Woensdagmiddag

Misschien wel de mooiste woensdagmiddag van oktober, maar op de Operettelaan in Terwijde gebeurt niets.

Terwijde?

Onderdeel van Leidsche Rijn—de enorme stadsuitbreiding van Utrecht, ten westen van de A2, richting Haarzuilens, Vleuten en De Meern. Dertigduizend woningen voor tachtigduizend mensen, talloze wegen, fietspaden, verkeersdrempels, glasbakken, speeltuintjes; een nieuwe wereld, deels af, deels in aanbouw.

De Operettelaan: een winderige, strakke laan. Een laag flatgebouw erlangs, geparkeerde auto’s, zand, opgespoten land. Aan het einde van de laan een kleine nederzetting van donkerrode bakstenen: het Leo Ascherhof, vernoemd naar een operettecomponist.

Net als de Frans Leharsingel, een stukje terug, daar schuilt de man van de Lustige Witwe achter, en net als de Walter Kollolaan, van de gelijknamige componist die Der juxbaron, Die Tolle Komtess, Olly-Polly en Fraulein Puck schreef.

Olly-Polly.

Leidsche Rijn en operette—het rijmt moeilijk, maar het weer helpt, en de bedrijvigheid ook. Overal busjes van verwarmingsbedrijven en gebruinde bouwvakkers. Vrachtwagens, heimachines, draglines. Joelende schoolpleinen, moeders op fietsen. Utrecht in de verte: de schoorsteen van Douwe Egberts, het kopje koffie langs de snelweg bij Oog en Al.

Elders, verderop, dezelfde woensdagmiddag: aan de rand van Houten, vlak bij het Amsterdam-Rijnkanaal: de banen van de Nieuwegeinse Golf club: honderden mensen slaan een balletje, duizenden ballen liggen op het groene veld waar de spelers inslaan voor ze langs de holes gaan lopen.

Geruite broeken.

Besmuikt gelach.

Karren vol spullen.

Op een steenworp: kasteel Heemstede. In het restaurant een paar tafels bezet; heren in pakken, een man met zijn vriendin, een echtpaar van eenjaar of vijftig (zij grijs, zwarte coltrui, gouden ketting, hij type Jan Mulder), dat uitbundig eet.

Flarden van gesprekken:

‘Het woord slachtoffer viel ineens,’ klinkt het hard en duidelijk, waarna de spreker onmiddellijk het volume dempt en de rest onverstaanbaar is. ‘Donkerblauw, hoeveel donkerblauw heeft de gemiddelde vent in zijn kast hangen? Je koopt eens iets met een streepje, maar hoeveel streepjes kun je hebben?’ Dat komt van een andere tafel, maar het antwoord dat erbij hoort, gaat verloren.

Buiten schijnt de zon.

Langs het Amsterdam-Rijnkanaal in de richting van Nieuwegein: hengelaars, mensen die langs de oever in de zon liggen, schepen op het water. De brug bij Nieuwegein: dansende autodaken, flikkerende zon. De Plofsluis, de aftakking naar het Lekkanaal. Utrecht in de verte, de Dom, flatgebouwen.

Nieuwegein zelf.

De Markt: terrassen om een parkeerterrein heen. Een bouwsel dat een muziektent zou kunnen zijn. De achteringangen van winkels. Zeeman. Free Record Shop. Bij de deur van Miss Etam zitten twee meisjes te roken. Op de terrassen is het druk. Een vrouw draagt een T-shirt waar I’M IN SEARCH OF A RICH BOY FRIEND op staat. De letters hobbelen over haar boezem. Verderop de Passage—overdekt winkelen, ook op een zonnige dag populair.

Nieuwegein.

Een uitpuilende, gele prullenbak aan een hoge mast met twee vierkante klokken. Eén geeft de correcte tijd aan, de andere is ingegooid en kapot. Hij staat voor altijd op tien over halfzeven. Perfect tijdstip, voor Nieuwegein. De zon begint te zakken.