35
Ik kan niet precies horen wat Ben over mijn werk te zeggen heeft, maar het geraas en getier dat vroeg in de ochtend in de badkamer klinkt, gevolgd door de man zelf, maakt de betekenis toch wel duidelijk. Hij stormt de keuken in, zijn gezicht rood en druipend van water.
‘W-wat verdomme…’ stamelt hij, wijzend op zijn voorhoofd. ‘Wat verdomme stelt Barbados in grote letters op mijn voorhoofd voor? In spiegelschrift?’
‘Nou, anders zou je het niet kunnen lezen in de spiegel, Ben,’ antwoord ik liefjes, en ik doe mijn best niet te lachen. Het is één ding om een grap uit te halen, maar iets heel anders om te gaan schateren waar het slachtoffer bij staat. Dat zou wreed zijn.
‘Het gaat er niet af! Ik heb wel tien minuten met een waslapje staan boenen!’
‘O, shit…’ zeg ik. Ik had aangenomen dat het er meteen af zou gaan, en dat alles dan voorbij zou zijn. ‘Ben, ik had geen idee dat het watervast was.’
‘Heb je misschien de verdomde markeerstift in de woonkamer gebruikt?’ vraagt hij. ‘Daar staat het namelijk op: watervast.’
‘Sorry,’ zeg ik. ‘Het was maar een grap. Ik dacht dat je er de lol wel van zou inzien. Luister, misschien gaat het eraf met mijn scrubcream.’
‘Daar heb ik het halve potje van verbruikt,’ blaft hij me toe. ‘Ik ben zowat ontveld!’
Hij wrijft met de mouw van zijn badjas over zijn voorhoofd, alsof de zachte badstof zal doen wat mijn Dermalogica niet kon.
‘En ik heb vandaag nog wel een vergadering!’ jammert hij. ‘Wie gaat me serieus nemen met BARBADOS op mijn voorhoofd? In spiegelschrift! Waarom Barbados? Waarom?’
‘Vanwege de huwelijksreis,’ antwoord ik op mijn hoede.
Met tot spleetjes geknepen ogen kijkt hij me aan. Ik wist niet dat deze goedzak tot razernij in staat was. Ik vind hem een stuk aardiger nu ik weet dat hij niet zo oppervlakkig is als ik vreesde.
‘Huwelijksreis?’ vraagt hij op een toon die een fundamenteel christen zou kunnen gebruiken voor: ‘Abortus?’
‘Je wilde toch weten waar Prue op huwelijksreis naartoe wil?’ reageer ik bibberig. ‘Nou weet je het.’
Ben grauwt iets en stormt de keuken weer uit. Wanneer hij even later in het pak terugkomt, heeft hij een soort dunne pony gemaakt door zijn krulletjes met zo te zien veel haarspul steil te trekken. Hij kijkt kwaad onder het dunne gordijntje uit dat de vervaagde letters niet helemaal kan verhullen.
‘Nou,’ zegt hij, ‘als je me wilde kleineren, dan ben je daarin goed geslaagd. Fijn voor je. O, wat grappig. En als je me nu wilt excuseren, ik heb werk te doen, iets waar jij duidelijk niks van weet, anders had je wel eerst nagedacht voordat je me bekladde.’
Hij wijst naar zijn voorhoofd voor het geval ik het niet had gezien.
‘Het spijt me,’ zeg ik. Het spijt me echt. Ik had het niet goed overdacht. Toen leek het grappig. En het doel heiligt toch de middelen?
‘Prue zei al dat ik hiervoor moest oppassen,’ zegt Ben. ‘Ik zei van nee, Kate deugt, ik snap niet waarom je zo’n probleem met je zus hebt. Maar Prue zei dat je mensen gewoon gebruikt en alleen aan jezelf denkt. Dat het je niks kan schelen wat dat met anderen doet. Nu begrijp ik dat ze gelijk heeft.’
Met open mond staar ik hem aan. Ik weet niet wat ik moet zeggen na die beschuldigingen.
Hij haalt een muts uit zijn jaszak die hij over zijn hoofd trekt. Er ontsnappen een paar blonde krulletjes, maar de ergernis gevende letters gaan erachter schuil.
‘Een goede dag,’ zegt hij, heel bizar, alsof we in een negentiende-eeuwse roman zitten. Een goede dag? Ik veronderstel dat hij het grievend vindt klinken.
Nadat Ben is vertrokken hoor ik lawaai bij de deur en vraag ik me af of hij is teruggekomen om nog een beetje tegen me te schreeuwen en tieren. Maar nee, terwijl ik me pantserde voor weer een klap voor mijn ego, werd er een mes omgedraaid in mijn lijf. Op de mat ligt een brief van mijn echtgenoot.
Bij het zien van zijn handschrift is mijn eerste reactie een gevoel van grote schuld. Ik weet natuurlijk rationeel gezien wel dat er geen reden bestaat waarom ik niet met een andere man had mogen zoenen. Sommigen zouden misschien zeggen dat het ongepast is om te dollen met Eddy terwijl ik nog getrouwd ben, maar zelfs de puriteinse Prue leek me daarvoor amnestie te verlenen, dus die sommigen zouden dan wel ongelooflijk hoge en onrealistische maatstaven hanteren. Maar het is onmogelijk om Matts kriebelige handschrift op een envelop te zien – het slechte handschrift van iemand die gewend is aan sms’en en e-mailen in plaats van met pen iets schrijven – zonder zich beschaamd en ontsteld te voelen. Misschien voel ik me wel altijd een beetje zo: schuldig omdat ik ons huwelijk uit elkaar heb laten vallen, omdat ik niet potiger en veerkrachtiger was.
Wanneer een paar al jaren en jaren is getrouwd en hun geheimen deelt, lijken ze allemaal hetzelfde te zeggen, namelijk dat het hard werken is en dat beide partijen vergevensgezind moeten zijn. Ik weet niet goed of ik dat alles wel goed kan. Uiteraard heb ik er hard aan gewerkt, ik heb meer werk in mijn huwelijk gestoken dan in wat ook. Wanneer ik denk aan mijn geklaag over de lange dagen bij Hitz, besef ik pas hoe makkelijk ik het daar had. De uren gingen in sneltreinvaart voorbij, vol activiteiten, afspraken en teamwerk. Er waren zichtbare resultaten: een show geproduceerd, een budget gemaakt. Moeilijker waren de vele uren in mijn eentje tussen negen en zes, wanneer je ontzettend druk aan het werk was voor het geluk van iemand die er niet alleen niet was, maar die ook weerzin toonde ten opzichte van de dingen die je had gedaan wanneer hij uiteindelijk thuiskwam.
En vergevingsgezind zijn… Dat is het moeilijkst. Ik weet echt niet of ik het in me heb om alles wat er is gebeurd te vergeven. Om het recht in het gezicht te kijken en de gevolgen over je heen te laten komen. Want vergeven is ook aanvaarden, toch? Aanvaarden wat er is gebeurd, in plaats van je ertegen te verzetten en ervoor te vluchten. Ik weet niet of ik dat wel kan. Matts brief lezen in plaats van wegmikken zou een begin kunnen zijn.
Voordat ik ga lezen moet ik koffie hebben. Ik neem er de tijd voor: de koffiebonen malen, het kokende water door het maalsel laten sijpelen. Ik warm een pannetje melk op, iets wat ik meestal niet doe omdat het tijd kost. Ondertussen ligt de ongeopende brief op het aanrecht, duidelijk te zien juist omdat ik doe of ik me er niet druk om maak.
Wanneer de koffie klaar is, ga ik met mijn mok aan de keukentafel zitten en leg de brief voor me neer. Minnie nestelt zich aan mijn voeten, met een diepe zucht vanwege de verstoring van het ochtendritme. We zouden buiten moeten zijn, er zijn meeuwen bij de rotsige kust waarop gejaagd moet worden, er zijn lantaarnpalen waaraan moet worden gesnuffeld.
Met een mes maak ik de envelop open, en dat maakt een geluidje alsof iemand me zachtjes uitlacht.
Ik weet niet of er betekenis schuilt achter de opwaardering van een briefkaart tot twee kantjes echt briefpapier met watermerk. Door mijn gevoelens van schuld en verwarring heen ben ik ook vreemd geroerd bij de gedachte dat Matt de moeite heeft ge -nomen om briefpapier te kopen. Ik weet dat we dit briefpapier thuis niet hadden. Wie heeft er nog mooi briefpapier tegenwoordig? Geërgerd schud ik mijn hoofd, want waarom verspil ik tijd aan het briefpapier als ik nog niet eens weet wat erop staat geschreven?
Uiteraard wil Matt worden vergeven. Alsof vergeving schenken net zo makkelijk is als erom vragen.
Kate,
Wat moet ik doen om een reactie van je te krijgen? Ik ben heel vaak in de auto gaan zitten om naar je toe te gaan. Maar ik weet dat je de ruimte moet hebben. Ik doe mijn best je die te geven.
Er moet ruimte zijn voor fouten. Geen van ons beiden is perfect. Maar je kunt niet alles weggooien zonder er eerst over te hebben gesproken.
Morgen moet ik weg voor mijn werk. Naar Dubai, voor een week. Ik ben dus niet thuis als je belt. Maar wel bereikbaar op mijn mobiel, en ik kijk altijd naar mijn e-mail. Ik wacht op bericht van je. Toe, laat iets van je horen, alsjeblieft.
Matt
Misschien ben ik vanmorgen katterig, en zijn mijn hersens er niet klaar voor om onmiddellijk woede over Matt te spuien. Misschien komt het doordat ik gisteravond met een andere man heb gezoend. Of misschien door de wetenschap dat vanwege het me vasthouden aan mijn beginselen ik de verloofde van mijn zusje naar een belangrijke vergadering heb gestuurd met viltstift op zijn gezicht. Wat de reden ook is, ik merk dat ik nadenk over hoe het zou voelen om niet meer kwaad op Matt te zijn.
Ik ga niet zover dat ik denk aan vergiffenis. Maar net als iemand die met zijn tong aan een pijnlijke kies voelt en met voorzichtige tussenpozen kijkt hoe erg de pijn is, overweeg ik een andere reactie.
Vluchten, de schuld geven, me verstoppen. Dat zijn mijn oplossingen voor alles. Maar wat heb ik daar eigenlijk aan? Wanneer ik eraan denk op deze heldere ochtend, is het minder ver bazend dat ik gisteravond met Eddy Curtis heb staan zoenen, geleund tegen de strandtent in roomijskleur, net zoals ik dat als tiener heb gedaan. Omdat ik misschien vlucht voor volwassen problemen, zoals een huwelijk en verantwoordelijkheden, maar mijn reactie is nog steeds die van een angstige adolescent. Bang om gevoelens te ondergaan, en die liever begraven onder nieuwe ervaringen in de hoop dat de nare gevoelens dan weggaan.
Plotseling met Eddy zoenen lijkt minder op de reactie van een vrouw met een vrije geest die een mislukt huwelijk te boven probeert te komen dan op een stap terug van iemand die haar ver -leden nooit echt onder ogen heeft durven zien. Tot mijn groeiend onbehagen komt steeds weer terug wat Ben heeft gezegd, nog veel aanhoudender zelfs dan de brief in mijn hand.
Prue zegt dat je mensen gewoon gebruikt en dat het je niks kan schelen wat dat met anderen doet…
Ik had Ben hier laten wonen, dat was toch niet zelfzuchtig? Prue hoefde geen enkele moeite te doen, terwijl hij toch háár verloofde is. Heb ik geklaagd en gemokt? Nee, ik heb me volledig gewijd aan een beter persoon van hem te maken, voor Prue, niet voor mezelf! Misschien is hij geërgerd door de viltstift, en ik geef toe dat ik te ver ben gegaan, maar heeft het niet het verlangde resultaat? Hij wilde weten waar Prue op huwelijksreis naartoe wilde, en nu weet hij dat; het staat met zwarte letters op zijn rood geboende huid.
Waarom komt dan steeds terug wat hij zei? Waarom laten die woorden me niet met rust?
Matt heeft ook dergelijke dingen tegen me gezegd, dat ik alles manipuleerde totdat het was zoals ik dat wilde. Maar net als Prue snapte hij nooit dat het voor zijn bestwil was. Voor óns bestwil. Maar was dat wel zo? Wanneer ik aan de laatste tijd van ons huwelijk denk, krijg ik het merkwaardige gevoel dat terwijl ik bezig was Matt te doen veranderen, hij míj probeerde te veranderen.
Bens woorden komen hard aan omdat ze bijna precies hetzelfde zijn als wat Tim Cooper tegen me zei vlak voordat ik voorgoed uit Lyme vertrok.