HOOFDSTUK 22
Vragen en antwoorden
Om tot een afronding te komen van de door ons gehouden séances is het nodig om een serie vragen, die aan Emed werden voorgelegd en door hem werden beantwoord, te beschrijven.
Zoals reeds gezegd, de vragen werden opgeschreven en door de bezoekers van de bijeenkomsten ingeleverd.
Dit gebeurde op de avond zelf, waardoor ik onmogelijk kon weten welke vragen zouden worden gesteld en dus op geen enkele wijze in de gelegenheid geweest kon zijn om e.e.a. nader te bestuderen of na te slaan.
De antwoorden die gegeven moesten worden, werden altijd helderhorend aan mij gegeven, er ontstond dus geen enkele trancetoestand. Natuurlijk kwam het voor dat verschillende personen een éénsluidende vraag stelden; zodoende werden de ingekomen briefjes met vragen, gedurende de pauze die ongeveer 15 minuten duurde, geschift en de vragen die betrekking hadden op hetzelfde onderwerp, bij elkander gelegd; vragen die onmogelijk beantwoord konden worden, werden apart gehouden, maar wel werd door Emed verteld, waarom hij zo'n vraag niet kon beantwoorden.
Misschien denkt men dat dergelijke avonden minder druk bezocht zouden zijn dan een séance, maar ik kan verzekeren, dat er geen stoel onbezet was, wel een bewijs, dat de mensen met vraagstukken rondliepen waar zij tot dusverre geen antwoord op hadden kunnen verkrijgen. Men moet deze avonden dan ook beschouwen als van een zeer hoog gehalte op religieus terrein, waarmede ieder der aanwezigen gediend was en wijzer de bijeenkomst verliet dan hij gekomen was.
De vragen en antwoorden welke men straks kan lezen, zijn bewaard gebleven opdat ik in mijn eigen geestelijke ontwikkeling, van dit alles nut zou kunnen hebben; men moet niet uit het oog verliezen dat mijn werk mij vaak in een debat brengt met allerlei personen, die deze vragen ook zouden kunnen stellen en hoewel ik nu zo langzamerhand wel weet dat Emed mij tijdens een debat altijd tot de antwoorden inspireert, zijn talloze woorden, die hij eens tot de belangstellende onderzoeker gericht heeft in mijn bezit gebleven.
Hier volgt dan een verslag van zo'n „vragen en antwoorden”-avond, al begrijpt men dat hier en daar een greep wordt gedaan, omdat lang niet alles in het kader van dit boek past.
Vraag: Is het Spiritisme verwant aan het Rooms-Katholieke geloof ?
Antw.: Het is aan geen enkel geloof verwant, men moet dit beslist niet zien als een nieuwe godsdienst, de verschijnselen zijn zo oud als de schepping, steeds in een andere vorm aan de mens gebracht, maar nu als een wetenschappelijke vorm te zien.
Weliswaar is het gegeven vrij abstract, maar tussen weten en geloven ligt een groot onderscheid.
B.v, het verschil van: ik weet dat u hier bent, of ik geloof dat u hier aanwezig is. Wanneer ik het geloven uitspreek, zou ik het dus nog niet zéker kunnen weten, indien ik echter over weten spreek, schakel ik geloven uit.
Vraag: Heeft men de macht om overgeganen op te roepen, men zegt dat de Spiritisten geesten” oproepen en dat dit in de Bijbel verboden is.
Antw.: Men bezit die macht niet. Wij zijn er, wij komen ongeroepen, wij weten dus, dat wij niet altijd worden waargenomen, of worden gehoord, wij weten dat een deel van ons werk op aarde, in de inspiratie of beïnvloeding ligt.
Ook al worden wij niet waargenomen, dan trachten wij toch door onze goede invloed de mens te bereiken, onze inspiratie over te brengen op de wetenschappelijke onderzoeker, zieken de kracht te geven het opgelegde lijden te doorstaan, ontmoedigden te bemoedigen en slechte mensen tot inkeer te brengen.
Aan de séancetafel kunnen wij via een medium spreken, daar geeft men ons dus de gelegenheid om te zeggen wat onze boodschap is, maar men kan ons nooit oproepen, wanneer wij niet naar de aarde moeten gaan kan men ons niet daarheen trekken.
Op het verbod in de Bijbel kom ik later nog wel eens terug.
Vraag: Is er verschil tussen het „oproepen” van een Intelligentie en het „aanroepen” van een Heilige?
Antw.: Het eerste deel van de vraag kan ik verwaarlozen, omdat ik dit zoëven reeds heb besproken.
Aanroepen of oproepen geeft reeds taalkundig een onderscheid weer. Aanroepen is om hulp vragen, men kan aanroepen in de hoop gehoord te worden.
Oproepen is iets anders, daarmede is u bekend door uw moderne communicatiemiddelen.
Intelligenties komen echter spontaan, zonder aan of oproepen. Zij hebben de opdracht ontvangen om zich naar de aarde te begeven teneinde het opgedragen werk te verrichten.
Hierin heeft Emed volkomen gelijk; de geschiedenissen die omtrent de spontaan waargenomen verschijningen bekend zijn, bevestigen dit. Bernadette Soubirous had een spontane waarneming van de „Dame” in de grot bij Massabielle, pas toen de dame haar vroeg terug te komen, hield de spontaneïteit op en wist Bernadette dat zij verwacht werd.
Zij gehoorzaamde haar opdrachtgeefster, ook toen haar verboden werd zich naar de grot te begeven, zij hield dapper stand hoewel men haar op alle mogelijke manieren trachtte te ontmaskeren, zij gehoorzaamde aan de „Dame” die zich „Immaculada” = Onbevlekte noemde.
Op aanwijzingen van de „Dame” ontsprong de genezende bron die overal ter wereld bekend is om het Lourdes water.
Bernadette zou hieraan haar heiligverklaring te danken hebben. Jeanne d'Arc kreeg spontaan de waarneming van de Heiligen die haar opdrachten gaven in verband met de bevrijding van Frankrijk. Zij zal daar bepaald niet naar gevraagd hebben.
Ook de kinderen van La Salette die uitgingen om koeien te weiden in de bergen, zullen met hun koeien wel niet uitgegaan zijn om een Intelligentie te gaan waarnemen; zij hebben de Intelligentie die zij in sept. 1846 hebben gezien dan ook nooit kunnen vragen om hen te bezoeken.
Ook hier lag weer een boodschap aan ten grondslag.
Vraag: Wie schept de menselijke geest?
Antw.: God schept de Geest naar Zijn Gelijkenis.
Vraag: Wanneer ontvangt de mens de Geest die God voor haar/ hem geschapen heeft?
Antw.: Tijdens de bevruchting.
Vraag: Hoe komt het dat vele media uit R.K. kringen voortkomen; hebben de wonderen of de aanbidding der heiligen daar iets mee te maken?
Antw.: Er zijn talloze media die niets met de R.K. Kerk te maken hebben gehad en geen enkel verband kennen met deze Kerk, men behoeft zich overigens slechts te wenden tot Engeland, Ierland, Scandinavië en Amerika, waar zeer veel paranormaal begaafden verblijven, die niet R.K. werden opgevoed. Het ware beter indien men zou vragen: is een medium van Rooms Katholieke origine een bruikbaarder materiaal; dan zou ik willen opmerken, dat de bekendheid met helderziendheid, het ontvangen van mededelingen, al of niet de gehele mensheid aangaande, het geloof in de opdrachten die werden gegeven en tot „wonderen” hebben geleid, hen méér open doen staan voor de waarheid omtrent het Land aan Gene Zijde, dan welk ander medium ook. Het is hen met de paplepel ingegeven.
Zij werden van kind af vertrouwd gemaakt met gebeurtenissen die als wonderen worden beschreven en die direct te maken hadden met waargenomen verschijningen.
Vraag: Moet een medium onvoorwaardelijk gehoorzamen, ook wanneer dit zou leiden tot grote moeilijkheden?
Antw.: Wanneer een medium gehoorzaamheid wordt gevraagd, houdt dit altijd verband met het welzijn van de mens.
Hogere Intelligenties geven geen opdrachten die het medium in moeilijkheden brengen met de geldende maatschappelijke orde. Misdaden worden door hen nooit opgedragen, die behoort men te zien als opdrachten uit de wereld van de duisternis of voortkomende uit het misdadige in de mens aanwezig.
De meeste wonderen, zoals u deze kent, zijn voortgekomen uit het gehoorzaam volgen van een opdracht.
Het voorschrijven van geneeskrachtige kruiden, is tegen een bepaalde wet, maar het zoeken en gebruiken van deze kruiden is tot in de verste oudheid bekend. Moderne wetten, die nu echter reeds weer verouderd zijn, maakten dit tot een „strafbaar” feit, maar God gaf in de natuur alles waaraan de mens behoefte heeft, wij menen dus dat men met de gemaakte menselijke wet, die het voorschrijven van kruiden door z.g. onbevoegden verbied, eerder de gaven van God aantast, dan dat men de mens beschermt.
Vraag: Men hoort wel eens iets over „kloppen”, hoe komt dit tot stand?
Antw.: U meent de z.g. rappings. Deze worden door een medium, maar dikwijls ook door alle aanwezigen gehoord, wij brengen dit tot stand door onze wilskracht. Het geluid is niet na te bootsen, natuurlijk bedoel ik hiermede niet een harde slag, of het neerwerpen van bepaald huisraad, maar het bewijs dat wij willen leveren van onze aanwezigheid.
Menigeen, zonder dat zij ooit in aanraking waren met het onderzoek van voortbestaan, kennen deze geluiden, die zacht en vriendelijk klinken,nimmer schrik veroorzaken maar nadrukkelijk getuigen. Hier wil ik een persoonlijke ervaring inlassen:
Tijdens een van onze séances kregen wij bezoek van een Intelligentie, die ik niet kende en deze beweerde voor een van de aanwezigen gekomen te zijn.
Hij heeft een volledig bewijs geleverd door zijn naam te noemen: Nico Bakker, afkomstig uit Zwolle, verdronken toen hij hulp bood aan een vrachtrijder, die een deel van zijn lading in het water zag verdwijnen. Op een groepsfoto die mij n.a.v. zijn bezoek getoond werd, kon ik de Intelligentie onmiddellijk aanwijzen.
Hij maakte de afspraak met ons dat hij zich zou manifesteren tijdens een visite, die wij in verband met een verjaardag zouden hebben.
Op 10 mei, de bedoelde avond, tikte hij tegen een foto, welk geluid door alle aanwezigen werd gehoord, zonder dat iemand buiten mijn man, mijn schoonzuster en ik wist wat er aan de hand was, maar de rappings werden door allen zonder uitzondering gehoord en men was verbaasd door het ongekende geluid.
Talloos waren de bewijzen van zijn voortbestaan die hij ons wilde geven; hij wenste o.a. dat zijn jongere broer zijn horloge zou krijgen, iets wat na deze opdracht ook is gebeurd.
Op onze vraag of hij daar nog werkelijke belangstelling voor had, gaf hij ten antwoord: „Neen, maar de jongen wilde het altijd al graag bezitten en nu wil ik graag dat hij het heeft.”
Vervolgen wij nu weer het vragen- en antwoordenspel van Emed en zijn belangstellende leerlingen.
Vraag: Wanneer men in het Land aan Gene Zijde komt, moet men dan altijd bidden, staat men dan direct tegenover een Godsoordeel?
Antw.: Men moet niet altijd bidden aan Gene Zijde; de ontwikkeling van de Geest eist dat wij werken aan de evolutie; het is geen oord van gebeden en psalmen zingen maar een oord van werken en mediteren, ontdekken en het uitwisselen van kennis.
Natuurlijk kennen wij de geestelijke bezinning en bidden met geheel ons wezen om kracht te ontvangen van de Alkracht van Liefde. Wat u verstaat onder een Godsoordeel, is een barmhartig begrip voor de kleine, struikelende mens op aarde, God is beslist geen boeman waar men de kleine mensjes mee verschrikt en welke men in de meest bekrompen vormen wil afschilderen.
God is Liefde, Zijn Kracht en Goedheid zijn voor ons als een verkwikkende Bron, Zijn Huis heeft talloze woningen, waarin wij kunnen vertoeven en ons beschermd weten.
Vraag: Wanneer Jezus niet gekruisigd was geworden, wat voor invloed zou Zijn leer dan op de mensheid hebben gekregen?
Antw.: Door het Kruis is de gehele Christelijke wereld ontstaan, wanneer dit Kruis niet was gebruikt, wanneer Christus aan deze onmenselijke marteling was ontkomen, dan zouden wij dit Kruis ook nimmer als een symbool van Zijn allesomvattende Liefde hebben leren en kunnen zien. Jezus kende reeds van te voren Zijn Kruisdood, Hij zou beslist deze genadeloze marteling hebben kunnen ontgaan, maar door deze te aanvaarden, bewees Hij Goddelijk te zijn, geen enkele mens zou deze martelingen hebben kunnen doorstaan, maar zou reeds aan de geselingen bezweken zijn. Wanneer dat gebeurt zou zijn bij Jezus zou Zijn Zending nooit de omkeer teweeggebracht hebben die wij kennen.
Vraag: Is ieder mens medium of heeft iedere mens gaven in die richting?
Antw.: Niet ieder mens kan een bruikbaar medium zijn, velen zijn geroepen doch weinige uitverkoren; de ene aanvaardt deze begaafdheid met de wil hiermede te dienen, de andere echter verbergt zijn gaven in de angst uitgestoten te worden; weer een ander zal volkomen latent zijn, weer anderen zijn als een steenachtige grond, waarin geen enkel zaad ontkiemt; ook zijn er die alles willen beredeneren en niet kunnen zijn als een kind in zijn geloof en verwachtingen.
Vraag: Hoe beschouwt een Intelligentie het medium, b.v. als een mens, welke rechtens zijn gaven op bijzondere bijstand kan rekenen, of welke de Intelligentie de strijd van het leven besparen kan, of als een aangewezen persoon die geroepen is om te dienen voor de boodschappen van Gene Zijde?
Antw.: Wij beschouwen een medium als een beminde medewerker, maar wij mogen hen niet de strijd van het leven, terwille van hun evolutie, ontnemen of zelfs verlichten.
Medium zijn betekent: werktuig zijn van de geestenwereld. Zij zijn aangewezen op grond van hun sensitieve kwaliteiten, maar men moet hen daardoor niet „heilig” zien, het zijn eenvoudig ménsen met al de fouten of gebreken daaraan verbonden, al zullen zij onder de hogere invloed waarmede zij krachtens hun mediumschap te maken hebben, trachten deze fouten in de hand te houden en uit hun karakter, op den duur alleen het goede te geven.
Vraag: Is het doel van het Spiritualisme, de manifestaties met een tafel of anderszins aan de mensen te brengen, als een overtuigend bewijs van voortbestaan?
Antw.: O neen. Juist een medium dat volkomen aan ons doel beantwoordt zal door geestelijke ontwikkeling en reinheid in persoonlijk leven, meer overtuigend werken, dan welke manifestatie ook, maar men moet ergens beginnen en dat is op de onderste sport van de ladder, men vraagt ons bewijzen en wij geven die graag, maar dat wil niet zeggen dat daarmede het geestelijke leven in de mens zijn voltooiing vindt.
De beste waarborgen voor een medium zijn, dat er op den duur een kracht van uit moet gaan, die de omringende mensen, de draagwijdte van het mediumschap te zien geven, in de liefderijke troost, de steun aan zieken en bedroefden, het naleven van Jezus zoveel dat in vermogen ligt.
Vraag: Ben ik medium en kan ik dat ontwikkelen?
Antw.: Wanneer u als medium geschikt zou blijken, dan kunt u dit alleen zelf ontwikkelen door uw innerlijk te versterken met het weten van die Hogere Wereld, men behoeft daardoor niet te zien of te horen maar zuiver geestelijk te leven, ook dan kan men reeds een medium zijn, zonder te dienen als instrument voor de Intelligentie. Iedereen kan op deze wijze als middel dienst doen.
Wat u er echter mee bedoelt, is het zien en horen, maar dat is een gave die niet door mensenhanden kan worden aangekweekt. Reeds bij de geboorte is bepaald dat een mens bovenzinnelijke gaven bezit en deze gebruiken zal in dienst van allen. „Het is de kinderkens gegeven” zó en nooit ánders moet u het zien.
Vraag: Kan men door het bijwonen van séances op den duur zelf ook in contact komen met overgegane personen of is er altijd een medium voor nodig?
Antw.: Voor een goed geleide séance is altijd een medium nodig, zonder medium aan de séancetafel gaan zitten is waardeloos en kracht verspillend, men kan niets zien en weet dus niet met welke machten men in aanraking komt; men weet niets van het werk van de Controle af en begeeft zich op een terrein, wat op de meest zachte manier uitgesproken teleurstellingen zal geven.
De gevaren daaraan verbonden zijn van veel groter omvang dan men zou vermoeden; ik waarschuw altijd tegen onoordeelkundig séanceren.
Vraag: Men leert: „laat de doden rusten”, wat is uw antwoord hierop, Emed?
Antw.: Wanneer wij alleen maar „rusten” moesten na de dood, dan zouden wij niet meer aan de wereldevolutie kunnen werken. De geest leeft en is allerminst tot rust geneigd, wanneer u echter met deze vraag meent dat men doden niet moet lastig vallen of met uw vragen moet vermoeien, dan kan ik verklaren dat de „doden” meer onrust ondergaan van de tranen en klachten van hen die, op aarde achterbleven, van hen die hun dierbaren niet kunnen los laten en hen met hun verdriet kwellen, dan van het werk dat hen i.v.m. de evolutie werd opgedragen; onder deze vooruitgang van de menselijke geest behoort o.m. het zich in verbinding stellen met de aardbewoners.
Vraag: Wat is toch eigenlijk dat Spiritualisme?
Antw.: Tegenstanders vertonen dikwijls de neiging dit te rangschikken onder hallucinaties van ziekelijke geesten. Bedrog en sensatiezucht doen natuurlijk mede de ronde; alles wordt zo'n beetje voortgebracht door geraffineerde goochelarij, anderzijds beweert men dat men in contact staat met de duivel, het is gevaarlijk voor de normale mens, een nieuwsgierig indringen in een wereld waar men niet thuis hoort.
Verder bestaat dan een groep tegenstanders die de eerlijkheid wel niet direct aantasten, maar welke toevlucht nemen tot ontraden van deze kennis die physieke gevaren met zich dragen.
Deze beweringen kunnen onmogelijk stand houden, wanneer men bedenkt dat over dit alles welhaast een wereldliteratuur verschenen is en gehele bibliotheken bestaan, welke ten doel hebben de psychische verschijnselen van alle bedrog en zucht naar ongezonde sensatie te ontdoen en de zoekende mens, rustig naar een dieper gedachtenleven te leiden, hen als het ware op te trekken uit het materialisme tot de werkelijke waarden van het mens-zijn.
Het Spiritualisme is niet te verwijzen naar het rijk van de fabels, maar het is een niet te ontkennen kracht geworden die ten doel heeft de mens te bewijzen dat hij zijn 70 of 80 aardse jaren niet moet zien in het licht van „dood is dood”, maar als een deel van het geheel dat hij zal moeten afleggen alvorens te kunnen terugkeren naar de Kracht waaruit hij is voortgekomen.
Het Spiritualisme bewijst het bewuste voortbestaan na de stoffelijke dood en is een bewuste opgave de mens hiervan op de hoogte te stellen in een gemeenschap met hogere geesten aan Gene Zijde, of geesten die hun zwerftocht op aarde nog niet hebben voltooid.
Vraag: Hoe ontstaat van Gene Zijde uit het contact met de aarde?
Antw.: Zoals u contact maakt met mensen die in een ander deel van de wereld leven, door telegrafie of telefoon, in het ongunstigste geval zou het nog per brief kunnen geschieden. Deze vorm van antwoord is niet volmaakt, maar geeft in een eenvoudige vorm een lezing over de trillingen die het contact voor ons mogelijk maken. Het Spiritualisme is gelijk een orkaan, dat de wereld geschokt heeft, men kan de waarde ervan niet met een dooddoener ontkennen, maar de angst dat dit een nieuwe wereldorde zou kunnen opleveren is zo sterk, dat men het Spiritualisme reeds van tevoren als bedrog heeft willen doodverven.
Het Spiritualisme geeft ieder individu de vrijheid waar deze recht op heeft, vrijheid van denken en handelen, vrijheid van spreken en bidden, zonder dwang, zonder in te willen dringen in de bestaande godsdiensten, want náást zijn godsdienst kan de mens vrijelijk onderzoeken, zonder ook maar iets aan te treffen wat de oorspronkelijke godsdienst afbreuk zou willen doen.
Het heeft een allesomvattend wereldkarakter, zonder enig monopolie voor zich op te eisen.
Het is de boodschap van bewust voortbestaan, die een moede en materialistische wereld nieuw licht schenkt in de duisternis van een ontwrichte wereld.
Vraag: Emed, ziet u Jezus als medium?
Antw.: Neen, Jezus is de Zoon Gods, de Eeuwige Allesbezielende Geest, die Zijn werken op aarde steeds aanving nadat Hij het de Vader had gevraagd.
Het onbeperkte in het zien van Jezus, in Zijn genezingen, in Zijn opwekken van de doden, getuigt alleen voor Zijn Goddelijkheid; hiertegenover bestaat geen enkel aards wezen, zuiver en hoog genoeg om deze Goddelijkheid ook maar te benaderen.
Zo kunnen wij Jezus beter zien als de door de Vader gezonden Zoon, volmaakt in uiterlijk en innerlijk alleen vergelijkbaar met de Vader, een Meester die uitging om leerlingen te verkrijgen die de glorie van Hem uit zouden dragen, de Vader tot ere.
De onbeperktheid die Jezus bezeten heeft op aarde, bezitten wij, in de Hogere wereld, nog niet voor een tiende deel. Hij behoort bij de Alkracht en is van deze uitgegaan om er na volbrachte taak (Het is Volbracht) weer terug te keren. Christus Jezus was op aarde alleen Geestelijk, iets wat de op aarde levende mens nimmer bereiken kan, hoe rein en zuiver zijn persoonlijk leven ook zijn moge. Vraag: Hoe komt het dat oosterse landen zoveel zieners bezitten of mensen zoals b.v. Mahatma Gandhi was?
Antw.: Het weten dat één van de voorwaarden, tot het zien en horen aan te kweken, bestaat in zuiver denken, mediteren en rein te bewaren, datgene wat aan hen werd toevertrouwd.
Zowel de jongeren als de ouden in het oosten houden de wet van geestelijke reinheid hoog.
Noot: Men verdiepe zich in het leven en werken van Mahatma Gandhi.
Zij vasten en bidden en proberen daardoor in geestelijke contact te komen met de Hogere Leiding, opdat zij hun volk de vreugd moge brengen van persoonlijke en geestelijke vrijheid.
Wanneer men de vragen welke aan Emed, op welhaast een onbeperkt terrein werden gesteld, nagaat, dan begrijpt men volkomen dat het Spiritualisme niet een zaak is van „tafeldans” en slapende juffrouwen, maar een hoog geestelijk leven omvat, waar men moet leren en geestelijk groeien. Waar men gaat vergeten dat er scheuringen zijn in het Christendom, die ogenschijnlijk niet meer te overbruggen zijn.
Men gaat leren zien dat de werkelijke waarden aan het stoffelijk leven verbonden, op geestelijk terrein gezocht dienen te worden; maar dat dit niet kan zonder geestelijke groei, zonder strijd en twijfel. Men leert zien dat de bespotting van het Spiritualisme hetzelfde effect sorteert als eenmaal de bespotting van Jezus als „Koning der Joden” opleverde.
Door de geselslagen en bespotting die Hij moest ondergaan, kreeg Hij alleen maar meer volgelingen, werden vele tegenstanders getroffen door Zijn geduldig Lijden en deze gingen belangstellen in deze Mens en de Leer welke Hij gebracht had.
Door het Spiritualisme belachelijk te maken, het te bespotten in de hoogste vorm waaronder het leeft in de harten van miljoenen, veroorzaakt men alleen maar belangstelling voor de verschijnselen en de hoop dat dit alles een werkelijke aanwijzing van God zal zijn in een materialistische, ontwrichte en misdadige wereld.
God zond Zijn Zoon reeds eenmaal naar een dergelijke wereld en daardoor ontstond het Christendom.
Ook de Christenen werden bespot en vervolgd, maar zij hielden stand en zo zal ook de werkelijk Spiritualistisch denkende mens stand houden.
Men hechtte ook geen geloof aan Jezus de ziener, maar men maakte gretig gebruik van Zijn gaven als genezer.
Men hecht heden ten dage geen geloof aan het zuivere mediumschap van de paranormaal begaafden, maar men haast zich om naar de paranormale genezer te komen, wanneer iedere hulp dreigt te falen. Plotseling verwacht men dan het wonder, waaraan men eerst beslist niet geloven wilde; men gaat naar de paranormalen wanneer het in verband met lichamelijk welzijn te pas komt; maar men gaat ook naar de paranormaal begaafden in geestelijke nood. Dit dient goed onderscheiden te worden.
Lichamelijk lijden komt dikwijls voort uit een zieke geestelijke gesteldheid. Hoeveel ergernis draagt de mens niet met zich rond, hoeveel jaloezie en haatgevoelens verkankeren niet het geestelijk welzijn. Doorlopend word ik er mee geconfronteerd, iedere keer weer opnieuw moet ik een weg banen door verwording en toestanden in de menselijke geest, die vergif moeten zijn voor zijn lichaam.
„Een reine geest kan niet in een onrein lichaam huizen”, een opmerking van Emed, die het overpeinzen de moeite waard maakt. Ik zal trachten met zijn hulp, enigszins weer te geven wat hiermede wordt aangetoond: stel dat uw geest vergiftigd is door jaloezie. Steeds opnieuw wordt u geconfronteerd met het voorwerp van die afgunst en uw geest wordt langzaamaan de vergiftiger van uw lichaam, want het wordt ziek en moe door de neerslachtige gedachte dat een ander het toch maar veel beter en gemakkelijker heeft in het leven. Op den duur wordt het zenuwgestel aangetast, er ontstaat dus een ziekte, die gemakkelijk voorkomen had kunnen worden, wanneer wij onze geest rein hadden gehouden van de afgunst.
Een zwelger zal alleen maar aan eten en drinken denken en zijn lichaam zal op den duur de last van zijn onmatigheid niet meer kunnen dragen.
De hebzuchtige zal trachten alles te verkrijgen aan geld en goed en zal ten slotte zijn lichaam ten onder zien gaan aan zijn eigen gierigheid.
De huichelaar zal ten onder gaan aan zijn geestelijke twijfel en zijn lichaam zal zich krommen onder de kwellingen van zijn geest. De wellustige mens zal met zijn onreine gedachten, zijn lichaam steeds weer opnieuw geweld aandoen en het zo verzwakken dat de kracht lang vóór zijn ouderdom is gedoofd.
De leugenaar zal zich op eenmaal niet meer uit het net van leugens kunnen redden en de wanhoop ten prooi, zijn lichaam zelf vernietigen.
Zo kan men talloze oorzaken vinden voor een ziek lichaam, ziekten die voortkomen uit de zieke geest, waar geen arts medicijnen voor heeft, die genezen kunnen worden door de daartoe aangestelde media.
Dit terrein kan niet gesteld worden onder de behandeling van de paranormale genezer, want men heeft uren nodig om een totaal ontwricht mens, weer een redelijke kans in de maatschappij te doen zien.
De zaken waarmede ik word geconfronteerd, die allen te maken hebben met het boven omschrevene, hebben mijn werk gemaakt tot een middel van volkomen begrijpen, tot een weten van allerlei ongeweten dingen, die in de mens aanwezig kunnen zijn.
Ik ken de hartstochten welke stuk voor stuk een mens ruïneren kunnen. Het kan niet anders of een zó intens leven met de geheimen van de medemens, leerde mij, het leven van de mens in alle facetten te willen bestuderen.
Nooit is mij dit geworden tot ziekelijke nieuwsgierigheid naar het intiemste zijn van de anderen, maar het is een geestelijke belangstelling die mij altijd weer opnieuw het geduld en medelijden met deze gestrande mensen doet ondergaan.
Zoals ik reeds schreef, ik ben ook een mens en heb mijn fouten en tekortkomingen; in mijn werk als medium echter weet ik mij ge dragen door de liefde en de kracht van Emed's geestelijke handen. Dan houdt drift en ongeduld op te bestaan. Met het geduld en de vriendelijkheid van Emed zelf, kan ik de meest lange levens geschiedenissen, welke tot menselijke ellende leidden, aanhoren en Emed is altijd daar om zijn goede raad, zijn geestelijk medicijn toe te dienen.