HOOFDSTUK 31
Slot
Hoewel ik mij bewust ben dat dit werk niet volledig is, noch een afgerond geheel van alles wat het Spiritualisme ons bracht, ben ik genoodzaakt er voor deze keer een streep onder te zetten. Wanneer ik teleurstelde met dit werk, dan doe ik een beroep op uw begrip, dat het Spiritualisme geen enkele sensatiezucht kan bevredigen, maar door het bijwonen van een séance veeleer tot nadenken stemt.
Het is allerminst mijn bedoeling geweest een propagandistisch geschrift voor het Spiritualisme op te bouwen; overtuigd als ik ben van het feit dat ieder, naar aanleg en innerlijk weten, de weg moet gaan die hem het beste lijkt.
Voor hen die zoeken en de weg tot God nog niet hebben kunnen vinden, is dit werk misschien van grote waarde en voor hen werd het zeker niet op de laatste plaats geschreven.
Wanneer men mijn ervaringen tot zich wil laten doordringen op de wijze waarop ik het bedoelde, dan kan men niet anders als het Spiritualisme op geheel andere wijze zien dan men het daarvóór kon begrijpen, want iedere sensatiezucht was van de aanvang af verre van ons.
Wij wilden weten of er een bewust voortbestaan na de stoffelijke dood zou zijn en of men van uit die hogere wereld in staat zou zijn om ons op aarde te bereiken.
Deze jonge en abstracte wetenschap stond bepaald niet in een stralend blij licht, maar eer in de helse machten van satan afgetekend. Dit voor zover mij dat mogelijk was, te ontzenuwen en het Spiritualisme door mijn eigen ervaringen in een ander daglicht te stellen, is het vooropgezette doel van dit werk geweest.
Dat het bij het schrijven niet kon uitblijven, een nieuw licht te werpen op het zo verachte Spiritualisme, ben ik mij volledig bewust, maar hierin mag geen fanatiek „alleen wij weten het” schade brengen. Ik ben mij te zeer bewust dat het Spiritualisme ook slechts een middel is om tot hoger weten en denken te komen, maar dat neemt niet weg, dat wij ervaren hebben, dat deze weg door bewijzen wordt aangewezen.
Wanneer men het Spiritualisme als een soort Geloof wil gaan zien, meen ik te moeten protesteren, want waar men niet ziet, moet men geloven en daar het niet ieder gegeven is om te mogen zien, zou ik de woorden van Jezus: „zalig zijn zij die niet gezien en nochtans geloofd hebben”, bewaarheid willen zien, want het zien in deze abstracte wereld, geeft niet de onbeperktheid die men ervan zou verwachten.
Ik heb geput uit een bron van ervaringen en herinneringen, die niet ophoudt te vloeien. Nog vrijwel iedere dag kan ik de mens dienen met deze ervaringen, want mijn werk is dienen in de meest ruime zin van het woord.
Veel moest ik leren van hen die niet meer op onze aarde leven, maar die met hetzelfde doel dienen om mij heen zijn.
Niet altijd ging dit even gemakkelijk, er waren mislukte séances, of ogenschijnlijk verkeerde boodschappen, zoals wij eens ontvingen in verband met een in het buitenland vertoevende familie.
Er werd ons van Gene Zijde verteld dat de dame in kwestie met nierziekte te kampen had. De naam van de villa waar zij woonde en de plaats van het ziekenhuis, werden er aan toegevoegd.
Bij onderzoek bleek het volkomen foutief te zijn.
Na ruim dertig jaren bleek echter dat die nieraandoeningen er wel degelijk waren geweest, maar dat „in het ziekenhuis” moest zijn: „naar het ziekenhuis”.
Het bleek nl. dat het ziekenhuis meerdere malen bezocht werd, maar dat de betreffende mevrouw niet in het ziekenhuis was opgenomen. In onze brief hadden wij inlichtingen gevraagd over het bericht dat zij in een hospitaal zou liggen en een ontkennend antwoord ontvangen. Wanneer wij nu na die „mislukte” ervaring de zaak neer hadden gegooid, waren wij nimmer tot de conclusie gekomen dat er geen dood is en dat God in Zijn grote Liefde een weg had gevonden om ons dit kenbaar te maken.
Dat Hij daarvoor een zeer oude weg opnieuw wenst te gebruiken, dringt schijnbaar niet tot de verstarde gelovige door, maar wanneer wij de ontdekkingen van onze eeuw aan een nadere beschouwing onderwerpen, dan past het ons niet dit alles te betwijfelen, omdat we er nog niets vanaf weten, nog minder om het te belasteren omdat we er niets van begrijpen.
Reeds meer dan honderd jaren weerklinkt de nieuwe Stem over de wereld, de Stem die aanmaant tot Vrede en Naastenliefde, tot opofferingsgezindheid en tot steun van zwakken en ongelukkigen. Dat is de Stem die roept in de woestijn, maar niet gehoord wordt en verguist.
In de laatste tijd is veel veranderd, ook in de Kerken, zodat wij de hoop mogen koesteren dat in plaats van een star veroordelen van het Spiritualisme als komende van de duivel, een verdraagzamer houding moge komen.
Men zal begrijpen dat ik na de ervaringen die ik had en nog steeds heb met Emed en mijn andere geestelijke vrienden, weiger hun verbond met duivelse machten te aanvaarden.
Als men deze ervaringen wil zien als een verbond met satan, dan geloof ik te mogen aannemen dat men het bewust niet anders zien wil en ik kan daar geen enkele pressie op uitoefenen.
Wij hebben alles onderzocht wat in dit boek werd opgeschreven, ook het leven van Emed, van wien wij weten wie hij op aarde geweest is.
Zijn lijden en eenzaamheid in de laatste ogenblikken, hebben veel goed gemaakt, van datgene wat hij tijdens zijn leven misschien verkeerd deed; maar zijn jeugd in aanmerking genomen, geloven wij beslist alleen te mogen spreken van onbezonnenheid, zoals onze kinderen in dezelfde onbezonnenheid ons verdriet kunnen aandoen. Zijn lezing over „de Verloren Zoon” mag men ervaren als een stukje van zijn stoffelijk leven, maar op het einde juicht zijn stem toch: „kind, gelijk uw Vader neemt God u aan!”
De blijde klank van zijn stem wordt door heel veel mensen gekend. Emed is voor velen hier op aarde een leider en een steun geworden, waar men met liefde en ontzag over spreekt, maar nimmer met angst en steeds weer keert men met noden en problemen tot hem, die mij gebruikt om hen allen te troosten, liefdevol op hun feilen te wijzen, altijd zachtmoedig, altijd vriendelijk, altijd vol begrip en vergeving.
Wil men dit de duivel noemen, dan moet men toch ergens de moedwil op de voorgrond zetten.
Hoewel ik weet dat er zeer veel séances worden gehouden en met succes, moet ik toch steeds weer opnieuw wijzen op het feit dat een onervaren onderzoeker dit liever moet nalaten en niet eerder moet besluiten een zitting bij te wonen dan na een gedegen onderzoek of na verhelderende gesprekken met mensen die op dit terrein de kinderschoenen ontgroeid zijn, want men weet van te voren nooit welke krachten men in werking stelt.
Het is mijn overtuiging dat „gelijken elkander aantrekken”, maar dat neemt niet weg, dat ik heel veel heb moeten leren en... afleren alvorens het zeer bruikbare medium te warden dat ik nu ben.
Deze laatste zin moet men niet willen zien als een veer steken op mijn eigen hoed, want dat is verre van mij.
Een dergelijke houding zou mij niet passen, want ik weet tot op deze dag nog niet waarom ik hiervoor werd geroepen.
Het heeft dus bepaald niet in mijn bedoeling gelegen, met het op schrift stellen van mijn ervaringen een breed opgezette reclame voor mijn werk te maken. Degene, die dat wil denken mag dit doen, maar toont daarmede slechts aan, geen enkel begrip te hebben voor de hogere waarden van het Spiritualisme.
Het Spiritualisme heeft ons niet alleen het weten gebracht van een bewust voortbestaan na de dood, maar het heeft ons tevens geleerd ons oordeel tegenover de medemens in een milder licht te plaatsen. Ook leerde het ons eerbied te hebben voor iedere geloofsovertuiging, voor alle rangen en standen, voor iedere huidskleur en ik geloof dat wij daarmede reeds verder zijn gekomen in het Spiritualisme, dan in de huidige oecumene waar de kerken zo mee doende zijn. Iedere mens te zien als medemens en medereiziger op de weg die leven heet; dat leerde Emed ons reeds in de aanvang van ons onderzoek en wij hebben dit aanvaard als een van de hoogste wetten voorgeschreven aan de mens door de Schepper van alle dingen. Alleen de eigengereide mens bestaat het, te twijfelen aan datgene, wat ons op een andere wijze dan op de dogmatische wijze werd geschonken en ondergraaft daarmede zijn eigen geloof in God's wonderbare wegen, want:
Het is alsof de zon door donkere wolken breekt,
dit weten dat ons mens-zijn een weg naar Hoger leven is.
Het is zoals door alle eeuwen heen, God spreekt
Hij wijst ons op Zijn trouw, maar ook op onze plicht.
Het is zoals de regen gutst op het verdroogde land.
Ons weten, dat doordrenkt is van Zijn Licht.
Een frisse wind, die zuiverend werken moet;
Als 't ruisen van de zee, steeds weer een nieuw geluid.
Zó werkt Zijn stem opnieuw, op het verdord gemoed
der materialisten, die ontkennen Hem die 't Al beheerst...
Hiermede besluit ik dan, na innige dank aan Emed die ons het nieuwe Licht bracht en ons ermee overstraalde.