HOOFDSTUK 16
Het Magnetisme
Geen enkel terrein in de occulte of paranormale wetenschappen wordt meer misbruikt dan het magnetisme.
De mens heeft deze genezende krachten inderdaad meegekregen en toch wordt er niets méér verkracht dan deze kracht.
De zegenende gave, anderen te mogen helpen bij ziekten of gebreken, wordt maar al te vaak misbruikt om tot grote materiële welstand te komen. Dat iedere eerlijke arbeid betaald mag worden, daar ben ik het in het geheel mee eens, mede in het belang van de patiënt, die zich bij genezing, beslist niet tevreden zou gevoelen vanwege de enorme verplichting die tegenover de magnetiseur zou ontstaan wanneer deze geen normale vergoeding zou willen ontvangen.
Laat men echter niet uit het oog verliezen dat tussen een redelijke vergoeding en exhorbitant hoge bedragen nog wel een hemelsbreed verschil ligt. Ik heb nooit goed begrepen waarom men 30-40 patiënten per dag à raison van f 3.—, f 4.— of meer moet behandelen en daarnaast nog doodleuk de opmerking maakt dat de genezing nog kan worden bespoedigd wanneer men een foto achterlaat die dan dagelijks kan worden behandeld. Kosten slechts f 15.— per maand extra.
Dit is de z.g. afstandsbehandeling.
Een magnetiseur met een uitgebreide praktijk zal heus wel een auto nodig hebben om zijn patiënten te kunnen bezoeken, maar wanneer men gaat spreken van „hij heeft een auto, dus ik moet er ook een hebben”, houdt wel iedere menslievende gedachte op te bestaan en is men er alleen maar op uit, het magnetiseren te zien als middel tot een gemakkelijk en luxe leven.
Ik heb heel veel mannen en vrouwen moeten wijzen op hun genezende krachten, natuurlijk bij gelegenheid van Spiritistische bijeenkomsten, en in de N.W.P. zijn diverse van deze genezers opgenomen en hebben erkenning en een diploma gekregen, al ging dit gepaard met het verbod om Spiritistische bijeenkomsten te bezoeken.
Men moet misschien een lijn trekken, vooral wanneer men mensen als frater L. Janssen en pastoor Mullenders (pas benoemd als directeur van de N.W.P.) in zijn kringen heeft.
leder mag natuurlijk een organisatie oprichten zo hij dat wenst, maar het is iets anders om eerst leden te werven bij een bevriende organisatie, om daarna de toegang tot de bijeenkomsten van deze organisatie ronduit te verbieden. Op deze wijze kan ik er beslist geen eerbied voor hebben en zou niet tot de leden willen behoren. In het bestuur van de N.W.P. zit een dame welke ik op haar gave attent maakt, maar die toen ik haar vroeg of zij onze Allerzielendienst zou willen bijwonen antwoordde: „Oh, nee mevrouw, dat mag ik niet meer doen.”
Is de kerkelijke angst voor de Spiritistische verschijnselen ook reeds binnengeslopen in de N.W.P.?
Enfin, wanneer binnenkort de naam gaat veranderen, zal het paranormale in deze vereniging worden uitgewist; wij die haar tesamen hebben opgericht, behoren er toch niet meer in thuis, voor ons zal er mettertijd wel een andere weg aangewezen worden, wanneer dat nodig is.
Het is ook wel voorgekomen dat ik iemand wees op zijn gaven en dat de volgende dag reeds een groot bord op de deur prijkte met de mededeling J. M.... Magnetiseur, Ontdekt door Mw. W. Mulder-Schalekamp! Gelukkig waarschuwde men mij en ik heb direct maatregelen kunnen treffen om dit te laten verwijderen.
Het is dus beslist goed dat deze mensen onder controle staan en dat er bepaalde normen gelden, maar men moet niet het kind mét het badwater gaan weggooien.
Maar al te vaak stuit ik op gevoelens van afkeer en ergernis bij mensen die genezing zoeken voor hun ziekten of kwalen, wanneer ik het woord „magnetiseur” gebruik.
Zelf neem ik geen patiënten meer aan, ik kan dus rustig onderschrijven dat „de druiven niet zuur zijn”, want ik kan er lichamelijk niet meer tegenop.
Heeft men echter klachten dan wil ik spontaan gedreven nog wel helpen, maar wens hiervoor geen honorarium.
Wanneer men echter in aanraking komt met een patiënt die geen enkel resultaat kan verwachten van een magnetische behandeling en toch maar iedere week terug moet komen, ondanks het feit dat er ook door de magnetiseur geen enkele vooruitgang zichtbaar is, dan kan ik begrijpen dat zo'n stakker zich bedrogen voelt en zich van een dergelijke „genezing” afkeert.
Een terrein dat zo misbruikt kan worden, is een geliefd oord voor hen die te lui waren om ooit eerlijke arbeid te verrichten, maar. God zij dank, hebben de werkelijk paranormale genezers nog altijd de meeste terreinwinst.
Men moet niet denken dat ik iets tegen magnetische behandelingen of magnetiseurs zou hebben, want niets is minder waar, men moet echter in alle eerlijkheid weten te schrijven over de goede en de kwade zaken in ons werk.
Na het bezoek van Harry Edwards, een zeer bekende Engelse genezer, die buiten zijn gewone praktijk ook genezingen „op afstand”. verricht, ging als een golf deze methode door ons land.
Mensen die van tevoren nooit iets verkend hadden op dit gebied, bombardeerden zichzelf plotseling tot genezer op afstand.
Onder de meest belachelijke omstandigheden begon men te werken op een terrein dat vrijwel onbekend was en men maakte er zich bepaald niet druk over dat mensen toch altijd nog levend materiaal betekenen. Er zijn bona-fide genezers die wel degelijk weten wat zo'n genezing op afstand met zich meebrengt, welk een enorme concentratie hiervoor vereist wordt en ik zal hieraan een ervaring toevoegen, die duidelijk voorstelt wat het is „op afstand te genezen.”
Toen mijn man in het ziekenhuis lag, vroeg Emed mij of ik hem wilde vergezellen, hij ging mijn man behandelen.
Ik was geheel alleen in de kamer en Emed vroeg mij mijn ogen te sluiten en mij vervolgens geheel te concentreren op mijn man.
Het werd een gewaarwording zoals ik nog nimmer had ervaren, want mijn geest maakte zich los van mijn lichaam en verplaatste zich met Emed naar het ziekenhuis.
Daar mocht ik Emed aan het werk zien, maar ik kon mijn man niet bereiken, ik stond er naast en bleef volkomen passief.
Mijn man werd echter wakker door de gewaarwording dat men iets aan hem deed en voelde zich de volgende dag veel minder pijnlijk.
Ik was met een schok weer teruggekomen in mijn stoffelijk wezen en noteerde de tijd, het was half twee in de nacht.
De volgende dag vertelde mijn man dat hij omstreeks half twee wakker was geworden van zachte elektrisch aandoende prikkelingen op zijn lichaam en toen vertelde ik hem natuurlijk mijn ervaring. Dat ik draaierig en suf was geworden heb ik hem niet verteld, dat was volgens Emed vrij normaal,, want mijn geest moest terugkeren en dat gaat dan gepaard met een schokje.
Ik heb hiermee willen uitleggen, hoe moeilijk het is om, wanneer behandeling ter plaatse onmogelijk is, de mens op afstand te behandelen, al weet ik dat onze geestelijke leiders het best kunnen, zonder dat wij daarbij aanwezig zijn, hun weg volgende op aanwijzing van onze gedachtenkracht.
Om een voorbeeld te noemen: „Wanneer men op visite is, kan men door een voorval of een gesprek, plotseling verplaatst worden naar het eigen tehuis; men ziet de kamer zoals deze werd achtergelaten, een vergeten krant op de tafel etc. Deze gewaarwording welke iedereen kan beproeven, geeft een indruk, zij het ook een zeer gebrekkige, van de mogelijkheid zich geestelijk los te maken van de omgeving waarin men op dat ogenblik vertoeft.
Als helderziende kan men dan ook nog ervaren dat men in een totaal onbekende omgeving rond loopt te snuffelen om iets wat men verloren had op te sporen.”
Keren wij echter weer terug tot het magnetisme.
Het is een heilzame gave, waarbij men echter nooit uit het oog mag verliezen dat deze gave op de allereerste plaats vraagt om liefde tegenover de lijdende medemens.
Wanneer men die liefde niet in zich voelt leven en het magnetiseren ziet als een middel om zo spoedig mogelijk een flink banksaldo aan te kweken, dan kan men beter met de handen van een zieke mede-reiziger af blijven.
Ik kan daarover wel ontstellende verhalen beschrijven, zoals van een magnetiseur die geen cent voor zijn werk wilde hebben, maar men moest f 2.50 betalen voor iedere behandeling, omdat hij zijn auto moest onderhouden. Weet men dan dat deze man plus minus 50 patiënten per dag behandelde, dan had hij van dit geld er wel een heel wagenpark op na kunnen houden.
Dit zijn toestanden die ik onder de ogen heb moeten zien bij de aanvang van mijn werk en telkenmale door al de jaren heen, schijnt het steeds opnieuw de kop op te steken en daarom ben ik blij met de N.W.P. die de controle op de genezers zoveel als het kan in handen houdt en ik neem hun kortzichtige opvattingen in vele dingen maar weer niet kwalijk. Uiteindelijk moet alles groeien.
Wat is nu toch eigenlijk dat magnetisme?
Men moet teruggaan naar de eigen jeugd, want toen hebben wij allen de mogelijkheid daarvan wel ondervonden. We zijn in die kinderjaren zo dikwijls gevallen en kwamen dan schreiende bij moeder die ons troosten kon en even zovele keren wreef zij met haar hand over de pijnlijke plaats en onbewust gaf zij een magnetische behandeling; ze had er waarschijnlijk nimmer iets over horen vertellen, máár wij reageerden, de pijn verdween als bij toverslag.
Dit dierlijk magnetisme bezit ieder wezen. Let eens op uw hond of kat wanneer hun jongen zich verwond hebben is de reactie van hulpverlenen door het likken van de plek, precies dezelfde als die van moeder tegenover kind.
De gave is oud en legio zijn dan ook de verhalen over „handopleggers” en „kwakzalvers” die vooral onder de plattelandsbevolking de naam hadden geneeskrachtige gaven te bezitten, waar mens én dier op reageren.
In onze tijd weten wij genoeg over elektrische werkingen en trillingen zodat wel enigszins begrijpelijk wordt dat de magnetische gaven te maken hebben met dat trillingsvermogen en waardoor energische krachten worden ontwikkeld welke men door middel van de handen kan uitstralen in het weefsel van de zieke mens.
De gave is zo oud, dat men waarschijnlijk niet eens kan benaderen wanneer de ontdekking, althans de bewustwording omtrent de krachten hiervan, zichtbaar werden voor de mens.
Honderden mannen en vrouwen zijn zich in onze tijd deze gave en de heilzame werking ervan bewust geworden en geven hun tijd en vaak ook hun persoonlijk leven om hulp te brengen aan hen die door geen arts meer geholpen kunnen worden.
De bron zelf is onuitputtelijk of zoals Emed zegt:
„Het is een levende, natuurlijke bron, waaruit men vrij mag putten en die niet ophoudt te vloeien, zoals God's Liefde nimmer zal ophouden zegen te verspreiden.”
Het vermogen van hen die deze gave bezitten is bijwijlen enorm, en ik heb vaak staan kijken naar de witte straling die uit de vingers kwam en zich in en rond het lichaam van de lijder(es) uitstortte; een ander woord is er werkelijk niet voor te vinden.
Niet alleen de zieke plaats moet behandeld worden, maar de genezing brengende kracht, moet het gehele wezen bestrijken en doordrenken.
De magnetiseur moet echter ook de moed vinden om te zeggen: „In dit geval kan ik u niet helpen, gaat u eens naar collega zus of zo, die op dit terrein sporen heeft verdiend”; maar er is zoveel animositeit op dit terrein, dat men liever klakkeloos doorgaat en, om welke reden ook, (eergevoel, materialisme) het welzijn van de patiënt uit het oog verliest.
Wetenschappelijk heeft men bepaald dat magnetisme een natuurlijk verschijnsel is, dat niets te maken heeft met de wereld aan Gene Zijde, maar ik vind het wel eigenaardig dat men vanuit die wondere wereld dan de opdracht heeft, om de magnetiseur te helpen in zijn pogen deze gave in dienst van de mens te stellen.
Misschien zie ik dat wel verkeerd, maar ik zou mijn handen nooit naar levend materiaal hebben durven uitsteken wanneer Emed mij daartoe geen opdracht had gegeven.
De verantwoordelijkheid tot het welzijn van de mens, moet men ook beredeneren.
Denkt men er wel genoeg over na, wat aan onze handen werd toevertrouwd, kent men de gevolgen van eigenmachtig en ongecontroleerd optreden wel voldoende, heeft men genoeg kennis van het menselijk lichaam en weet men wel genoeg af van de organische storingen die kunnen optreden?
Allemaal vragen die toch wel een overwegen waard zijn.
Ik weet wel dat de doorsnee magnetiseur de handen uitstrekt en als door een wonder naar de zieke plaats wordt geleid, maar toch blijft de verantwoording bestaan en kan men deze nooit verwaarlozen, omdat men met levende wezens te maken heeft.
Het is mij ook bekend dat een magnetiseur aan de hand van een foto (psychoscopisch dus) het ziektebeeld te zien krijgt en de patiënt op die wijze onder behandeling neemt.
Ik heb zelf heel veel ziektegevallen kunnen vaststellen aan de hand van een foto, dit is voor mij heel gewoon. Wat niet gewoon is, was het feit dat een magnetiseur mij vertelde dat hij niet meer naar een psychometrische bijeenkomst mag gaan omdat hij lid is van de N.W.P.
Hoe doet men dat nu met de door hem uitgevoerde psychometrische behandeling? Vragen... Vragen... Vragen.
Magnetische gaven zijn krachten die men zich volkomen bewust moet worden en men moet op de allereerste plaats de wil hebben om die gaven in dienst van de mensheid te stellen.
Hoeveel er reeds over geschreven werd, ik weet het niet, maar in het boekje van Elise van Calcar, „De macht van de menselijke hand”, is een zeer goede beschrijving te vinden van alle mogelijkheden.
Volgens mijn inzichten moet men, alvorens de patiënt te gaan behandelen wel degelijk vragen om steun en kracht en de macht tot genezen, opdat de woorden van Jezus Christus: „doe dit in Mijn Naam” ook werkelijk inhoud hebben voor de magnetiseur.
Men moet God om hulp vragen om te mogen helpen, maar bovendien ook God dankbaar zijn dat men heeft mogen genezen.
De genezende krachten die tot diep in het organisme van het menselijke wezen doordringen, zijn Zijn eigendom en Hij heeft ze welwillend toegevoegd aan de sterken en krachtigen onder ons opdat zij de zwakkeren zullen sterken en genezen.
Bij het zien van de wonderlijke, witte stralingen, kan men maar alleen een diepe eerbied hebben voor Hem uit Wien die krachten voortkomen en zichzelf alleen maar beschouwen als een heel klein werktuigje. Ik spreek over „witte uitstralingen” en het is misschien aardig om te vermelden, dat ik in tegenstelling daarmee, de magnetiseur altijd ontdekt heb, door het staalblauwe licht dat rondom zijn wezen voor mij zichtbaar was.
De witte uitstralingen vanuit zijn handen en mond, deden mij veel meer denken aan ijle witte wolken, die in strepen over de patiënt kwamen te liggen.
De magnetische gave bestond reeds lange tijd vóór de wetenschap er een oplossing voor trachtte te vinden en natuurlijk zullen er wel bezwaren worden aangetoond, duivelskunsten op de proppen worden gebracht, maar een feit is dat de mens van onze tijd niet meer afwerend staat tegenover deze krachten en weet dat zij in de evolutie thuis behoren.
Gezegd moet worden dat men diene te informeren naar een magnetiseur alvorens maar op goed geluk in zee te gaan, hier erken ik dan tevens mee de grote taak en verantwoordelijkheid die organisaties als de N.W.P. te dragen hebben.
Zo niet geheel mogelijk, moet men toch beslist erkennen dat men het uiterste doet om het kaf van het koren te scheiden en dat mag dan gelden als een eresaluut aan hen die dagelijks bezig zijn de lijdende mens te helpen of te beschermen.
In zijn boekje „Duistere Machten” spreekt P. Maximinus een oordeel uit over magnetische gaven (blz. 61) . Hij wil de kracht van het magnetisme niet ontkennen, maar eindigt helaas zijn betoog met de opmerking: „Voor ons bestaat er nog een God en we weten, dat ook engelen en duivels werken kunnen doen, die de menselijke krachten te boven gaan.”
Maar, zeer geachte auteur, wanneer er nu geestelijken zijn die in hetzelfde kader als genezers werken, hoe moeten we dat dan weer leren zien?
Misschien heeft P. Maximinus hetzelfde bedoeld als ik heb willen beschrijven, nl. de bona fide genezer, (engelenkracht) en de beunhaas, (duivelsmacht) ik zie er tenminste geen andere oplossing voor. Eigenlijk moet men mij beschouwen als een nieuwsgierig kind, dat graag het naadje van de kous wil weten. Daardoor ontstond natuurlijk ook de bestudering van het werk van diverse magnetiseurs waar ik mij wel niet een oordeel over wilde vormen, maar waar wel een hele reeks vragen over ontstonden die wij dan weer gezamenlijk met Emed of prof. Bolk bespraken.
Zo verklaarde men nadrukkelijk dat een organische ziekte volkomen te genezen is, maar dat men niet récht kon magnetiseren, wat in vele jaren krom gegroeid is.
Ogen, die door welke oorzaak aangetast werden door een ziekte, zijn te genezen, maar ogen waar het licht reeds volkomen uit verdwenen is, kunnen niet meer ziende gemaakt worden.
Ledematen die werden geamputeerd, kan men er niet weer aan magnetiseren, maar de amputatie kan in velerlei opzichten worden voorkomen.
Slijtage aan de wervelkolom moet men zien juist zoals de arts, dáár is niets meer aan te doen.
Wanneer wij onze schoenen bij de schoenmaker brengen omdat de hakken afgesleten zijn, dan kan hij daar wel een ander stuk leer op spijkeren, maar wij kunnen door een magnetische behandeling, beenderen die afgesleten zijn, niet bijspijkeren.
Een dove kan beslist geholpen warden, maar wanneer er niets meer over is van de gehoorzenuw, kan men zich de moeite wel besparen, want die zenuw is nodig en kan door magnetische behandelingen niet tot leven of tot groei worden gebracht.
Een hartpatiënt kan genezen, maar wanneer wij dan deze patiënten niet waarschuwen dat zij zeer rustig moeten leven, ontstaat de kans dat zij dingen gaan doen, die de arts hen in de eerste instantie verboden heeft.
Daarom is het zo nuttig dat men de diagnose van de arts niet eigenwijs verwaarloost, met de gedachte: „wat weet die dokter er nu van”, want men verlieze niet uit het oog, dat die arts jaren van studie achter den rug heeft. Wanneer de doorsnee magnetiseur de moeite zou doen om eens wat medische boeken te bestuderen, dan zou hij versteld staan over de dingen waar hij nog nooit van hoorde, laat staan dat zijn kennis toereikend zou zijn zich een juist oordeel te vormen.
Ik mocht Emed eens aan het werk zien, toen hij in samenwerking met prof. Bolk een hartpatiënt hielp.
Ik was n.b. aan het sterfbed geroepen. Wij waren voor de gezondheid van mijn man in Hilversum toen ik 's avonds door de politie werd weggeroepen, aangezien de dame waar wij in pension waren, geen telefoon bezat.
Ik, hals over kop, naar Amsterdam en daar lag dan de patiënt in een coma. De dokter dacht dat het tot vier uur 's nachts kon duren en daar was weer dat eigenaardige gevoel, die drang, die mij deed vragen: „wat denkt u dokter als de patiënt die tijd wél haalt, kan hij dan weer genezen?”
De dokter begon te lachen en zei: „Ja, dan zou er een kansje zijn, maar volgens mij zit het er niet in.”
Die nacht zal ik nooit vergeten, huilende familieleden kwamen met de goederen- of posttrein, midden in de nacht aan en de patiënt lag daar met een pols en een hartslag die nauwelijks meer merkbaar waren.
Tegen drie uur vroeg Emed mij om te helpen en heel voorzichtig ging men van Gene Zijde uit tot de behandeling over.
Om 4 uur sliep de patiënt rustig en toen om half zeven de dokter kwam, zei deze eerlijk: „ik begrijp het niet, ik kwam eigenlijk om de verklaring van de doodsoorzaak op te maken.”
Ik vertrok ook, maar niet alvorens ik de patiënt, die rustig in bed met zijn familie lag te spreken, op het hart had gedrukt, dat hij niets mocht doen, zelfs niet zich wassen enz. Hij moest zes weken volkomen rustig blijven liggen en zou dan eerst een redelijke kans hebben op totale genezing.
Wie beschrijft mijn verbazing toen ik hem na veertien dagen in Hilversum zag rondkuieren.
Op mijn vraag hoe hij zoiets nu kon doen, tegen de gegeven waarschuwingen in, antwoordde hij: „ik voel niets meer en ben prima en ik heb geen zin om met dit mooie weer in bed te liggen.”
Wat kon ik doen? Niets!
Ondanks al mijn argumenten bleef hij doof en eigenwijs en ten slotte ben ik maar heengegaan.
Enkele weken nadien is hij plotseling overleden.
Uit deze ervaring moet men wel kunnen begrijpen hoe groot de moeilijkheden kunnen zijn waar een genezer mee te maken krijgt. Dat echter niet alleen moeilijkheden kunnen ontstaan door de eigenwijsheid van een patiënt, maar ook door geheel andere zaken, zal blijken uit het feit dat een patiënt soms jaren lang bij de dokter genezing zocht voor allerlei kwalen of kwaaltjes, soms voor een bepaalde ziekte of afwijking.
Wanneer alle medicijnen niet helpen of genezen, krijgt men, soms door récommandatie, soms door een andere oorzaak, ineens in het hoofd dat een magnetische behandeling nog nimmer beproefd werd.
Het vervelende is dat zo'n patiënt van de magnetiseur het wonder van een directe genezing verwacht en dus zich na een paar be- handelingen reeds met de vraag tot de genezer wendt: „of het nog lang duurt.” Men heeft reeds zoveel medicijnen geslikt en is naar zoveel artsen en specialisten gelopen, nu moet die wonderdoener het maar in een paar behandelingen opknappen.
De vreselijkste patiënten, die men beslist onder neurotische gevallen moet rangschikken, zijn ingebeelde zieken.
Zij vergen alles van de magnetiseur en wanneer de pijn in het hoofd ophoud, komen ze de volgende keer terug met buikpijn en wanneer dat verdwenen is, hebben ze weer pijn in armen of benen.
Emed wist ze precies aan te duiden, meestentijds vrouwen, zelden mannen en dan zei hij: „enige malen behandelen en valeriaan geven, dat is het beste middel, ze moeten medicijnen hebben anders zijn ze niet gezond, ze zijn dikwijls wérkelijk ziek, wanneer ze géén medische hulp meer vragen.”
De oorzaak lag volgens Emed altijd in gebrek aan belangstelling, onbevredigd zijn in de verwachtingen, kinderloosheid of sexuele nood. Toch trad hij altijd vriendelijk en vol begrip op, hoewel ik wel eens heel diep gezucht heb, wanneer ik zo'n patiënt onder behandeling nam.
Toch was zijn zienswijze juist, heel dikwijls zag men goede resultaten, misschien minder van de behandeling dan van de valeriaan. Dat er echter ook klachten zijn, die met een eenvoudig middel opgelost kunnen worden getuige het volgende:
Een dame, meer dan 20 jaren lijdende aan constipatie, kreeg de raad iedere avond een lepel gesmolten schapenvet te slikken.
Emed zegt, dat deze vetsoort de enige is die aan de darmhuid blijft hangen en er a.h.w. een „glijbaan” van maakt.
De dame heeft deze raad opgevolgd en van haar ontving ik in juli '65 een schrijven, waarin zij vertelde hoe prachtig alles verliep en vervolgens is zij haar dokter gaan vertellen wat ik haar voor raad heb moeten geven.
De arts kon deze geneeswijze ten volle ondersteunen en was loyaal genoeg dit tegenover de patiënt te erkennen.
Soms zijn het citroenen met honing vermengd die tot geneesmiddel dienen, maar Emed heeft een uitgesproken afkeer van medicamenten die een verdovende of giftige uitwerking hebben.
Met alle eerbied voor de wetenschap, zegt hij onomwonden dat de mens bezig is zichzelf te vergiftigen, hoewel hij erkent dat er bestanddelen in sommige planten aanwezig zijn die de medische theraphie sterk ondersteunen.
Eén van deze mag genoemd worden: de papaver.
Ook zijn er vrucht-afdrijvende kruiden, welke aan Emed bekend zijn, maar die hij beslist nimmer wilde verstrekken.
Zo kwam er eens een oma van een 14-jarig meisje bij mij.
Het kind was op de H.B.S. en was met haar schoolvriendje zover gegaan dat zij een baby verwachtte.
De oma vertelde mij dat zij had gehoord, dat ik dikwijls de raad gaf bepaalde kruiden te gebruiken, om tot genezing te komen en vroeg mij te helpen.
Ik weigerde dit beslist en vertelde haar dat dit moord zou betekenen. Ze bood een som geld die beslist niet te versmaden zou zijn, maar ik bleef pal staan op het door Emed geleerde, ik piekerde er niet over om mede te werken aan een misdaad.
„Weet u dan geen andere raad mevrouw?” vroeg zij ten lange leste.; Ik vertelde haar het volgende: „mevrouw, wanneer uw kleindochtertje waar u zo innig veel van houdt, nu eens voor haar leven ongelukkig zou worden of nooit meer kindertjes zou kunnen krijgen, erger nog, aan een abortus sterven zou, is de verantwoording die u dan op u heeft geladen niet duizendmaal erger dan de komst van die baby?” Toen zij dat bevestigde, ging ik verder: „laat die baby dan rustig komen, het kind is zo jong, dat de moeder van het meisje het kindje voorlopig wel groot kan brengen; wanneer de vader van het kind dan met zijn studie klaar is hebben ze de leeftijd om te trouwen, dit kan misschien met toestemming van H.M. de Koningin al nu reeds gebeuren. Wanneer het meisje zolang bij, de ouders thuis kan blijven, dan is m.i. de zaak op de beste wijze en zonder grote risico's opgelost.”
Na enige moeite heeft de oma haar zoon en schoondochter kunnen overhalen de zaak op deze wijze te regelen en een prachtige bloemenmand is haar extra dank aan mij geweest.
Dat de magnetiseur natuurlijk ook voor dergelijke gevallen komt te staan, behoeft geen betoog, maar ik geloof niet dat men bij hen hulp moet zoeken om tot vruchtafdrijving te kunnen komen, zij allen zijn immers bekend met het feit dat zij een moord in de hand werken en mocht het 't geval wezen dat u wél van zo'n „genezer” heeft gehoord, ach lieve lezer, dan sluit ik mij graag aan bij de woorden van P. Maximus „dat duivels ook werk kunnen doen.”
De krachten van het magnetisme kunnen in ons aller leven een heilzame werking hebben, mits zuiver uitgevoerd en dan is het een Godsgenade die het mogelijk maakt de energie van de ene mens over te brengen in de andere.
Wij moeten dit werk leren verrichten in alle eenvoud en met het geloof in onze roeping, maar bovenal in de wetenschap dat men slechts werktuig is.
Men kan dit wat mij aangaat ook onder donkere machten plaatsen, maar Emed leerde mij om hulp te vragen voor hen die in bittere nood tot mij kwamen om te vragen hen te mogen helpen en hun genezing tot werkelijkheid te maken.
Emed ging mij altijd voor in een eenvoudig gebed: „Vader indien het mogelijk is, zie naar uw dienaar Emed en geef ons de kracht om te helpen, omwille van Uw Zoon Jezus Christus.”
Ook gebeurde het dat een patiënt mij vroeg om eerst te willen bidden alvorens de behandeling aan te vangen en daaraan voldeed ik natuurlijk gaarne.