand die ik niet herkende.
Wat ik me het best herinner, is de blik waarmee Chris me aankeek, die sterk leek op de blik waarmee Matt me altijd had aangekeken; geamuseerd, bewonderend, alsof hij nergens anders wilde zijn, of bij niemand anders. Alsof ik iemand was die het waard is om te kennen, die het waard is om bij te zijn.
Ik was zo gewend aan de manier waarop Matt en ik de laatste tijd met elkaar omgingen, snauwend, op ons hoede, altijd lichtgeraakt, dat Chris’ onverdeelde aandacht net zo naar mijn hoofd steeg als de rode wijn, die, oeps, terechtkwam op mijn jurkje.
‘O god, kijk nou, dat moet ik er maar even af boenen,’ zei ik terwijl ik met dronken gebaren op de voorkant van mijn jurkje wees.
Onzeker stond ik op. Chris sloeg zijn arm om mijn heupen als steun, en waarschijnlijk ook om even aan mijn billen te voelen; ik was niet zo dronken om dat niet te merken. ‘O jee, alles draait opeens zo.’
Chris stond op, met zijn hand op mijn middel. Hij keek om zich heen. ‘Zal ik met je meegaan?’
‘Mmm,’ zei ik terwijl ik zijn hoofd scherp probeerde te krijgen. Vagelijk dacht ik dat het geen goed idee zou zijn, maar ik dacht ook dat ik misschien de toiletten niet zou halen zonder me onder weg te schande te maken.
Voorzichtig duwde hij me langs de toog.
‘Raken we ons tafeltje niet kwijt?’ vroeg ik bezorgd toen ik naar al die mensen keek.
‘Maak je daar maar niet druk om,’ zei Chris, en met zijn hand tegen mijn onderrug stuurde hij me steeds verder.